Bij u is de bron van het leven

 

Psalm 36,10a (Nieuwe Bijbelvertaling)

Het motto van deze week is een zin uit psalm 36: Bij u is de bron van het leven.

Een retraite is een tijd van herbronning. We trekken ons terug om dichter bij onze bron te komen. Misschien om essentiële waarden van ons leven te herontdekken. Waar komt ons leven vandaan? Waar leven we voor? Waar halen we onze kracht vandaan, onze inspiratie? Hoe zal ons leven verder stromen?

De bron is een beeld van de diepte van waaruit we leven. De bron is ook het beeld van God zelf. Het bijzondere van een bron is dat je niet kunt zien waar de bron het water van krijgt.

de Maas bij Pouilly in Frankrijk

Het minieme begin van de Maas (foto: internet)

Als je de bron van een rivier zou willen opzoeken, zul je tegen de stroomrichting in moeten lopen. De rivier wordt steeds smaller totdat er maar een klein stroompje meer waar te nemen is. Daarna een sijpelend begin, maar de oorsprong zelf zit onder de grond. Het is een mysterieuze plek die je niet precies aan kunt wijzen.

Misschien ervaar je iets dergelijks ook bij je betrokkenheid op de Ene. Hij is vaak de grote Onbekende, de Verborgene. Je merkt niet altijd dat hij er is, maar hij is er wel, al is hij verborgen.

Het zal een bijzondere ervaring zijn om binnen deze retraite op weg te gaan naar de Bron. Het kan zijn dat juist de verborgenheid van die Bron ons lokt. En dat we al zoekend er contact mee krijgen. Misschien mogen we ook merken dat er uit die Bron een steeds grotere stroom naar buiten komt én dat die Bron in onszelf aanwezig is. Deze Bron is onuitputtelijk, het is een Bron die nooit droog zal vallen.

Handreiking voor meditatie bij het motto:

Je zou deze week elke dag op weg kunnen gaan naar de bron. En mocht je het vermoeden hebben dat je er dicht bij bent gekomen, dan zou je er de tijd voor kunnen nemen om uit te rusten op die plek. Laat het heel stil worden in jezelf en laat maar komen wat komt. Luister naar de geluiden van het water, ook al zijn die nauwelijks waar te nemen. Stel je helemaal open voor die bron, de stromende bron die diep in jezelf verborgen aanwezig is en naar buiten wil komen.

Als we op zoek gaan naar de bron, zullen we, zo verschillend als we zijn, andere wegen bewandelen. De ene persoon zal die bron vinden in de stilte van de eigen kamer, een ander buiten in de natuur, of tijdens het gebed of de meditatie in een kerk/kapel. Misschien ook in het ervaren van de gemeenschap met mensen die broeders en zusters van je zijn. Of in Bijbellezing, in het beschouwen van een ikoonafbeelding of een kunstwerk. Er zijn vele manieren om bij de bron te komen. Laat je leiden door de Geest.

* * *

Hier in Megen stroomt de Maas die op het plateau van Langres begint (Noord-Frankrijk). Ze ontspringt in de buurt van het Franse plaatsje Meuse, waar de Nederlandse naam ‘Maas’ aan ontleend is.

Maak eens een wandeling over de prachtige Maasdijk, stroomopwaarts en stroomafwaarts. Bemerk dat een kleine stroom heel groot kan worden als deze in contact blijft met de bron!

DSC02087

De Maas bij Megen, pont naar Appeltern

Voor internetretraitanten

Je woont misschien in de buurt van een andere rivier. Wat voor de wandelsuggestie aan de Maas geldt, kan natuurlijk bij welke rivier dan ook toegepast worden.

Op zoek naar de bron

Lezing: Jesaja 41,17-20 Uit dorre grond borrelt water op…

Attentie: de Bijbelteksten die voor elke dag aangegeven zijn (door jezelf op te zoeken; voor 2012 zijn er aankllikmogelijkheden gemaakt, zie ‘Retraite via internet’), kunnen je inspireren om het thema op een dieper niveau te beleven.

