De mens leeft niet van brood alleen

 

Matteüs 4,4

Openingsviering

‘De mens leeft niet van brood alleen’, zo luidt ons motto voor deze week, een tekst uit het evangelie van afgelopen zondag. De veertigdagentijd is begonnen op Aswoensdag. Gisteren hoorden we het verhaal van de beproevingen van Jezus in de woestijn.

Nu we aan onze retraite beginnen zoeken we ook bewust de afzondering. Wel niet in de vorm van een woestijn, maar toch trekken we ons terug uit ons leven van alledag, om ons te concentreren op de kwaliteit van ons eigen leven. Ook wij kunnen ons in deze dagen afvragen in hoeverre wij alleen van ‘brood’ leven en van alle materiële zaken. Misschien ontdekken we dat we eigenlijk toch iets missen, een stukje diepgang, wat inspiratie en zingeving. Waar leven we voor, waar leven we van? En waar gaat ons leven naartoe? Het leven is vaak zo vol en we staan aan zoveel invloeden bloot dat we soms, of misschien wel vaak, aan de oppervlakte blijven hangen. En toch hunkert er iets in ons naar meer, naar voedsel voorbij de materie, voorbij het gewone dagelijkse brood. Deze week gaan we zoeken of we dieper contact kunnen krijgen met ons verlangen, zodat we de weg weer enigszins terug kunnen vinden of verdiepen. De veertigdagentijd is een tijd om dichter bij de bron te komen, die ook in de woestijn van ons eigen leven ondergronds altijd aanwezig is.

Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel op de proef gesteld te worden. Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had hij grote honger. Nu kwam de beproever naar hem toe en zei: ‘Als u de Zoon van God bent, beveel dan die stenen in broden te veranderen.’ Maar Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’ Matteüs 4,1-4

Franciscus zocht ook regelmatig stille plekken op. Hij was geroepen om de blijde boodschap naar de mensen te brengen, maar zonder gebed en stilte zou hij dat nooit gekund hebben. Voor hem waren de Schriftwoorden echt voedsel, echt brood voor zijn ziel, brood voor zijn inspiratie, wegwijzers om vanuit die inspiratie ook naar de mensen te kunnen gaan.

Elke roeping, zelfs de roeping van Jezus, wordt beproefd. Ook die van Franciscus en Clara, ook die van ons. Waarschijnlijk zul je het ook deze week merken. Misschien vind je de stiltes te lang en zou je die het liefst willen ontvluchten of doorbreken, misschien krijg je zin om gewoon lekker een boek te gaan lezen, of een praatje aan te knopen. Kijk hoe je ermee omgaat als je tegen deze en andere afleidingen aanloopt. Waar kies je voor? Waar koos Jezus voor? De woestijntijd is bedoeld om je sterker te maken in je keuzes en in het bewustzijn dat de kracht je gegeven wordt om naar je keuzes te leven. In de woestijntijd mag je je steeds intenser gedragen weten door de Ene die je altijd omringt, de Ene die ook Jezus nabij was op zijn moeilijke momenten en die hem hielp om trouw te blijven aan zijn roeping. Het is een tijd waarin je de kans krijgt om dieper te gaan leven in groter verbondenheid met de Ene.

Terug

God spreekt, God luistert

Lezingen van de dag: Jesaja 55,10-11 / Matteüs 6,7-15

In de Jesaja-lezing horen we dat God tot de mens spreekt. In de evangelielezing dat de mens tot God spreekt. Beide zijn belangrijke elementen in het geestelijk leven.

Dat wij tot God spreken is waarschijnlijk nog het meest bekend: we danken God, we prijzen God, aanbidden God, vragen Gods hulp en vergeving. Op het spreken tot God (en dan speciaal het vragen aan God) komen we donderdag terug.
Dat God tot ons spreekt zal voor menig doorgewinterde gelovige onvoorstelbaar zijn. Wij besteden hier vandaag aandacht aan.

