Ga naar het land dat ik je zal wijzen

(Genesis 12,1b)

Openingsviering

Als leidraad in deze retraite nemen we een tekst uit het boek Genesis, het eerste boek van de Bijbel. Deze tekst is te vinden aan het begin van het twaalfde hoofdstuk: Ga naar het land dat ik je zal wijzen.

Trek weg uit je land … en ga naar het land dat ik je zal wijzen. Na deze woorden, die de Ene spreekt tot Abram, volgt er een belofte en een zegen. Er vindt geen gesprek plaats tussen de Ene en hem. Abram luistert en gáát, samen met ieder die bij hem hoort!

Abram, de eerste van de drie grote aartsvaders, woonde in Charan, een plaats tussen de Eufraat en de Tigris, dicht bij de tegenwoordige Syrisch-Turkse grens. Wegtrekken uit vertrouwde omgeving is niet altijd gemakkelijk. Je ziet regelmatig op tv hoe het vluchtelingen vergaan kan: zekerheden worden achtergelaten en waar ze terecht zullen komen is meestal helemaal niet duidelijk. Ze kunnen weinig meenemen, alleen wat ze kunnen dragen. Bij Abram heeft het niet met een vlucht te maken, maar met een roeping. Hij wordt door God aangesproken. Hoe dat bij Abram in zijn werk ging, weten we niet, maar mogelijk heb je zelf ook wel eens meegemaakt dat er van binnenuit een sterke drang is om iets bepaalds te gaan doen of juist te laten. Het kan je onzeker maken omdat je niet zozeer kiest vanuit verstandelijke afwegingen, maar meer vanuit een drang, een verlangen. Je kunt het waarom niet helemaal beredeneren. Er is vertrouwen voor nodig. Van Abram werd een grote mate van vertrouwen gevraagd. Vertrouwen in de Ene, die hem geroepen had. Hoe zijn toekomst eruit zou zien wist hij helemaal niet.

Ook wij hebben vandaag, net als Abram, onze vertrouwde omgeving verlaten en hopen naar een ‘land’ te gaan dat ons gewezen zal worden. Ons weggaan van vandaag heeft alles te maken met de voortgang van ons leven, waarin een voortdurend wegtrekken van ons gevraagd is of kan worden. Wij weten helemaal niet hoe onze weg eruit gaat zien, noch deze week, noch in de toekomst. Zou de weg moeilijk of verrassend zijn? Zouden er, gaandeweg, nieuwe inzichten ontstaan die een wending kunnen geven aan ons leven? Misschien kun je eens nagaan bij jezelf wat het verband is tussen je keuze voor deze retraite en het grotere wegtrekken dat in de loop van je leven van je gevraagd is of gaat worden, het loslaten van eigen richting, omwille van hetgeen de Ene van je verwacht. Heeft het mogelijk met je diepste verlangen te maken, en met het zoeken naar je uiteindelijke bestemming? Of welke andere woorden zou je eraan willen geven? En zou je daarbij ook geleid kunnen worden door de Ene, zoals Abram geleid werd?

Ook Franciscus en Clara hebben naar Gods roepstem geluisterd. Franciscus hoort ‘een stem’ vanaf het kruis, een ‘stem’ die hem maant het ‘huis’ te gaan herstellen. Pas na een groeiproces gaat hij begrijpen wat van hem verwacht wordt. Clara raakt geboeid door Franciscus en voelt een sterke drang in zichzelf om hem te volgen.

Ieder mens wordt op een geheel eigen manier geroepen en Hij die roept wil ons ook leiden, zowel op onze levensweg als tijdens deze retraite. Daar mogen we helemaal op vertrouwen. Franciscus en Clara hadden een groot vertrouwen. Ons kan het wel eens ontbreken. Dan kunnen de volgende woorden van Franciscus ons misschien helpen.

