Bouw op Hem: Hij zal het volvoeren

 

psalm 37,5b*

Bouwen op Hem is vertrouwen op Hem

Onze mottotekst is ontleend aan Psalm 37, vers 5b. Dit is ook de tekst die op de eerste steen staat van het nieuw gebouwde klooster in Arnhem, het klooster van de zusters trappistinnen. Lang zijn de zusters met de bouw bezig geweest. Samen hebben ze gezocht naar een moderne vormgeving. Hun bouwen ging gepaard met gebed en meditatie enerzijds, maar anderzijds ook met praktische oriëntering en veelvuldige onderlinge communicatie. Zowel het een als het ander was nodig.

Een retraite houden heeft ook met bouwen op de Ene te maken. We verrichten bouwwerkzaamheden aan ons innerlijk huis, waarbij het vertrouwen op de Bouwheer wezenlijk is om de bouw te laten slagen. Ook voor ons zijn de elementen van gebed en meditatie belangrijk. En voor communicatie betreffende ons eigen innerlijk huis hebben we ruimte gemaakt binnen de begeleidingsgesprekken.

Bouwen, hoe deed de psalmist dat, hoe doen de zusters in dit klooster dat en vooral: hoe doen wij dat tijdens onze retraite?

De psalmtekst geeft de suggestie: Bouw op Hem: Hij zal het volvoeren. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het betekent natuurlijk niet dat we zelf niets hoeven te doen. Dat ‘zelf niets doen’ ligt ons eigenlijk ook niet zo. Ik zou zelfs durven zeggen dat we de bouw graag zelf in handen nemen. Als je iets onderneemt maak je immers een plan en heb je vertrouwen in dat plan. Je hebt het goed overwogen, je ziet het helemaal zitten, je wilt ervoor gaan. Toch kan het zijn dat je dingen over het hoofd hebt gezien en dat er toch ergens wat foutjes in je plan zitten. Hoe vaak gebeurt het niet dat er bij een bouw iets mis gaat? Soms moeten zelfs hele gebouwen afgebroken worden omdat er fouten in zitten. Ook in ons eigen leven gaat er wel eens wat mis.

Bij onze innerlijke opbouw is het van heel groot belang dat we niet in ons eentje aan de gang gaan, maar dat we de werkzaamheden toevertrouwen aan de Ene, die meer ziet dan wijzelf kunnen zien, de Ene, die ons beter kent dan wie ook, de Ene, die al onze mogelijkheden en onmogelijkheden kent, de Ene, die ons leiden wil, de Ene, aan wie we ons met geheel ons hart kunnen toevertrouwen. Bouwen op Hem is onszelf toevertrouwen aan zijn liefdevolle leiding.

We hebben een bouwmeester nodig die kennis van zaken heeft en ons bij kan sturen. Een goede bouwheer staat garant voor de bouw.

Misschien kunnen we in deze retraite eens kijken waar wij op steunen, waar we onze zekerheden vandaan halen. Ook in hoeverre we ons laten leiden.

In de psalmen gaat het vaak over vertrouwen. Zo horen we in psalm 125, vers 1:

Zij die bouwen op de Heer, zijn als de Sionsberg:
wankelen zal hij nooit, houdt tot in eeuwigheid stand.

Bouwen op Hem geeft een enorme zekerheid. Je zult nooit teleurgesteld worden. We kunnen dan ook met een gerust hart ons leven in de hand van de Ene leggen. Als we op Hem bouwen zal Hij het volvoeren:

Leg uw leven de Heer in de hand,
Bouw op Hem: Hij zal het volvoeren.

Psalm 37,5*

Handreiking voor de meditatie

Bovenstaande zin uit psalm 37, (of een deel ervan), zouden we, al mediterend, in onszelf mee kunnen nemen tijdens deze retraite, als een zin om op te kauwen. Misschien confronteert de zin ons wel met onze mislukkingen, de keren toen we te veel op onszelf alleen vertrouwd hebben. Het motto is een uitnodiging om telkens opnieuw ons geheel aan hem toe te vertrouwen.

