Kijk eens naar je roeping

 

Zie Testament van Clara 4 en 1 Korintiërs 1,26

In deze retraite worden we gevoed door teksten uit de Bijbel en door teksten van Franciscus en Clara van Assisi. Franciscus, een koopmanszoon die, na een periode waarin zijn leven een wending kreeg, op een radicale manier het Evangelie ging volgen. Clara, een adellijk meisje dat, als eerste vrouw, in de voetsporen van Franciscus liep. Beiden voelden zich tot een nieuwe vorm van leven geroepen.

Het motto van deze retraite, Kijk eens naar je roeping, is genomen uit het Testament van Clara 4, waar de Nederlandse vertaling leest Erken uw roeping. Clara was weer geïnspireerd door de tekst van Paulus aan de Korintiërs; in de Nieuwe Bijbelvertaling: Denk eens aan uw roeping, broeders en zusters (1 Korintiërs 1,26).

Het Testament van Clara is een heel persoonlijk en warm geschrift. In dit testament beschrijft Clara wat ze belangrijk vindt voor de zusters die achter blijven als zij gestorven is en voor de zusters die in de toekomst op dezelfde manier willen gaan leven. De kern van wat ze zeggen wil is samengevat in de woorden van het motto. Ook de lezing van de eerste retraitedag , uit de brief aan de Efeziërs (hoofdstuk 4,1-7 + 11-13), sluit hierbij aan.

Roeping wordt vaak geassocieerd met de roeping tot priester of kloosterling, maar het begrip roeping is veel breder. We zijn allemaal in het leven geroepen en we hebben allemaal een taak gekregen, al is het niet altijd even duidelijk wat die taak dan wel is.

Martin Buber vertelt in De weg van de mens* hoe iemand een prediker vraagt:

Er staat:‘Ieder in Israël is verplicht te zeggen: Wanneer zal mijn werk tot aan de werken mijner vaderen, Abraham, Isaak of Jakob, reiken?’ Hoe moet dat opgevat worden? Hoe zouden wij ons vermeten te denken dat wij onze vaderen zouden kunnen evenaren?

De prediker verklaart dan:

Zoals de vaderen nieuwe wijzen van dienen in het leven riepen, ieder een nieuwe dienst volgens zijn eigen aanleg, de een die der liefde, de ander die der kracht, de derde die der schoonheid, zo moet ieder van ons, elk op zijn eigen wijze, in het licht van de leer en van het dienen iets nieuws stichten en niet het reeds gedane, doch wat nog gedaan moet worden, doen.

Martin Buber vervolgt:

Met iedere mens is er iets nieuws ter wereld gebracht, dat er nog niet was, een eerste en enig iets.

Hij laat vervolgens de prediker weer aan het woord:

Het is ieders plicht in Israël te weten en te bedenken, dat hij in zijn hoedanigheid enig is ter wereld en dat zijns gelijke nog niet op aarde is geweest, want ware zijns gelijke reeds hier geweest, hij zou er niet behoeven te zijn.

Iets verderop zegt Buber:

Dit enige en uitzonderlijke is het, dat ieder vóór alles is opgedragen te ontwikkelen en vorm te geven, niet echter, nog eens te doen wat een ander, al is het de grootste, reeds heeft verwezenlijkt.

Waartoe zijn wij geroepen? Een retraite is een bezinning op ons leven, op onze roeping. Hoe kunnen we die roep steeds beter leren verstaan? En hoe kunnen we vorm geven aan onze roeping? Hoe kunnen we de hindernissen overwinnen die we op onze weg tegenkomen?