Waar liefde is en wijsheid,
daar is geen vrees en geen onwetendheid
Waar rust is en bezinning,
daar is geen bezorgdheid en geen ronddwalen.

Vers 1 en 4 uit Wijsheidsspreuk 27 van Franciscus

In de rust zullen we Gods roepstem steeds beter leren verstaan.

Handreiking voor meditatie

Wegtrekken ‘uit je land’, wat betekent dat voor jou? Vind je het moeilijk of juist fijn? Wat stel je je voor van ‘het land’ dat Hij je zal wijzen?
Maak het stil in jezelf en vertrouw je toe aan de Ene. Durf je de regie uit handen te geven?

Terug

Gods plan met mensen

Lezingen van de dag: Genesis 13,2.5-18; Matteüs 7,6.12-14

In de eerste lezing van vandaag lezen we:

Ik zal uw nakomelingen maken als het zand op de aarde.
Alleen iemand die het zand van de aarde kan tellen,
zal uw nakomelingen kunnen tellen.

Deze belofte is niet nieuw; in de eerste lezing van gisteren hoorden we al dat de Ene Abram wegriep naar het land dat Hij Abram zou wijzen, en dat Hij een groot volk van Abram zou maken. De tekst van vandaag is een bevestiging daarvan.

Die bevestiging komt wel op een vreemd moment. Abram heeft, na wat conflicten met zijn oomzegger Lot (in de tekst van vandaag broer genoemd), hem het beste land gelaten, en zelf is hij in het meer woestijnachtige gebied van Kanaän gaan rondtrekken. Abram heeft nog geen nakomelingen. Hoe zal hij in een onvruchtbaar land en zonder kinderen kunnen uitgroeien tot een groot volk? Het boek Genesis beschrijft hoe Abram erop blijft vertrouwen dat, ondanks de schijnbare onmogelijkheid, Gods beloften werkelijkheid worden. En zijn vertrouwen wordt beloond.

Nadat Clara van Assisi gestorven is, wordt er een heiligverklaringsproces gehouden. Twintig getuigen vertellen daarbij onder ede dingen die zij zich van Clara’s leven herinneren. De derde getuige is zuster getuige Filippa. Het verslag van het proces zegt dan o.a.:

Deze getuige zei ook dat vrouwe Clara de zusters vertelde dat haar moeder, toen zij zwanger was van haar, naar de kerk ging en terwijl zij, staande voor het kruis, aandachtig bad en God smeekte dat Hij haar zou bijstaan en helpen in de gevaren van de bevalling, hoorde zij een stem die haar zei: ‘Gij zult een licht baren dat de wereld zal verlichten.’
Proces heiligverklaring van Clara 3,28

Ook deze belofte klinkt misschien wat onwaarschijnlijk. Toch is Clara uitgegroeid tot een licht voor veel generaties na haar, tot op de huidige dag. Een licht voor mensen over de hele wereld.

Handreiking voor meditatie

Het klinkt misschien wat ongeloofwaardig, maar de Ene heeft ook een plan met jóú. Misschien niet zo’n opzienbarend plan als de Ene had met Abram en met Clara. Maar ook minder opzienbarende plannen zijn belangrijk. De Ene wil ook met jou iets goeds doen. Deze retraite kan een gelegenheid zijn om hierbij stil te staan.

Als je je (nog) niet bewust bent van wat de Ene met jou wil, bedenk dan eens welke gaven je gekregen hebt. Bedenk dan welke mogelijkheden je hebt door je levenssituatie (bijv. je vrije tijd, je financiële situatie, je familierelaties, je ‘netwerk’, je woonplaats, je ervaring). Je hebt gaven en mogelijkheden die niemand anders in die combinatie heeft. Wat kun jij daarmee doen?

Waarvoor zou je je graag inzetten? Welke noden om je heen bewegen jou bijzonder? Is er een verband tussen jouw gaven en mogelijkheden en die noden?