Een retraite zou je kunnen vergelijken met het putten van water. De bronnen die we aanboren zijn enerzijds verborgen in onszelf, anderzijds kunnen we deze onder andere vinden in de geestelijke lectuur. De Bijbel allereerst, maar ook de geschriften van Franciscus en Clara. Wij zullen in deze retraite telkens een typerende tekst bij het dagthema bieden, genomen uit hun geschriften of uit de geschriften van de franciscaanse traditie. Die tekst kan leidraad worden voor eigen meditatie. Franciscus en Clara zelf waren biddende mensen die leefden met de woorden van de Schrift. Ook los van de Schrift, was het gebed voor hen een bron die ze dagelijks aanboorden. Ze lieten zich beiden leiden door de Geest. Zowel Franciscus als Clara drongen er bij de volgelingen op aan open te staan voor ‘de Geest en zijn heilige werking’ (zie: Regel van de minderbroeders 10,8-9 en Regel van Clara 10,9-11a).

We lezen bij Bonaventura een ontroerend verhaal over een bron die ontspringt op het vurige gebed van Franciscus. Franciscus wilde naar de berg Alverna om zich te wijden aan het gebed, maar was te verzwakt om te lopen. Hij kreeg een ezel te leen van een arme man die met hem meeliep. Bij de hitte van die dag en de moeizame klim de berg op, kon de man het bijna niet meer uithouden van de dorst. Hij raakte volkomen uitgeput. Toen riep hij uit:

‘Broeder, ik sterf van de dorst, als ik niet meteen iets van iemand te drinken krijg.’

Onmiddellijk liet de man Gods zich van zijn ezel glijden,
knielde op de grond neer, hief zijn armen ten hemel
en hield pas op met bidden
toen hij de zekerheid had dat zijn gebed was verhoord.
Toen beëindigde hij zijn gebed en zei tot de man:
‘Ga gauw naar die rots toe; daar zul je stromend water vinden
dat Christus zojuist in zijn barmhartigheid
voor jou uit de rots tevoorschijn heeft laten komen
om je te drinken te geven.

(Bonaventura, Grote levensbeschrijving van de heilige Franciscus van Assisi VII 12b, vertaling A.A.C. Sier. Uitg. J.H. Gottmer, Haarlem 1978, in samenwerking met de Franciscaanse werkgroep K 750)

Giotto, water uit de rots

Giotto, water uit de rots op gebed van Franciscus

Handreiking voor de meditatie

Beschouw de afbeelding, neem er de tijd voor. Schrijf eens op wat deze fresco in jezelf oproept. Verhalen mag je altijd vertalen naar je eigen situatie. Waar dorst je naar? Nu, op dit moment of komt er een ander moment uit het verleden in je gedachten? Vond en vind je een bron die jou verkwikt, een bron die je dorst kan lessen? Hoe werkte of werkt dat moment door in jou en wat doe je als je die bron maar niet kunt vinden? Er bestaan misschien wel andere bronnen in je leven dan religieuze teksten. Wat inspireert jou?

Je kunt ook de tijd nemen om de tekst van Jesaja, die bij deze dag aangegeven staat, op te zoeken in de Bijbel om die op je in te laten werken. Zin voor zin proeven en er stil bij worden, de voornaamste zin (voor jou) eruit halen en die herhalen…

Bron van vergeving

Lezingen van de dag: Daniël 3,25.34-43 / Matteüs 18,21-35

Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?”
En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft. vergeving
(Matteüs 18,32-35)

Vergeving schenken is een voorwaarde om gelukkig te leven. Als je andere mensen haat, knaagt dat ook aan jezelf. Hoe meer je anderen kunt vergeven, des te gelukkiger je zelf bent. Bovendien voelt degene aan wie je vergeeft zich waarschijnlijk een stuk bevrijd, én klaart de sfeer in een gemeenschap ervan op. Vergeven heeft dus vaak een breed positief effect.

