Teksten van vroegere retraites
Klik op de gezochte retraite:
juni 2011
motto: Ga naar het land dat ik je zal wijzen
maart 2011
motto: De mens leeft niet van brood alleen
september 2010
motto: Let goed op hoe je luistert
juni 2010
motto: Bouw op Hem: Hij zal het volvoeren
maart 2010
motto: Bij u is de bron van het leven
september 2009
motto: Kijk eens naar je roeping
juni 2009
motto: Gelukkig zij die zich arm weten voor God
maart 2009
motto: Tot in eeuwigheid duurt zijn trouw

Teksten van de retraite van juni 2011

Klik op de gezochte dag:

maandag (motto)
dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag
franciscaanse bronnen

Motto van de juniretraite, en thema van maandag 20 juni 2011:

GA NAAR HET LAND DAT IK JE ZAL WIJZEN
(Genesis 12,1b)

Openingsviering op 20 juni 2011

Als leidraad in deze retraite nemen we een tekst uit het boek Genesis, het eerste boek van de Bijbel. Deze tekst is te vinden aan het begin van het twaalfde hoofdstuk: Ga naar het land dat ik je zal wijzen.

Trek weg uit je land … en ga naar het land dat ik je zal wijzen. Na deze woorden, die de Ene spreekt tot Abram, volgt er een belofte en een zegen. Er vindt geen gesprek plaats tussen de Ene en hem. Abram luistert en gáát, samen met ieder die bij hem hoort!

Abram, de eerste van de drie grote aartsvaders, woonde in Charan, een plaats tussen de Eufraat en de Tigris, dicht bij de tegenwoordige Syrisch-Turkse grens. Wegtrekken uit vertrouwde omgeving is niet altijd gemakkelijk. Je ziet regelmatig op tv hoe het vluchtelingen vergaan kan: zekerheden worden achtergelaten en waar ze terecht zullen komen is meestal helemaal niet duidelijk. Ze kunnen weinig meenemen, alleen wat ze kunnen dragen. Bij Abram heeft het niet met een vlucht te maken, maar met een roeping. Hij wordt door God aangesproken. Hoe dat bij Abram in zijn werk ging, weten we niet, maar mogelijk heb je zelf ook wel eens meegemaakt dat er van binnenuit een sterke drang is om iets bepaalds te gaan doen of juist te laten. Het kan je onzeker maken omdat je niet zozeer kiest vanuit verstandelijke afwegingen, maar meer vanuit een drang, een verlangen. Je kunt het waarom niet helemaal beredeneren. Er is vertrouwen voor nodig. Van Abram werd een grote mate van vertrouwen gevraagd. Vertrouwen in de Ene, die hem geroepen had. Hoe zijn toekomst eruit zou zien wist hij helemaal niet.

Ook wij hebben vandaag, net als Abram, onze vertrouwde omgeving verlaten en hopen naar een ‘land’ te gaan dat ons gewezen zal worden. Ons weggaan van vandaag heeft alles te maken met de voortgang van ons leven, waarin een voortdurend wegtrekken van ons gevraagd is of kan worden. Wij weten helemaal niet hoe onze weg eruit gaat zien, noch deze week, noch in de toekomst. Zou de weg moeilijk of verrassend zijn? Zouden er, gaandeweg, nieuwe inzichten ontstaan die een wending kunnen geven aan ons leven? Misschien kun je eens nagaan bij jezelf wat het verband is tussen je keuze voor deze retraite en het grotere wegtrekken dat in de loop van je leven van je gevraagd is of gaat worden, het loslaten van eigen richting, omwille van hetgeen de Ene van je verwacht. Heeft het mogelijk met je diepste verlangen te maken, en met het zoeken naar je uiteindelijke bestemming? Of welke andere woorden zou je eraan willen geven? En zou je daarbij ook geleid kunnen worden door de Ene, zoals Abram geleid werd?

Ook Franciscus en Clara hebben naar Gods roepstem geluisterd. Franciscus hoort ‘een stem’ vanaf het kruis, een ‘stem’ die hem maant het ‘huis’ te gaan herstellen. Pas na een groeiproces gaat hij begrijpen wat van hem verwacht wordt. Clara raakt geboeid door Franciscus en voelt een sterke drang in zichzelf om hem te volgen.

Ieder mens wordt op een geheel eigen manier geroepen en Hij die roept wil ons ook leiden, zowel op onze levensweg als tijdens deze retraite. Daar mogen we helemaal op vertrouwen. Franciscus en Clara hadden een groot vertrouwen. Ons kan het wel eens ontbreken. Dan kunnen de volgende woorden van Franciscus ons misschien helpen.

Waar liefde is en wijsheid,
daar is geen vrees en geen onwetendheid
Waar rust is en bezinning,
daar is geen bezorgdheid en geen ronddwalen.

Vers 1 en 4 uit Wijsheidsspreuk 27 van Franciscus

In de rust zullen we Gods roepstem steeds beter leren verstaan.

