Maria Boodschap

Maria BoodschaoDe aankondiging van de menswording van Christus

Het feest van Maria Boodschap wordt gevierd op 25 maart. Valt 25 maart in de Goede Week of in het Paasoctaaf, dan verschuift het naar de maandag in de tweede week van Pasen. In de liturgie wordt dit het hoogfeest van de Aankondiging van de Heer genoemd. In deze naam wordt de inhoud van de boodschap weergegeven.

We luisteren naar de tekst die we vinden in het evangelie van Lucas, hoofdstuk 1,26-38:

In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria.
Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem ‘Jezus’ noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en zoon van God. Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde mand van haar zwangerschap, want voor God is niets onmogelijk.’ Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Daarna liet de engel haar weer alleen.

Het is een bekend verhaal, nu genomen uit de Nieuwe Bijbelvertaling. Zinnen die je op een bepaalde manier vertrouwd waren, worden met hedendaagse woorden uitgesproken, minder plechtstatig. Zo kan de tekst weer op nieuwe wijze binnenkomen.

De ikoon zelf is een weerslag van dit verhaal, maar wel vanuit een bepaalde opvatting en vanuit een bepaalde stijl, een bepaalde periode. Als we in ikoon- of/en kunstgeschiedenisboeken gaan bladeren zien we dat deze gebeurtenis op velerlei wijzen vertolkt is.

Om de beweging van de ikoon te kunnen verstaan is het goed om allereerst te luisteren naar hetgeen deze ikoon, met deze wijze van uitdrukken, in ons oproept. Waar worden we door geraakt en waar worden we misschien wel door afgestoten? Misschien zou je, voordat je verder leest, de ikoon aandachtig kunnen beschouwen en in jezelf ervaren, en voelen waar en op welke wijze je je laat raken. Mogelijk is het ook zinvol om, na de beschouwing van de ikoon, een tweede keer de tekst te lezen. Die komt dan waarschijnlijk anders binnen, dieper.


Wat zien we?

Maria krijgt bezoek van een engel. Het verhaal vertelt ons dat het de engel Gabriël is. Hij schijnt nogal haast met de boodschap te maken. Hij is, zo te zien, aan het landen. De beweging zit er nog helemaal in. Het is een grote krachtige engel met enorme vleugels. Zijn glanzende witte kleed doet vermoeden dat hij erg voornaam is. Dat is hij ook want hij is boodschapper van de Allerhoogste. Ons woord ‘engel’ is afgeleid van het Griekse woord ‘angelos’. Dit betekent boodschapper of bode. Gabriël draagt een band over zijn schouder of bovenarm en in zijn linkerhand een staf of lans. Zijn rechterhand is uitgestrekt en schijnt iets te vertellen.
Wat zien we nog meer? Een geschrokken Maria die niet meteen uitnodigend zal gezegd hebben: Kom maar binnen, je bent welkom. Ze heeft iets zeer weerhoudends. Ze zit onder een baldakijn waarover een rode doek hangt. Als we goed naar Maria kijken zien we dat ze iets in haar linkerhand heeft. De rechterhand van Maria ‘spreekt’, evenals die van de engel, zonder woorden.
De engel landt op een podium. Onder Maria’s voeten zien we ook een podium met mogelijk nog een kussen. Op de achtergrond zie je de structuur van een gebouw.

Een byzantijnse ikoon uit het begin van de 14e eeuw

Hier enkele gegevens uit Eikonikon 15, blz. 11 over byzantijnse kenmerken op deze ikoon: Byzantium, het ‘Oost-Romeinse Rijk’ had als hoofdstad het huidige Istanbul. In een voorgaande periode werd deze stad Constantinopel genoemd, naar keizer Constantijn. In 323 na Chistus nam deze keizer namelijk het besluit om vanuit Rome hier naartoe te verhuizen. Hij noemde vanaf toen Byzantium voortaan naar zichzelf. Constantijn heeft grote invloed gehad op het christelijk denken en handelen. Ook in de liturgie drong de invloed van het byzantijnse hof door. Dit zien we terug op ikonen uit die tijd.
Op bovenstaande ikoon draagt de engel Gabriël een zogeheten dalmatiek (een liturgisch kleed) met clavus (de clavus is de rode band). Oorspronkelijk werden de clavi aan beide zijden op officierskleding genaaid, later op kleding van alle keizerlijke ambtenaren en nog later namen de bisschoppen deze clavi over op hun liturgisch kleed. Op ikonen zien we de clavus bij Christus, de apostelen en de bisschoppen. Op deze ikoon draagt de engel een clavus. Misschien wel op beide schouders, want onderaan het kleed zien we de rode band wel aan twee kanten. Ook typisch byzantijns is de neutrale gezichtsuitdrukking van Gabriël. Het is vooral de houding die sprekend is.
De ‘Moeder Gods’ – zo wordt Maria in de ikonenwereld genoemd, al is ze op dit moment in het verhaal nog alleen maar het jonge meisje – zit op een troon, dus op een ereplaats, zoals een byzantijns keizer op een ereplaats zit. De kleur van haar bovenkleed is purper of roodbruin, de keizerlijke kleur. Op ikonen drukt de kleur purper het goddelijke uit en de kleur blauw het menselijke. De Moeder Gods is mens en draagt een blauw onderkleed, maar ze is met het goddelijke bekleed, vandaar het purper. Een klein detail zijn de vuurrode pantoffels, afgeleid van de felrode korte laarsjes die alleen door de byzantijnse keizerlijke hofhouding gedragen werden (op deze ikoon lijken ze niet vuurrood; op andere bijna identieke ikonen komt de felle kleur duidelijker uit).