Vergeving is wat anders dan verzoening. Voor verzoening moeten beide partijen meewerken. Je kunt de ander echter niet dwingen. Ook als de ander niet bereid is mee te gaan in de verzoening, kun je zelf, puur van jouw kant, vergeving schenken.

Vergeven is ook wat anders dan vergeten. Zouden we alle onrecht dat we vergeven ook vergeten, dan zouden er grote gaten in ons geheugen komen; daar is niet mee te leven. De dingen die we vergeven hebben blijven in onze herinnering voortleven, maar wel op een andere manier: we hebben er nu vrede mee dat het zo gegaan is.

Nu zegt Jezus in Matteüs 18,21-35 niet dat we moeten vergeven. Hij zegt dat we van harte moeten vergeven. Mooi… maar waar haal je de kracht vandaan?

De weg die Jezus hier wijst is: bedenk hoeveel vergeving je zelf ontvangen hebt. Hoe meer je beseft dat je zelf van Gods vergeving – en van de vergeving van anderen – leeft, des te makkelijker het is om zelf ook te vergeven. Honderd denariën is een aardig sommetje, zeg 1000 euro, maar tienduizend talenten is daarbij vergeleken een enorm groot bedrag, 60.000.000 euro.

Franciscus heeft ook Gods barmhartigheid ervaren voor zichzelf. Daarmee is barmhartigheid voor hem iets heel belangrijks geworden. Hij schrijft aan een medebroeder:

…er mag nooit een broeder in de wereld zijn
die gezondigd heeft zoveel hij maar kon zondigen,
en die, nadat hij jouw ogen heeft gezien,
zonder jouw barmhartigheid moet weggaan,
ofschoon hij barmhartigheid vraagt.
En als hij geen barmhartigheid vraagt,
vraag hem dan of hij barmhartigheid wil.
En als hij daarna duizend keer onder jouw ogen zondigt,
moet je hem meer liefhebben dan mij
om hem zo tot de Heer te trekken.
En je moet altijd voor zulke mensen barmhartig zijn.

(Brief aan een minister 9b-11. Franciscus van Assisi, De Geschriften, Franciscaanse Beweging, Den Bosch en Uitgeverij J.H. Gottmer, Haarlem, 2004)

Handreiking voor de meditatie

Ga eens na wat voor vergeving je zelf gekregen hebt – van God, van andere mensen. Probeer daarin de kracht te putten anderen van harte te vergeven.

Handreikingen voor onderweg

Lezingen van de dag: Deuteronomium 4,1.5-9 / Matteüs 5,17-19
Voor de overweging in de eucharistieviering klik op woensdag, eucharistieviering

Het onderweg zijn is een gegeven dat bij ons leven hoort, of je nu echte pelgrimages maakt van de ene plaats naar de andere, of dat je thuis blijft. We zijn onderweg vanaf onze geboorte tot onze dood. Het leven daartussenin heeft een richting, al besef je dat niet altijd evenzeer. Om ons voor verdwalen te behoeden staan er wegwijzers langs ons levenspad. Soms heel duidelijk, andere keren merken we die niet of nauwelijks op. De wegwijzers zijn er om ons te helpen in de goede richting te blijven lopen. Op de pelgrimstocht in Spanje staan gele pijlen als markering. Op de pelgrimstocht door het leven hebben we de richtlijnen gekregen die in de Bijbel staan, al zijn dat niet de enige. Mensen kunnen elkaar ook helpen om de goede richting te bewaren. Situaties kunnen ons uitnodigen om onze richting bij te stellen. Het gebed en de inkeer kunnen ons inzicht geven in de weg die we te gaan hebben. Dit was ook een van de manieren waarop Franciscus probeerde op het goede pad te blijven. Hij vroeg God altijd om raad. Soms wel op een primitieve manier zoals in het volgende verhaal. Bernardus, een rijke koopman uit Assisi die veel bewondering had voor Franciscus, wilde volgeling van Franciscus worden. Om te weten of dit ook in Gods bedoeling lag, spraken ze af de volgende dag het evangelie erop na te slaan.