Handreiking voor meditatie

Wegtrekken ‘uit je land’, wat betekent dat voor jou? Vind je het moeilijk of juist fijn? Wat stel je je voor van ‘het land’ dat Hij je zal wijzen?
Maak het stil in jezelf en vertrouw je toe aan de Ene. Durf je de regie uit handen te geven?

Terug

Dinsdag 21 juni 2011: Gods plan met mensen

Lezingen van de dag: Genesis 13,2.5-18; Matteüs 7,6.12-14

In de eerste lezing van vandaag lezen we:

Ik zal uw nakomelingen maken als het zand op de aarde.
Alleen iemand die het zand van de aarde kan tellen,
zal uw nakomelingen kunnen tellen.

Deze belofte is niet nieuw; in de eerste lezing van gisteren hoorden we al dat de Ene Abram wegriep naar het land dat Hij Abram zou wijzen, en dat Hij een groot volk van Abram zou maken. De tekst van vandaag is een bevestiging daarvan.

Die bevestiging komt wel op een vreemd moment. Abram heeft, na wat conflicten met zijn oomzegger Lot (in de tekst van vandaag broer genoemd), hem het beste land gelaten, en zelf is hij in het meer woestijnachtige gebied van Kanaän gaan rondtrekken. Abram heeft nog geen nakomelingen. Hoe zal hij in een onvruchtbaar land en zonder kinderen kunnen uitgroeien tot een groot volk? Het boek Genesis beschrijft hoe Abram erop blijft vertrouwen dat, ondanks de schijnbare onmogelijkheid, Gods beloften werkelijkheid worden. En zijn vertrouwen wordt beloond.

Nadat Clara van Assisi gestorven is, wordt er een heiligverklaringsproces gehouden. Twintig getuigen vertellen daarbij onder ede dingen die zij zich van Clara’s leven herinneren. De derde getuige is zuster getuige Filippa. Het verslag van het proces zegt dan o.a.:

Deze getuige zei ook dat vrouwe Clara de zusters vertelde dat haar moeder, toen zij zwanger was van haar, naar de kerk ging en terwijl zij, staande voor het kruis, aandachtig bad en God smeekte dat Hij haar zou bijstaan en helpen in de gevaren van de bevalling, hoorde zij een stem die haar zei: ‘Gij zult een licht baren dat de wereld zal verlichten.’
Proces heiligverklaring van Clara 3,28

Ook deze belofte klinkt misschien wat onwaarschijnlijk. Toch is Clara uitgegroeid tot een licht voor veel generaties na haar, tot op de huidige dag. Een licht voor mensen over de hele wereld.

Handreiking voor meditatie

Het klinkt misschien wat ongeloofwaardig, maar de Ene heeft ook een plan met jóú. Misschien niet zo’n opzienbarend plan als de Ene had met Abram en met Clara. Maar ook minder opzienbarende plannen zijn belangrijk. De Ene wil ook met jou iets goeds doen. Deze retraite kan een gelegenheid zijn om hierbij stil te staan.

Als je je (nog) niet bewust bent van wat de Ene met jou wil, bedenk dan eens welke gaven je gekregen hebt. Bedenk dan welke mogelijkheden je hebt door je levenssituatie (bijv. je vrije tijd, je financiële situatie, je familierelaties, je ‘netwerk’, je woonplaats, je ervaring). Je hebt gaven en mogelijkheden die niemand anders in die combinatie heeft. Wat kun jij daarmee doen?

Waarvoor zou je je graag inzetten? Welke noden om je heen bewegen jou bijzonder? Is er een verband tussen jouw gaven en mogelijkheden en die noden?

Wat zou je kunnen laten, zodat je je nog meer kunt toeleggen op datgene waarvoor jij ‘in de wieg gelegd’ bent?

Denk hierover na, spreek hier met de Ene over, vraag het licht van de Ene hierover.

Terug

Woensdag 22 juni 2011: Op weg met meer dan een belofte

Lezingen van de dag: Genesis 15,1-12.17-18 / Matteüs 7,15-20

Hoe vaak in ons leven beloven we een ander iets. Meestal proberen we het na te komen, maar soms vergeten we het ook. Je wilt bijvoorbeeld al zo lang iemand een bezoekje brengen, maar het komt er steeds niet van. Vandaag in de lezing gaat het over meer dan een eenmalige belofte. De lezing handelt over een verbond tussen God en Abram. Bij een verbond zijn er twee partijen. God zegt plechtig toe dat Abrams nageslacht talrijk zal worden. Ook belooft Hij land als eigendom. Van Abram wordt gevraagd zich volledig aan God toe te vertrouwen. Bij een verbond hoort trouw, hier trouw van God aan Abram en trouw van Abram aan God.