Een retraitetijd is een tijd van verstilling om, al luisterend, contact te maken met onze diepste bestemming. De bezinning zal ons de weg wijzen naar de invulling in de praktijk van ons leven. Het betreft niet de roeping in het algemeen, de roeping die ieder mens heeft, maar het gaat over onze meest persoonlijke roeping. In het boven vermelde boekje vertelt Buber ons hoe rabbi Susja kort voor zijn sterven de opmerking maakte:

In het toekomende Rijk zal mij niet gevraagd worden: ‘Waarom zijt gij niet Mozes geweest?’ Mij zal gevraagd worden: ‘Waarom zijt gij niet Susja geweest?

Op de plaats van Susja zou ieder de eigen naam in kunnen vullen.

Het kijken naar onze roeping begint misschien aan de oppervlakte met waarnemen. Een volgende stap is mogelijk erover nadenken. Door het steeds intensiever kijken naar onze roeping en door alles wat zich daardoor in ons binnenste ontwikkelt, kunnen er snaren aangeraakt worden die met onze diepste bestemming te maken hebben. Zoals we bij het intensief kijken naar een bloem, die bloem steeds beter in ons opnemen, misschien zelf een beetje die bloem wórden, zo zullen we ons ook steeds meer vereenzelvigen met onze roeping in de mate waarin we deze innerlijk mogen waarnemen.

Bij de teksten van de vieringen is de tekst van Clara over het erkennen van de roeping opgenomen. Zie in de rechterkolom de subpagina ‘Franciscaanse teksten, september 2009’ onder de hoofdpagina: ‘Retraite-informatie’.

* Martin Buber, De weg van de mens, vert. L.J.C. Boucher, Servire Uitgevers, Utrecht, 1996. De citaten staan op blz. 23-25.

Bij de reproductie van Hendrick Terbrugghen

De roeping van Matteüs
Roeping van Matteüs, Hendrick Terbrugghen

Roeping van Matteüs, Hendrick Terbrugghen

Op maandag, 21 september, onze eerste retraitedag, wordt het feest gevierd van de apostel en evangelist Matteüs. De retraiteteksten bij die dag kunnen we vinden op deze site bij de Retraite-informatie onder het kopje ‘Franciscaanste teksten, retraite september 2009’. Kijken naar onze roeping is ook het thema van de week. We willen stilstaan bij de reproductie van het schilderij van Hendrick Terbrugghen (1621), die dit roepingenverhaal op indringende wijze in beeld heeft gebracht.

De evangelietekst over deze roeping (Matteüs 9,9-13) moet veel indruk op de schilder hebben gemaakt. Met grote vaardigheid geeft hij er zijn eigen versie van.

De apostel Matteüs vertelt op een zeer sobere manier een stukje levensgeschiedenis en de schilder heeft geprobeerd om achter de schermen te kijken. Hij heeft zich ingeleefd in de gedachten en gevoelens die binnen dat ene ogenblik misschien wel door de tollenaar Matteüs zijn heengegaan. Heel kort, maar ook heel intensief.

Hendrick Terbrugghen zet Matteüs met een andere tollenaar en twee leerlingen in zijn eigen tolhuis neer. Dan staat ineens Jezus in de deuropening. Hij roept hem. Wat gaat er in Matteüs om? Ongeloof, schaamte om het leven dat hij leidde, een besef van zondigheid.

Op de voorgrond een oude vrek met een tronie die boekdelen spreekt, in het centrum Matteüs, die met zijn vinger naar zichzelf wijst, zijn hoofd vol rimpels, ongelovig kijkend, met een gezicht alsof hij zich afvraagt of Jezus hem in de maling neemt. Matteüs maakt op het schilderij nog absoluut geen aanstalten om op te staan en Jezus te volgen. Achter de twee hoofdfiguren bevinden zich twee jongemannen in prachtige kledij die hier misschien wel het klappen van de zweep aan het leren zijn. Links in het tafereel staan twee figuren: Jezus in de schaduw, donker en onopvallend – hij staat er maar heel gedeeltelijk op – en een leerling van Jezus die misschien wel even verwonderd is om de keuze van Jezus. Op de tafel liggen muntstukken en de rekeningen, een pen met inktpot (?) ernaast. Bijzonder aan het doek zijn de handen die wijzen naar het geld. Daar draait hun leven immers om. Twee handen vormen daarop een uitzondering: de hand van Jezus die op Matteüs gericht is en de rechterhand van Matteüs, die naar zichzelf wijst, met de vraag: ‘Ik???’. Matteüs en Jezus kijken elkaar aan. In dat ene ogenblik moet het gebeurd zijn. ‘Volg mij’. Hij stond op en volgde hem (Matteüs 9,9).