God spreekt op allerlei manieren. De ene keer door een droom, de andere keer door een woord uit de Bijbel, of door wat een ander zegt, of door een gedachte die steeds maar bij je naar boven komt. Of nog anders. Zo hoort Franciscus eens een woord van God vanaf het kruis dat in het kerkje van San Damiano hangt: ‘Franciscus, ga mijn huis herstellen! Je ziet toch dat het geheel vervallen is’.

Op het moment zelf waarop je denkt een ‘woord’ van God te krijgen heb je natuurlijk nog geen zekerheid dat het inderdaad van God komt. Misschien was het wel een gewone menselijke gedachte. Doordat je, met de nodige voorzichtigheid, vanuit zo’n ‘woord’ leeft en de vrucht ervan ervaart, ga je geleidelijk aan duidelijker zien dat het inderdaad een woord van God was.

Hier een voorbeeld dat Clara ons vertelt. Franciscus spreekt een woord uit dat later bewaarheid wordt. Als Clara dit opschrijft, woont zij al jarenlang in San Damiano. Maar toen Franciscus het woord uitsprak was dat nog moeilijk voorstelbaar:

San Damiano, zoals het klooster er nu uitziet

Want toen de heilige zelf
nog geen broeders of gezellen had,
vrijwel onmiddellijk na zijn bekering,
werd hij,
terwijl hij de kerk van San Damiano aan het bouwen was,
waar hij geheel en al
door een goddelijke vertroosting werd bezocht,
ertoe gedreven de wereld helemaal te verlaten.
Daar heeft hij toen
door een grote vreugde en verlichting van de Heilige Geest
over ons voorzegd
wat de Heer later in vervulling deed gaan.
Want hij ging in die tijd
op de muur van de genoemde kerk staan
en in het Frans zei hij met luide stem
tegen enkele arme mensen
die zich daar in de buurt ophielden:
‘Kom en help mij bij het werk
aan het klooster van San Damiano
want hier zullen voortaan vrouwen verblijven;
door hun vermaarde leven en heilige levenswijze
zal onze hemelse Vader verheerlijkt worden (vgl. Matteüs 5,16)
in heel zijn heilige kerk.’
Testament van Clara, 9-14

Enkele aantekeningen hierbij:

  • Wij kunnen niet ‘bewerken’ dat God iets tot ons zegt. Wel kunnen we ons ervoor openstellen of afsluiten.
  • Zo’n woord dat God tot ons gesproken heeft kan ons de kracht geven om vol te houden, ook als er grote moeilijkheden zijn.
  • Er is een verband tussen het spreken tot God en het verstaan wat God tot ons zegt. Als wij ons zo persoonlijk mogelijk tot God uitdrukken, kunnen wij gemakkelijker verstaan wat God ons zegt.
  • Ervaringen en vragen over dit onderwerp kun je ter sprake brengen in het begeleidingsgesprek.
Handreiking voor de meditatie
  • Heb je zelf ervaring dat je – op welke manier dan ook – ooit een ‘woord’ van God hoorde? Is dat ‘woord’ ook werkelijkheid geworden?
  • Is er iets waarover je graag Gods visie zou horen? Vraag het heel duidelijk aan God, en reken erop dat hij jou op zijn tijd en op zijn manier antwoord geeft.

Terug

Opnieuw beginnen

Lezingen van de dag: Jona 3,1-10 / Lucas 11,29-32
Voor de overweging in de eucharistieviering klik op woensdag, eucharistieviering

Vandaag treffen we in beide lezingen de profeet Jona aan. Het oudtestamentische boek met dezelfde naam bevat een boeiend verhaal rond de mogelijkheid om opnieuw te beginnen met je leven. Gods barmhartigheid is immers oneindig veel groter dan ons hart als het ons aanklaagt.

