Pinksteren

Een bijzondere tijd

De tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren is een bijzondere tijd, zowel in ons gewone ritme, als in het kerkelijk leven. Ons leven van alledag wordt vooral geprofileerd door veel vrije dagen. Vrije dagen die parallel lopen met verwachtingen rond plezier, ontspanning, tijd voor andere dingen dan men gewoonlijk doet.

In het kerkelijk leven is verwachting ook een centraal woord. De hemelvaart van Jezus zal aanvankelijk veel verwarring in de gemoederen van de apostelen hebben gebracht. Teruggekeerd naar de bovenzaal, waren ze niet zomaar in staat het leven weer op te pakken. Was het sterven van Jezus al zo’n breuk geweest in hun bestaan, en waren de verschijningen van hun Heer daarna een overrompelende ervaring, de hemelvaart vroeg opnieuw een omkering in hun denken en doen. Maar ze herinneren zich de beloftevolle woorden van Jezus. We lezen die in het eerste hoofdstuk van ‘De handelingen van de apostelen’:
Toen hij eens bij hen was, droeg hij hun op: Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest (Handelingen 1,4-5).
En in het Johannesevangelie lezen we: Werkelijk, het is goed voor jullie dat ik ga, want als ik niet ga zal de pleitbezorger niet bij jullie komen, maar als ik weg ben, zal ik hem jullie zenden (Johannes 16,7). In die verwachting zitten ze nu eensgezind bij elkaar in openheid voor de pleitbezorger, de heilige Geest.

Verbondenheid

De apostelen hadden de opdracht gekregen om in Jeruzalem te blijven. Ze waren niet alleen verbonden in verdriet, maar bovenal verbonden in het wachten op de Geest. Een verwachting die uitgedrukt werd in gemeenschappelijk gebed.

Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak, waren zij allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
(De handelingen van de apostelen 2,1-4)

pinksteren

De ikoon

De geschiedenis van deze ikoon* heeft een lange ontwikkeling doorgemaakt. In de loop der tijden kwamen er nieuwe interpretaties en kleine wijzigingen in de vormgeving, al bleef de hoofdindeling hetzelfde.

Als je de ikoon rustig op je in laat werken, vallen er misschien verschillende zaken op. Meteen zal al wel duidelijk zijn dat hier de apostelen bij elkaar zijn en dat ze de Geest ontvangen.

Over verschillende elementen van de ikoon wil ik wat vertellen, zoals over de ruimte waarin alles gebeurt, de indeling van de ikoon, de figuur beneden in de donkere nis, de open plek op de bank, de apostelen.

Binnen – buiten

Op ikonen gebeurt het vaak dat hetgeen zich binnen afspeelt, buiten weergegeven wordt. Zo ook hier. Je ziet gebouwen op de achtergrond. De halfronde bank waarop de apostelen zitten is ervóór geplaatst. De rode kleur boven de gebouwen geeft de doek weer, die er mede een teken van is dat het zich binnen afspeelt. Maar het maakt niet uit of het nu binnen of buiten gebeurt. Daar gaat het hier niet om. Ze horen bij elkaar.

Het is overigens een mooie gedachte dat hetgeen hier plaatsvindt voor het gebouw wordt weergegeven. Wat er gebeurt overschrijdt de grenzen van plaats en tijd. De pinksterboodschap mag niet achter muren verstopt worden. In het vervolg van het verhaal zijn de apostelen al buiten tussen de mensen.

De rode doek is op ikonen ook een teken van de overschaduwing door de heilige Geest. Dit zagen we al bij de bespreking van de ikoon over de boodschap van de engel aan Maria. Bij de weergave van het pinkstergebeuren geeft de doek weer wat er in feite gebeurt. De Geest komt over de apostelen.

Vervolg

In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. Ze waren buiten zichzelf van verbazing (Handelingen 2,5-6.11b).

Na de lange begeesterde toespraak die Petrus houdt, worden er drieduizend nieuwe leerlingen gedoopt (Handelingen 2,41). De Geest is meteen al volop aan het werk.

De indeling

Er zijn drie delen te onderscheiden op de ikoon: het bovendeel met de halfronde boog en de stralen. Het is de hemelse zone. Dan het middendeel waarin de bank met de apostelen. En als derde de onderwereld, de donkere nis met een figuur erin. Tussen die drie niveaus bestaat er een verbinding. De verbinding van het bovenniveau met het middendeel wordt gevormd door de stralen die als vlammen eindigen op de hoofden van de apostelen. Hier krijgen de apostelen de vuurdoop die al in het evangelie voorspeld is. We lezen dat bij de evangelist Lucas:

Het volk was vol verwachting, en allen vroegen zich af of Johannes misschien de messias was, maar Johannes zei tegen hen: ‘Ik doop jullie met water, maar er komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur’ (Lucas 3,15-16).
De verbinding met de persoon in de donkere ruimte is er al doordat deze op dezelfde hoogte staat als de meest nabije apostelen. Verder kun je een denkbeeldige lijn trekken vanuit de ronding bovenaan (de hemel), naar beneden, naar de figuur onderaan.