Ook Franciscus en Clara waren mensen van gebed die ons hierin zijn voorgegaan, in alle moeilijkheden die ze te overwinnen hadden.

* vertaling I.G.M. Gerhardt en M.H. van der Zeyde

Attentie: de Bijbelteksten die voor elke dag aangegeven zijn, kunnen je inspireren om het thema op een dieper niveau te beleven. Klik in onderstaande dagteksten op de link ‘Lezingen van de dag’ om bij de Bijbelteksten te komen. Je kunt ze ook zelf opzoeken in je bijbel of missaaltje.

Terug

De smalle weg naar het leven

Lezingen van de dag: 2 Koningen 19,9b-11.14-21.31-35a.36 / Matteüs 7,6.12-14

In de evangelielezing van vandaag lezen we enkele afsluitende woorden van de Bergrede (Matteüs 5-7). Jezus zegt hier o.a.:

Gaat binnen door de nauwe poort; want de weg die naar de ondergang voert is wijd en breed, en velen zijn er die hem inslaan. Hoe nauw toch is de poort en hoe smal is de weg die voert naar het leven, en weinigen zijn er die hem vinden.

Velen zullen vertrouwd zijn met de prent van de brede en de smalle weg. De brede weg loopt dan via balzaal, speelhuis en schouwburg naar de ondergang; de smalle weg gaat eerst door een nauwe poort en dan via kruis, kerk en zondagschool naar de hemel. Zet deze vertrouwde beelden liever uit je hoofd als je de tekst van vandaag wilt begrijpen. De Bergrede gaat niet over de gevaren van het dansen, ook niet over het goede van de zondagschool maar over gerechtigheid: loyale en royale inzet voor het Verbond. God als je Vader zien, op Hem vertrouwen, doen als Hij: bijvoorbeeld je vijand liefhebben, niet oordelen, en – zoals we ook in de evangelielezing van vandaag horen: ‘Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen.’ Dát is de smalle weg naar het leven. Franciscus citeert de Matteüstekst over de smalle weg in hoofdstuk 11 van de Regel van de minderbroeders, voorlopige redactie, waarvan hier de volledige tekst volgt:

En alle broeders moeten oppassen dat zij niet kwaadspreken of bekvechten;
zij kunnen beter de stilte bewaren zo vaak God hun daartoe de genade geeft.
En zij mogen ook niet ruziën onder elkaar of met anderen,
maar laat ze nederig antwoorden: ‘Ik ben een onnut dienaar’
(vgl. Lucas 17,10).
En zij mogen niet kwaad worden,
want wie kwaad wordt op zijn broeder is strafbaar voor het gerecht;
wie zijn broeder leeghoofd noemt, is strafbaar voor het gerechtshof;
wie hem een domkop noemt, is strafbaar met het hellevuur
(Matteüs 5,22) .
En zij moeten elkaar liefhebben zoals de Heer zegt:
‘Dit is mijn gebod, dat jullie elkaar liefhebben, zoals Ik jullie heb liefgehad’
(Johannes 15,12) .
En zij moeten de liefde die ze voor elkaar hebben, met daden tonen, zoals de apostel zegt:
‘Laten wij niet met woorden of leuzen liefhebben, maar metterdaad en in waarheid’
(1 Johannes 3,18) .
En zij mogen niemand belasteren;
zij mogen niet klagen of anderen zwartmaken,
want er staat geschreven: ‘Mensen die roddelen en zwartmaken,
worden door God gehaat’
(vgl. Romeinen 1,29v).
En zij moeten bescheiden zijn
en zich tegenover iedereen in alle opzichten zachtmoedig gedragen
(Titus 3,2) .
Ze mogen niet oordelen, niet veroordelen
(Lucas 6,37) ,
en, zoals de Heer zegt, niet letten op de kleinste zonden van anderen,
maar ze moeten veeleer aan hun eigen zonden terugdenken in de bitterheid van hun ziel.
En ze moeten hun best doen om door de nauwe poort te gaan, want de Heer zegt:
‘Nauw is de poort en smal is de weg die naar het leven leidt;
en er zijn maar weinig mensen die hem vinden’
(Matteüs 7,14).