Matteüs voelde zich zondaar, maar is in die zondigheid gezien en aanvaard. Hij heeft zich diep laten raken door Jezus, toen deze hem uitnodigde om hem te volgen. Zodanig geraakt was hij, dat hij opstond en zijn oude leven de rug toekeerde om op radicale manier Jezus te volgen. Alsof het niets te maken zou hebben met een totale ommekeer van zijn levenspraktijk tot dan toe. Als je er dieper over nadenkt is dit nauwelijks te vatten.

Roeping

Wat is roeping? Hoe werkt roeping in de ziel van een mens? Er voltrekt zich een mysterie, dat niet meer te vatten is met ons menselijk verstand. Op ikonen wordt altijd de bekeerde Matteüs afgebeeld, een Matteüs met een ernstige en zuivere blik, met niets meer daarin dat herinnert aan zijn oude leven. Matteüs, publiekelijk bekend als tollenaar en zondaar, mocht ondervinden dat de woorden van Jezus ‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars’, in hem concreet gestalte kregen.

Bemoediging voor onze tijd

Is het geen bemoediging voor onze tijd dat de roepstem klinkt, onafhankelijk van menselijke tekorten, van zondigheid, van zwakheid, van falen? Die roepstem is universeel, tot ieder mens gericht, met een vraag, waar een hoogst persoonlijk antwoord op gegeven kan worden. Twijfelen aan onze eigen roeping betekent misschien wel dat we niet voldoende geloven in degene die roept. Ook dat onze eigen zwakheid de drempel is waar we niet overheen kunnen. Om toch over die drempel te gaan is het alleen nodig dat we onze blik niet afwenden, maar juist richten op degene die ons roept. ‘Volg mij’. Hij stond op en volgde hem.

*Naar een artikel van Ricky Rieter in Eikonikon, het ikonenbulletin van september 2009

Lees ook het gedicht Roeping van Christa Peikert-Flaspöhler (in de vertaling van Paul Begheyn SJ).

H. Matteüs: Kijk eens naar je roeping

Lezingen van de dag: Efeziërs, 4,1-7 + 11-13 / Matteüs 9,9

Ons dagthema ‘Kijk eens naar je roeping’ valt deze keer samen met het motto van deze retraiteweek. Waar ben ik toe geroepen? Paulus moedigt in zijn brief aan de Efeziërs, geschreven in de gevangenis, mensen aan de weg te gaan die bij de ontvangen roeping past. Lees de tekst eens rustig door en laat je raken door hetgeen daar gezegd wordt.

Uit de evangelielezing van vandaag kiezen we maar één zin. Matteüs, een tollenaar wordt uitgenodigd Jezus te volgen. En zijn reactie is verbluffend. Hij staat op en volgt Jezus.

Roeping van Matteüs, Hendrick Terbrugghen

Roeping van Matteüs, Hendrick Terbrugghen

Clara ziet haar roeping als een groot geschenk waar ze dankbaar, erkentelijk voor is, een roeping waar ze naar wil leven, want ‘adel verplicht’.