Hierover vertelt Bonaventura het volgend verhaal:

images-4De volgende morgen gingen ze daarom naar de kerk van de heilige Nicolaas en nadat ze eerst wat gebeden hadden, opende Franciscus die een grote eerbied had voor de heilige Drieëenheid, driemaal het evangelieboek en vroeg God hun driemaal duidelijk te laten weten dat hij zijn goedkeuring hechtte aan het voornemen van Bernardus. Toen hij het boek de eerste keer opensloeg, trof hij de passage: ‘Als je volmaakt wilt zijn, ga dan heel je bezit verkopen en geef het aan de armen!’ De tweede keer viel het boek open bij: ‘Neem niets mee onderweg!’ En de derde keer kreeg hij te lezen: ‘Wanneer iemand mijn volgeling wil zijn, laat hij dan zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en in mijn voetstappen treden.’ Toen zei de heilige man: ‘Ziehier de levenswijze en de regel die wij en allen die zich bij onze gemeenschap willen aansluiten, dienen te volgen. Als je dus volmaakt wilt zijn, ga dan ten uitvoer brengen wat je gehoord hebt.’
(Bonaventura, Grote levensbeschrijving van de heilige Franciscus van Assisi III 3b, vertaling: A.A.C. Sier)

Dat was klare taal. Zo duidelijk als in dit verhaal zullen we het zelden horen. Het is ook niet de bedoeling dat wij op dezelfde manier te werk gaan. Als wij Gods wil met ons leven willen kennen, bewandelen we misschien wel heel andere wegen. Welke richtingwijzers zijn voor ons belangrijk? Waar zien we die of door wie worden ze ons aangereikt? Ervaren we ook wel eens weerstand tegen richtingwijzers die ons gegeven worden?

‘Hoe weten wij wat God van ons wil?’ is een belangrijke vraag die niet altijd even gemakkelijk te beantwoorden is. De eerste lezing en het evangelie van vandaag zijn daar wel duidelijk over, maar in ons concrete leven valt het niet altijd mee om Gods wil te herkennen. Bovendien willen we zelf ook een woordje meepraten. Dat maakt het dubbel zo moeilijk. Welke gedachte komt van God en welke van onszelf?

Handreiking voor de meditatie

Maak het stil in jezelf, laat je kennis over de weg los. Laat al je redeneringen los. Gebruik het beeld van de bron voor je meditatiehouding. Ga erbij zitten in een ontvankelijke houding. Zoek er letterlijk een goede plek voor uit, een plek waar je rustig kunt luisteren naar wat de ‘bron’ je te zeggen heeft. Misschien zijn er woorden uit de eerste of tweede lezing van vandaag of uit de franciscaanse tekst die we zojuist gehoord hebben, die nog in je naklinken. Misschien komen er ook geheel andere woorden in je op.

De drie evangelieteksten waarbij het boek opengeslagen werd, zouden ook het onderwerp van je meditatie kunnen worden. Als je bij de bron zit, gaan ze misschien opnieuw voor je open óf blijft de vraag bestaan hoe jij die teksten in je leven vruchtbaar kunt laten zijn. Zou je ‘Niets meenemen onderweg’ ook symbolisch op kunnen vatten? In de leegte durven gaan staan, met open handen en vanuit de stilte luisteren naar de murmelende bron, diep in jezelf…?