Handreiking voor de meditatie

Welke van de aanwijzingen uit bovenstaand citaat ervaar je als een weg naar het leven?

Terug

Onze basis

Lezingen van de dag: 2 Koningen 22,8-13; 23,1-3 / Matteüs 7,15-20

Het thema van vandaag luidt: Onze basis. We hebben allemaal een basis nodig waar we naar terug kunnen keren. Een thuisbasis. Dat geldt ook voor onze geestelijke reis. Vandaag horen we in de eerste lezing uit het tweede boek Koningen een bijzonder verhaal over het terugkeren naar de basis. De aanleiding daartoe wordt gevormd door het terugvinden van het ‘boek van de wet’ in de tempel. Het moet een bijzondere vondst zijn geweest, want het wordt door schrijver Safan die het aangereikt krijgt, meteen gelezen. Hij brengt ook koning Josia ervan op de hoogte en leest het hem voor. In het boek staan richtlijnen om een leven te leiden in overeenstemming met de bedoelingen en verwachtingen van de Ene. Het is een handreiking om goed en gelukkig te kunnen leven en samenleven.

Als de koning hoort wat er in het boek staat scheurt hij zijn kleren omdat het volk helemaal niet naar de aanwijzingen uit het boek leeft. De koning is diep onder de indruk. Hij wil dit boek weer tot basis maken van het leven. Als heel het volk in de tempel bij elkaar gekomen is, leest hij de tekst voor en belooft hij om het verbond dat in deze boekrol is vastgelegd met hart en ziel na te leven. Heel het volk sluit zich hierbij aan.

De basis van de roeping van Franciscus en Clara wordt gevormd door het in eigen leven gestalte geven van het evangelie. Ze worden er allebei zeer door geïnspireerd, niet alleen omwille van het boek, de woorden, maar vooral omwille van Christus die daarin aanwezig is. Evangelisch leven is: Christus navolgen. Dit gold voor Clara evenzeer als voor Franciscus, alleen in een wat andere vorm. Franciscus schrijft voordat hij gaat sterven zijn ‘Laatste wil voor de arme zusters’. Hij spreekt zich daarin ook uit over zijn eigen roeping.

Ik, kleine broeder Franciscus,
wil de levenswijze en de armoede
van onze allerhoogste Heer Jezus Christus
en van zijn allerheiligste moeder volgen
en hierin volharden tot het einde toe.
En ik vraag u, edele vrouwen,
en raad u aan,
altijd in deze allerheiligste levenswijze
en armoede te blijven leven…

Francisus van Assisi, Laatste wil voor de arme zusters, 1 en 2

Clara gebruikt het beeld van de spiegel onder andere in haar vierde brief aan Agnes van Praag (vers 15).

Kijk iedere dag in deze spiegel,
o koningin, bruid van Jezus Christus,
en spiegel daarin voortdurend je gelaat,
om je zo geheel, innerlijk en uiterlijk,
mooi te maken…

Vervolgens vraagt Clara of Agnes aandachtig wil kijken naar het begin, het midden en het einde van de spiegel, respectievelijk de armoede van Christus in de kribbe, de nederigheid en het vele lijden, en tenslotte de onuitsprekelijke liefde die tot het hoogtepunt kwam in zijn kruisdood.

Handreiking voor de meditatie

Probeer eens te achterhalen wat voor jou de basis is van je leven. Waar laat je je door voeden? Waar richt je jezelf op als je de weg even kwijt bent? Is er een basis waarop je altijd terug kunt vallen, een woord misschien dat al lang in je leven meegaat?