In het verhaal roept Jona de mensen van de stad Nineve op om zich te bekeren.

detail van de ikoon met Jona, zie ook de hele ikoon

Ook Franciscus roept mensen op om een nieuw leven te beginnen. Natuurlijk zal een oproep tot bekering nu heel anders klinken dan acht eeuwen geleden. Laten we luisteren naar Franciscus zelf:

En deze of een dergelijke aansporing en lofprijzing
mogen al mijn broeders,
telkens als zij dat willen,
met de zegen van God onder ieder slag mensen verkondigen:
‘Vrees en eer, prijs en zegen,
dank en aanbid de almachtige Heer God,
in drieheid en eenheid
Vader, Zoon en Heilige Geest,
schepper van alle dingen.
Doe boete, (Matteüs 3,2)
breng waardige vruchten van boetvaardigheid voort, (vgl. Lucas 3,8)
want wij zullen spoedig sterven.
Geef en u zal gegeven worden. (Lucas 6,38)
Vergeef en u zal vergeven worden. (vgl. Lucas 6,37 par.)

Gelukkig wie in boetvaardigheid sterven,
want zij zullen in het rijk der hemelen wonen.

Kijk uit, houd u ver van alle kwaad
en volhard tot het einde in het goede.’
Regel van de minderbroeders, voorlopige redactie, hoofdstuk 21, verzen 1-5.7.9

Franciscus begint zijn preken altijd met een lofprijzing, dan volgt er een oproep tot herziening van leven. ‘Boete doen’ zijn woorden die ons misschien helemaal niet aanspreken, maar vertaal het eens met ‘herstellen’, zoals zeelui hun kapotte netten boeten. De aansporingen die Franciscus gebruikt zijn geen eigen verzinsels. Veel van zijn teksten zijn geïnspireerd door het evangelie, soms zelfs letterlijk overgenomen. Het evangelie is het brood dat hij elke dag nuttigt. Hij leeft ervan. Ook in het evangelie staan soms zinnen waar je op moet kauwen om ze te vertalen naar je eigen tijd en leefsituatie. Kan dit ‘brood’, terwijl je het kauwt, voor jou verteerbaar worden?

Handreiking voor de meditatie
  • Kijk eens of er in bovenstaande tekst van Franciscus een zin is die je bijzonder aanspreekt, word daar stil bij en voel hoe die, bij herhaling, in je doorwerkt. Bij welke woorden word je geraakt, hetzij in positieve of negatieve zin? (Schrijf eventueel na elke meditatie iets op over je beleving).
  • Kun je een verband ontdekken tussen de lofprijzing en de andere verzen?
  • Je zou, tenzij er een ander thema is dat zich bij jou aandient, het boek Jona vandaag eens kunnen lezen. Welke oproep hoor jij?
  • Waarmee wil jíj opnieuw beginnen en hoe denk je dat te doen?

Terug

Eucharistieviering: Lucas 11,29-32

Het evangelie van vandaag is gemakkelijker te begrijpen als je ook de voorgaande passage leest (vooral de verzen 14-20). Hierin horen we dat Jezus iemand geneest die door een duivel bezeten was en niet kon spreken. Mensen vragen zich dan af door welke kracht Jezus die genezingen verricht, door Beëlzebub of door Gods kracht. Ook zijn er mensen die Jezus nog eens om een extra teken vragen. Als we terugkijken op ons eigen leven, dan zullen we misschien het verlangen herkennen om nog meer duidelijkheid te krijgen in een bepaald probleem. We weten van binnenuit al wel wat ons te doen staat, maar we zouden nóg meer zekerheid willen hebben.

In evangelieverhaal van vandaag verwijt Jezus die mensen, met tamelijk pittige woorden, dat ze een extra teken willen hebben. Dit geslacht is een verdorven geslacht: het verlangt een teken. Hun verdorvenheid zou dus bestaan uit het overbodig vragen naar een teken, terwijl Jezus juist al een groot teken had verricht, namelijk de genezing van een man die door een duivel bezeten was. Ook daarvoor had hij al veel andere genezingen verricht. Telkens weer stootte hij bij sommige mensen op ongeloof. Als het geven van tekenen niet resulteert in een groter geloof, dan heeft het geen zin om nog eens een extra teken toe te voegen. Misschien is dat de les die de mensen te leren hebben. Er is namelijk een houding van geloof nodig, dus een ommekeer van binnenuit. Geloof in hém, de Mensenzoon, die zelf een teken is. Hij vraagt of de mensen in hemzelf willen geloven, voorbij aan andere, zichtbare tekenen.

