Kerst in Greccio

Op naar de kribbe

In de afgelopen jaren hebben we, op onze site, een hele tocht ondernomen. Al vanaf het eerste jaar hebben we vele bezoekers mogen ontvangen en inspireren. Het is als een pelgrimage geweest. Het ‘vertrekken’ ging allerminst vanzelf en ook bij de verdere weg kwamen we regelmatig moeilijkheden tegen, maar niet alleen moeilijkheden. We hebben mogen genieten van het landschap dat telkens veranderde en ons veel vreugde gaf. Ook stimulans om verder te gaan. Die stimulans ontvingen we mede van jullie, de bezoekers. We zijn dankbaar dat we een schakel mochten zijn in datgene wat de Geest in mensen bewerken wil.

Maar niet alleen wij, die deze site verzorgen, zijn op pelgrimage geweest, ook ieder van jullie. Misschien noem je het geen pelgrimage. Toch hebben jullie allemaal een weg afgelegd. Op die weg had je een mengeling van ervaringen: gewone ervaringen van het dagelijks ritme, bijzondere ervaringen van gebeurtenissen, blijde of droevige. Misschien moest je iemand ‘over de grens’ laten gaan, definitief afscheid nemen van iemand. Mogelijk kwam je zonder werk te zitten of kreeg je een kind of kleinkind erbij of waren er andere onverwachte verrassingen of teleurstellingen.

Op naar de kribbe*, illustratie Peter Malone

Op naar de kribbe*, illustratie Peter Malone

Op deze afbeelding zie je dat mensen op weg gaan naar de kribbe (op de afbeelding een kleine kapel), mensen zoals jij en ik, ieder met een eigen geschiedenis. Misschien kunnen we ons bij de stoet aansluiten…

Franciscus’ roeping

Franciscus leefde acht eeuwen terug. Voor Franciscus was het leven ook lang niet altijd helder, net zomin als voor ons. Hij stond echter geheel open voor de weg die hij te gaan had, bad vaak om de richting te mogen leren kennen en dan ook te doen wat God van hem verlangde. In het gebed voor het kruis van San Damiano vraagt hij om de duisternis van zijn hart te verlichten. Hij bidt dan om ‘het ware geloof, de gegronde hoop en de onverdeelde liefde’. Maar ook om ‘het aanvoelen en de kennis om Gods ‘heilige en waarachtige opdracht te kunnen uitvoeren’. Aan de uitvoering van zijn roeping heeft hij zijn leven gewijd, hij heeft er zich volledig voor ingezet, met vallen en opstaan, maar altijd erop vertrouwend dat ‘de Heer’ hem de weg zou wijzen.

Eén deel van zijn roeping bestond uit het doorgeven van de evangelische boodschap, dus de verkondiging. Het andere deel bestond uit het nemen van tijd voor het gebedsleven. Het ene deel was niet los te denken van het andere. Door zijn voortdurende overweging van de evangelische boodschap raakte hij steeds dieper bewogen door de eenvoud en de armoede van Jezus. Franciscus, die zijn ogen niet in de zak had, zag echter hoever mensen in zijn tijd verwijderd waren van de geest van Jezus van Nazareth. De meesten maakten zich allerminst druk om hun zielenheil. Velen leefden erop los, stonden alleen stil bij feestvieren en uiterlijke zaken, zonder aandacht voor hun diepere lagen en de essentie van het leven.

Franciscus krijgt een lumineus idee

Thomas van Celano, een medebroeder, vertelt in de eerste levensbeschrijving een prachtig verhaal over een bijzonder idee van Franciscus. Hoe het idee in zijn brein is opgekomen staat er niet bij vermeld, maar mij lijkt dat het in gebed ontstaan moet zijn. Franciscus was bezorgd om het heil van de mensen, zag dat het niet goed ging en voelde zich geroepen om de mensen dichter bij God te brengen.

