Christus en Menas

De woestijn in

De veertigdagentijd is een tijd waarin we, als het ware, even de woestijn intrekken. We hebben nog niet zo heel lang geleden de ikoon van Jezus die door Johannes gedoopt werd, overwogen. De doop van Jezus was een heel bijzonder moment, niet alleen vanwege het dopen, maar er gebeurde meer. De Geest daalde op Jezus neer en hij hoorde de stem van de Vader, die hem de beminde Zoon noemde. Daarna trok Jezus de woestijn in. Het was het begin van zijn openbare leven. De dertig jaren van zijn leven had hij onopvallend doorgebracht. Nu was de tijd gekomen dat hij in het openbaar zou treden om zijn roeping te volbrengen. Het zouden vreemde jaren worden, jaren waarin hij volgelingen kreeg én jaren waarin veel mensen zich als zijn vijanden zouden gedragen. Jaren ook die zich ontwikkelden op een schijnbaar tragische wijze.

De woestijntijd heeft Jezus nodig gehad om zich hierop voor te bereiden. Tijdens zijn openbare leven trok Jezus zich vele keren terug in gebed. Hij wisselde zijn werken onder de mensen af met speciale uren waarin hij in gebed was. In dat gebed zal hij de eenheid met de Vader beleefd hebben, een eenheid die hem de kracht gegeven zal hebben om zijn opdracht te kunnen vervullen.

De woestijn heeft ook in het christendom van de derde, vierde eeuw een grote aantrekkingskracht gehad. Veel mannen trokken de woestijn in. Zo ook Menas, die op onderstaande ikoon staat afgebeeld.


Christus en Menas

Een koptische ikoon van Christus met Menas

Deze oorspronkelijk koptische ikoon van Christus en abt Menas wordt ook wel ‘ikoon van de vriendschap’ genoemd. Vriendschappelijk staan ze daar, Christus en Menas. Menas wat kwetsbaar, maar de beschermende arm van Christus om Menas heen, geeft hem veiligheid en kracht. Grote ogen van beiden kijken ons aan. Ontroerend, zo’n openheid.
Links van Menas staat: Vader Menas, wachter. Rechts van Christus staat: Redder.

Deze zesde-eeuwse ikoon is aan het begin van de 19e eeuw gevonden in de woestijn in een ruïne van een koptisch klooster. Momenteel bevindt het origineel zich in het Louvre in Parijs.

De mannen die de woestijn intrekken om Christus na te volgen, willen alle comfort loslaten om geheel één te worden met Christus. Het is een weg van zuivering. Alles loslaten om alles te vinden. Meerderen van hen gaan later echter terug naar de bewoonde wereld, om de innerlijke rijkdom die ze in hun woestijnperiode ervaren hebben, door te kunnen geven aan anderen. Omgekeerd trekken er ook mensen die een geestelijke handreiking nodig hebben de woestijn in om adviezen en geestelijke steun te ontvangen van de wijze ‘vaders’, zo ook van abt Menas. Het woord ‘vader’ slaat op de functie van abt (abbas), de geestelijke leider van het klooster. Er zijn veel ‘vaderspreuken’ bewaard, waaruit ook nu nog veelvuldig geput wordt.

Menas

Menas leefde in de derde eeuw. Toen zijn ouders stierven verkocht hij alle bezittingen en werd monnik, zo luidt het verhaal. In andere versies lezen we dat hij voor die tijd nog officier was in het leger van keizer Diocletianus (284-305). Deze keizer vaardigde decreten uit om christenen te vervolgen en hen te dwingen aan de Romeinse goden te offeren. Deden ze dit niet dan werden ze gemarteld en gedood. Officier Menas, die daartoe met zijn regiment naar Afrika gezonden werd, kon en wilde deze opdracht niet uitvoeren. Hij vluchtte naar de woestijn en werd kluizenaar, daarna abt van een gemeenschap. Na vijf jaar hoorde hij hoezeer de christenen gemarteld en gefolterd werden. Hij ging terug.

Op een keer vonden er de jaarlijkse ruiterspelen plaats in de stad Cotynaeum. Mogelijk werden daar ook de christenen gemarteld en gedood. Menas maakte van die gelegenheid gebruik om naar de arena in het amfitheater te gaan en, met indringende woorden van de profeet Jesaja, zichzelf aan te geven: ‘Al vragen zij niet naar mij, toch laat ik me raadplegen, en al zoeken ze me niet, toch laat ik me vinden’ (Jesaja 65,1a).

Met deze woorden van Jesaja, die eigenlijk op de Eeuwige zelf slaan, geeft deze moedige Menas zich aan. Naar Menas is niet gevraagd, naar Menas is niet gezocht. Hij láát zich vinden. En ook de Eeuwige zal zich door hem laten vinden, nu hij deze zware weg opgaat.

