Hemelvaart

Omhooggeheven

Met Pasen vierden we de opstanding van Jezus. We zagen hoe Maria uit Magdala en de leerlingen hun meester, ook na zijn sterven, op verschillende momenten mochten ontmoeten, zij het in verheerlijkte gedaante. Het was een periode waarin Jezus hen voorbereidde op zijn definitieve afscheid. Die voorbereiding bestond uit het spreken met hen ‘over het koninkrijk van God’. Tijdens zijn aardse leven had hij niet anders gedaan. Vaak in beelden uit de natuur of het gewone leven.

Bij de evangelisten lezen we nauwelijks iets over de Hemelvaart van Jezus. Een korte, waarschijnlijk later toegevoegde, vermelding bij Marcus, enkele regels bij Lucas en verder het verhaal in ‘De handelingen van de apostelen’. Zo staat daar geschreven:

In mijn eerste boek, Theofilus, heb ik de daden en het onderricht van Jezus beschreven, vanaf het begin tot aan de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, nadat hij de apostelen die hij door de heilige Geest had uitgekozen, had gezegd wat hun opdracht was. Na zijn lijden en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God.

Toen hij eens bij hen was, droeg hij hun op: ‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest.’ Zij die bijeengekomen waren, vroegen hem: ‘Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’ Hij antwoordde: ‘Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden. Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’

Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.

De handelingen van de apostelen, hoofdstuk 1,1-11

De ikoon*
hemelvaart2

 

Op de ikoon is meer uitgebeeld dan er verteld wordt in deze tekst. Het heeft te maken met de visie van de ikoonschilders en van de gelovigen, vele jaren na de gebeurtenissen.

In de eerste eeuwen werd de hemelvaart van Jezus niet afzonderlijk herdacht of gevierd. De hemelvaart was verweven met het paasmysterie. De overwinning op de dood viel samen met de verheerlijking aan de rechterhand van de Vader. Pas in de vierde, vijfde en zesde eeuw kreeg het apart benoemen en beleven van de hemelvaart gestalte. Ook de vormgeving ervan, onder andere op ikonen.

Twee werelden

Kijkend naar de ikoon zien we duidelijk twee werelden boven elkaar: het gedeelte waarin Christus zetelt op de boog, omgeven door, en omvat in een zogeheten mandorla, de stralenkrans, die vastgehouden wordt door twee engelen. De cirkelvorm is vanouds een symbool voor de wereld van het goddelijke, in tegenstelling met vierkanten en rechthoeken, die het aardse verbeelden. Ook om de beelden van vergoddelijkte keizers stond een cirkel.

Op het onderste deel van de ikoon zien we de apostelen, met in hun midden een vrouw en twee engelen. Op het grensgebied zien we olijfbomen die beweging naar boven uitdrukken, en een serie rotsen.

Statisch en dynamisch

Het bovendeel is statisch. Er zit geen beweging in. De beweging is als het ware voltooid. Jezus heeft zijn taak volbracht. Het benedendeel is dynamisch, met uitzondering van de vrouwenfiguur, waarin we Maria, de moeder Gods, mogen zien, als beeld van de Kerk. Al komt zij niet in het verhaal voor, ze hoort er volgens de ikoonschilder helemaal bij. Ze staat symbool voor de Kerk.

Kijkrichting

In tegenstelling met de kijkrichting van de apostelen, die hun ogen naar boven, of naar de engelen of op de moeder Gods richten, kijkt Maria naar ons, de beschouwers. Haar plaats is tussen het volk. Ze is van alle tijden. Ook Jezus kijkt als het ware over de tijden heen.

De twee engelen die de mandorla dragen, geven met hun ogen aan dat ze de opgenomen Jezus willen laten zien aan de beschouwer.

De armen en handen

Als we kijken naar Jezus dan zien we dat hij in zijn ene hand een boekrol heeft. We zagen al eerder dat dit gegeven op meerdere ikonen terugkomt. Het betekent altijd dat hij de vervulling is van wat er in de schriftrollen uitgesproken en voorspeld is. Zijn andere arm en hand drukt een wijds gebaar uit, doelend op de heerschappij die hij over de wereld heeft. Op andere ikonen ziet men ook wel een zegenend gebaar. De armhouding van de engelen die de mandorla vasthouden is dragend en dienend. De andere twee engelen, op de benedenhelft, verwijzen naar Christus. Ze leggen een verband tussen het beneden- en bovendeel. De apostelen gedragen zich verschillend, zoals we al zagen. Sommigen heffen de armen op, zijn als het ware op zoek naar het verband, op zoek naar de betekenis, terwijl anderen meer gericht zijn op de boodschap van de engelen of op communicatie met elkaar. Maria’s handen zijn kalmerend, zegenend, verwijzend. Op veel ikonen zie je haar als orante, dus als biddend figuur met de handen naar beide zijden geheven ten hemel.