De Ninevieten zullen, zo zegt Jezus, bij het uiteindelijke oordeel hun stem laten horen tegen de mensen van dit geslacht. Zij, de Ninevieten, hebben namelijk geluisterd naar de oproep van de profeet Jona. Dan zouden de mensen in Jezus’ tijd toch zeker gehoor moeten geven aan Jezus’ oproep. En wel omdat nu niet alleen een profeet aan het woord was namens God, maar Jezus zelf, dé gezondene bij uitstek. Deze gedachte ligt vervat in de woorden: welnu, hier is meer dan Jona. Was Jezus niet juist het grootste teken van die tijd en van alle tijden die nog zouden komen? Jezus vraagt geloof in hém. Wat Jezus destijds van de mensen vroeg, vraagt hij ook nu nog van ieder van ons: geloof in hem, het gaat niet om een teken.

Handreiking voor meditatie
  • Hoe groot is jouw behoefte aan een teken?
  • Heb je wel eens iets meegemaakt waarin je een ‘teken uit de hemel’ ervaren hebt?
  • Helpt het je, bij twijfel, om terug te kijken op eerdere momenten waarop het moeilijk was en je er toch uitkwam?
  • Is Jezus zelf voor jou ook een teken? Hoe open sta je voor hem?

Terug

Vraag!

Lezingen van de dag: Ester 14,1.3-5.12-14 / Matteüs 7,7-12
(De lezing uit Ester 14 is alleen te vinden in Bijbeluitgaven die de deuterocanonieke boeken bevatten. In veel van deze Bijbeluitgaven vind je deze tekst overigens niet in hoofdstuk 14, maar in een aanvulling na Esther 4,17. In deze aanvulling lees je dan de verzen 12, 14-16, 23-25. Of de verzen 10a, 11-12, 17-19. Of… nog anders!)

De evangelielezing van vandaag is genomen uit de Bergrede. De Bergrede is een basiscursus die Jezus aan zijn eerste leerlingen geeft. Veel eeuwen later mogen wij, als wij nu leerling van Jezus proberen te zijn, die woorden beluisteren als geadresseerd aan ons.

In de Bergrede probeert Jezus zijn leerlingen in te wijden in hun relatie met de Vader. Hij laat hen delen in de relatie die hijzelf met de Vader heeft. Daarin vinden we twee accenten:

  • in hun doen en laten is de Vader hun norm. Bijvoorbeeld: Matteüs 5,48: Jullie zullen dus onverdeeld goed zijn, zoals jullie hemelse Vader onverdeeld goed is;
  • de leerlingen mogen in alles vertrouwen op die Vader. Bijvoorbeeld: Matteüs 6,26: Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels?
    (Beide voorbeelden zijn geciteerd uit de Willibrordvertaling van 1995).

Midden in de Bergrede staat het gebed dat Jezus aan deze leerlingen leert, het Onzevader (we lazen het afgelopen dinsdag). In dat gebed staan de belangen van de Vader voorop: zijn Naam, zijn Rijk, zijn wil. Maar daarna komen ook onze belangen aan bod: ons dagelijks brood, vergeving voor onze schulden, dat we niet in bekoring komen en dat we niet door het kwaad lastiggevallen worden.

In de lezing van vandaag gaat Jezus dieper in op het vragen in verband met onze persoonlijke belangen. Hij doet heel veel moeite om ons te overtuigen dat we in alle vrijheid dingen aan de Vader mogen vragen. De Vader houdt van ons, wij zijn zijn eigen geliefde dochters en zonen.

In de praktijk wordt niet elk gebed van ons verhoord op de manier die wij in gedachte hadden toen wij ons gebed uitspraken. De ene keer krijgen we wat we gevraagd hebben, misschien wel op een wonderlijke wijze. De andere keer echter vragen wij om iets heel belangrijks, om genezing, of om oplossing van een probleem, maar helaas, de ziekte of het probleem blijft. Dat kan ons de moed benemen om aan de Vader iets te vragen.

