Opdracht van Jezus in de tempel

De ontmoeting van Simeon met Jezus

In de oosterse Kerk worden ikonen soms met andere namen benoemd dan in het westen. Zo ook deze ikoon. Wíj, in het westen, benoemen deze ikoon met datgene waarvoor Maria en Jozef naar de tempel zijn gegaan: de opdracht van Jezus; de oosterse Kerk spreekt over het wezenlijke: de ontmoeting van Simeon met de Messias.

opdracht van Jezus in de tempel

Laten we eerst naar het verhaal luisteren:

Toen de tijd was aangebroken dat ze zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze hem naar Jeruzalem om hem aan de Heer aan te bieden, zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: ‘Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.’ Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven.

Er woonde toen in Jeruzalem een zekere Simeon. Hij was een rechtvaardig en vroom man, die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken, en de heilige Geest rustte op hem. Het was hem door de heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de Messias van de Heer zou hebben gezien. Gedreven door de Geest kwam hij naar de tempel, en toen Jezus’ ouders hun kind daar binnenbrachten om met hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, nam hij het in zijn armen en loofde hij God met de woorden:

‘Nu laat u, Heer, uw dienaar
in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd.
Want met eigen ogen heb ik de redding gezien
die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken:
een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen
en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.’

Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er over hem werd gezegd. Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: ‘Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.’

Er was daar ook een profetes, Hanna, de dochter van Fanuël, uit de stam Aser. Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd, en ze was nu al vierentachtig jaar weduwe. Ze was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden. Op dat moment kwam ze naar hen toe, bracht hulde aan God en sprak over het kind met allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem.

Toen ze alles overeenkomstig de wet van de Heer hadden gedaan, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret. Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods genade rustte op hem. Lucas 2,22-40 / NBV

Een indrukwekkend gebeuren

Op dit moment heeft de oude Simeon gewacht en niet alleen hij. Het hele volk Israël wachtte al zo lang op de beloofde Messias. Simeon voelt zijn einde naderen, zijn dagen zijn bijna vervuld, maar binnen in zijn oude ziel brandt nog een vuur van verlangen naar iets groots wat op het punt staat zich te voltrekken. Hij ‘weet’, vanuit een andere kennis dan die van zijn verstand, dat hij op de drempel staat van een nieuw millennium. Nee, hij zal niet sterven zolang zijn verlangen niet vervuld is. En nu gaat hij, geleid door de Geest, naar de tempel, op het moment waarop Maria en Jozef hun Kind gaan toewijden. Het ogenblik is aangebroken. Hij ontvangt met grote eerbied het Kind, de beloofde Messias, uit Maria’s handen. Je ziet met welke innigheid hij Jezus vasthoudt, vervuld van een immens geluk.

Ook hier zijn de handen van Maria, Jozef en Simeon bedekt, zoals de handen van de engelen op de ikoon van de ‘Doop in de Jordaan’ bedekt waren: uiterste eerbied voor dit grootse gebeuren, niet door mensen te bevatten.

Deze ikoon maakt heel stil. Je ziet geen uitgelatenheid, geen uitbundige vreugde, maar een ingehouden beleving die te groot is om in woorden of beelden uit te drukken, een eerbied om het grote moment van vervulling. Maria en Jozef staan er even stil bij als Simeon en Hanna, de profetes.


Overbrugging

Maria, die haar Kind uit handen heeft gegeven om het in de handen van deze oude man te leggen, draagt daarmee niet alleen het Kind over, het is ook een gebaar waarin de afstand tussen het Eerste en het Tweede Testament als het ware overbrugd wordt. Dit is mede uitgedrukt door de rode doek tussen de twee gebouwen.

De zeer oude Hanna staat stil en bescheiden achter Simeon. Als ik het verhaal goed lees, moet ze over de honderd zijn. Ze is profetes en houdt een rol in haar linkerhand, niet heel duidelijk te zien op deze afbeelding. Op sommige ikonen is die opengerold en zie je wat erop te lezen staat: ‘Dit Kind houdt hemel en aarde in stand.’

Als je goed kijkt en ook scherpe ogen hebt, zie je dat ook het Kind Jezus een rol in de hand heeft. Het is de rol van het Verbond, de rol waarin de belofte te lezen staat, de belofte die nu, in Jezus vervuld gaat worden. We zullen die rol regelmatig op ikonen terug zien komen. Het is een klein, maar heel belangrijk detail. Jezus was de vervulling van de wet, in eigen persoon.


Mensen van gebed

Opmerkelijk in dit verhaal is dat Simeon en Hanna allebei mensen van gebed waren en de tempel bij uitstek de plaats van gebed is. Over Hanna wordt gezegd:

Ze was altijd in de tempel waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden…

Dat gebed belangrijk is om de signalen van God op te vangen wordt in dit verhaal wel heel duidelijk.

De Geest

De Geest is aanwezig in het hele verhaal. Zo lezen we:

en de heilige Geest rustte op hem. Het was hem door de heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de Messias van de Heer zou hebben gezien. Gedreven door de Geest…


Ontmoeting

De ikoon van de Ontmoeting: concreet de ontmoeting van Simeon met de beloofde Messias, maar daarin besloten ligt de ontmoeting met de vervulling van wat al zo lang beloofd was, de ontmoeting tussen Eerste en Tweede Testament, de ontmoeting van verleden en toekomst, de ontmoeting met de hele heilsgeschiedenis, en misschien ook wel ontmoeting met ons.


Onze plek op de ikoon

Dat een ikoon meer is dan een gewoon vroom plaatje mag duidelijk zijn. Ook wij hebben onze plek op deze ikoon. Op veel ikonen zie je het omgekeerde perspectief. Daar kan ik bij een duidelijker voorbeeld wat meer over vertellen. Ikonen worden zodanig geschilderd dat de lijnen naar de beschouwer toe lopen en dat je, kijkend naar de ikoon, vanzelf in de kring opgenomen wordt, er deel van uit gaat maken. Zo kunnen ook wij onze plaats innemen op de open plek, aan de voorkant van de ikoon.

Maar wat let ons om op de plaats van een van de andere figuren te gaan staan, bijvoorbeeld die van Simeon. Zoals hij het Kind ontvangen, en ervaren wat de ontmoeting met ons doet? We staan niet los van het heilsgebeuren. Of op de plaats van Maria. We staan ín de heilsgeschiedenis. Heil, heling is er voor ieder van ons, vandaag op de plaats waar we wonen. Dit gebeurt aan ons, ook al ziet ons leven er anders uit, ook al dragen wij andere kleren, ook al verhullen wij onze handen niet en ook als we niet dagelijks in een kerk of tempel zitten om er te bidden, ook als we de bijbel niet voortdurend ter hand nemen. Het is goed om te weten dat wijzelf tempel zijn en dat de plaats waar we kunnen bidden, heel dichtbij is, in onszelf. En wat wij aan te bieden hebben aan welk ander ook, is iets van het Geheim dat ook ons beroert, in de mate en op de wijze die ons gegeven is.

Ricky Rieter