Quo vadis? Waar ga je heen?

Quo vadis? Waar ga je heen?

Ooit werd me de vraag gesteld wat nu het verschil was tussen een wandeltocht en een pelgrimstocht. Die vraag kwam in 2010 opnieuw in me op, toen door een uiterlijke omstandigheid de voorgenomen pelgrimstocht dreigde te veranderen in een ‘gewone’ wandeltocht in Nederland (aswolk in 2010 waardoor vluchten geannuleerd werden). Dit werd een spontane gelegenheid om de overeenkomsten en de verschillen te ontdekken tussen een pelgrims- en wandeltocht.

Ervaring

Uit ervaring weet ik dat een pelgrimstocht niet altijd en voor iedereen een pelgrimstocht in de diepste betekenis ervan is. Ik weet ook uit ervaring dat een wandeltocht evenzeer een pelgrimstocht kan zijn. Vaak gebeurt het dat, tijdens het lopen, de accenten wisselen. Een pelgrimstocht kan ‘vervlakken’ omdat het toch moeilijk is om de religieuze of spirituele dimensie vast te houden, te voeden of te ontwikkelen. Ook kan een gewone tocht gaandeweg meer pelgrimstocht worden omdat de stilte of de cadans van het lopen, het loskomen van je dagelijkse leefomgeving, je werk of je gezin, ruimte maakt voor al wat ondergronds in je aanwezig is aan verlangen, verwachting, ook aan onvrede soms, of schuldgevoelens enzovoort. Herinneringen kunnen bovenkomen aan momenten in je leven die belangrijk voor je waren.

DSC_0495a

Welke elementen horen bij een pelgrimstocht?

Voor mij is het wezenlijk dat er ruimte is voor de religieuze of spirituele dimensie van het leven. Meestal wordt er een weg gekozen die naar een heilige plaats leidt. Vaak zijn het oude pelgrimswegen die door velen gelopen zijn in het verleden en waarop zich nog steeds pelgrims voortbewegen. Over het algemeen ontmoet men medepelgrims. De weg is gemeenschappelijk, zelfs als je niet als een groep loopt maar individueel of met zijn tweeën. Er ontstaat een grote verbondenheid met al die anderen die met hetzelfde doel onderweg zijn. De weg overbrugt ook het verleden met het heden.

Welke elementen horen er bij een wandeltocht?

Om te wandelen heb je een weg nodig. Die weg is niet aan een heilige plaats gebonden. Het is een weg, zonder religieuze lading. Het kan elke willekeurige weg zijn. Een sportieve weg door de bergen, voor sommigen een weg met een uitdaging om lichamelijk in conditie te blijven en die conditie op te voeren. Of een weg langs mooie rivieren en in schaduwrijke bossen. Gewoon om te genieten van de natuur of voor een ander is de culturele waarde van een streek belangrijk. Musea langs de weg, kastelen en andere oude of nieuwere kunstzinnige gebouwen.

De ontmoetingen die men heeft op een wandeltocht zijn doorgaans neutraler van karakter.

Gemeenschappelijk hebben beide wegen dat je te voet gaat (daar ga ik nu van uit, al zijn er ook pelgrimages met fiets of bus enz.), dat je je bagage zelf draagt (ook dat kan luxer, men kan het laten brengen naar de volgende halteplek), en dat je ’s avonds een slaapplaats nodig hebt en overdag eten en drinken. Verschillende weersomstandigheden komen ook op beide soorten wandeltochten voor, evenals lichamelijke ongemakken. Ook en vooral de heerlijkheid van het zich vrij voelen en het genieten.

Dit zijn zomaar enkele gedachten die spontaan in me opkomen, dus allesbehalve volledig.

Quo vadis? Waar ga je heen?

Quo vadis (Waar ga je heen?)