Eucharistieviering: Handreikingen voor onderweg

Lezingen van de dag: Deuteronomium 4,1.5-9 / Matteüs 5,17-19

Op school, in een bedrijf, in een klooster, overal waar mensen samen wonen, zijn regels. Het verkeer kan niet zonder regels. Aan verhoudingen tussen mensen liggen ook onbeschreven regels ten grondslag. Regels kunnen soms lastig zijn of we kunnen ze overdreven vinden. Soms begrijpen we ze niet en negeren we ze. Wie is er bijvoorbeeld nooit, als er geen verkeer was, door rood licht gelopen of gereden? Regels zijn er, het woord zegt het al, om iets te regelen. Om orde te scheppen waar zonder regels wanorde zou kunnen ontstaan omdat mensen dan naar eigen willekeur zouden willen handelen. In de eerste lezing staat het heel mooi: Luister dan,…, naar de voorschriften en bepalingen die ik u leer, en handel daarnaar. Dan zult gij leven en bezit gaan nemen van het land dat de Heer, …u schenkt. Het gaat om het leven, en een nieuw land wordt in het vooruitzicht gesteld. Toekomst dus. Regels zijn er om er iets veel mooiers voor terug te krijgen: leven! Het nieuwe land wordt in het evangelie het Rijk der hemelen genoemd. Bij die term moeten we ons niet vergissen. Dat rijk is nu al aanwezig als de goede aanwijzingen nu gerespecteerd en nageleefd worden.

In Herinneringen, een bundeling van verhalen die rond Franciscus doorgegeven zijn, lezen we hoe Franciscus met enkele broeders naar de berg Rainero trok om de regel van 1221 te herschrijven. Dit gebeurde in 1223 bij de kluizenarij Fonte Colombo. Hier was een bron waar duiven in het water spetterden en ervan dronken. Vandaar de naam die Franciscus aan die plek gaf: ‘bron voor de duiven’. Franciscus trok zich met enkele broeders veertig dagen in gebed terug om zich geheel open te kunnen stellen voor wat hem van ‘boven’ uit werd aangereikt. Intussen kreeg hij bezoek van ontevreden broeders die al aankondigden dat ze een te strenge regel niet zouden aanvaarden. Franciscus begon weer te bidden en hij zou hier de stem van Christus hebben gehoord die hem gezegd zou hebben:

Franciscus, in heel de regel is niets van jou. Alles wat erin staat is van Mij. Ik wil dat de regel onderhouden wordt zoals hij is, letterlijk, letterlijk, letterlijk, zonder toelichting, zonder toelichting, zonder toelichting. Wie de regel niet wil onderhouden moet maar uit de orde gaan.’

Dat was wel een heel drastische maatregel. Soms verdenk ik Franciscus ervan dat die woorden mede door zijn eigen emotie waren ingegeven. De broeders moesten het er echter mee doen en ze dropen af.

Er ligt veel symboliek in dit verhaal. De bron is de plaats waar de stem van God of Christus gehoord kan worden. Gebed is een middel om die stem te horen, langdurig gebed, veertig dagen. Zekerheid kan je geschonken worden als je je oprecht open blijft stellen. Voorschriften van God zijn handreikingen op je weg, hulpmiddelen, ze zijn er niet om je het leven moeilijker te maken, ze zijn er juist om je tot het volle leven te brengen, zoals we vandaag ook in de eerste lezing horen. Zoals in de aangehaalde woorden uit bovenstaand verhaal, beluisteren we ook in het evangelie een vrij absolute toon. Die staat ons misschien helemaal niet aan. Wat doe je daarmee?

Voor ons geldt vooral dit: Stel je open en laat gebeuren wat er gebeurt. Zie de handreikingen (ook de onze in deze retraite) niet als iets zwaars, maar als een geschenk, zoals de Joden het ontvangen van de zogeheten Wet, vierden in een vreugdefeest waarbij ze om de Wetsrollen heen dansten omdat ze er zo blij mee waren. Zoek in de stilte naar het woord voor jou, ga zitten bij de bron, en ga na hoe je je verhoudt tot voorschriften. Je verzet hoef je niet te verdringen. Luister ook daar naar. Het heeft je wat te zeggen.