Wat zou je kunnen laten, zodat je je nog meer kunt toeleggen op datgene waarvoor jij ‘in de wieg gelegd’ bent?

Denk hierover na, spreek hier met de Ene over, vraag het licht van de Ene hierover.

Terug

Op weg met meer dan een belofte

Lezingen van de dag: Genesis 15,1-12.17-18 / Matteüs 7,15-20

Hoe vaak in ons leven beloven we een ander iets. Meestal proberen we het na te komen, maar soms vergeten we het ook. Je wilt bijvoorbeeld al zo lang iemand een bezoekje brengen, maar het komt er steeds niet van. Vandaag in de lezing gaat het over meer dan een eenmalige belofte. De lezing handelt over een verbond tussen God en Abram. Bij een verbond zijn er twee partijen. God zegt plechtig toe dat Abrams nageslacht talrijk zal worden. Ook belooft Hij land als eigendom. Van Abram wordt gevraagd zich volledig aan God toe te vertrouwen. Bij een verbond hoort trouw, hier trouw van God aan Abram en trouw van Abram aan God.

We lezen het verhaal: Genesis 15,1-12.17-18. Vandaag zit Abram nogal te piekeren over een groot probleem. Wat heeft hij eraan als hem een prachtig land in het vooruitzicht wordt gesteld als hij straks toch kinderloos sterft en zijn hele bezit over zal gaan naar zijn dienaar, Eliëzer?

We luisteren naar het gesprek tussen God en Abram en merken op dat Abram, ondanks zijn onzekerheid over een nageslacht, toch gelooft in de belofte dat hij een nageslacht zal krijgen. Terwijl ze daar zo buiten staan en naar de donkere hemel kijken die bezaaid is met sterren laat hij Gods belofte diep in hem doordringen: Zo zal het ook zijn met je nakomelingen. Abram gelooft het. Even later spreekt God over het beloofde land en weer komt er een vraag in Abram op: hoe kan ik zeker weten dat ik het in bezit zal krijgen? Als het donker is geworden, volgt er een rite ter bevestiging van het verbond.

Abram gelooft in Gods trouw. In het vervolg van Abrams geschiedenis kunnen we lezen dat ook Abram trouw is, ondanks grote beproevingen.

In de Bijbel gaat het vaak over een verbond, vooral over het verbond tussen God en mensen.

In de Geschriften van Franciscus en Clara komt het woord ‘verbond’ niet voor. Wel de woorden ‘belofte’ en werkwoordsvormen van ‘beloven’.

In Clara’s Testament lezen we:

Ik vraag aan de heer kardinaal
dat hij ons altijd de heilige armoede
die wij aan God
en aan onze zeer zalige vader, de heilige Franciscus
beloofd hebben
zal doen onderhouden
en dat hij ons altijd
daarin zal willen doen groeien en bewaren.

Dat God je moge begeleiden

In de zegen die Clara op het einde van haar leven schrijft, herhaalt ze nog een laatste keer wat ze misschien wel het allerbelangrijkste vindt, namelijk dat de zusters trouw blijven aan de belofte die ze gedaan hebben:

… wees er altijd bezorgd voor
te onderhouden wat u aan de Heer hebt beloofd.
De Heer zij altijd met u
en wees toch altijd met Hem.
Amen.

Handreiking voor meditatie

Heb je wel eens iets heel plechtig (of minder plechtig) beloofd? Was het moeilijk om die belofte te houden? Wat gebeurde er in je op momenten waarop het niet lukte?
Heeft God met jou ook ooit een verbond gesloten? Hoe zie of formuleer je dat? Ervaar je die verbondenheid ook? Is het voor jou een vreugde of een last?
Wat betekent wederzijdse trouw voor jou? Heeft ver-trouw-en daar ook iets mee te maken?

Terug

Brood uit de hemel

Lezingen van de dag: Deuteronomium 8,2-3.14b-16a; 1 Korintiërs 10,16-17; Johannes 6,51-58
Hoogfeest van het Heilig Sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus

Jezus zegt in het evangelie van vandaag:

Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald.