De figuur in de donkere grot

We zien op deze ikoon een waardig gekleed persoon staan, iemand met een kroon op. Deze persoon is afgebeeld als keizer of als koning, afhankelijk van de uitleg. Men zegt ook wel dat het koning Kosmos is. De hele kosmos mag delen in de werking van de Geest.
In de liturgische viering van de oosterse kerk wordt met het pinksterfeest de iconostase (de ikonenwand) met groen versierd en men draagt tijdens de viering bloemen in de hand. Door dit alles wordt mede uitgedrukt dat heel de schepping bij het heil betrokken is.

Volgens andere interpretaties zou deze figuur koning Tijd kunnen zijn die de twaalf maanden vasthoudt. Pinksteren zou dan de nieuwe tijd zijn, het genadejaar van de Heer (Lucas 4,18-19).

Het thema grot komen we op veel ikonen tegen. Denk bijvoorbeeld aan de kerstikoon en de ikoon van de kruisiging. De grot heeft te maken met duisternis en dood, waaruit we verlost worden. Uit de duisternis zullen we naar het licht mogen gaan.

Doek met rollen

Deze koning/keizerfiguur houdt een doek vast, waarop twaalf rollen liggen. In Gebed in beelden lees ik: ‘Zo is de kosmosfiguur het heelal, dat de apostolische prediking wil ontvangen, haar eerbiedig als rollen in een doek vasthoudend en staande in een donkere grot op weg naar het licht.’

Een andere interpretatie van de twaalf rollen is dat deze zouden staan voor de twaalf stammen van Israël.

De open plek tussen de apostelen

Tot het einde van de 16de eeuw zie je een open plek tussen de voorste twee apostelen. Bij de latere ikonen zit Maria op die centrale plaats. In Handelingen 1,14 wordt wel verteld dat de apostelen, samen met enkele vrouwen en met Maria en de broers van Jezus zich vurig en eensgezind aan het gebed wijden, maar Handelingen zegt hier niets over een speciale rol van Maria.

In de oosterse kerk ligt op eerste pinksterdag allereerst het accent op de voltooiing van Christus’ zending door de Vader, de voltooiing die door de neerdaling van de Geest tot stand kwam. Op tweede pinksterdag wordt uitgewerkt hoe dit gebeurde. De oosterse kerk heeft datgene wat er gebeurde gesplitst in twee feesten om beide aspecten voldoende aandacht te kunnen geven. Op de eerste pinksterdag ligt het accent op de Drie-eenheid, op de tweede pinksterdag op de neerdaling van de heilige Geest.

Op de eerste pinksterdag vereert men de ikoon van de gastvriendschap van Abraham, waarop het verhaal uit Genesis 18,1-15 uitgedrukt wordt. Dit handelt over de drie engelen die bij Abraham op bezoek komen en hem beloven dat zijn vrouw Sara, over een jaar een kind zal gebaard hebben.

De ikoon van Abrahams gastvriendschap en de ikoon van de neerdaling van de heilige Geest horen bij elkaar. Ze horen bij het ene feest van Pinksteren. De ikoon van de neerdaling van de heilige Geest drukt het ontstaan van de Kerk uit. De ikoon van Abrahams gastvriendschap drukt het grote verband uit van het onderliggend geheim.

Op oude pinksterikonen zie je dit uitgedrukt. Er ligt dan een boek, hét Boek, op de open plek. Daarop een duif. De plek is verbonden met de ronding daarboven. Zo wordt het pinksterfeest verstaan als een openbaring van de drie-ene God: het Boek voor het Woord, de Zoon; de duif voor de Geest. De Vader is niet uitbeeldbaar, maar wordt in het symbool van de boog gesuggereerd. ‘De Kerk is het menselijk gezicht van de drie-ene God op aarde’, lees ik in het artikel van Johan Meijer.

De open plek die op deze ikoon niet is ingevuld met boek of duif, verbeeldt de Aanwezigheid van die drie-ene God.

De apostelen

Er zitten twaalf apostelen, maar er is met de personen iets aan de hand. Zoals op de Hemelvaartikoon, zien we ook hier Paulus zitten, bovenaan, met Petrus tegenover zich. Paulus hoorde nog niet bij deze groep toen Jezus juist gestorven en verrezen was. Ook zijn er apostelen weggelaten om ruimte te maken voor de twee evangelisten die geen apostel waren, Marcus en Lucas; de vier evangelisten zijn herkenbaar aan het boek in hun hand. (Ook Paulus heeft een boek in zijn hand, al was hij geen evangelist). Johannes zit rechts naast Paulus. Die evangelieboeken zijn echter nog niet geschreven met Pinksteren. Ze zullen wel de boodschap gaan bevatten die de apostelen nu uit gaan dragen. De andere apostelen hebben boekrollen in de hand. Alles wat ze in handen en hart dragen, is op deze ikoon een teken van hetgeen ze gaan verkondigen. Daar horen zeker ook de boekrollen van het eerste Testament bij. Het tweede Testament steunt op het eerste.