Laten we luisteren naar het verhaal dat broeder Celano vertelt. Het speelt twee jaar voor de dood van Franciscus:

‘Daar [in Greccio] woonde een zekere Johannes, een man van goede naam, die door zijn leven zich die naam meer dan waardig toonde. De zalige Franciscus had een bijzondere genegenheid voor hem. Al was hij immers van adel en stond hij in zijn omgeving in hoog aanzien, zelf hechtte hij aan dat alles niet veel waarde en daarom had hij de adeldom van zijn ziel de voorkeur gegeven boven de adel van zijn geslacht. Ongeveer twee weken voor Kerstmis liet Franciscus hem, zoals hij wel vaker deed, bij zich komen en zei: “Als je wilt, dat we dit jaar in Greccio Kerstmis vieren, tref dan vlug voorbereidingen en doe precies wat ik je zeg. Ik wil de herinnering oproepen aan het Kind, dat in Bethlehem geboren is, en zo goed mogelijk met eigen ogen de pijnlijke en behoeftige omstandigheden zien; waarvan het, toen het nog maar net geboren was, al te lijden had; ik wil zien, hoe het daar in een kribbe op stro lag tussen een os en een ezel.” Toen zijn goede vriend dit hoorde, ging hij haastig aan het werk en trof daar alle voorbereidingen, die de heilige hem opgedragen had.

De vreugdevolle dag kwam nader, het moment om juichend het gebeuren te herdenken brak aan. Uit vele plaatsen waren de broeders uitgenodigd, de mensen uit de streek, mannen en vrouwen, zorgden, blij gestemd, voor fakkels en kaarsen om daarmee licht te brengen in die nacht, waarin een fonkelende ster met zijn licht alle dagen en jaren had verlicht. Tenslotte kwam ook de heilige en zag tot zijn vreugde, dat voor alles gezorgd was. Men was een kribbe aan het maken en deed er stro in; ook werden er een os en een ezel bij gezet. Hier werd de eenvoud geëerd, werd de armoede tot iets verhevens gemaakt en de nederigheid aangeprezen. Greccio was als een nieuw Bethlehem. De nacht was helder als de dag, een verrukking voor mensen en dieren. En ze kwamen, mannen en vrouwen, opgetogen van een ongekende vreugde bij het zien van de geheel nieuwe manier, waarop het geheim werd gevierd. Het bos weergalmde van de stemmen en de rotsen kaatsten het geluid terug. De broeders zongen en brachten de Heer de verschuldigde lof. Het was een van juichen en jubelen vervulde nacht. Gods heilige stond voor de kribbe, telkens zuchtend uit diep medelijden, maar doorzinderd van een wonderlijke blijheid. Boven de kribbe werd de plechtige heilige mis gevierd en de priester werd bevangen van een ongekende ontroering.

Gods heilige, die diaken was, trok zijn diakengewaden aan en zong met welluidende stem het heilig evangelie. En zijn stem, zijn krachtige, melodieuze, heldere, welluidende stem riep allen op zich in te zetten voor het hoogste goed. Daarna preekte hij tot de aanwezigen en in een vloeiende stroom van heerlijke woorden sprak hij over de geboorte van de arme Koning en het stadje Bethlehem…’

Thomas van Celano, Franciscus van Assisi. Eerste levensbeschrijving, vertaling van Pater Dr.A.A.C.Sier OFM, uitgeverij J.H.Gottmer-Haarlem, 1976, ISBN90 257 0870 6, (84b tot 86a)

Onze tocht

Zo trokken de mensen van Greccio en omstreken op naar de geïmproviseerde stal om het grote geheim van Jezus’ geboorte te vieren.
Zo mogen de mensen van alle tijden optrekken naar de stal met hetzelfde doel.

En wij mogen ons erbij aansluiten, al of niet met onze geschenken, misschien wel met lege handen en een leeg hart, misschien ook vol dankbaarheid dat er in ons leven ooit een snaar is aangeraakt die aan het trillen is gegaan tot op de dag van vandaag. Een snaar die af en toe wel bijgesteld moet worden, zoals alle snaren. Er is een innerlijke stem in onszelf die we, als we goed luisteren, juist in de winternachten rond kerst, kunnen waarnemen. Een stille stem, zo stil en zuiver als de witte sneeuw op een nog niet betreden pad.

De nacht is donker

en zo soms ons hart

maar in onze handen

dragen we de

lantaarns van hoop.

*

De nacht is donker,

de weg, door sneeuw bedekt,

niet meer herkenbaar,

maar verder lopen we

door de velden van verlangen.

*

De nacht is donker

en niet meer ons hart

want een Kind is geboren,

een Licht op onze wegen,

we gaan op naar de stal!

*

Ricky Rieter

*


*De afbeelding is genomen uit:

Margaret Mayo (tekst) en Peter Malone (illustraties): BROEDER ZON, ZUSTER MAAN Het leven van Franciscus van Assisi, Christofoor 1992, ISBN 90 6238 722 5