Begin van Clara’s testament

1 In de naam van de Heer. Amen.
2 Onder de vele weldaden
die wij van onze vrijgevige Weldoener,
de Vader van alle barmhartigheid
(2 Korintiërs 1,3) ,
ontvangen hebben en nog dagelijks ontvangen
en waarvoor wij aan de roemvolle Vader van Christus
bijzondere dankzegging verschuldigd zijn,
3 is die van onze roeping,
waarvoor wij tegenover Hem
des te meer verschuldigd zijn
naarmate deze volmaakter en groter is.
4 Daarom zegt de apostel:
‘Erken uw roeping
(vgl. 1 Korintiërs 1,26) .’
5 De Zoon van God is voor ons de weg geworden
(vgl. Johannes 14,6)
Testament van Clara 1-5a

Meditatie

Uit voorgaande teksten, die uit de lezingen en die uit het Testament van Clara, kunnen we ter meditatie een bepaald woord kiezen, of een korte zin. Je kunt ook nadenken over je eigen roeping. Of luisterend stil worden om meer zicht te krijgen op je roeping. Er zijn veel manieren om te mediteren. Een vruchtbare manier is bijvoorbeeld het volgen van je adem. Dat kun je ook doen in combinatie met de woorden die Jezus tegen Matteüs zegt: ‘Volg mij’. Misschien schrik je wel van die woorden. Misschien ontroeren ze je, of je weet er werkelijk geen raad mee en denkt dat die woorden niet voor jou bedoeld zijn… Laat maar komen wat komt. Misschien weet je helemaal niet wat je roeping is, stel je dan open voor de richting die je, in je diepere stilte, zou kunnen ontvangen.

Je kunt je in de stilte bij je naam laten roepen op elke ademhaling.

Paulus spreekt over de weg, Clara zegt dat de Zoon van God voor ons de weg is geworden.

(De teksten kunnen in de loop van de week, telkens iets anders in jezelf oproepen. Probeer deze week het thema van je roeping levend te houden).

* Op de site onder het hoofdartikel ‘Over Franciscus en Clara’ vind je een subartikel: Clara en het palmtakje‘. Daarin kun je lezen hoe Clara een bevestiging ontving betreffende haar roeping. Ze ontving van de bisschop tijdens de viering een palmtakje. Hij kwam het haar persoonlijk brengen.

Bruid, broeder, zuster, moeder

Lezingen van de dag: Ezra 6,7-8 + 12b + 14-20 / Lucas 8,19-21

Als God jou roept en jij antwoordt, ontstaat er een relatie tussen God en jou. In dat kader mogen we de woorden uit Lucas 8,21 verstaan, die we hier weergeven in de versie van de Nieuwe Bijbelvertaling:
‘Mijn moeder en mijn broers zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen.
Of, met de woorden van Matteüs 12,50:
Want ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder.
Franciscus duidt op deze teksten in de volgende passage, waarin hij ook nog eens het woord bruid toevoegt, en zelfs voorop plaatst:

Uit de Brief aan de gelovigen

47 Nooit mogen wij verlangen boven anderen te staan,
maar wij moeten veeleer een dienaar zijn
en ondergeschikt aan ieder menselijk schepsel
omwille van God.
(1 Petrus 2,13)
48 En op alle mannen en vrouwen
die zo handelen en tot het einde toe volharden,
zal de Geest van de Heer rusten;
(Jesaja 11,2)
Hij zal bij hen zijn intrek nemen en zijn verblijf vestigen. (Johannes 14,23)
49 Zij zullen kinderen zijn van de hemelse Vader (vgl. Matteüs 5,45)
wiens werken zij doen.
50 En zij zijn bruid, broeder en moeder
van onze Heer Jezus Christus.
(Matteüs 12,50)
51 Bruid zijn wij,
wanneer de getrouwe ziel
door de Heilige Geest
met Jezus Christus verbonden wordt.
52 Broeder zijn wij,
wanneer wij de wil doen van zijn Vader die in de hemel is;
(vgl. Matteüs 12,50)
53 moeder, wanneer wij Hem
in ons hart en lichaam dragen
(vgl. 1 Korintiërs 6,20)
door de liefde en een zuiver en oprecht geweten
en Hem baren door heilige daden
die een lichtend voorbeeld moeten zijn voor anderen.
(vgl. Matteüs 5,16)
Brief aan de gelovigen, tweede redactie, 47-53