Kijk eens in de spiegel die Christus is. Wat zie je? Wat doet het je? Bemoedigt het je of raak je er moedeloos van? Durf je te kijken en erop te vertrouwen dat hij zijn beeld diep in jou heeft gelegd en dat hij het is die je om wil vormen naar zijn beeld?

Terug

Johannes – God is genadig

Lezingen van de dag (Hoogfeest van de Geboorte van de H. Johannes de Doper): Jesaja 49,1-6 / Handelingen 13,22-26 / Lucas 1,57-66.80

De naamgeving van Johannes de Voorloper

In het Evangelie van vandaag lezen we dat Zacharias en Elisabet aan hun pasgeboren zoon de naam Johannes geven. Johannes komt van het Hebreeuwse Jochanan, ‘God is genadig’.

Die naam drukt uit wat Zacharias en Elisabet dan ervaren. Na tientallen jaren vergeefs verlangen naar een kind, mogen ze nu het kind dat God hun in zijn genade gegeven heeft in hun handen houden. Een geboorte raakt ons mensen meestal al diep in ons gevoel, maar nu: een geboorte van een eigen kind, en dat tegen alle menselijke verwachting in… ‘God is genadig!’

Johannes zal in zijn latere leven mensen oproepen om zich te richten op God. Maar reeds door het feit van zijn bestaan is hij een blijk van Gods genade.

Franciscus van Assisi ontving bij zijn doop ook de naam Johannes. Zijn vader was op dat moment op handelsreis in Frankrijk, en bij zijn thuiskomst noemde hij zijn zoon Franciscus (‘Fransmannetje’; zie: Verhaal van de drie gezellen, hoofdstuk 1, nr. 2).

Thomas van Celano schrijft dat Franciscus een bijzondere band met de H. Johannes de Doper voelde, en diens feest (24 juni dus) plechtiger vierde dan de feesten van andere heiligen (zie Gedenkschrift van Franciscus’ daden en deugden, hoofdstuk 1, nr. 3).

Bij Franciscus vinden we ook teksten over Gods genade. Hij ervaart alles als genade van God. Hij spoort anderen aan ook die genade te zien. Zo schrijft hij aan een ‘minister’ (letterlijk: een dienaar, iemand die leiding moest geven aan een groep broeders):

…de dingen die je belemmeren
de Heer God te beminnen
en ieder die een belemmering voor je vormt,
broeders of anderen,
zelfs al sloegen ze jou,
dit alles moet je als genade beschouwen.

Franciscus van Assisi, Brief aan een minister 9b-11

Handreiking voor de meditatie

– Een mogelijkheid zou zijn stil te staan bij de betekenis van jouw eigen naam. Wat zegt die over jouw persoon, jouw roeping?

– Maar je kunt ook op het thema ‘genade’ verder gaan. Heb je zelf ook Gods genade in je leven ervaren?

– Zie eventueel ook: De Geboorte van Johannes, de Voorloper, een meditatie bij deze ikoon.

Terug

Als gij wilt…

Lezingen van de dag: 2 Koningen 25,1-12 / Matteüs 8,1-4

Vandaag enkele woorden naar aanleiding van het evangelie. Jezus komt van de berg af. Een talrijke menigte volgt hem. Jezus heeft bijzondere woorden gesproken tot zijn leerlingen en ook tot heel het volk. Woorden die niet zo gewoon waren, woorden die diepe indruk hebben gemaakt op de mensen die hem gevolgd waren: want hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden, lezen we op het einde van de Bergrede.