De rode doek en de spintol

De rode doek op ikonen wordt verschillend geduid. Op deze ikoon zie je dat de doek over het baldakijn hangt. Het zou hier verbeelden wat in de tekst staat: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken.’ Deze betekenis wordt nog eens geaccentueerd door de straal die rechtstreeks vanuit de hemel op Maria gericht is.

We gaan nog een stap verder en kijken naar de linkerhand van Maria. Ze heeft een spintol met rood garen vast. Men zegt dat Maria een van de uitverkorenen was die de draden mochten spinnen waarvan het voorhangsel van de tempel geweven zou worden. Over dat voorhangsel staat er in de Bijbel dat het scheurde op het moment dat Jezus stierf (Matteüs 27,51). Er wordt op de ikoon dus een verband gelegd tussen het feit dat Maria aan het begin en aan het einde van Jezus’ leven aanwezig was.


De rechterhand

Zowel Gabriël als Maria maken een duidelijk gebaar. Typerend aan het gebaar van Gabriël is dat zijn houding, hoe beweeglijk en op de Maria gericht ook, tegelijkertijd iets weerhoudends heeft. Het is zijn arm die het contact maakt. Het is als een aanraking. Drie vingers zijn uitgestoken. Men vertaalt dat als het teken van de Vader, de Zoon en de Geest, hoewel de handhouding daarbij op dergelijke ikonen verschillend kan zijn.
Wat me in deze ikoon altijd het meest getroffen heeft, is de handhouding van Maria. Zo herkenbaar. Een zo overrompelende aankondiging is niet te bevatten. Ze moet dat wel even verwerken voordat ze erop reageren kan. Haar hand zegt: ‘Dit kan toch niet, wacht even, ik begrijp het niet. Ik ben bang.’ Er komen blijkbaar veel vragen in haar op. Ze krijgt ook de gelegenheid om die vragen te stellen. Er vindt een kort gesprekje plaatst.
Deze ikoon wordt ook wel de ikoon van de aankondiging genoemd, alsof het al een feit zou zijn, maar toch wordt in het evangelie vermeld hoe Maria er nog een antwoord op moest geven. Pas na haar aarzeling uitgesproken te hebben, antwoordde zij erop met een volmondig en tegelijkertijd nederig ja: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’


Omgekeerd perspectief

Op de eerder besproken ikoon ‘Opdracht in de tempel’ vertelde ik iets over het omgekeerde perspectief. Ook op deze ikoon heeft de schilder dit toegepast. Bij perspectivische tekeningen is alles wat dichtbij is groter en wat veraf is kleiner. Als je een weg zou tekenen naar de horizon zouden de lijnen daar heel dicht bij elkaar uitkomen, terwijl ze vlakbij veel verder uit elkaar zouden liggen. Op ikonen lopen de lijnen vaak precies omgekeerd als in werkelijkheid. Ze lopen naar de wereld van de beschouwer. Zo is het hier ook met de lijnen van de podia. Ze lopen niet weg van ons, maar richting onze wereld. Het gaat op geen enkele ikoon alleen om een mooi verhaaltje. Wij worden door dit omgekeerde perspectief, in de werkelijkheid die uitgebeeld is, binnen het gebeuren getrokken. Ook wij ontvangen, als we er voor openstaan, regelmatig een uitnodiging om, in ons gewone concrete leven, mee te werken aan de heling van mensen, aan verlossing. Onze bereidheid en ons jawoord zijn nodig om de verlossing voort te zetten, een verlossing die zich nooit zonder pijn zal voltrekken. Zo komen we toch weer terug in de veertigdagentijd en zien we dat alles met alles samenhangt.

Ricky Rieter


Naar HOME