Let goed op hoe je luistert

 

Lucas 8,18a

Niemand steekt een olielamp aan
en verbergt hem onder een pot of zet hem onder een bed.
Nee, je zet hem op een standaard,
zodat iedereen die binnenkomt het licht kan zien.
Want niets is verborgen dat niet aan het licht zal komen,
niets is geheim dat niet bekend zal worden en aan het licht zal komen.
Let goed op hoe je luistert!

Lucas 8,16-18a (Groot Nieuws Bijbel, 1996)

Vandaag begint onze retraite. Voor de een is een retraite een bezinningstijd op het leven, voor de ander een orde op zaken stellen, voor een derde het zoeken naar een weg om duidelijkheid te krijgen in een problematische zaak. Een volgende heeft het verlangen om dichter bij de eigen geestelijke bronnen te komen, dichter bij God, bij zichzelf. Ieder heeft een eigen motivatie, een persoonlijk uitgangspunt, een ander verlangen.
Al zijn onze motivaties verschillend, één ding hebben we gemeen. We trekken er tijd voor uit om in onszelf te keren, we maken er ruimte voor. We willen de stilte ingaan, verwachtend dat deze ons helpen kan om bijvoorbeeld meer licht te krijgen op ons huidige leven of om op een dieper niveau te gaan leven. Het gevolg zou kunnen zijn dat we na de retraite weer beter in staat zijn het licht ook in onze eigen omgeving door te geven.

Lucas 8,16-18a handelt over het licht op de standaard, het licht dat niet verborgen wordt, want dan zou het nergens toe dienen. Gaandeweg ons leven verstoppen we dat licht toch wel eens. Niet bewust, maar het gebeurt. Geen tijd, te druk, geen aandacht, te veel afleiding.

Het vreemde van de lezing van vandaag is dat het beeld van het licht verbonden wordt met luisteren. Licht, kijken, zien is iets anders dan geluid, luisteren, horen. Is het een vergissing van de evangelist? Een inconsequentie in de tekst? Een toevallige associatie? Wat heeft luisteren te maken met zien? Wat is luisteren en wat is kijken? We kunnen op verschillende manieren kijken en luisteren. Het kijken met onze ogen kan alleen een pure observatie zijn zonder dat ons hart geraakt wordt. Zo kan het ook zijn dat we wel geluiden opvangen met onze oren als we luisteren, maar dat ons hart buitenspel blijft. Vandaag, en ook de komende week, worden we uitgenodigd om ons luisteren kritisch te beschouwen. Hoe luisteren we? Laten we woorden dieper in ons doorklinken? Kunnen we ook innerlijk zo stil worden dat we meer horen dan onze eigen gedachten of meer horen dan de woorden die uitgesproken worden? Zou het mogelijk zijn dat we ons laten aanraken door die andere ‘Stem’, door de Stem van de Ene? Als dat zou gebeuren, komen we misschien tot een nieuw inzicht over de weg die we te gaan hebben. Het woord ‘in-zicht’ zegt het al. Terwijl we echt luisteren kan het gebeuren dat we toegroeien naar een innerlijk zien. Let dus op hoe je luistert… Al luisterend mogen we staan in het licht van de Ene en mogen ook wijzelf aan het licht komen.

Handreiking voor de meditatie

In een eerste fase: probeer te luisteren naar de geluiden die je hoort. Dat kunnen natuurgeluiden zijn die je volgen kunt: een fluitende vogel, een geritsel van bladeren, het vallen van een appel, de wind in de bomen. Natuurgeluiden brengen je in het hier en nu, in je ervaring van het moment. Als je luistert kunnen er ook storende geluiden binnen je bereik komen: het klappen van een deur, stemmen juist op het moment waarop je stil wilt zijn, een vliegtuig of auto. Als je storende geluiden hoort, probeer ze dan zonder oordeel waar te nemen en er niet met je gedachten op in te gaan. Door te oefenen in het enkel waarnemen van wat je hoort kun je ervaren dat het stiller en stiller in je wordt.