Nog in onzekerheid of we toch nog konden vertrekken liep ik langs het Burgemeester Deelenkanaal en zag bij de brug in Macharen een boot liggen met de naam Quo vadis. Ik was verrast. Voor mijn gevoel was het niet toevallig dat deze boot daar lag. Zouden we op kort termijn nog naar Spanje kunnen of zat het er niet meer in, en wat dan? Maar de vraag riep op datzelfde moment al meer in me op. Quo vadis? Waar ga je heen? Met je leven? Wat doe je ermee? Ben je op de goede weg? Vraagt het om bijstelling? Zit er toekomst in? Mag je blij zijn om de weg die je gaat? Ik voelde, al gaande, al wel dat ik nog niet klaar was met de weg. Misschien zouden de pelgrimspsalmen of een keuze eruit me van pas kunnen komen, ging het door me heen.

Wat gebeurde er op dat moment? Ik was gewoon aan het wandelen (nog niet aan de voorgenomen pelgrimstocht begonnen) en werd door de weg zelf op een dieper niveau gebracht door de naam van een ‘toevallige’ boot die voor de brug lag te wachten. Ik ontdekte toen opnieuw dat de vraag of een weg al of niet wandel- of pelgrimsweg is, niet alleen bepaald wordt door mijn eigen keuze alleen, maar dat ook een neutrale weg het diepere ‘gaan’ in me wakker kan roepen.

Petrus

Volgens de overlevering probeerde de apostel Petrus tijdens de christenvervolgingen door keizer Nero de stad Rome te ontvluchten. Buiten de stad kwam hij Jezus tegen. Petrus vroeg hem: ‘Quo vadis, Domine?’ (Waar gaat gij heen, Heer?). Jezus antwoordde: ‘Eo Romam iterum crucifigi.’ Dit betekent: Ik ga naar Rome, om opnieuw gekruisigd te worden. Petrus voelde zich uitgenodigd om rechtsomkeert te maken en zichzelf in te zetten om de vervolgde christengemeente te ondersteunen.

Over een andere boeg gooien

Toen we de dag nadat ik de boot met de woorden Quo vadis? had gezien, bericht kregen dat de nieuw geplande vlucht ook weer niet door ging, besloten we om niet langer te wachten. Verschillende treinen in Frankrijk staakten, dus dat was geen optie. En de volgende bus zou ook pas over vier dagen gaan. Die morgen, het was zondag, hadden we in het evangelie het verhaal van Petrus en de zijnen gehoord over de, aanvankelijk mislukte, nachtelijke visvangst. En hoe Jezus hun de raad gaf het net aan de andere kant uit te werpen. Toen het groepje vissers gehoor gaf aan die woorden, haalden ze in een mum van tijd met alle mankracht die er in hen was, met grote moeite een meer dan boordevol net op.

Voor óns was het duidelijk, ook wij zouden het over een andere boeg gooien. We maakten ons plan en bleven in Nederland.

Wat me zeer verwonderde in het verhaal van de vissers, was dat ze, voordat ze Jezus herkend hadden, meteen deden wat ‘die man’ tegen hen zei. Na het bericht over de annulering waren wij iets minder vlot in de besluitvorming. We sliepen er een nachtje over, maar toen we het besluit genomen hadden, was er geen enkele twijfel meer. Nog dezelfde dag gingen we op pad, zonder zekerheid over onze slaapplaats. Het vreemde was dat we vrij gemakkelijk overschakelden, geen moment meer dubden of we er goed aan hadden gedaan. De volgende dag gingen de vluchten wel door, maar ons besluit was genomen en wij veranderden niet nog een keer van boeg. We hadden ook geen spijt van onze beslissing.

De invoelende vragen en opmerkingen die we na de tocht kregen van mensen waren ons eigenlijk vreemd: ‘Waren jullie niet heel erg teleurgesteld? Hadden jullie geen spijt van je beslissing? Wat hadden jullie een pech! Wat sneu voor jullie!’ Wijzelf hebben het niet zo ervaren. Ons besluit hebben we niet ervaren als een noodoplossing, al was het dat in feite wel. Voor ons was de keuze in elk geval geen surrogaat, maar het was dé weg. Zo vaak gebeuren er in het leven dingen die anders lopen. Het kan dan wel eens even moeilijk zijn, maar het is verspilde aandacht als je blijft focussen op wat niet mogelijk is gebleken. De weg moest anders lopen, om welke begrijpelijke of onbegrijpelijke, toevallige of niet toevallige reden dan ook. De weg had zichzelf kenbaar gemaakt. Altijd als een weg anders loopt, ontstaat er een nieuwe weg. Een weg met andere mogelijkheden en beperkingen, een kersverse weg waar we ons op mogen richten, open voor de nieuwe ervaring.