Petrus en Paulus

Paulus kan niet bij het gebeuren geweest zijn, maar wordt op deze ikoon wel weergegeven. Op ikonen is hij, evenals Petrus, altijd herkenbaar. Paulus wordt kalend geschilderd met een hoog voorhoofd, vaak nog een pluk haar middenvoor; zijn haar is steil en zijn baard is wat langer dan die van Petrus. Petrus heeft een korte, krullende baard en ook zijn hoofdhaar is krullend. Hij heeft een wat rond gezicht, soms sleutels in zijn ene hand. De kleuren van Petrus’ kleren zijn in de Russische traditie oker en groen. De kleuren van Paulus zijn, in diezelfde traditie, rood en blauw. Hier flankeren Petrus en Paulus de moeder Gods. Het gaat niet om de historische tijd, maar om het feit dat Petrus en Paulus allebei, in hun eigen tijd, het geloof verkondigd hebben.

Onrust en rust

De onrust onder de apostelen komt des te sterker uit door de rustige aanwezigheid van Maria, die herkenbaar is aan de drie sterren: twee op de hoogte van de schouders en een ter hoogte van het voorhoofd. De sterren beduiden voor de ikoonschilder haar maagdelijkheid voor, tijdens en na de geboorte. Door haar aanwezigheid op deze plaats wint de ikoon aan kracht. Naast de horizontale indeling die het bovendeel van het benedendeel scheidt, zien we een verticale lijn die juist weer de verbinding maakt tussen boven en beneden: Christus en Maria zijn in dezelfde kracht verbonden. De verticale lijn drukt uit dat de hemel en de aarde bij elkaar blijven horen.

Een passieve vorm

Als we de tekst uit Handelingen rustig op ons in laten werken zien we dat tot driemaal toe de passieve vorm is gebruikt: ‘waarop hij in de hemel werd opgenomen’ – ‘werd hij voor hun ogen in de hemel omhooggeheven en opgenomen in een wolk’ – ‘Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen’. Geen eigenmachtigheid dus van Jezus. Hij is totaal één met de Vader, met wie hij ook tijdens zijn leven een doorlopend contact had. Dat gegeven komt het sterkst tot uitdrukking in het Johannesevangelie, waarin hij voortdurend spreekt over zijn eenheid met de Vader. Maar ook hier in Handelingen spreekt Jezus over de macht van de Vader. Hij wijst de leerlingen terug op de plaats die zij in te nemen hebben in zijn rijk, een ondergeschikte. Een dienstbare en verkondigende taak, op een dergelijke wijze als Jezus dienstbaar en verkondigend was.

Een blijde boodschap

De engelen brengen ook in dit verhaal een blijde boodschap. Ze vertellen dat hetgeen hier gebeurd is, niet het einde van het verhaal betekent. Nee, hij, Jezus, zal op dezelfde wijze terugkomen. Dat is een groot woord. Over het hoe en wat wordt niet gerept. Voorlopig is het zaak om de laatste woorden van Jezus serieus te nemen en ermee aan de slag te gaan.

Barrevoets en zonder nimbus

Met blote voeten staan ze daar, nog verward, maar de engelen en ook Maria weten meer. Ze zijn aanwezig met de kracht van God en met een boodschap. De engelen herinneren de apostelen aan de woorden die Jezus tot hen sprak. Ze moeten wachten op de Geest om daarna getuigen te kunnen zijn ‘in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’

De apostelen zijn nog niet voorzien van een nimbus om hun hoofd. Het zijn nog mensen zoals wij, die al gaande, op ‘blote voeten’ hun weg moeten zoeken. Mensen als wij die verward zijn door de gebeurtenissen van de dag en die soms twijfels hebben over de gang van zaken. Mensen die het moeilijk hebben met hun roeping en zich afvragen of ze wel goed bezig zijn. Maar voor hen en voor ons geldt dat woord over de Geest waarop wij te wachten hebben, de Geest die ons kracht zal geven om te volbrengen waartoe wij geroepen zijn.

Ricky Rieter

* Deze ikoon uit 1546 hangt in het Stavronikitaklooster op de Athos.

Bovenstaande meditatie is mede geïnspireerd door een artikel van A.Jacobs in het boek Gebed in beelden. Feestikonen in de oosterse kerken.
Tevens staat er in nummer 68 van Eikonikon, juni 2000, een korte overweging van mijn hand rond deze ikoon. Zie ook: www.eikonikon.nl.