Franciscus en de melaatse, Rivo Torto bij Assisi

Meteen toen hij van de berg was afgedaald kwam er een melaatse naar hem toe. Melaatsen waren ten dode opgeschreven. Ze waren uitgestoten en leefden apart, buiten de stad. Déze melaatse moet wel een enorm geloof in Jezus hebben gehad om zich zomaar tussen de mensen te begeven en tot Jezus door te dringen. Hij moet verhalen over Jezus gehoord hebben. Misschien heeft hij daarin gevoeld dat alleen Jezus hem nog uit zijn ellende zou kunnen verlossen. Zijn ziekte, de afbraak van zijn lichaam, zijn ballingschap, misschien zijn wanhoop, legt hij voor de voeten van Jezus neer, geknield.* Hij heeft zich klein gemaakt, laat in zijn houding zijn geloof zien: Als Gij wilt, Heer… Hij twijfelt niet aan het feit of Jezus hem kán genezen. Hij vertrouwt er helemaal op dát Jezus het kan. En hij vertrouwt erop dat Jezus het wil. Hij heeft waarschijnlijk al zoveel goeds over hem gehoord, maar ook weet hij dat hij het niet af kan dwingen. Hij buigt zich innerlijk en hij vraagt het. Zijn houding is de houding van een ‘arme’, en wel in de diepste betekenis. Arm zijn voor God heeft te maken met het besef dat wij uit onszelf niets bezitten en niets kunnen. En juist die armoede is onze rijkdom, want we mogen alles verwachten van hem.

Franciscus was niet alleen uiterlijk arm. Hij beleefde die armoede ook innerlijk. Alles was gave. Niets had met eigen prestatie te maken of eigen initiatieven. Alles kwam uit God voort, alles was geschenk. In zijn Testament horen we hem, in een zich herhalend refrein, zeggen dat de Heer hem alles gegeven heeft:

De Heer heeft mij, broeder Franciscus,
op de volgende manier het begin gegeven
van een boetvaardig leven:..
(1a)

…en de Heer zelf heeft mij zelf tussen hen [de melaatsen] gebracht… (2a)

…en de Heer heeft mij zoveel geloof in kerken gegeven… (4a)

Daarna gaf en geeft de Heer mij…
zo’n groot geloof in priesters…
(vers 6a)

En nadat de Heer mij enkel broeders had gegeven,
toonde niemand mij wat ik moest doen,
maar de Allerhoogste zelf heeft mij geopenbaard
dat ik moest leven
volgens het model van het heilig evangelie…
(vers 14)

De Heer heeft mij een groet geopenbaard:
wij moeten zeggen: ‘De Heer geve je vrede’…
(vers 23)

Maar zoals de Heer mij gegeven heeft
de regel en deze woorden
eenvoudig en zuiver te zeggen en te schrijven,
zo moeten jullie ze eenvoudig en zonder interpreteren verstaan
en met heilige daden tot het einde toe onderhouden
(vers 39).

* Bij de afbeelding knielt niet de melaatse, maar knielt Franciscus. Misschien opent dat voor ons een nieuw perspectief. In de ander, hoe gehavend of verminkt ook, mogen wij de Christus zien, zoals Franciscus dat zag.

Handreiking voor de meditatie

– ‘Als gij wilt’… Probeer je te verbinden met de diepste armoede die er in je is en van daaruit vol vertrouwen te bouwen op de Ene. Hij zal het volvoeren. Op zijn eigen wijze.

– Bekijk aandachtig de afbeelding. Wat roept die in je op?

– Overweeg, als je wilt, de tekst in de Brief van Jakobus 1,6: Vraag vol vertrouwen, zonder enige twijfel. Wie twijfelt is als een golf in zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen.

Terug

Een enkel woord van U

Lezingen van de dag: Klaagliederen 2,2.10-14.18-19 / Matteüs 8,5-17

De honderdman zegt tegen Jezus: ‘Heer, ik ben het niet waard dat Gij onder mijn dak komt; maar een enkel woord van U is voldoende om mijn knecht te doen genezen.’

De honderdman zit in grote nood: zijn knecht is verlamd en lijdt vreselijk pijn. Hij weet dat Jezus kan genezen, maar nu is er een probleem: de honderdman is geen Jood, en hij kan niet zo maar Jezus vragen om bij hem in huis te komen en de knecht beter te maken. Daarmee zou hij Jezus in grote problemen brengen, want Jezus zou zich naar joodse begrippen onrein maken als hij het huis van een heiden inging.

