Palmzondag

Intocht in Jeruzalem

Op zondag vóór Pasen wordt in de Kerk de intocht van Jezus in Jeruzalem gevierd. Er worden palmtakken gewijd, ter herinnering aan het Bijbelverhaal. De takjes worden mee naar huis genomen en vaak achter het crucifix gestoken. Uit mijn kinderjaren weet ik nog dat een takje bij onweer in gewijd water gedoopt werd en dat het huis ermee gezegend werd. Ook gingen mijn ouders op palmzondag ‘de rog(ge) palmen’. Ze staken dan een takje op een hoek van het roggeveld en mogelijk nog op andere akkers. Dit werd gedaan om zegen te vragen over de gewassen. Als iemand ging sterven en de laatste sacramenten ontving werd de zieke of stervende gezegend met het bewaarde palmtakje dat in wijwater (gewijd water) werd gedoopt.
In kloosters en kerken is het nog steeds de gewoonte om op palmzondag een palmprocessie te houden en zingend een ommegang te maken. Omdat ons land geen palmen kent worden hier buxustakjes gebruikt.

buxus

buxus

Een intocht, bijvoorbeeld van sinterklaas, of een kampioen, of van de koningin die een bepaalde plaats bezoekt, heeft iets feestelijks. Mensen zijn dan opgetogen, hebben vaak vrij, lopen wat ongestructureerd rond, maken een praatje met deze en gene, wachten wat ongeduldig op alles wat komen gaat, verzekeren zich van een goed plaatsje. Kinderen kruipen tussen alle gaatjes door, ouders zijn bang hen kwijt te raken. Soms is er muziek op de achtergrond. Zo kennen wij intochten, optochten, feestelijkheden.

Hoe is dat gegaan bij deze intocht van Jezus in Jeruzalem? Alle evangelisten vertellen er iets over, ieder op eigen wijze en met andere details. Op ikonen zie je meestal een combinatie van de verhalen.

Het evangelie volgens Marcus

De evangelielezing over de intocht in Jeruzalem rouleert:
in 2014 is de lezing Matteüs 21,1-11;
in 2015 is de lezing óf Marcus 11,1-10 óf Johannes 12,12-16;
in 2016 is de lezing Lucas 19,28-40;
in 2017 is de lezing weer Matteüs 21,1-11, etc.

We hebben deze meditatie gebaseerd op de lezing uit het Marcusevangelie.

Toen ze Jeruzalem naderden en in de buurt waren van Betfage en Betanië bij de Olijfberg, stuurde hij twee van zijn leerlingen vooruit. Hij zei tegen hen: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Zodra jullie er binnenkomen, zul je daar een ezelsveulen vastgebonden zien staan, dat nog nooit door iemand bereden is; maak het los en breng het hier. En als iemand jullie vraagt waarom jullie dat doen, zeg dan: “De Heer heeft het nodig, hij zal het meteen weer terugsturen.” Ze gingen op weg en vonden een veulen dat buiten op straat bij een deur was vastgebonden en ze maakten het los. Er stonden een paar mensen die vroegen: ‘Waarom maken jullie dat veulen los?’ Ze zeiden wat Jezus hun opgedragen had te zeggen en de mensen lieten hen begaan. Ze brachten het veulen naar Jezus en legden hun mantels op het dier en hij ging erop zitten. Velen spreidden hun mantels uit op de weg, anderen spreidden takken met bladeren uit, die ze in het veld afhakten. Allen die voor hem uit liepen of achter hem aan kwamen, riepen luidkeels:

Hosanna!
Gezegend hij die komt in de naam van de Heer.
Gezegend het komend koninkrijk van onze vader David.
Hosanna in de hemel!

Hij trok Jeruzalem in en ging naar de tempel. Nadat hij alles in ogenschouw had genomen, ging hij – want het was al laat geworden – met de twaalf terug naar Betanië.