Water van leven

Lezingen van de dag: Exodus 17,1-7 / Johannes 4,5-42 (OF: Jeremia 7,23-28 / Lucas 11,14-23)

Zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’images-6
(Johannes 4,5-7, Nieuwe Bijbelvertaling)

Als je in een woestijn bent en naar water smacht, ben je misschien maar een honderd meter van water vandaan. Het water zit echter in de grond. Om erbij te komen heb je een put nodig en dan nog een emmer om te putten.

Het is niet zo maar een landstreek waar Jezus zich bevindt. Hij is op historische grond. Jakob had dit stuk grond aan zijn zoon Jozef gegeven (zie Genesis 48,22 en Jozua 24,32). De bron die er is heet dan ook de Jakobsbron. Je voelt je op deze plek verbonden met voorouders van eeuwen geleden, uit wie het volk is ontstaan. In die zin ben je bij je bron.

Jezus vraagt te drinken uit die Jakobsbron. Maar in feite is hijzelf degene die het echte water geeft aan iemand die dorst heeft:

‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft’ (vers 13-14).

De vrouw aan wie Jezus te drinken vraagt, mag dat zelf ervaren. Zij gaat ontdekken wie Jezus is, en wordt spontaan een boodschapster van hem, zodat anderen uit de stad bij Jezus komen, en op hun beurt ontdekken wie Jezus is. Zo zelfs dat ze het getuigenis van die ene vrouw niet meer nodig hebben: Jezus heeft zo’n indruk op hen gemaakt dat ze zelf boodschapper van hem geworden zijn:

Ze zeiden tegen de vrouw: “Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hem zelf gehoord en we weten dat hij werkelijk de redder van de wereld is’ (vers 42).

In haar vierde brief van Clara aan Agnes van Praag schrijft Agnes wat Christus voor haar betekent. Een klein citaat:

Zijn schoonheid bewonderen zonder ophouden
alle zalige heerscharen van de hemel.
Zijn liefde wekt liefde;
Hem aanschouwen verkwikt;
zijn welwillendheid verzadigt;
zijn zoetheid schenkt vervulling;
Hem gedenken schenkt lieflijk licht;
zijn geur zal doden tot leven wekken;
naar Hem opzien in heerlijkheid
zal alle inwoners van het Jeruzalem van omhoog
zalig maken.
Want Hij is de afstraling van de eeuwige glorie (vgl. Hebreeën 1,3),
de helderheid van het eeuwig licht
en een spiegel zonder smet (Wijsheid 7,26).
Kijk iedere dag in deze spiegel,
o koningin, bruid van Jezus Christus,
en spiegel daarin voortdurend je gelaat
om zo jezelf geheel, innerlijk en uiterlijk,
mooi te maken,
gekleed en gehuld in kleurig geborduurde kleding (Psalm 45,10).

(Clara van Assisi, Geschriften, leven, documenten, Gottmer, Haarlem 1996)

Handreiking voor de meditatie

Waarin voel jij je geïnspireerd door Jezus?

Gods hart: een altijd stromende bron

Lezingen van de dag: Hosea 14,2-10 / Marcus 12,28-34

De Maas, verder stromend vanuit de bron (Frankrijk)

De Maas, verder stromend vanuit de bron (Frankrijk)

Gods hart is een altijd stromende bron. Als we kijken naar de lezingen van vandaag, dan kunnen we opmerken dat Gods hart van liefde overstroomt, juist waar de mensen zelf Gods woorden niet serieus hebben genomen.

Ik wil hen van ontrouw genezen en hun van harte mijn liefde schenken … Ik wil voor Israël zijn als de dauw: als een lelie zal hij gaan bloeien en hij zal wortels schieten, als op de Libanon. Zijn scheuten lopen uit, zijn luister evenaart die van de olijfboom, zijn geur die van de Libanon. Zij zullen opnieuw in zijn schaduw zitten; zij zullen koren kunnen verbouwen, zij zullen bloeien als de wingerd en vermaard zijn als de wijn van de Libanon (Hosea 14,5-8).