Je hebt het klimaat voorbereid om ook je innerlijk oor te spitsen. Dat is de tweede fase. Stel je dan open voor datgene wat er ten diepste in jou leeft aan verlangen, aan verdriet, aan opstandigheid misschien. Kijk ernaar, luister ernaar, ook zonder oordeel. Alles mag er zijn. En mogelijk roept het een gebed in je op en kun je alles in de handen van de Ene leggen. En misschien mag je diep in je hart ‘antwoorden’ ontvangen van de Ene, die jou kent en bemint zoals geen ander jou kent en bemint.

Terug

Samen horen, samen luisteren

Lezingen van de dag (H. Matteüs, apostel en evangelist): Efeziërs 4,1-7.11-13 / Matteüs 9,9-13

Op dit feest van Matteüs lezen we in het Evangelie het verhaal van zijn roeping. Matteüs zit aan het tolhuis, Jezus komt voorbij en zegt: ‘Volg Mij’. Matteüs luistert en gaat Jezus achterna. In één moment is zijn leven veranderd.

Misschien heb je ook ooit zo’n ervaring gehad: op een of andere manier Gods stem gehoord, je hebt geluisterd en je bent de weg gegaan waarvan je dacht dat God die wees.

Je zult dan ontdekken dat je niet alleen bent op die weg. In het kader van bijvoorbeeld een parochie, een gemeente, een werkgroep, een congregatie, een vereniging, ben je samen met anderen. Anderen die ook naar God geluisterd hebben, en ook zijn weg proberen te gaan. Maar misschien iets anders dan jij.

Van de ene kant heb je nu de rijkdom dat je geestelijke ervaringen met die anderen kunt delen, van de andere kant heb je het probleem dat je voortdurend verschillen moet overbruggen. Daarover gaat de lezing uit Efeziërs 4 (hier de verzen 1-3 in de voorleesvertaling, let speciaal op het gedeelte vanaf ‘liefdevol elkaar verdragend’):

Ik, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang:
leidt een leven dat beantwoordt
aan de roeping die gij van God ontvangen hebt,
in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid,
liefdevol elkaar verdragend.
Beijvert u
de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede…

Voortdurend moet je elkaar liefdevol verdragen, en moet je je beijveren de eenheid van de Geest te behouden door de band van de vrede. Ook voor Clara was dat een dagelijkse realiteit. Ze schrijft erover in haar Levensvorm (meestal Regel genoemd).

Bijvoorbeeld in hoofdstuk 9,7-11:

Als ooit – het zij ver van ons –
door woord of teken tussen zuster en zuster
aanleiding tot opwinding of aanstoot ontstaat,
dan moet zij die deze opwinding veroorzaakt heeft
aanstonds, vóór zij aan de Heer
de offergave van haar gebed aanbiedt
(vgl. Matteüs 5,23-24),
zich niet alleen nederig
voor de voeten van de ander neerwerpen
en haar vergiffenis vragen,
maar zij moet haar ook met eenvoud vragen
om voor haar tot de Heer te bidden
dat Hij haar vergiffenis schenkt.
De ander zal,
indachtig het woord van de Heer:
‘Als gij niet van harte vergeeft,
zal uw hemelse Vader ook u niet vergeven’
(vgl. Matteüs 6,15 en 18,35),
haar zuster grootmoedig
al het haar aangedane onrecht vergeven.

God zelf is de bron van de eenheid. Heb je problemen om de eenheid te handhaven, luister dan naar God. God is royaal in het vergeven, maar als we goed naar Hem luisteren, horen we dat Hij ook ons vraagt royaal te zijn in het vergeven: ‘Als gij niet van harte vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u niet vergeven’.

Handreiking voor de meditatie

Misschien kun je stilstaan bij de manier waarop je roeping samen met anderen beleeft. Wat voor conflicten ervaar je daarbij? Probeer te luisteren wat God je daarover te zeggen heeft.

Terug

Thema: Met eerbied luisteren

Lezingen van de dag: Spreuken 30,5-9 / Lucas 9,1-6
Voor de overweging in de eucharistieviering klik op woensdag, eucharistieviering

Ieder woord van God is in vuur gelouterd;
voor wie op Hem bouwen is Hij een schild.
Gij moogt aan zijn woorden niets toevoegen,
want dan zou Hij u tot de orde roepen
en zoudt ge voor leugenaar staan.
Spreuken 30,5-6 (voorleesvertaling)

In de eerste lezing, uit het boek Spreuken, worden we aangespoord respectvol om te gaan met de woorden van God. Het zijn zuivere woorden, in vuur gelouterd. We mogen er niets aan toevoegen.