Op de eerste plaats is Jezus zelf dat brood uit de hemel. Hij was in een veilige en machtige positie, maar hij is neergedaald naar ons. Hij heeft onze kwetsbaarheid en armoede gedeeld. En dat allemaal om contact met ons te krijgen. Een contact waarin hij ons geneest, verlost, voedt.

Op de tweede plaats is de Hostie die wij in de Eucharistie ontvangen brood uit de hemel. Jezus wordt niet eens meer mens, maar brood. Brood dat gegeten wordt.

Franciscus, die toch al erg getroffen was door het gegeven dat Gods Zoon in de kleinheid van de mens Jezus tot ons kwam, was ook erg getroffen door Christus’ zelfvernedering in de Eucharistie. Franciscus spreekt hier in zijn geschriften verschillende keren over. Onder andere in zijn wijsheidswoorden:

Zie, dagelijks vernedert Hij zich (Filippenzen 2,8)
zoals Hij ooit van de koningstroon
(vgl. Wijsheid 18,15)
in de schoot van de Maagd is gekomen.
Dagelijks komt Hij zelf tot ons
en wordt zichtbaar als een nederige.
Dagelijks daalt Hij af uit de schoot van de Vader
(Johannes 1,18)
op het altaar in de handen van de priester.
En zoals Hij zich ooit aan de heilige apostelen
heeft laten zien in een echt lichaam,
zo laat Hij zich ook nu aan ons zien in heilig brood.
Franciscus, Wijsheidsspreuk 1,16-20

Het eucharistische brood is voor ons het ‘Brood voor onderweg’. Op weg naar het land dat God ons wijst is Hij ons nabij. Het zien en het nuttigen van de Hostie geeft ons de kracht om verder te gaan.

Handreiking voor meditatie

Hoe stel je je God voor? Als machtige of (ook) als nederige?
Wat heeft het voor zin dat God nederig is?
Wat heeft het voor zin dat wij nederig zijn?
Als het zin heeft dat we nederig zijn, waar halen we dan de kracht vandaan nederig te zijn?

Terug

Twee gidsen (Geboorte van Johannes de Doper)

Lezingen van de dag: Jesaja 49,1-6 / Handelingen 13,22-26 / Lucas 1,57-66.80

Als je in deze tijd op weg gaat, zijn er eindeloos veel mogelijkheden om je te oriënteren. Reisgidsen, internet, voorlichting, weekenden ter voorbereiding, enz. Toch kan de reis zelf soms anders zijn dan alles wat je erover hoorde of las. Met de reis van je leven is het al niet anders. Dingen lopen anders dan je gepland hebt, je raakt de weg een beetje kwijt. Ook op het gebied van geloven is er veel veranderd. Waar is je houvast?

In de loop van de eeuwen zijn er veel grote figuren geweest die een leidende functie hadden op velerlei gebied. Zo staat de Bijbel vol met leiders, goede en slechte: koningen, priesters, profeten, apostelen.

Vandaag vieren we het feest van Johannes de Doper, in de ikoonwereld Johannes de Voorloper genoemd, naar zijn functie. Hij was een voorloper van Jezus, naar wie hij ook verwijst, en tegelijkertijd was hij een gids voor veel mensen. Franciscus was ook een gids. Veel mensen hebben hem gevolgd.

Johannes de Doper, Rogier van der Weyden (1400-1464) Franciscus van Assisi, naar de oudste afbeelding (te Subiaco)

Er zijn meerdere parallellen te trekken tussen deze twee gidsen:

  • Allereerst krijgen Johannes en Franciscus bij de besnijdenis, respectievelijk de doop, allebei de naam Johannes (de naam Franciscus kreeg Franciscus pas later).
  • Beiden verwijzen naar Jezus en zijn verkondigers van het goede nieuws.
  • Johannes en Franciscus staan allebei, ieder op eigen manier, op de drempel van een nieuwe tijd, respectievelijk nieuwe beweging.
  • Johannes en Franciscus waren allebei tamelijk streng voor zichzelf.
  • Johannes leerde mensen bidden en Franciscus riep mensen op tot gebed.
  • Het voornaamste is misschien wel dat in beide personen de Geest zeer werkzaam is geweest ten behoeve van het zielenheil van mensen.