Maarten van Rossum, (heus geen heilige), en Jakobus, de vereerde apostel

Maarten van Rossum is geboren tussen 1478 en 1490. Hij stierf aan tyfus of pest in 1555. Is hij nu een ‘held of schurk’, vroegen de schrijvers van het routeboekje zich af. Hij was in dienst van Karel van Egmond, de hertog van Gelre. Als zodanig was hij legeraanvoerder. Dit hield in dat hij met zijn leger veel steden ingenomen heeft en met de buit naar huis is gegaan. Hij werd rijk door te plunderen, bezat diverse kastelen. Een ‘gevreesd roofridder’ was hij, zegt ons boekje.

Nu we van de tocht naar het graf van Jakobus overgeschakeld zijn naar het Maarten van Rossumpad, is het goed ook even de schijnwerpers op Jakobus te richten. Jakobus de Meerdere was een van de leerlingen van Jezus. Hij is, samen met Petrus en Johannes, (de broer van Jakobus), het meest betrokken geweest bij grote momenten in het openbare leven van Jezus. Het bekendst is misschien wel zijn aanwezigheid op de berg waar Jezus van gedaante veranderde en ook de presentie in de Hof van olijven, vlak voordat Jezus veroordeeld en gekruisigd werd. Zelf is hij omgekomen door het zwaard, op bevel van Herodes. Hij is als martelaar gestorven.

Maakte het verschil om op het pad te lopen van een roofridder of van een heilige?

Wij herkenden in onszelf niet direct iets van Maarten van Rossum, maar herkenden we dan wel wat in onszelf van Jakobus? Zijn we ooit op weg geweest omwille van Jakobus? En waren we nu op weg omwille van Maarten van Rossum?

Ik denk dat Jakobus, noch Maarten van Rossum het waren die ons op weg zetten. Onze behoefte om een weg te gaan vroeg om een concrete weg, van a naar b. Aan die weg wilden we meer beleven dan een simpele wandeling. De weg, welke dat ook was, mocht van ons een pelgrimsweg worden door de dingen die we tegenkwamen. Dat een Maarten van Rossumpad andere bijzonderheden liet zien dan de Jakobusroute, is zonder meer duidelijk. Dat een heilige meer bij een pelgrimspad hoort, zal men gemakkelijk aan kunnen nemen, maar of een ander pad dan meteen profaan wordt, zal dat niet afhangen van de wijze waarop ieder het pad loopt?

Een naam die Jakobus gegeven wordt is Matamoros. Dat betekent: Morendoder. Deze benaming kreeg hij, nadat hij, onder koning Ordoño I van Asturië in 859 bij een veldslag tegen de Moren, zo vertelt de legende ons, tussenbeide is gekomen. Als geheimzinnige ruiter op een paard moet hij veel Moren gedood hebben en de veldslag werd gewonnen. Ik houd niet van dit verhaal. In de Bijbel is Jakobus niet direct een zachtmoedige man. Hij en zijn broer Johannes worden door Jezus zelfs ‘zonen van de donder’ genoemd (Marcus 3,17). Als Jezus met zijn leerlingen onderweg is naar Jeruzalem zijn het ook deze zelfde twee mannen die vuur van de hemel willen afroepen om de ongastvrije Samaritanen te verdelgen (Lucas 9,54). Ik heb moeite met de legende en niet met het evangelieverhaal. In het evangelieverhaal voorkomt Jezus dat het vuur van de hemel wordt afgeroepen. In de legende vallen er duizenden doden. Jakobus lijkt in dit verhaal een beetje op Maarten van Rossum.

Dit roept de gedachte in me op dat in ieder mens misschien wel een roofridder (of iets dergelijks) én een heilige schuilgaan. Het zou dan onze pelgrimage kunnen zijn om met al onze stappen los te komen van het ene en toe te groeien naar het andere.