Franciscus heeft een grote eerbied voor gesproken en geschreven woorden. In meerdere geschriften van hem staat wel iets over het luisteren naar woorden. Soms gaat het over woorden van de Vader, andere keren over woorden van Jezus, die zelf het Woord was van de Vader. Hij citeert ook vaak woorden van Jezus, onder andere: ‘Neem en eet, dit is mijn lichaam.’ (2 Brief aan de Gelovigen, 6b). Vervolgens vraagt hij aandacht voor de woorden die hijzelf uitspreekt om zijn toehoorders te onderrichten.

Nu eens noemt hij het ‘welriekende’ woorden, dan ‘heilige’ of zelfs ‘allerheiligste’ woorden. Ook spreekt hij over eenvoudige woorden, over zuivere taal en over de woorden die daden tot gevolg moeten hebben. Franciscus haalt een woord van Jezus aan (Lucas 9,26) om duidelijk te maken dat de broeders zich bij de verkondiging niet voor Jezus en zijn woorden moeten schamen (1 Regel Minderbr 16,9). De uitleg van de parabel van het zaad dat woord van God is (Lucas 8,11b-15) haalt hij aan in dezelfde Regel (hfdst 22,11-17).

De volgende tekst is typerend voor de eerbied die Franciscus had voor woorden waarop de naam van God of Jezus voorkomt:
En overal waar zij [de geestelijken]
de geschreven namen en woorden van de Heer
op vuile plaatsen vinden,
moeten zij ook die verzamelen
en op een passende plaats neerleggen.
Eerste Brief aan de Custoden, 5

Franciscus vindt dit blijkbaar zo belangrijk dat hij deze boodschap met ongeveer dezelfde woorden herhaalt in zijn Brief aan de hele orde (35-36). En ook in zijn Testament (12).

Een ander citaat:

Omdat ik dienaar ben van allen,
ben ik verplicht allen te dienen
en hun de welriekende woorden van mijn Heer toe te dienen.
Beseffend dat ik door ziekte en zwakheid van mijn lichaam
niet ieder persoonlijk kan ontmoeten,
heb ik besloten door deze brief en door boden
de woorden van onze Heer Jezus Christus,
die het Woord van de Vader is,
en de woorden van de Heilige Geest,
die geest en leven zijn,
aan u door te geven.

Brief aan de gelovigen, tweede redactie, 2-3

Handreiking voor de meditatie

Wat betekenen woorden voor jou? Zijn er ook Schriftwoorden die je in je leven meeneemt? Mediteer bijvoorbeeld eens bij de psalmzin ‘Als uw woorden opengaan, is er licht en inzicht voor de eenvoudigen,’ Psalm 119,130. Neem die zin in jezelf mee als je inademt, telkens opnieuw. Luister met je hart naar dat psalmwoord, vol eerbied. En ervaar misschien licht en inzicht. Nadat je dit een poosje gedaan hebt, zou je op kunnen schrijven wat het je doet.

Je zou ook de parabel van het zaad kunnen overwegen met de uitleg die Jezus zelf eraan geeft: Lucas 8,4-8 en 11-15.

Terug

Eucharistieviering

Bij ons thema ‘Met eerbied luisteren’ kunnen we ons bij de toehoorders van Jezus scharen, van Jezus en zijn apostelen. De laatsten werden uitgezonden om het Rijk Gods te verkondigen en genezingen te verrichten. Verkondiging van het Woord heeft alle eeuwen door plaats gevonden, al is dat in de loop van de tijden op allerlei manieren gedaan, met heel verschillende accenten. Ook nu zijn de accenten die in verschillende kerken gelegd worden nog heel verschillend. Wezenlijk voor echte verkondiging is dat degenen die het doen mogen, zich laten leiden door de Geest.