Broeder Thomas van Celano schreef in zijn levensbeschrijving van Franciscus onder andere het volgende:
…dat hij eerst Johannes heette, is de reden geweest, waarom hij het feest van Johannes de Doper plechtiger vierde dan het feest van welke heilige dan ook. En het dragen van die verheven naam gaf hem iets van diens geheimnisvolle kracht. De opmerking: ‘Zoals er onder de zonen van vrouwen geen grotere is opgestaan dan Johannes de Doper, zo is er onder de ordestichters geen volmaaktere dan Franciscus,’ mag zeker gemaakt worden en verdient een ruime verspreiding.
Thomas van Celano, Franciscus van Assisi. Tweede levensbeschrijving, I,3.

Johannes en Franciscus zijn, vanuit hun geheel eigen roeping, allebei grote gidsen geweest voor velen. Ze hadden een verschillend karakter, leefden in verschillende tijden, maar waren allebei bezield met een zeer apostolische geest. Zonder dat Franciscus echte leiderscapaciteiten had, is er door hem, vanuit zijn openheid voor de werking van de Geest, een grote beweging ontstaan.

Handreiking voor meditatie

Zijn er momenten in je leven geweest waarin je geleid of begeleid werd?

Johannes en Franciscus lieten zich leiden door de Geest. Durf jij je ook toe te vertrouwen aan de leiding van de Geest? Je zou er regelmatig om kunnen vragen in gebed, met eigen woorden of met een psalmvers dat je tijdens het Getijdengebed tegenkomt! Het gebed om de leiding van de Geest is een gebed dat altijd verhoord wordt! Door de herhaling van zo’n gebed wordt je verlangen ernaar steeds sterker.

Terug

Een woord van God

Lezingen van de dag: Genesis 18,1-15; Matteüs 8,5-17

De honderdman uit het evangelie van vandaag begrijpt heel goed dat hij Jezus in een moeilijke positie brengt als hij erop aandringt dat Jezus bij hem in huis komt – hij is immers een niet-Jood. Tegelijk is hij militair, en daardoor vertrouwd met de kracht van een woord. Een militair commandant schreeuwt immers één enkel woord en vijftig soldaten gaan lopen of staan stil. De honderdman vertrouwt erop dat Jezus ook zo’n krachtdadig woord heeft.

Franciscus heeft ook ervaring met de kracht van Gods woord. Vooral als een woord dat hem de weg wijst. Eens is Franciscus op weg naar Apulië. Hij wil zich aansluiten bij een graaf, in de hoop voor hem te kunnen strijden en zo riddereer te verwerven. Bonaventura vertelt dan:

Maar toen hij kort daarna op weg gegaan was en de dichtstbijzijnde stad had bereikt,
hoorde hij ’s nachts de Heer hem vertrouwelijk toespreken en zeggen:
‘Franciscus, wie is in staat je meer te geven, een heer of een knecht, een rijke of een arme?’
Franciscus gaf ten antwoord, dat vanzelf een heer en een rijke hem meer zouden kunnen geven;
waarop de Heer hem terstond verwijtend toevoegde:
‘Waarom laat je de Heer dan voor de knecht in de steek
en veronachtzaam je voor een arm mens de rijke God?’
‘Wat wilt U dan dat ik zal doen, Heer?’ vroeg Franciscus.
En de Heer antwoordde: ‘Ga terug naar de streek waar je thuishoort.
Want het droomgezicht dat je gezien hebt,
duidt op een geestelijk gebeuren dat zich in jou zal voltrekken,
niet door de doeltreffendheid van menselijke maatregelen,
maar op de wijze waarop God het heeft vastgesteld.’
Toen de volgende morgen aanbrak,
keerde Franciscus dan ook haastig vol vertrouwen en zeer verheugd naar Assisi terug
en, nadat hij zo reeds een voorbeeld van gehoorzaamheid had gesteld,
wachtte hij rustig af wat de Heer van hem zou willen.
Bonaventura, Grote levensbeschrijving 1,3