Onze weg in Nederland een pelgrimsweg, ja en nee

De schoonheid van de bloeiende Betuwe heeft ons ontroerd. Het riep een jubel en een blijheid in ons wakker. We werden met de hele natuur samen een loflied. Al kwinkeleerden we niet zoals de vogels en al schoten onze uiterlijke ‘takken’ niet in bloei, van binnen gebeurde dat wel. En het werd nog herkend ook. Een van de gastvrouwen zei tot tweemaal toe: ‘De blijheid straalt er bij jullie van af.’ We zijn in grote vreugde onze weg gegaan. Ook door de schitterende Veluwe en langs/over de vele rivieren.

De Veluwe

Lopend hebben we gebeden, ieder op eigen manier en op eigen tijd. Vaak liepen we alleen. We hebben niet allebei dezelfde pas. Het was mooi om alleen te lopen en toch samen. Zo wisten we ook dat er veel mensen met ons meeliepen, op afstand. Ja, het was een pelgrimstocht, maar evenzeer kan ik zeggen: nee, toch niet helemaal. Ik miste iets; ik miste het elan van tochtgenoten. Ik miste de gezelligheid die ook een onderdeel is van de pelgrimage, ik miste het samen delen met andere pelgrims, ik miste de speciale vieringen die er op de camino (de pelgrimsweg naar Santiago) soms gehouden worden. Ik miste het karakter van de eindbestemming. Het is geheel iets anders of je op de uiteindelijke bestemming aankomt van een pelgrimsplaats of op het einde van een wandeltocht. Het eerste voelt aan als een voltooiing, het andere meer als iets wat klaar is. Daar zit gevoelsmatig een groot nuanceverschil in, al lijkt de betekenis hetzelfde te zijn. In het woord ‘voltooiing’ voel ik dat er in mijzelf iets heel is geworden. Het heeft meer met mijn innerlijke reis te maken, die op andere wijze gestimuleerd is, gevoed ook door kerken, kapellen, ontmoetingen. Ik kan het niet goed uitleggen, maar het voelt anders.

Ultreya en Deus aia nos

Voor mensen die nooit iets met pelgrimeren hebben gehad is ultreya een vreemd woord waarvan de betekenis niet duidelijk is, maar voor pelgrims is het dé groet als er weer verder getrokken wordt. Al in de Middeleeuwen riepen mensen het elkaar toe: ultreya (vooruit!). Het is een krachtige bemoediging om samen, of ieder afzonderlijk, op te trekken naar hetzelfde doel, ondanks alle moeilijkheden die men tegen kan komen.

Er bestaat een pelgrimslied waarin de zin voorkomt: Deus aia nos (God helpe ons). Het is nog maar de vraag of alle pelgrims ook het vertrouwen hebben dat God hen zal helpen. Er zijn tegenwoordig steeds meer mensen onderweg die niet direct meer spreken over God. Zijn hulp inroepen doen ze misschien al helemaal niet. Ze zullen met vagere woorden omschrijven wat ze zoeken en wat ze vinden, ook waar ze naar op weg zijn. Wel zullen ze dankbaar de hulp van een medepelgrim aannemen. Pelgrims zijn geen vreemden voor elkaar, ook al hebben ze elkaar nooit gezien. Ze zijn bezorgd voor de ander, belangstellend ook. (Zoiets ontmoet je op lange afstandspaden heel veel minder). Pelgrims bemoedigen de ander die het moeilijk heeft en verzorgen ’s avonds elkaars voeten als dat nodig is of verwennen iemand ongevraagd met iets lekkers. In dat alles is God incognito misschien toch zeer aanwezig en het innerlijk proces voltrekt zich zelfs ongemerkt zonder vrome woorden. ‘Ultreya’, roepen de pelgrims elkaar toe en ze stappen weer moedig verder. Onze ervaring is het dat we elkaar tot steun zijn geweest en ook dat deze ‘gewone’ tocht gepaard ging met gebed.

Nogmaals: Quo vadis?