Franciscus verkondigde op een heel eenvoudige manier en stelde zich geheel open voor de Geest. Broeder Celano, die tweemaal een levensbeschrijving van Franciscus heeft gemaakt, vertelt in de eerste levensbeschrijving (1 Celano 73) hoe Franciscus eens in Rome was en voor de paus en de kardinalen wilde preken. Dit werd toegestaan, al hield kardinaal Hugolinus, die hierin bemiddelde, zijn hart wel een beetje vast. Zo’n ongeletterd en spontaan sprekend man, hoe zou hij dat gaan doen voor al die geleerde mannen? Franciscus begon in eenvoudige woorden te preken, maar was zo vol van het geestelijk vuur dat hij er danspassen bij ging maken terwijl hij sprak. Op een of andere manier raakte het de paus en de kardinalen. Letterlijk staat er (in de vertaling van A. Sier): ‘Ze lachten niet om hem, integendeel, diep in hun hart voelden ze een schrijnende pijn. Want bij velen van hen begon het geweten te spreken, terwijl ze vol bewondering waren over wat Gods genade hier bewerkte en er zich over verbaasden, hoe vastberaden de man in zijn optreden was en helemaal zichzelf bleef.’

De preken in die tijd waren heel verschillend van karakter. Er waren academisch gevormde predikanten die in het Latijn preekten, dus voor beperkt publiek: ook waren er volkspredikanten die onder het gezag van de bisschoppen stonden en in de volkstaal preekten, en tot slot waren er rondtrekkende predikanten, die in hun preken benadrukten dat ze terug wilden naar het eenvoudige evangelische leven. Bij de laatste groep hoorde Franciscus.

De woorden uit het evangelie van vandaag zijn door Franciscus letterlijk toegepast. Hij heeft de daad bij het woord gevoegd.

Neemt niets mee voor onderweg:
geen stok, geen reiszak, geen voedsel en geen geld;
niemand van u mag dubbele kleding hebben.
Als ge een huis binnengaat, moet ge daar blijven
en ge moet vandaar weer afreizen.
…Toen gingen ze op weg en trokken van dorp tot dorp,
terwijl zij overal de Blijde Boodschap verkondigden
en genezingen verrichtten.

Lucas 9,3b-4.6 (voorleesvertaling)

Om de Schriftwoorden in het diepst van ons hart te laten doorklinken, moeten we zelf niet te veel bagage hebben. We moeten leeg zijn vanbinnen om vol te mogen worden van wat de Ene ons te zeggen heeft. Luister goed en let op hóé je luistert.

Terug

Zin gaan zien door te luisteren

Lezingen van de dag (H. Pius van Pietrelcina, Pater Pio): Prediker 1,2-11 / Lucas 9,7-9

Wij lezen vandaag het begin van het boek Prediker. Dit boek doet wat filosofisch aan. Het wemelt van de vragen. Wat is de zin van alles? Waartoe dient deze wereld, dit leven? Zo horen we in de eerste lezing:

Wat heeft de mens voor baat
bij al het gezwoeg, waarmee hij zich aftobt onder de zon?
(Prediker 1,3 in de voorleesvertaling)

Wij mensen hebben een behoefte aan zin. Als je een zin in je leven ervaart, voel je je een stuk gelukkiger. Een retraite kan een gelegenheid zijn om die zin (opnieuw) te zoeken… en wellicht te vinden.

Franciscus bidt voor het kruis om inzicht in zijn roeping

Franciscus deed er jaren over de zin van zijn leven te ontdekken. Het is boeiend om in zijn levensbeschrijvingen te lezen hoe hij, stap voor stap, tot het inzicht kwam wat zijn roeping was. Door te luisteren naar wat God hem zegt komt hij tot een rondtrekkend predikend leven, zonder bezit, in navolging van Jezus, samen met medebroeders.

Thomas van Celano vertelt ons een van die stappen van Franciscus, waarbij hij luistert naar God:

Want kort daarna werd hem [Franciscus] in een visioen een riant paleis getoond,
waar hij allerlei wapentuig en een erg mooi meisje zag.
In zijn droom hoorde hij zich bij zijn naam ‘Franciscus’ roepen
en werd hij naderbij gelokt met de belofte dat dit alles voor hem was.
Eenmaal wakker probeerde hij naar Apulië te gaan om daar dienst te nemen in het leger.
Rijkelijk van al het nodige voorzien
haastte hij zich om zo veel mogelijk ridderlijke eer te gaan verwerven.
Zijn aardse mentaliteit bracht hem ertoe het visioen aards te interpreteren,
terwijl er toch een veel verhevener betekenis in verborgen was,
die in overeenstemming was met de schatten van Gods wijsheid.
Maar toen hij op een nacht lag te slapen,
werd hij opnieuw door iemand in een droom aangesproken,
die precies van hem wilde weten waar hij heen wilde gaan.
Toen hij hem zijn plannen had uiteengezet en vertelde dat hij in Apulië wilde gaan vechten,
vroeg de verschijning hem bezorgd:
‘Aan wie heb je meer, aan een knecht of aan zijn heer?’
‘Aan een heer’, zei Franciscus.
‘Waarom ga je dan een knecht achterna en niet zijn heer?’
‘Wat wilt U dat ik doe, Heer?’
‘Keer terug naar je landen je verwanten,
want dat zal de geestelijke vervulling van je visioen door Mij zijn.’
Onmiddellijk keerde hij als een toonbeeld van gehoorzaamheid terug.
Hij verzaakte zijn eigen wil en werd van een Saulus een Paulus
(vgl. Handelingen 13,9).
Thomas van Celano, Gedenkschrift van Franciscus’ daden en deugden 2,6

Dit was maar één stap. Daarna volgden nog veel andere stappen. Het is de kunst te blijven luisteren, en te doen wat je uit de diepte hoort. En bij te sturen als blijkt dat je je vergist hebt.

Handreiking voor de meditatie

Waarin ligt de zin van jouw leven? Moet je je feitelijke leven bijsturen om die zin meer tot zijn recht te laten komen?

Terug

Een tijd om te zwijgen, en een tijd om te spreken

Lezingen van de dag: Prediker 3,1-11 / Lucas 9,18-22

…een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken,…
Hij heeft alle dingen uitstekend gemaakt, ieder ding voor zijn tijd.
Hij heeft in het hart van de mens ook de hele wereld gelegd,…
Prediker 3,7b.11a (voorleesvertaling)

Het boek Prediker, waar vandaag de eerste lezing uit genomen is, behoort tot de wijsheidsboeken. Het deel dat vandaag gelezen wordt is heel poëtisch en tamelijk bekend.

Als we over luisteren spreken, is het woord ‘zwijgen’ een woord dat er heel goed bij past. Je kunt niet tegelijkertijd luisteren en spreken. Zwijgen kun je op allerlei manieren invullen. Als iemand het zwijgen is opgelegd, monddood is gemaakt, dan is dat zwijgen niet positief. Als zwijgen in dienst staat van het luisteren, dan kunnen er werelden opengaan. In beschouwende kloosters wordt gezwegen (tenzij het voor het werk nodig is om te spreken). Dat zwijgen heeft de functie om in voortdurende communicatie te kunnen staan met de Ene, dus om ‘de geest van gebed niet te doven’, zo staat er in de regel van Franciscus (5,2) en ook in die van Clara (7,2). Gesproken woorden hebben alleen zin als er een luisterend oor is. Als iemand in een kamer waar verder niemand is, hardop zou zeggen: ‘Wil je een volkoren brood bij de bakker halen?’ dan zal dat brood er nooit komen. Er is immers niemand die naar de vraag luistert en erop kan reageren.

Franciscus was enerzijds een man die zich geroepen voelde om te verkondigen. Anderzijds was hij een man van gebed. Hij probeerde de harmonie te vinden tussen spreken en zwijgend luisteren. Voor het gebed trok hij zich regelmatig terug in verschillende kluizenarijen. Hij had een speciale Regel voor de kluizenarijen geschreven. Blijkbaar vond hij het belangrijk dat het gebed tot zijn recht kwam. Om dat te kunnen verwezenlijken waren er altijd twee broeders die voor de huishoudelijke taken zorgden, terwijl de andere broeders zich voor het gebed konden terugtrekken. Dit werd heel democratisch onderling geregeld, zodat niet steeds dezelfde broeders voor het huishouden zorgden. Het ging per toerbeurt. De tijd van gebed was een vruchtbare tijd, een luistertijd waarin het hart openstond voor die ene Stem.

Natuurlijk ‘hoorden’ Franciscus en zijn broeders ook niet altijd wat God van hen wilde. Ze hadden hun twijfels, ze werden beproefd, ze hadden ook wel eens moeite met het luisteren. Ook zij kwamen zichzelf tegen met hun verlangens, angsten, vragen, maar al luisterend zullen ze toch dag voor dag dichter bij de Bron zijn gekomen.