Marcus 11, 1-11

De ikoon

GetImageDetail-21

Wat zien we op deze ikoon (geschilderd naar een Russisch voorbeeld)?

Centraal zien we Jezus op een schimmel, geen ezel. Ezels kenden ze destijds in Rusland niet. Op de grond liggen kleren uitgespreid. Men deed dit uit respect voor een koning. Een paar kinderen zijn er nog mee bezig. Een ander kind plukt of snijdt takken uit de boom.

Een groepje mensen komt achter Jezus aan. Het zijn zijn leerlingen, Petrus vooraan, herkenbaar aan het typische silhouet zoals Petrus op ikonen afgebeeld wordt. Jezus is met hem in gesprek. Rechts een andere groep. Het zijn de priesters en het volk van Jeruzalem, de stad die rechts op de achtergrond te zien is. In het midden de boom en links een berg, de Olijfberg, waar de stoet juist vandaan komt.

De rol

Eén ding zouden we bijna over het hoofd zien, terwijl het zo belangrijk is. Jezus houdt in de linkerhand een rol vast. Ook op de ikoon van de opdracht in de tempel hield hij al een rol in zijn handje. Op de rol staat steeds een tekst uit het Eerste Testament. Een tekst die betrekking heeft op datgene wat deze ikoon laat zien. De ikoonschilder wil hiermee de samenhang uitdrukken tussen hetgeen er voorspeld is in de Schriften én hetgeen er op dit moment gebeurt.

In het Oude, tegenwoordig Eerste Testament genoemd, lezen we bij de profeet Zacharia:

Juich Sion,
Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!
Je koning is in aantocht,
bekleed met gerechtigheid en zege.
Nederig komt hij aanrijden op een ezel
op een hengstveulen, het jong van een ezelin.
Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen
en de paarden uit Jeruzalem;
de bogen worden gebroken.
Hij zal vrede stichten tussen de volken.
Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee,
van de rivier tot de einden der aarde.

Zacharia 9,9-10

Wat hier geprofeteerd wordt, schijnt op deze dag in vervulling te gaan. Maar later zal blijken dat men deze Messias toch niet accepteert. Hadden ze er andere verwachtingen van? Toch staat er in de Schriften geschreven dat hij op een ezel komt en nederig is. Jezus komt niet zoals een gewone koning. Koningen en regeerders verschijnen met veel meer uiterlijk vertoon en zeker niet op een ezel. Waarschijnlijk zijn ze ook niet nederig.

Tweedeling

De ikoon heeft een duidelijke tweedeling, een rechts en een links, zoals we zagen aan de groepjes mensen. We zien het ook aan de gebouwen aan de ene zijde en de Olijfberg aan de andere kant. Het zijn twee werelden: de stad met alles wat er gaande is én de eenzaamheid, de plaats van gebed en bezinning. Het ‘heilige midden’ op de ikoon wordt gevormd door Jezus op het rijdier en ook door de boom en de kinderen. Op sommige ikonen van hetzelfde gebeuren staan nog meer kinderen. Kinderen komen op ikonen praktisch alleen bij de intocht voor, al maakt Marcus er in zijn verhaal geen melding van. Wel lezen we in hoofdstuk tien dat Jezus met een uitdrukkelijke vermaning zijn leerlingen aanspreekt met ‘kinderen’ (Marcus 10,24b). En in vers 14 van hetzelfde hoofdstuk geeft hij ruimte aan de kinderen ‘want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij’. De hele intocht gaat om dat koninkrijk, maar zover is het nog niet. Er moet nog veel gebeuren voordat dat werkelijkheid wordt, zélfs in de leerlingen die hem zo nabij wilden zijn.

Tweedeling op de ikoon, maar ook tweedeling op deze dag. De intocht, die in zich een feestelijk gebeuren is, loopt uit op verdeeldheid. Dit zien we uit de latere ontwikkelingen. De vreugdekreten die, zo horen we bij de profeet Zacharia, uitgeschreeuwd worden, zullen binnen korte tijd veranderen in de schreeuw: ‘Kruisig hem’ (Marcus 15,13-14).