God wil ons van harte liefde schenken, staat er. En hij verlangt naar onze liefde, die wij ook van harte terug zouden kunnen laten vloeien. De bron die in hem stroomt, is dezelfde bron die in ons stroomt. Het evangelie sIuit bij die hartelijke liefde aan. Wij horen er de basiswoorden over het liefhebben van God en van mensen. Een schriftgeleerde vraagt aan Jezus wat het voornaamste gebod is. Jezus antwoordt met de oudtestamentische woorden: Hoor Israël! De Heer onze God is de enige Heer. Gij zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht (Deuteronomium 6,4.5). Het tweede is dit: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Er is geen ander gebod voornamer dan deze twee (Leviticus 19,18).

Het moeten woorden zijn die Franciscus erg aanspraken. Hij haalt ze aan in zijn geschriften:

Zo bijvoorbeeld in zijn Regel van 1221:

Laten wij allen,
met heel ons hart met heel onze ziel,
met heel ons verstand,
met heel onze kracht en sterkte,
met heel ons inzicht en al onze vermogens,
met heel onze inzet,
met heel ons gevoel en alle tederheid,
met al onze wensen en verlangens
de Heer God beminnen,
die heel het lichaam,
heel de ziel en heel het leven aan ons allen
gegeven heeft en geeft;
die ons geschapen en verlost heeft,
die ons door zijn barmhartigheid alleen redden zal
en die voor ons,…
al het goede gedaan heeft en nog doet.
(Regel van de minderbroeders, voorlopige redactie 23,8)

Franciscus was een man die leefde vanuit zijn warme hart. Hij spreekt in veel van zijn geschriften over de liefde. Het woord ‘bron’ komt bij hem niet voor, maar zijn hart was zeker een bron waaruit warme liefde stroomde voor iedereen, ongeacht de sympathie en liefde van de ander.

Handreiking voor de meditatie

Zit in meditatie en laat je hart tot stromen komen. Als het niet lukt, richt je liefde dan op een concreet persoon waarvan je houdt (zonder in ‘denken over’ te verzanden). Liefde voor een ander komt uit hetzelfde hart voort als liefde tot God. Het hoeft niet van mindere kwaliteit te zijn.

Je kunt ook de woorden uit de Lofzang op de Allerhoogste herhalen als een mantra die je door de dag meeneemt: Gij zijt liefde. En wat geldt voor liefde tot mensen die vanzelf ook naar God stroomt, dat geldt evenzeer voor liefde tot God, die tegelijkertijd ook naar mensen stroomt. Liefde komt uit de ene bron. God woont in mensen en mensen zijn opgenomen in Gods hart.

Bron van rechtvaardigheid

Lezingen van de dag: Hosea 6,1-6 / Lucas 18,9-14

images

De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.” Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God (…). Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.
(Lucas 18,13-14a)

We leven allemaal van Gods en van elkaars genade, al is het niet makkelijk dat te erkennen. Het is veel gemakkelijker voor jezelf het idee hoog te houden dat je altijd alles goed gedaan hebt en dat mensen en God dat te respecteren hebben.