San Damiano, het klooster te Assisi waar Clara en de zusters vele jaren ‘luisterend’ leefden

Clara en haar zusters leidden een beschouwend leven. Ze vonden inspiratie in de Schriftwoorden en besteedden veel tijd aan het gebed. Zoals in het citaat van Prediker staat: ‘God heeft in het hart van de mens de hele wereld gelegd’, zo namen ook zij, volgens hun geheel eigen roeping, al zwijgend, dus luisterend, ‘actief’ deel aan de zorg voor de wereld.
Franciscus schreef op het eind van zijn leven een lied ter bemoediging voor de zusters. Zelf kon hij de ‘arme vrouwen’ niet meer bezoeken. De broeders zouden het lied voor de zusters kunnen zingen. Franciscus schreef het lied in de volkstaal. Het heet, naar de Italiaanse beginwoorden, ‘Audite poverelle’:

Luister, kleine armen, die door de Heer geroepen
en uit veel streken en provincies samengebracht zijn:
leef altijd in de waarheid,
zodat jullie in de gehoorzaamheid sterven.
Kijk niet naar het leven van buiten,
want dat van de Geest is beter…

Handreiking voor de meditatie

‘Luister, kleine armen’, laat die woorden diep in jezelf doorklinken. Hoe meer je je realiseert waarin je armoede bestaat, des te beter kun je je luisterend openstellen. Het woord gehoorzaamheid kun je vertalen als ‘gehoor geven aan’ (luisteren). Wat is voor jou het ‘leven van de Geest’? Probeer de stilte tijdens de retraite niet te beleven als een lastige ‘verplichting’, maar als een hulpmiddel om steeds intenser te luisteren naar wat de Geest in je uit wil werken, luisteren naar het liefdesaanbod dat erin besloten ligt.

Terug

Luisteren maar niet begrijpen

Lezingen van de dag: Prediker 11,9-12,8 / Lucas 9,43b-45

Vandaag lezen we in het Evangelie dat Jezus zijn leerlingen moeilijke dingen vertelt: Hij zal worden overgeleverd in de handen van de mensen. De leerlingen luisteren wel maar begrijpen niet. Pas later zullen ze meemaken dat Jezus overgeleverd wordt, en nog later zal de betekenis ervan tot hen doordringen.

En dat maken wij ook mee in onze tijd: we moeten leven met veel raadsels, hoe goed we ook luisteren. Soms gaan we dingen gaandeweg pas begrijpen Misschien moest je ooit op school een jaar overdoen; je beleefde het toen als een zware tegenslag, een vernedering, en je had de neiging bij God te klagen: waarom moet dit mij overkomen? Maar gaandeweg ben je het blijven zitten wellicht meer en meer als een zegen gaan zien: in je nieuwe klas had je als oudere meer gezag, je hoefde ook niet zo op je tenen te lopen, je had meer tijd voor een hobby, je groeide meer als mens. Nu kun je God danken dat het zo gegaan is…

Wat je kunt doen als je iets niet begrijpt, is het met je meedragen in je hart (zoals Maria deed, zie Lucas 2,19 en 51). Als je veel pijn beleeft aan het niet-begrijpen, kun je die pijn ook uitspreken naar God. En je kunt God misschien al prijzen om wat Hij gaat doen, maar wat je nog niet ziet.

Franciscus heeft uit teksten van de 150 psalmen uit de Bijbel vijftien nieuwe psalmen samengesteld die gaan over de mysteries van Christus. In de dertiende psalm* schreeuwt de ik-figuur zijn nood uit naar de Ene. Het uitschreeuwen van de nood gaat vanzelf over in lofprijzing:

Hoelang, Heer, vergeet Gij mij? Voorgoed?
Hoelang keert Gij uw gelaat van mij af?
Hoelang nog moet mijn ziel piekeren,
mijn hart pijn verduren heel de dag?
Hoelang nog verheft mijn vijand zich tegen mij?
Zie naar mij om en verhoor mij, Heer, mijn God.
Verlicht mijn ogen, want anders zink ik weg in de doodsslaap
en kan mijn vijand zeggen: Ik heb hem verslagen.
Mijn kwellers zullen juichen als ik ga wankelen,
maar ik stel mijn hoop op uw barmhartigheid.
Mijn hart zal juichen om uw redding;
Ik zal zingen voor de Heer die mij weldaden heeft bewezen
en zingen bij de harp
voor de Naam van de Heer, de Allerhoogste.