Een intocht als koning zou veronderstellen dat Jezus ook gericht is op de plaats waar hij naartoe gaat: de stad Jeruzalem en op de personen die hem daar opwachten. Op bijna geen enkele ikoon zie je dat Jezus zich tot de hogepriesters en het volk richt. Jezus rijdt richting Jeruzalem, maar spreekt in de tegenovergestelde richting. Wat zegt hij tot Petrus en de leerlingen? Zijn ze bang? Voelen ze de spanning die ondergronds aanwezig is? Willen ze hem tegenhouden? Wil Jezus nog een laatste bemoedigend woord tot hen richten? Wil hij zeggen dat het beslissende uur nu gekomen is? Dat de vervulling nabij is. In het evangelie lezen we wel niet dat Jezus iets zegt, maar de ikoonschilder, heeft al mediterend op het gebeuren, de vrijheid genomen om dit uit te drukken.

De rechterhand van Jezus is zegenend gericht op de mensen die links staan. Jezus beweegt zich richting de schriftgeleerden het het volk. Zo overbrugt hij de tweedeling. Jezus staat boven alle partijen. Zelf twijfelt hij niet aan de weg die hij te gaan heeft. De weg die tot heil mag strekken van ieder die in hem gelooft.

Een stralende nimbus

Iemand die een ikoon schildert begint altijd met de nimbus, de schitterende krans om het hoofd. Met de nimbus wordt het goddelijke licht uitgedrukt. Elke ikoon vertelt iets over dat licht. Jezus is vervuld van dat licht en staat scherp afgetekend tegen de Olijfberg achter hem. Daar strijdt hij straks zijn strijd, daar overwint hij zijn zeer moeilijke momenten, daar komt de engel hem in zijn doodsstrijd te hulp. De houding van Jezus is krachtig. Hij staat boven de tweedeling, niet halfslachtig, maar krachtig, bewust van zijn goddelijke zending, koninklijk in de diepste zin van het woord. Misschien zijn kinderen wel de enigen die het kunnen bevatten, kinderen die nog in de eenheid vertoeven.

In ogenschouw

In dit sobere en tegelijkertijd indringende verhaal springt er één zinnetje uit. In vers 11 staat: ‘Nadat hij alles in ogenschouw had genomen.’ Het is het einde van de dag. Jezus kwam aan in de tempel, zal er gebeden hebben. De dag moet door hem heen zijn gegaan. Hij heeft veel gezien en gehoord. Hij heeft gevoeld welke sfeer er heerste. Nu gaat hij huiswaarts met zijn leerlingen. Ze waren moe (‘het was al laat geworden’). Morgen zullen ze weer optrekken naar Jeruzalem. Daar vindt in de tempel een hevige confrontatie plaats. Het feestverhaal krijgt, zo kort na de feestelijke intocht, een grimmig vervolg.

Verwerking van het verhaal

Een beeldverhaal leent zich uitstekend om er zelf in te stappen. Misschien vraagt het een keuze van ons. Waar ga je staan, met wie voel je je verwant? Heb je iets van de leerlingen die hem wel trouw willen blijven, maar denken dat Jezus het toch verkeerd aanpakt? Of heb je iets van het volk dat hem feestelijk in wil halen? Of van de hogepriesters die kritiek op hem hebben? Of van Jezus zelf, die boven alle partijen staat en zijn eerlijke, maar zware weg gaat? Of durven we het kind te zijn dat ongecompliceerd het levensspel speelt? Misschien zijn we het rijdier en zijn we in staat te ‘dragen’ in alle eenvoud en in dienstbaarheid. Of trekken we ons terug in de nissen van de rots, zoekend naar eenzaamheid?

Laat het verhaal maar binnenkomen in je eigen leven en laat het daar uitwerken wat er op dit moment aan de orde is in jezelf.

Ricky Rieter