Het volgen van onze roeping brengt ons dus tot een veelvoudige relatie met Jezus:

Bruid:in de Bijbel zijn er teksten die de verhouding van God (resp. Christus) tot zijn volk tekenen als de relatie van Bruidegom tot bruid (Jesaja 62,4-5; Ezechiël 16,8; Lucas 5,34; 2 Korintiërs 11,2; Openbaring 21,9; 22,17). In de christelijke traditie wordt die relatie doorgetrokken tot de individuele christen.
Misschien denk je: ik, bruid van Christus, daar kan ik niets mee. Let dan vooral op de liefdesrelatie: Christus houdt van jou en hoopt op jouw liefde, van hart tot hart, als een verbond voor altijd. Een bruiloft suggereert ook: het is iets nieuws, iets veelbelovends.Broeder/zuster:Jezus is onze broeder – wij hebben immers dezelfde Vader. Jezus leert ons hoe we kind van die Vader kunnen zijn; hoe we aan die Vader kunnen vragen wat we nodig hebben en hoe we kunnen doen wat de Vader wil. En door met de Vader te leven worden we meer zuster en broeder van Jezus.Moeder:net als Maria, de moeder van Jezus, mogen wij Jezus, Gods Woord, in ons hart ontvangen, het koesteren, het een kans geven om in ons te groeien, en het ter wereld brengen door ons doen en laten. Onder andere op dat gebied waarop we een bijzondere roeping hebben (verpleegkundige, ouder, organisator, musicus, gastvrouw etc.).

Meditatie

Misschien kun je één van de genoemde relaties met Jezus kiezen; probeer dan terwijl je rustig zit die verbondenheid met Jezus te voelen.

(Pater Pio) / Behoed en gezonden

Lezingen van de dag: Ezra 9,5-9 / Lucas 9,1-6

In de eerste lezing uit het boek Ezra zien we dat Ezra diep in de put zit. Ezra is een priester en schriftgeleerde die veel zorg had voor de Joodse eredienst toen de ballingen vanuit Babel waren teruggekeerd. Hij is ontdaan als hij hoort hoe er tegen de Wet van Mozes gezondigd is. En dit, terwijl het volk door God voortdurend bewaard en behoed is. Zijn houding is een houding van diep berouw. Hij richt zich dan, namens het hele volk, in gebed tot God, spreekt zijn berouw uit en benoemt alles wat God voor het volk gedaan heeft: Hij heeft een rest van ons overgelaten, ons een houvast gegeven in zijn heilige plaats, onze ogen weer het licht doen zien. God is een behoedende God, ondanks de fouten van het volk. Hij is zelf licht. In het gebed van Franciscus bij het Onzevader geeft hij zich over aan de Vader, die licht en liefde en enkel goedheid is. En in de zegen voor broeder Leo bidt Franciscus dat de Heer broeder Leo mag behoeden.

Uit het Gebed bij het Onzevader

1 O, onze allerheiligste Vader,
onze schepper, verlosser, trooster en redder.
2 Die in de hemel zijt,
in de engelen en heiligen.
Gij verlicht hen tot kennis, omdat Gij, Heer, licht zijt;
Gij ontvlamt tot liefde, omdat Gij, Heer, liefde zijt;
Gij woont in hen en vervult hen tot gelukzaligheid,
omdat Gij, Heer, het hoogste goed zijt,
het eeuwige goed van wie al het goede voortkomt
en zonder wie er geen goed bestaat.