Maar de honderdman is ook een militair. Als militair kent hij de kracht van een woord. Het werkt op grote afstand. De commandant schreeuwt ‘Mars!’ en tientallen mensen zetten zich ogenblikkelijk in beweging. Hij schreeuwt ‘Halt!’ en ze staan allemaal stil.

De honderdman gelooft dat Jezus’ woord ook zo’n kracht heeft. Jezus staat versteld van zo’n geloof – bij een niet-Jood nog wel – en spreekt het gevraagde krachtdadige woord: ‘Ga, zoals gij geloofd hebt geschiede u’.

Ook onze woorden hebben kracht. De woorden die we uitspreken hebben kracht (de woorden die we horen trouwens ook). Als we iemand stommerik noemen, voelt de ander zich misschien diep gekwetst; als we zeggen ‘wat heb je dat goed gedaan’ voelt de ander zich misschien een stuk groeien.

De woorden die we spreken komen uit een bepaalde bron. Je kunt spreken vanuit je boosheid of je teleurstelling, en dan zijn je woorden al snel afbrekend en zullen ze anderen gemakkelijk kwetsen. Maar je kunt ook proberen te spreken vanuit Gods Geest die in je is.

In zijn ‘Brief aan de gelovigen’ is Franciscus zich bewust dat hij vanuit Gods Geest spreekt:

Omdat ik de dienaar ben van allen (vgl. Marcus 10,44) , ben ik verplicht allen te dienen en hun de welriekende woorden van mijn Heer toe te dienen (vgl. 2 Korintiërs 2,14) . Beseffend dat ik vanwege ziekte en de zwakheid van mijn lichaam niet ieder persoonlijk kan bezoeken, heb ik besloten door deze brief en door boden de woorden van onze Heer Jezus Christus, die het Woord van de Vader is, en de woorden van de Heilige Geest, die geest en leven zijn (Johannes 6,63) , aan u door te geven.
Brief aan de gelovigen, tweede redactie, nr. 2-3

In het proces voor de heiligverklaring van Clara van Assisi is zuster Pacifica van Guelfuccio van Assisi de eerste getuige. In het verslag van het proces staat:

Ook zei ze dat de zalige moeder onophoudelijk en voortdurend in gebed was, terwijl zij languit ter aarde lag of nederig omlaag gebogen stond. En wanneer zij van het gebed terugkeerde, vermaande zij de zusters en moedigde zij hen aan en daarbij sprak zij steeds woorden van God, die haar altijd op de lippen lagen, zozeer dat zij over oppervlakkige dingen niet wilde praten noch ervan horen.
Proces van de heiligverklaring, Eerste getuige, nr. 9

Handreiking voor de meditatie

Probeer te horen welke woorden de Geest in jouw hart spreekt. Kun je – als dat gewenst is – die woorden ook naar anderen uitspreken?

Terug

Vastberaden op weg

Lezingen van de dag: 1 Koningen 19,16b.19-21 / Galaten 5,1.13-18 / Lucas 9,51-62

In de evangelielezing van vandaag vertelt Lucas ons dat Jezus vastberaden de reis naar Jeruzalem aanvaardt. Het verdere evangelie gaat alleen over die reis en over de gebeurtenissen in en rond Jeruzalem na Jezus’ aankomst aldaar: zijn optreden in Jeruzalem, zijn lijden en dood, zijn verrijzenis.

Ineens is Jezus’ aandacht verengd. Alles wat de reis naar Jeruzalem zou vertragen wijst hij af. Hij wijst ook dingen af die wij heel redelijk zouden vinden. Bijvoorbeeld: iemand wil met Jezus mee, maar hij wil eerst zijn vader begraven. En een ander wil zich bij Jezus aansluiten, maar hij wil eerst nog thuis afscheid nemen. Weliswaar kennen we de situatie niet; misschien was de vader van de ene kandidaat-volgeling nog kerngezond, en bedoelde hij dat hij zijn vader tot het einde van diens leven nog wilde verzorgen! En misschien hield dat ‘afscheid nemen’ een feest in dat enkele dagen zou duren. Hoe dan ook, voor Jezus betekent het ongewenst oponthoud. Hij heeft slechts één doel: Jeruzalem. Daarop moet alles gericht zijn.