Het woord dat Franciscus in de nacht gehoord heeft zet zijn leven op een heel ander spoor. Gaandeweg ontdekt hij het land dat de Ene hem wijst.

Handreiking voor meditatie

Heb je ook de ervaring dat een woord van God jou de weg wees? Misschien was het een woord uit de Bijbel, misschien een woord uit de liturgie, een woord in een droom, een woord dat je zo maar ergens hoorde of een woord dat jou zo maar te binnen schoot. Wat heb je met dat woord gedaan? Zou je er nog méér mee kunnen doen?

***

Terug

Winnen en verliezen

Lezingen van de dag: 2 Koningen 4,8-11.14-16a; Romeinen 6,3-4.8-11; Matteüs 10,37-42
NB Deze lezingen kun je opzoeken op www.willibrordbijbel.nl.

NB Op de meeste plaatsen wordt vandaag het hoogfeest van het Heilig Sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus gevierd, zie donderdag 23 juni

Op het eind van zijn leven schrijft Franciscus van Assisi een geestelijk testament. Hij opent met een indringende ervaring die hij ergens in het begin van zijn bekeringsproces had:

De Heer heeft mij, broeder Franciscus,
op de volgende manier het begin gegeven van een boetvaardig leven:
toen ik in zonden leefde,
leek het me te bitter om melaatsen te zien
en de Heer zelf heeft mij tussen hen gebracht
en ik heb hun barmhartigheid bewezen.
En toen ik bij hen wegging,
was wat me bitter leek
voor mij veranderd in zoetheid naar ziel en lichaam;
en ik was er daarna nog een tijdje vol van
en heb de wereld verlaten.
Testament van Franciscus, 1-3

Franciscus heeft een bijzondere ervaring gehad toen hij op een andere manier naar melaatsen ging kijken. Hij ervaart die verandering als een gave van God. Er gaat wat tijd overheen, maar dan neemt hij zijn besluit. Hij zegt het zelf zo: ‘…ik was er daarna nog een tijdje vol van en heb de wereld verlaten’. Het betekende in zijn geval dat hij brak met zijn leven als rijke. Hij laat werelds bezit en zekerheid los, en gaat aan de rand van de maatschappij leven, net als melaatsen. Hij verliest veel, maar wint nog meer: hij wordt rijk in God.

Handreiking voor meditatie

Welk besluit denk je dat je moet nemen na deze retraite? Misschien is het goed het nu op te schrijven en het over een tijdje na te lezen. Wat zou je moeten verliezen (loslaten), om wat te winnen?

Terug

Franciscaanse bronnen

Bonaventura, Grote levensbeschrijving van de heilige Franciscus van Assisi, vertaling A.A.C. Sier, Uitg. J.H. Gottmer, in samenwerking met de Franciscaanse werkgroep K 750, Haarlem 1978

Clara van Assisi, Geschriften, leven, documenten, Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem 1996

Franciscus van Assisi, De Geschriften, vertaald, ingeleid en toegelicht door G.P. Freeman, H. Bisschops, B. Corveleyn, J. Hoeberichts en A. Jansen, Uitg. Franciscaanse Beweging, Den Bosch en Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem, 2004

Thomas van Celano, Franciscus van Assisi. Tweede levensbeschrijving, vertaling: A.A.C. Sier ofm, Uitg. J.H.Gottmer, Haarlem, 1976