Hierop volgde onmiddellijk zijn arrestatie. Hij wordt zeer wreed gefolterd, gegeseld en gemarteld. Dit alles doorstond hij uit liefde voor de Verlosser. Uiteindelijk is hij onthoofd.

Hij wordt in het oosten zeer vereerd. Er is zelfs een stad naar hem vernoemd: Menapolis. En hij is beschermheilige van Alexandrië in Egypte.

Met nieuwe ogen kijken

Ik weet nog waar ik, jaren geleden, deze ikoon voor het eerst zag. Hij hing in huis bij iemand die er zeer door geboeid was. Mij boeide allereerst het feit dat die persoon er zo door geraakt was. Ik vond de figuren zo vreemd. De verhoudingen leken nergens op. Bijna kinderlijk, alsof maten er niet toe deden. Maar allengs zijn die vormen naar de achtergrond geraakt en ben ook ik zeer geboeid door deze ikoon. Geboeid door de rust en de kracht die erin besloten liggen. Geboeid door de sterke verbondenheid en door de grote openheid. Geboeid door de confrontatie, want confronterend is de ikoon. Je kunt er niet omheen.

Veertigdagentijd

Ik koos deze ikoon als meditatie voor de veertigdagentijd, om meerdere redenen. In deze tijd van bezinning mogen we met de Kerk een stukje woestijn beleven: ons terugtrekken, verstillen, geconfronteerd worden met de pijn in onszelf, de pijn in de wereld en het lijden van Christus. We mogen echter ook de verbondenheid ervaren in geloof, en de kracht die daaruit voort kan komen. Zoveel kracht dat er bereidheid ontstaat om midden in de strijd niet bang te zijn, maar met open ogen alles tegemoet te gaan wat er op onze weg komt. Daarbij overwegend wat er volgt op boven aangehaalde regels van Jesaja: Al roept dit volk mijn naam niet aan, toch antwoord ik: ‘Hier ben ik, hier ben ik.’

‘Hier ben ik’ is een uitdrukking van Gods wezen. Zo is zijn Naam. Hij die er altijd is, gaat mee met zijn volk, gaat mee met ieder mens, ook in het diepste lijden. In Christus is dit tastbaar geworden. Hij legt als het ware een arm om ieder volk en om ieder mens afzonderlijk. Het is niet de arm van een superieur, maar die van een vriend die met je optrekt, een leven lang.

Ricky Rieter

Aanvullende informatie

Naar aanleiding van een soortgelijk artikel over Christus en Menas in Eikonikon, het ikonenblad, reageerde een lezeres  met de volgende gegevens:

Tot mijn vreugdevolle verbazing zie ik in het laatste nummer de ikoon van Christus en Menas. Oftewel: de vriendschapsikoon… Het is zo bijzonder omdat deze ikoon een ‘pelgrimage van vertrouwen’ maakt. Het is namelijk ook de vriendschapsikoon uit Taizé.
Taizé is een plaats in Frankrijk waar een Oecumenische broederschap leeft. Jaarlijks komen duizenden jongeren uit allerlei landen bijeen voor gebed, zang in eigen liedstijl, stilte, bijbelstudie en ontmoeting.
De vriensdschapsikoon wordt in de vieringen gebruikt. Hij gaat ook mee als de broeders op reis gaan. Zoals in de week na Kerstmis  er in Brussel (2008) een grootse internationale ontmoeting voor jongeren was.
De vriendschapsikoon maakt sinds 2007 een ‘pelgrimage van vertrouwen’ door Nederland. De ikoon is ook al te gast geweest in Lissabon (2006), Calcutta (2006), Geneve (2007), Cochabamba (2007), Nairobi (2008).
De ikoon laat zien hoe Christus zijn hand legt op de schouder van zijn vriend, om samen met hem op te lopen, om hem te vergezellen. Die vriend vertegenwoordigt ieder van ons.
Door deze toegevoegde informatie komt deze ikoon tot léven!

De parochie waarin deze mevrouw de vieringen meemaakte is de O.L.Vrouweparochie in Roosendaal (www.olvrouwe.nl Zie viering van 6-7 en 8 februari 2009).
Verder vraagt deze mevrouw  nog naar de betekenis van de letters op de achtergrond. Bij bestudering zijn we  we tot de volgende, wat aarzelende, conclusie gekomen:
Het moeten Griekse letters zijn. Niet alles is helemaal duidelijk. Links staat Apa Mena poieisto(u?): Abba Menas ‘abt’, superieur (?), rechts staat Soter: redder.

We vonden ook de site van Taizé waarop meer verteld wordt over de reis die de ikoon maakt: http://taizeicoon.web-log.nl/