Handreiking voor de meditatie

Zijn er dingen die jij op een pijnlijke manier niet begrijpt? Probeer je vragen en/of klachten uit te spreken naar de Ene.

*De tekst van deze psalm 13 bestaat toevallig uit alle verzen van Psalm 13 uit de Bijbel. In het schema dat Franciscus maakte heeft deze psalm betrekking op de advent (de verwachtingstijd vóór Kerstmis).

Terug

Nu!

Lezingen van de dag: Amos 6,1a.4-7 / 1Timoteüs 6,11-16 / Lucas 16,19-31

Voor de internetretraitanten:

Het zou mooi zijn als je, op de sluitingsdag van onze retraite, gelegenheid zou hebben om ergens een eucharistieviering bij te wonen. De lezingen geven voldoende stof om er, ook na een viering die je bijwoont, in een stille tijd nog aandacht aan te geven. Het verhaal over de rijke man en de arme Lazarus kan daarbij een goede inspiratiebron zijn. Het thema van vandaag is ‘Nu!’. Overweeg in dit verband dit evangelieverhaal eens. Nu is het de tijd, niet morgen, niet als we geen baan meer hebben, niet als we beter in de stemming zijn, niet als onze kinderen het huis uit zijn, enzovoort. Nu is het de tijd om ons leven zo vorm te geven dat we de roep van ons hart volgen door er telkens opnieuw naar te luisteren met een grote openheid, zonder oordeel, maar wel alert en ook bereid om hetgeen we ‘horen’ te verbinden met ons leven. Luisteren en er gevolg aan geven. Bij het luisteren kan het helpen om een Bijbelwoord langer mee te nemen dan één dag.

Op het einde van de evangelielezing horen we het pleidooi van de rijke man voor zijn broers, maar Abraham werpt op dat de broers Mozes en de profeten toch hebben. Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren, dan zullen ze zich ook niet laten overreden als er iemand uit de doden opstaat. Met dat antwoord moet de rijke man het doen. Zijn tijd is voorbij. We krijgen allemaal een toegemeten tijd, we weten nooit hoe lang of kort dat zal zijn. Nú is de tijd ons gegeven. Wíj kunnen niet alleen naar Mozes en de profeten luisteren en naar heel het Oude Testament, we mogen ook luisteren naar Jezus van Nazaret, die door woord en voorbeeld ons is voorgegaan. En luisteren naar het hele Nieuwe Testament, waarin we veel inspiratie kunnen vinden als we er met de oren van ons hart naar luisteren.

Deze week zijn jullie, via internet, min of meer met ons meegereisd langs Bijbel- en franciscaanse teksten. Al luisterend hebben jullie misschien iets gehoord wat je meeneemt als proviand voor de toekomst.

De oefening in ‘luisteren’ vraagt om een voortzetting. Als we innerlijk luisterend open blijven staan zál de weg ons getoond worden.

LET GOED OP HOE JE LUISTERT!

Terug

Franciscaanse bronnen

Bonaventura, Grote levensbeschrijving van de heilige Franciscus van Assisi, vertaling A.A.C. Sier, Uitg. J.H. Gottmer, in samenwerking met de Franciscaanse werkgroep K 750, Haarlem 1978

Clara van Assisi, Geschriften, leven, documenten, Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem 1996

Franciscus van Assisi, De Geschriften, vertaald, ingeleid en toegelicht door G.P. Freeman, H. Bisschops, B. Corveleyn, J. Hoeberichts en A. Jansen, Uitg. Franciscaanse Beweging, Den Bosch en Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem, 2004

Thomas van Celano, Het leven van Sint-Franciscus van Assisi, vertaling: Rijcklof Hofman, Inleidingen en toelichting: Gerard Pieter Freeman, Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem i.s.m. Franciscaanse Beweging in Nederland en Franciscaans Studiecentrum, Utrecht, 2006

Thomas van Celano, Franciscus van Assisi. Eerste levensbeschrijving, vertaling: A.A.C. Sier ofm, Uitg. J.H.Gottmer, Haarlem, 1976

Terug