Als je een bepaald doel in je leven hebt, moet je de consequenties trekken. Je kunt niet tegelijk roeikampioen willen worden én elke avond willen fuiven. Ook bij Franciscus zien we dat hij, zodra hij ziet wat het doel van zijn leven is, direct aan de slag gaat en al het andere daarvoor laat wijken:

Op een dag was Franciscus het veld ingelopen om rustig te kunnen nadenken. Hij wandelde in de buurt van de kerk van de heilige Damianus, die door haar zeer hoge ouderdom op instorten stond, en voelde zich er innerlijk toe gedrongen die kerk binnen te gaan en er wat te bidden. Hij wierp zich voor de afbeelding van de Gekruisigde op de grond en toen hij aan het bidden was, werd hij overweldigd door een bijzonder rijke geestelijke troost. Met tranen in zijn ogen keek hij op naar het kruis van de Heer. Op dat moment hoorde hij met eigen oren een stem vanaf het kruis heel duidelijk driemaal tot hem zeggen: ‘Franciscus, ga mijn huis herstellen! Je ziet toch dat het geheel vervallen is.’ Bij het horen van die wonderlijke stem begint Franciscus te sidderen en is hij met stomheid geslagen. Hij is immers helemaal alleen in die kerk! En omdat hij in zijn hart de machtige werking ondervindt van Gods spreken tot hem, raakt hij in vervoering. Nauwelijks is hij echter na verloop van tijd weer tot zichzelf gekomen, of hij gaat zich gereedmaken om aan het bevel te gehoorzamen; en met heel zijn energie zet hij zich dan in om de hem gegeven opdracht, het stenen kerkje te herstellen, ten uitvoer te brengen. (…) Vervolgens ging hij aan de slag. Hij tekende zich met het krachtvolle teken van het kruis en trok, terwijl hij een paar rollen laken met zich meenam om te verkopen, haastig naar de stad Foligno. Daar aangekomen verkocht hij alle koopwaar die hij bij zich had, en wist hij ook het paard waarop hij naar de stad gekomen was – hij was immers een succesvol koopman – voor een goede prijs kwijt te raken. Toen keerde hij naar Assisi terug en ging eerbiedig de kerk binnen die hij volgens de hem gegeven opdracht moest herstellen.
Bonaventura, Grote levensbeschrijving van de heilige Franciscus, hoofdstuk 2, deel 1

Handreiking voor de meditatie

Heb je in deze retraite zicht gekregen op een doel waarop je je moet richten? Zo ja, wat moet je gaan laten, wat moet je gaan doen om dat doel te bereiken?

Terug

Franciscaanse bronnen

Bonaventura, Grote levensbeschrijving van de heilige Franciscus van Assisi, vertaling A.A.C. Sier, Uitg. J.H. Gottmer, in samenwerking met de Franciscaanse werkgroep K 750, Haarlem 1978

Clara van Assisi, Geschriften, leven, documenten, Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem 1996

Franciscus van Assisi, De Geschriften, vertaald, ingeleid en toegelicht door G.P. Freeman, H. Bisschops, B. Corveleyn, J. Hoeberichts en A. Jansen, Uitg. Franciscaanse Beweging, Den Bosch en Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem, 2004

Thomas van Celano, Het leven van Sint-Franciscus van Assisi, vertaling: Rijcklof Hofman, Inleidingen en toelichting: Gerard Pieter Freeman, Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem i.s.m. Franciscaanse Beweging in Nederland en Franciscaans Studiecentrum, Utrecht, 2006