Uit de Zegen voor broeder Leo

1 De Heer zegene u en behoede u.
Hij tone u zijn aanschijn en ontferme zich over u.
2 Hij kere zijn gelaat naar u toe en geve u vrede.
(Numeri 6,24-26)

kaarsje op de bijbel
Meditatie

Laat het beeld van licht in je doorwerken door je open te stellen voor Gods licht in je leven. Gods licht, dat er is, ook als je in duisternis bent, ook als je zelf in je leven duisternis verspreid zou hebben. En stel je open voor de zegenende en behoedende gave van de Ene die louter licht en liefde en leven is. Hij bemint je niet omdat je zo volmaakt bent, maar omdat je jij bent. Hij verlangt naar jouw wederliefde, ondanks alles wat er niet goed zou zijn. Keer je innerlijk en uiterlijk naar hem, en stel je open voor de vrede die hij je geven wil. Probeer dit alles toe te laten, de hele dag door. Keer er naar terug als je afdwaalt, durf ook te kijken naar hetgeen je in beslag neemt als je afdwaalt. Noteer wat er in jezelf opborrelt naar aanleiding van de meditatie.

Het evangelie van vandaag handelt over het uitgezonden worden zonder iets mee te nemen. Franciscus hoort het uitzendingsevangelie in Portiuncula, het kleine kerkje dat hij had hersteld. Hij vraagt de priester om uitleg en voert alles letterlijk uit. Dan gaat hij op tocht.

Stel je in je stille tijd open voor de inhoud van je roeping en je zending. Misschien ben je er je nooit zo van bewust geweest dat roeping en zending bij elkaar horen. Zending is meer dan verkondiging. Het is je leven leven met de gaven die je gekregen hebt, mede tot heling, opbouw en vreugde van anderen en om eer te geven aan hem die je dat alles geschonken heeft. Franciscus noemt dat: teruggeven.

Wie is Jezus?

Lezingen van de dag: Haggai 1,1-8 / Lucas 9,7-9

In Lucas 7,9 staat dat Herodes Jezus te zien wilde krijgen. In 23,8 zal hij Jezus inderdaad te zien krijgen, hij is dan blij en hoopt een wonder te zien, maar het loopt heel anders. Op deze manier naar Jezus kijken doet ook geen recht aan wie hij is.

Ook Clara spreekt over het zien (aanschouwen) van Christus. Ze heeft een innige relatie met Jezus en bemoedigt Agnes van Praag ook in zo’n relatie te leven:

Uit een brief aan Agnes van Praag

9 Waarlijk gelukkig is
wie deel krijgt aan dit heilige gastmaal
om zich van ganser harte aan Hem te hechten.
10 Zijn schoonheid bewonderen zonder ophouden
alle zalige heerscharen van de hemel.
11 Zijn liefde wekt liefde;
Hem aanschouwen verkwikt;
zijn welwillendheid verzadigt;
12 zijn zoetheid schenkt vervulling;
Hem gedenken schenkt lieflijk licht;
13 zijn geur zal doden tot leven wekken;
naar Hem opzien in heerlijkheid
zal alle inwoners van het Jeruzalem van omhoog
zalig maken.
14 Want Hij is de afstraling van de eeuwige glorie
(vgl. Hebreeën 1,3),
de helderheid van het eeuwig licht
en een spiegel zonder smet
(Wijsheid 7,26).
15 Kijk iedere dag in deze spiegel…

Vierde brief aan Agnes, 9-15a

spiegel

Welke roeping we ook gekregen hebben, altijd hoort daar een relatie met Jezus bij. In die relatie mogen we Jezus leren kennen en voortdurend beter leren kennen. En andersom: in die relatie leert Jezus ons steeds meer hoe we onze roeping kunnen beleven. Heb je de roeping om met kinderen om te gaan, dan kun je zien hoe Jezus met kinderen omgaat. Heb je de roeping om anderen uitleg te geven over de Bijbel, dan kun je zien hoe Jezus dat doet. Als je mensen moet opvangen kun je zien hoe Jezus mensen uitnodigt bij hem te komen.