‘Quo vadis?’ was de spreuk die we meenamen aan het begin van de tocht. Letterlijk zijn we van Den Bosch naar Ommen, en van Zwolle naar Gramsbergen gelopen. Maar wat de vraag ten diepste in ons oproept, daar hebben we nog niet zo’n duidelijk antwoord op. Degenen die een navigatiesysteem in de auto hebben, horen als ze op de plaats van bestemming aankomen een stem die zegt: ‘Bestemming bereikt’. Zo simpel is het met onze levensbestemming niet. Misschien moet het antwoord in ons doorgroeien, terwijl we de weg gewoon verder gaan. Voor de een zal die bestemming duidelijker worden, al gaande, terwijl een ander met nog groter geworden vraagtekens naar huis zal gaan. Hoe dan ook, de weg zal doorgaans een confrontatie geweest zijn met de eigen levensweg. Ook met verlangen om tot vervulling te komen. De eerste dag al kwamen we een kapelletje tegen ter ere van Onze Lieve Vrouw van heimwee en verlangen (in Geysteren). Ik denk dat er altijd heimwee en verlangen in ons zal leven totdat we tot uiteindelijke vervulling zijn gekomen.

kapel in de Geysterse bossen, creatie van Harm Rutten

Wij moesten onze tocht onderbreken voor de begrafenis van een zwager. Ook hij wist op het einde nog niet zo zeker waar hij heenging, had hij zich laten ontvallen toen hij nog spreken kon. Onze eindbestemming, daar zijn we naar op weg, maar hoe die eruit zal zien? ‘Niemand is er nog ooit van teruggekomen’, wordt er dan gezegd. Toch leven we in de nadagen van Pasen. Dat verhaal, hoe het ook uitgelegd wordt, heeft ons in elk geval veel te zeggen. Op het moment waarop ik dit alles schrijf, is het juist Pinksteren geweest. Misschien zal de Geest ons, gaandeweg, wijzer maken! Hij is de stuwkracht, ook als we moeilijke dingen te verwerken hebben. Het leven gaat door en Hij is het toch die het aanschijn van de aarde vernieuwt en ook onszelf opnieuw doet leven. Een pelgrimstocht helpt om daarbij stil te staan.

Tot slot

Wij kwamen langs een gedenksteen van Thomas a Kempis op de Begraafplaats Bergklooster dicht bij de Agnietenberg (gemeente Zwolle). Hier heeft deze augustijner kanunnik (die leefde van circa 1380 tot 1472) waarschijnlijk de Imitatio Christi geschreven: De navolging van Christus. Thuisgekomen heb ik dit boekje opengeslagen. Ik bleef met mijn aandacht al hangen bij de eerste zin die me opnieuw trof:

‘Wie Mij volgt, wandelt niet in duisternis’ zegt Christus.

Wij mogen allemaal wandelen in het Licht en daardoor lichtend zijn voor anderen. Dit kan op een pelgrimspad of op een gewoon wandelpad, of thuis, het kan tijdens vakanties en het kan tijdens je werk of dagelijkse bezigheden. Het kan als je gezond bent en als je ziek bent. Het kan als je geleerd bent of minder begaafd, het kan als je jong bent en als je op jaren komt. Het kan altijd en overal. Leven mag pelgrimeren zijn in het licht van Gods aanschijn. Daartoe zijn we geroepen.

Als ik zeg dat ik tijdens onze laatste tocht wat miste, dan betrof dat vooral de sfeer die de Spaanse tocht eigen is. Dat wat onze tocht tot pelgrimstocht maakte, ligt op een ander niveau. Het betreft de openheid voor de weg die we te gaan hebben, de openheid voor alles wat er op die weg gebeurt (ook als dingen anders lopen) en in het toelaten van wat er zich in onze diepere lagen meldt. Misschien wel het toelaten van Hem die zich in ons binnenste als ‘een stille Stem’ laat horen.

Ricky Rieter, juli 2010

Wie wil reageren?

Waar werd je door geraakt bij het lezen? Welke woorden riepen wat in je op? Wat herken je in dit verhaal?

Heb je ook ervaringen met het verschil of de overeenkomst tussen een pelgrimsweg en een gewone wandelweg?

Of ervaring met het een plotseling gewijzigd plan, door omstandigheden buiten jezelf?

Of andere opmerkingen, aanvullingen?

Wie wil er wat over vertellen? Delen van ervaringen helpt ons soms weer een stapje verder op onze eigen spirituele weg.

Reacties sturen naar info@stilleretraites.nl