In het proces voor de heiligverklaring van Clara vertellen verschillende getuigen over de kracht van Clara’s gebed. Een van hen is zuster Filippa. Zij getuigt:

Toen dus op een dag de vijanden kwamen om de stad Assisi te verwoesten,
klommen enkele Saracenen op de muur van het klooster
en lieten zich tot binnen het kloosterterrein zakken.
De zusters werden hierdoor heel bang.
Maar de zeer heilige moeder sprak allen moed in
en minachtte de kracht van de Saracenen
met de woorden: ‘Vrees niet, want zij zullen ons geen schade kunnen berokkenen.’
En toen zij dat gezegd had, nam zij haar toevlucht tot het gebed waar zij mee bezig was.
De kracht van dat gebed was zo groot
dat de vijanden, die Saracenen,
zonder enige schade te berokkenen er vandoor gingen,
alsof zij verjaagd werden,
zodat ze niemand van het huis aanraakten.

Proces van de heiligverklaring van Clara, Derde getuige, 17

Handreiking voor de meditatie
  • Herinner je een gebed dat verhoord werd. Dank God ervoor.
  • Herinner je de keren dat je gebed niet ‘verhoord’ werd. Praat er met God over.
  • Welke noden zou je nu aan God willen voorleggen?
  • Misschien heb je moeite om God je Vader te noemen. Bijvoorbeeld omdat je geen lieve, begripsvolle vader hebt of hebt gehad. Je kunt God natuurlijk met een ander woord toespreken dan met ‘Vader’. Misschien geeft deze retraite ook de gelegenheid om over de problemen met je eigen vader na te denken en te bidden. Je kunt het onderwerp ook in het begeleidingsgesprek ter sprake brengen.

Terug

Verzoening brengt leven

Lezingen van de dag: Ezechiël 18,21-28 / Matteüs 5,20-26

Bij de joden is Jom Kippoer (Grote Verzoendag) een van de grootste feesten. De tien voorafgaande dagen probeert iedereen de nog aanwezige conflicten bij te leggen. Pas als de conflicten met de naasten zijn bijgelegd, zal ook de Ene hun kunnen vergeven. Verzoenen met elkaar is voorwaarde om je met hem te verzoenen.

In ‘Herinneringen aan broeder Franciscus’ (84) staat een verhaal opgetekend over een conflict tussen de bisschop en de burgemeester (podestà) van Assisi. De onenigheid is zover opgelopen dat de bisschop de banvloek uit heeft gesproken over de burgemeester (dus hem buiten de gelovige gemeenschap heeft gezet). Als reactie verbood de burgemeester de inwoners van Assisi om iets te kopen van of te verkopen aan de bisschop. Franciscus was hier zo ontdaan over en had zo’n diep medelijden met hen dat hij aan het juist gecomponeerde Zonnelied een couplet toevoegde over elkaar vergeven.

Vervolgens vragen de broeders aan de burgemeester en zijn medewerkers en ieder die maar mee wil gaan om naar het huis van de bisschop te komen. Daar zullen ze dan het Lied van Broeder Zon met het toegevoegde couplet zingen. Zo gebeurt het. En het mist zijn uitwerking niet:

Onmiddellijk stond de podestà op en, met zijn gevouwen handen dicht tegen zich aan, luisterde hij in grote eerbied met tranen in zijn ogen aandachtig toe als was het het evangelie van de Heer. Hij had immers een groot vertrouwen in de zalige Franciscus en was hem zeer toegewijd en genegen. Toen de Lofzang op de Heer ten einde was, zei de podestà in bijzijn van allen: ‘Ik verklaar u in volle ernst dat ik me niet alleen met de bisschop die ik als mijn heer moet beschouwen, wil verzoenen, maar dat ik zelfs bereid zou zijn iemand te vergeven als hij mijn broer of zoon vermoord had.’ Hij wierp zich voor de voeten van de bisschop en zei tot hem: ‘Ik ben bereid u in alles genoegdoening te geven zoals u het van mij verlangt, om de liefde van Jezus Christus, onze Heer, en van zijn dienaar de zalige Franciscus.’ De bisschop strekte toen zijn handen naar hem uit en hielp hem weer op de been, terwijl hij tot hem zei: ‘Krachtens mijn ambt zou ik nederig moeten zijn. Maar ja, van aard ben ik opvliegend en gauw driftig. Vergeef het me dus maar!’ Toen omhelsden ze elkaar met grote hartelijkheid en genegenheid en kusten elkaar.
Herinneringen aan broeder Franciscus (84)