Jezus is als een boek dat je nooit kunt uitlezen; steeds komt er een nieuw hoofdstuk. Of, zoals Clara het zegt: Jezus is als een spiegel waar je elke dag in kunt kijken.

Ook vanuit de beslommeringen van het dagelijkse leven kun je naar Jezus kijken. Als je teleurgesteld bent, kun je zien hoe Jezus met teleurstelling omgaat. Als je geen liefde kunt opbrengen voor iemand aan wie je je ergert, kun je Jezus vragen hoe hij het klaarspeelt van die ander te houden. Als je moe bent kun je bij Jezus verkwikking vinden. Als je mensen moet opvangen kun je zien hoe Jezus dat doet.

Meditatie

Je kunt vandaag tijd nemen om vanuit je eigen roeping en je eigen situatie naar Jezus te kijken. Misschien kan een Bijbeltekst of een afbeelding je helpen. Misschien heb je geen woorden of afbeeldingen nodig.

Houd goede moed

Lezingen van de dag: Haggai 1,15b-2,9 / Lucas 9,18-22

De profeet Haggai treedt op als de ballingen al twintig jaar teruggekeerd zijn, maar de tempel nog opgebouwd moet worden. We gaan dus een paar stappen terug in de tijd. (Dinsdag en woensdag lazen we in Ezra dat de tempel al weer wás opgebouwd).

Ook al zijn de ballingen al jaren teruggekeerd, ze zijn nog steeds niet echt aangekomen. Het leven is niet meer wat het zou moeten zijn. Zeker niet nu de tempel, het hart van hun eredienst, nog niet is herbouwd. Haggai komt hen van Godswege bemoedigen. Tot driemaal toe lezen we dat in de eerste lezing van deze dag.

Van Franciscus denken we misschien dat hij zo heilig was dat hij geen bemoediging nodig had. Toch ondervond Franciscus, juist bij het concreet uitvoeren van zijn roeping, regelmatig tegenstand van broeders die hem te streng vonden en daarom andere wegen wilden gaan. Hij trok zich dan terug in gebed, net zolang totdat hij weer nieuwe moed had gekregen.

Ik lees voor uit ‘Wijsheid van een arme’ van Eloi Leclerc (korte citaten van blz. 40, 42 en 43). Het is een gefingeerd gesprek tussen Franciscus en Clara. Hij wordt door haar bemoedigd. Bemoediging ontvangen we soms in het gebed, maar vaak ook door mensen.

Franciscus had zelf bemoediging nodig, maar hij bemoedigde ook anderen, onder andere broeder Leo. Broeder Leo was priester en vertrouwensman van Franciscus. Ook zijn secretaris. Toen Leo het moeilijk had schreef Franciscus een klein bemoedigend briefje dat bewaard is gebleven en in Spoleto te bezichtigen is.

Brief aan broeder Leo

1 Broeder Leo,
je broeder Franciscus wenst je heil en vrede.
2 Zo zeg ik je, mijn zoon, als moeder:
alles wat wij onderweg besproken hebben,
regel ik beknopt in deze uitspraak
en ik geef je de raad
– en je hoeft om raad niet naar mij toe te komen,
want ik geef je deze raad –:
3 als je een of andere manier beter vindt
om aan de Heer God te behagen
en zijn voetspoor en armoede te volgen,
doe dat dan met de zegen van de Heer God
en in gehoorzaamheid aan mij.
4 En als het voor je ziel noodzakelijk is
en je voor een andere bemoediging
opnieuw naar mij wilt komen,
kom dan.