Het getal twaalf betekent de volheid van de apostelgroep en in hen de volheid van de Kerk. De volheid van hem die alles in allen vervult (Efeziërs 1,23b). Dat wordt ermee uitgedrukt en niet of het allemaal ‘klopt’ volgens de geschiedenis.

Oorsprong en ontwikkeling van het pinksterfeest

Pinksteren was het Joodse feest van de eerstelingen, Sjavoeot, het Wekenfeest, een voorschrift uit de tijd van Mozes:
Zeven weken moet u aftellen: zeven weken nadat de eerste sikkel in het koren is gezet moet u voor de heer uw God het Wekenfeest vieren, zo uitbundig als uw vrijwillige gaven het toelaten, naar de mate waarin de Heer, uw God, u zegent (Deuteronomium 16,9-10).

Het woord Pinksteren is afgeleid van het Griekse ‘Pentêcostê’. Dit betekent ‘vijftigste (dag)’. Pinksteren is de vijftigste (en laatste) dag van het paasfeest.

Men bracht de eerste oogst, zowel van gewassen als vee, naar de priesters in de tempel om God te danken. Ook dankte men voor de Wet die het joodse volk op de Sinaï gekregen had. In de christelijke tijd werd Pinksteren het feest waarop men God dankte voor de voltooiing van de verlossing en voor de gave van de Geest.
Het pinksterfeest werd gezien als de vervulling van alles wat voorspeld was. Bij de profeet Joël, ongeveer 586 voor Christus, lezen we al:

Daarna zal zich dit voltrekken:
Ik zal mijn geest uitgieten over al wat leeft.
Jullie zonen en dochters zullen profeteren,
oude mensen zullen domen dromen,
en jongeren zullen visioenen zien;
zelfs over slaven en slavinnen

zal ik in die tijd mijn geest uitgieten.
(Joël 3,1-2; in sommige Bijbeluitgaven is dit Joël 2,28-29)

Bij de bespreking van de hemelvaartikoon zagen we al dat oorspronkelijk Pasen, Hemelvaart en Pinksteren één feest waren. Pas later werden de feesten uiteengelegd.

Uitstraling

Deze ikoon heeft een krachtige uitstraling, waarschijnlijk door de structuur die de eenheid beklemtoont, al verschillen de apostelen uiterlijk allemaal (van kleding, haardracht, baard of geen baard). En waarschijnlijk verschillen ze ook van karakter.

Alle gezichten zijn enigszins naar ons toegekeerd, startklaar om ons hun verhaal door te geven. Die richting van hun kijken doet een direct beroep op de beschouwer.

Meditatie

Mediterend bij deze ikoon zou je je kunnen concentreren op de lege ruimte als aandachtspunt. Het is de plek waar tegelijkertijd leegte en volheid aanwezig zijn. Het leegmaken van ons innerlijk zal de ruimte scheppen om de volheid binnen te laten stromen, in zoverre dat ons gegeven wordt.

Mediteren met deze ikoon is in contact komen met leegte en volheid van het eigen bestaan. Het is een confrontatie met wat er leeft in ieder mens: de ervaring van alles verloren te hebben én de ervaring van nieuwe schepping te zijn, waarin mogelijk wordt wat onmogelijk leek.

Leegte en volheid zijn twee elementen die wezenlijk horen bij ons pelgrimsbestaan. Want pelgrims zijn we op deze aarde, pelgrims die vanuit hun hart voelen dat leegte nooit het einde kan zijn. Pelgrims die ervoor openstaan dat er een nieuw elan kan opvlammen. Wie dat mag beleven, ondervindt Pinksteren aan den lijve en kan er, op eigen wijze, mee ‘de straat op’, zoals de mannen in het vervolg van het verhaal. De begrenzing van ons kleine ‘ik’ wordt dan op sublieme wijze doorbroken door de werking van de Geest. Dit alles kan in ons in beweging komen door de schijnbaar Afwezige, maar altijd Aanwezige, hier gesymboliseerd door de lege plek in het centrum van deze ikoon!

Ricky Rieter

*Deze Griekse ikoon, geschilderd door Theofanes van Kreta in 1546, hangt in het Stavronikitaklooster op de berg Athos.

Bovenstaande meditatie is mede geïnspireerd door een artikel van J.Meijer in het boek Gebed in beelden. Feestikonen in de oosterse kerken. Tevens staat er in nummer 72 van Eikonikon, juni 2001, een korte overweging van mijn hand rond deze ikoon.