Handreiking voor de meditatie
  • Laat het verhaal diep op je inwerken… Misschien denk je aan een conflict dat je zelf met iemand had of hebt. Let op welke gevoelens er bovenkomen en wat ze je doen.
  • In hoeverre kun je zelf vergeven en in hoeverre heb je vergeving van de ander nodig?
  • Vergeven is niet genoeg, verzoenen is de volgende stap, dus naar de ander toegaan, zelfs als de fout bij de ander ligt. Of de ander ook verzoend wil worden met jou, is niet zeker, maar dat neemt niet weg dat je evangelisch handelt als je toch zelf een poging tot verzoening doet.
  • Voel eens bij jezelf of het conflict ook je relatie in de weg staat met de Ene, die altijd bereid is te vergeven.

Terug

Mijn Vader

Lezingen van de dag (H. Jozef): 2 Samuël 7,4-5a.12-14a.16 / Romeinen 4,13.16-18.22 / Lucas 2,41-51a (of Matteüs 1,16.18-21.24a)

Op het hoogfeest van de heilige Jozef lezen we wat Lucas ons vertelt over de 12-jarige Jezus, die door Maria en Jozef in de tempel wordt teruggevonden. Op die leeftijd is Jezus al geboeid door zijn Vader. In dit geval niet door Jozef, maar door de hemelse Vader: ‘Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’ zegt hij.

We zien dit in Jezus terug als hij op volwassen leeftijd is. In de teksten van de afgelopen dagen kwamen we dat bij herhaling tegen. Jezus leert zijn leerlingen te vertrouwen op hun Vader en te bidden tot ‘hun Vader’.

Franciscus heeft in zijn leven ook ontdekt dat hij zo’n hemelse Vader had, en hij heeft geleerd op die Vader te vertrouwen. Een duidelijk gemarkeerd punt in zijn ontwikkeling was het moment dat hij in een conflict komt met zijn aardse vader. Franciscus is op dat moment bezig goed werk te doen met het geld van zijn aardse vader Bernardone, en – heel begrijpelijk – is die aardse vader daar niet van gediend. Het draait uit op een proces voor de bisschop.

Bonaventura beschrijft dit aldus:

Vervolgens zette de vader,
wiens aardse zoon Franciscus was,
er zijn zinnen op zijn zoon,
het kind van de genade,
nadat hij hem eerst dat geld afgenomen had,
ook nog voor de bisschop van de stad te brengen.
Hij wilde namelijk dat zijn zoon officieel
in diens handen afstand zou doen
van alle rechten die hij op het vaderlijk bezit zou kunnen doen gelden,
en dat hij alles wat hij verder nog had,
aan hem terug zou geven.
In zijn oprechte liefde voor de armoede
maakte Franciscus hiertegen niet het minste bezwaar.
En toen hij voor de bisschop verscheen,
aarzelde hij geen ogenblik
en duldde hij niet het geringste uitstel.
Zonder een woord te zeggen
of een ander de kans ertoe te geven,
ontdeed hij zich onmiddellijk van al zijn kleren
en gaf ze aan zijn vader. (…)
Daarna gooide hij,
door een wonderlijke, hem bedwelmende innerlijke gloed in vervoering meegesleept,
ook zijn lendendoek af
en zei, terwijl hij zich zo in volle naaktheid aan aller ogen prijsgaf,
tot zijn vader:
‘Tot nu toe heb ik u op aarde mijn vader genoemd,
maar van nu af aan mag ik met recht zonder enige schroom zeggen:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
in wiens handen ik mijn hele rijkdom heb gelegd
en op wie ik heel mijn hoopvol vertrouwen heb gesteld.’
Toen de bisschop dit zag,
stond hij terstond vol bewondering voor de mateloze bezieling van de man Gods op,
sloeg wenend zijn armen om hem heen
en hulde hem in de mantel die hij droeg.
Bonaventura, Grote levensbeschrijving 2,4