In angst en beven mediteerde hij daar een hele tijd
in het aanschijn van de Heer van de gehele aarde
en bitter overdacht hij al die slecht bestede jaren,
onderwijl steeds deze uitspraak herhalend:
‘God, wees mij, zondaar, genadig’.
Opeens begonnen een onuitsprekelijke blijheid
en een onvoorstelbare gelukzaligheid
meer en meer het binnenste van zijn hart te overweldigen.
Hij wist niet meer hoe hij het had,
want geleidelijk aan verdwenen alle neerslachtigheid en duisternis
die zich in zijn hart genesteld hadden
uit angst over zijn zondig leven.
Opeens was hij er volkomen zeker van
dat al zijn fouten hem vergeven waren,
en hij had er nu vertrouwen in
dat hij opgelucht in genade kon ademhalen.
Daarna raakte hij in vervoering
en leek hij opgenomen in een lichtgloed,
en doordat de blik van zijn geest zich verruimde
zag hij duidelijk wat de toekomst zou brengen.
Na enige tijd verdwenen het gelukzalige gevoel en de lichtgloed weer,
maar Franciscus bleef zich geestelijk vernieuwd voelen
en een ander mens.

(Thomas van Celano, Het leven van Sint-Franciscus van Assisi, 26, vertaling: Rijcklof Hofman. Uitg. Gottmer, Haarlem 2006 i.s.m. Franciscaanse Beweging in Nederland en Franciscaans Studiecentrum, Utrecht)

Handreiking voor de meditatie

Neem er tijd voor erbij stil te staan dat je gedragen wordt door God en door anderen.

Thuiskomen

Lezingen van de dag: Jozua 5,9a.10-12 / 2 Korintiërs 5,17-21 / Lucas 15,1-3.11-32

De evangelielezing van vandaag heet traditioneel de ‘Parabel van de verloren zoon’. Maar hij gaat over een vader met twee zonen. En over het wel of niet thuiskomen van elk van die twee.

Als het aan de vader ligt komen ze allebei thuis. Berooid of nukkig, zeker van schuld of van rechtvaardigheid, het maakt niet uit. De vader weet dat zijn kinderen uit hem voortkomen, dus mogen ze bij hem thuiskomen.

Thuiskomen is iets wat we vandaag ook letterlijk gaan doen! Maar misschien ervoer je de afgelopen week ook als een thuiskomen. Een thuiskomen bij God, bij jezelf, bij de bron van je leven. Misschien mocht je ook ervaren dat God barmhartig is, dat hij naar jou verlangt, dat hij jou graag bij zich wil hebben, dat hij daar een feest voor wil aanrichten.

Het zal de kunst zijn om als je letterlijk thuisgekomen bent daar de Bron van je leven teug te vinden. Kijk eens welke manieren van thuiskomen bij je bron je ook in je thuissituatie kunt vinden: wandelen in de natuur, stilte, meditatie, Bijbellezing, bidden, liturgie, of welke andere manier ook die jou in de afgelopen dagen aansprak.

Misschien kun je, met Franciscus, God toespreken met de volgende woorden:remb_vz_terug_grt

U bent heilig, Heer, enige God, die wonderen doet.
U bent sterk.
U bent groot.
U bent de Allerhoogste.
U bent de almachtige Koning,
U, heilige Vader, Koning van hemel en aarde.
U bent drie en één, Heer God boven alle goden.
U bent het goede, al het goede, het hoogste goed,
Heer, levende en ware God.
U bent de liefde en de genegenheid.
U bent de wijsheid.
U bent de nederigheid.
U bent het geduld.
U bent de schoonheid.
U bent de geborgenheid.
U bent de rust.
U bent de vreugde en de blijdschap.
U bent onze hoop.
U bent de rechtvaardigheid.
U bent de evenwichtigheid.
U bent heel onze rijkdom in overvloed.
U bent de schoonheid.
U bent de mildheid.
U bent de beschermer.
U bent onze bewaker en verdediger.
U bent de sterkte.
U bent de verkwikking.
U bent ons geloof.
U bent onze hoop.
U bent onze liefde.
U bent onze grote zoetheid.
U bent ons eeuwig leven:
grote en bewonderenswaardige Heer,
almachtige God, barmhartige Heiland.

(Lofzang op de Allerhoogste God, eigen vertaling)

Handreiking voor de meditatie

Probeer te voelen dat je bij God thuis mag komen als degene die je bent.