Meditatie

Laat het stil worden in jezelf. Laat alles wat er aan zorgen bij je boven komt los, niet krampachtig. Het mag er gewoon zijn, maar leg het in de hand van de Ene die zorg voor je draagt, die je geroepen heeft en je altijd zal bewaren.

nood aan bemoediging

Open, niet ommuurd

Lezingen van de dag: Zacharia 2,5-9a + 14-15a / Lucas 9,43b-45

In Bijbelse tijden moest een stad ommuurd zijn, ter bescherming tegen vijandelijke legers en wilde dieren. Vandaag horen we in Zacharia 2,8 een verbijsterende boodschap: ‘Jeruzalem moet open blijven, niet ommuurd’. Het volgende vers geeft aan hoe dat mogelijk zal zijn: ‘Ik zelf, zo luidt de godsspraak van de Heer, zal rondom haar een muur van vuur zijn.’

Jezus leeft ook onommuurd, met alle gevaren van dien. Zoals hij zelf in de evangelielezing van vandaag zegt, zal hij overgeleverd worden in de handen der mensen. Het loopt uit op zijn dood, maar in deze dood mag hij de bescherming van zijn Vader ervaren.

Franciscus’ roeping was het om net als Jezus open, niet ommuurd te leven. Hij heeft geen huis, geen bezittingen, niets om zich mee te omgeven, om afgedekt te zijn. Hij is open, benaderbaar, en rekent op Gods bescherming en hulp. In de Regel van 1223 schrijft hij:

Uit de Regel van de Minderbroeders

1 De broeders mogen zich niets toe-eigenen,
geen huis, geen verblijfplaats, helemaal niets.
2 En als pelgrims en vreemdelingen in deze wereld
(vgl. 1 Petrus 2,11)
die in armoede en nederigheid de Heer dienen,
kunnen zij vol vertrouwen aalmoezen gaan vragen.

Regel van de minderbroeders 6,1-2

Meditatie

Wanneer heb je Gods bescherming en hulp bijzonder mogen ervaren? Op welke punten zou je nog meer op zijn bescherming en hulp kunnen rekenen? Heeft dit vertrouwen op God ook te maken met je eigen roeping?

Gods Geest op ieder

Lezingen van de dag: Numeri 11,25-29 / Jakobus 5,1-6 / Marcus 9,28-43 + 45 + 47-48

In de eerste lezing zegt Mozes: ‘Ik zou willen dat heel het volk profeteerde en dat de Heer zijn geest op hen legde’. In Handelingen 2,3 begint dit in vervulling te gaan: Gods Geest komt over iedereen die in het bovenvertrek aanwezig is. Christen zijn is leven vanuit de Geest. Voor Franciscus en Clara is dat ook een realiteit:

images-3

Uit de Regel van de Minderbroeders (vgl. de Regel van Clara)

8 Maar de broeders moeten voor ogen houden
boven alles te verlangen
de Geest van de Heer en zijn heilige werking te bezitten,
9 steeds tot Hem te bidden met een zuiver hart,
nederig en geduldig te zijn bij vervolging en ziekte
10 en hen lief te hebben
die ons vervolgen, verwijten maken en beschuldigen.
Want de Heer zegt:
‘Heb je vijanden lief
en bid voor wie je vervolgen of vals beschuldigen.
(vgl. Matteüs 5,44 par.)
11 Gelukkig wie vervolging lijden
omwille van de gerechtigheid,
want hun behoort het koninkrijk der hemelen.
(Matteüs 5,10)
12 Wie volhardt tot het einde,
die zal gered worden.’
(Matteüs 10,22)
Regel van de minderbroeders, hoofdstuk 10 (vgl. Regel van Clara 10,9-13)

Meditatie

Om naar je roeping te kunnen leven heb je Gods Geest nodig. ‘Geest’ is een vertaling van het Hebreeuwse ruach en van het Griekse pneuma. Beide betekenen bewegende lucht: wind of adem. God ademt in jou. Probeer in je adem Gods adem te voelen. Als je inademt mag je Gods liefdevolle adem ontvangen, als je uitademt mag je Gods liefdevolle adem aan de wereld doorgeven. Met die adem kun je iedereen vergeven, je vijanden liefhebben, nederig en geduldig zijn in alle omstandigheden, volharden tot het einde.