Handreiking voor de meditatie
  • Op welke manier zou je je relatie met de Vader meer gestalte kunnen geven?

Terug

Afdalen van de berg

Lezingen van de dag: Genesis 12,1-4a / 2 Timoteüs 1,8b-10 / Matteüs 17,1-9
Zie ook de pagina over de ikoon van de Gedaanteverandering van Jezus

Op de berg hebben de drie leerlingen van Jezus een heel bijzondere ervaring: ze zien Jezus in zijn heerlijkheid.

Afdalen, detail van de ikoon van de Gedaanteverandering

Misschien heb je ook wel eens zo’n bijzondere ervaring gehad. Wellicht in een retraite, of op een bijzondere dag in je leven, of zo maar op een onbewaakt ogenblik. Voor al die bijzondere ervaringen geldt: je kunt ze niet vasthouden. Om met woorden van het evangelie van vandaag te spreken: je daalt op een gegeven moment van de berg af. Je gaat weer het gewone leven in.

Je blijft wel de herinnering aan het mooie bij je houden. Het is de kunst die herinnering een plaats te geven in je leven van alledag.

Een valkuil is dat je anderen gaat vertellen wat je meegemaakt hebt. Je kunt een diepe ervaring nu eenmaal niet aan een ander overbrengen. Je hebt kans dat de ander heel schamper reageert; dat zal jou alleen maar pijn doen, en het kan verwijdering brengen tussen jou en die ander. Laat die ander liever door je doen en laten merken wat de bijzondere ervaring jou gedaan heeft. Als die ander dan aan jou merkt dat je veranderd bent en aan jou vraagt wat je meegemaakt hebt, kun je een klein beetje vertellen. Maar let goed op of het niet te veel wordt voor de ander.

Laat het bijzondere dat je meegemaakt hebt, in je leven groeien, zoals een zaadje groeit op de akker. Langzaam, het moet zijn tijd hebben.

Franciscus schrijft in zijn 28ste wijsheidsspreuk:

Gelukkig de dienaar die het goede
dat de Heer hem laat zien,
verzamelt als een schat in de hemel (vgl. Matteüs 6,20)
en er niet op uit is
het aan de mensen bekend te maken met het oog op loon,
want de Allerhoogste zelf
zal diens werken bekendmaken aan wie Hij wil.
Gelukkig de dienaar
die de geheimen van de Heer in zijn hart behoedt.

Handreiking voor de meditatie
  • Wat zijn de bijzondere ervaringen die je in deze retraite gekregen hebt?
  • Wat zou je ermee kunnen doen in het gewone leven? Schrijf wat in je opkomt op, bewaar het opgeschrevene en lees het over drie maanden terug.

Terug

Franciscaanse bronnen

Bonaventura, Grote levensbeschrijving van de heilige Franciscus van Assisi, vertaling A.A.C. Sier, Uitg. J.H. Gottmer, in samenwerking met de Franciscaanse werkgroep K 750, Haarlem 1978

Clara van Assisi, Geschriften, leven, documenten, Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem, 1996

Franciscus van Assisi, De Geschriften, vertaald, ingeleid en toegelicht door G.P. Freeman, H. Bisschops, B. Corveleyn, J. Hoeberichts en A. Jansen, Uitg. Franciscaanse Beweging, Den Bosch en Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem, 2004

Herinneringen aan broeder Franciscus, vertaald door Max Sier OFM. Met inleidingen van Henk Loeffen OFM en André Jansen OFM, Uitg. J.H.Gottmer, Haarlem, 1985

Terug