We lezen het verhaal: Genesis 15,1-12.17-18. Vandaag zit Abram nogal te piekeren over een groot probleem. Wat heeft hij eraan als hem een prachtig land in het vooruitzicht wordt gesteld als hij straks toch kinderloos sterft en zijn hele bezit over zal gaan naar zijn dienaar, Eliëzer?

We luisteren naar het gesprek tussen God en Abram en merken op dat Abram, ondanks zijn onzekerheid over een nageslacht, toch gelooft in de belofte dat hij een nageslacht zal krijgen. Terwijl ze daar zo buiten staan en naar de donkere hemel kijken die bezaaid is met sterren laat hij Gods belofte diep in hem doordringen: Zo zal het ook zijn met je nakomelingen. Abram gelooft het. Even later spreekt God over het beloofde land en weer komt er een vraag in Abram op: hoe kan ik zeker weten dat ik het in bezit zal krijgen? Als het donker is geworden, volgt er een rite ter bevestiging van het verbond.

Abram gelooft in Gods trouw. In het vervolg van Abrams geschiedenis kunnen we lezen dat ook Abram trouw is, ondanks grote beproevingen.

In de Bijbel gaat het vaak over een verbond, vooral over het verbond tussen God en mensen.

In de Geschriften van Franciscus en Clara komt het woord ‘verbond’ niet voor. Wel de woorden ‘belofte’ en werkwoordsvormen van ‘beloven’.

In Clara’s Testament lezen we:

Ik vraag aan de heer kardinaal
dat hij ons altijd de heilige armoede
die wij aan God
en aan onze zeer zalige vader, de heilige Franciscus
beloofd hebben
zal doen onderhouden
en dat hij ons altijd
daarin zal willen doen groeien en bewaren.

Dat God je moge begeleiden

In de zegen die Clara op het einde van haar leven schrijft, herhaalt ze nog een laatste keer wat ze misschien wel het allerbelangrijkste vindt, namelijk dat de zusters trouw blijven aan de belofte die ze gedaan hebben:

… wees er altijd bezorgd voor
te onderhouden wat u aan de Heer hebt beloofd.
De Heer zij altijd met u
en wees toch altijd met Hem.
Amen.

Handreiking voor meditatie

Heb je wel eens iets heel plechtig (of minder plechtig) beloofd? Was het moeilijk om die belofte te houden? Wat gebeurde er in je op momenten waarop het niet lukte?
Heeft God met jou ook ooit een verbond gesloten? Hoe zie of formuleer je dat? Ervaar je die verbondenheid ook? Is het voor jou een vreugde of een last?
Wat betekent wederzijdse trouw voor jou? Heeft ver-trouw-en daar ook iets mee te maken?

Terug

Donderdag 23 juni 2011: Brood uit de hemel

Lezingen van de dag: Deuteronomium 8,2-3.14b-16a; 1 Korintiërs 10,16-17; Johannes 6,51-58
Hoogfeest van het Heilig Sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus
NB Op veel plaatsen wordt dit feest gevierd op zondag 26 juni 2011

Jezus zegt in het evangelie van vandaag:

Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald.


Op de eerste plaats is Jezus zelf dat brood uit de hemel. Hij was in een veilige en machtige positie, maar hij is neergedaald naar ons. Hij heeft onze kwetsbaarheid en armoede gedeeld. En dat allemaal om contact met ons te krijgen. Een contact waarin hij ons geneest, verlost, voedt.

Op de tweede plaats is de Hostie die wij in de Eucharistie ontvangen brood uit de hemel. Jezus wordt niet eens meer mens, maar brood. Brood dat gegeten wordt.

Franciscus, die toch al erg getroffen was door het gegeven dat Gods Zoon in de kleinheid van de mens Jezus tot ons kwam, was ook erg getroffen door Christus’ zelfvernedering in de Eucharistie. Franciscus spreekt hier in zijn geschriften verschillende keren over. Onder andere in zijn wijsheidswoorden:

Zie, dagelijks vernedert Hij zich (Filippenzen 2,8)
zoals Hij ooit van de koningstroon
(vgl. Wijsheid 18,15)
in de schoot van de Maagd is gekomen.
Dagelijks komt Hij zelf tot ons
en wordt zichtbaar als een nederige.
Dagelijks daalt Hij af uit de schoot van de Vader
(Johannes 1,18)
op het altaar in de handen van de priester.
En zoals Hij zich ooit aan de heilige apostelen
heeft laten zien in een echt lichaam,
zo laat Hij zich ook nu aan ons zien in heilig brood.
Franciscus, Wijsheidsspreuk 1,16-20

Het eucharistische brood is voor ons het ‘Brood voor onderweg’. Op weg naar het land dat God ons wijst is Hij ons nabij. Het zien en het nuttigen van de Hostie geeft ons de kracht om verder te gaan.

Handreiking voor meditatie

Hoe stel je je God voor? Als machtige of (ook) als nederige?
Wat heeft het voor zin dat God nederig is?
Wat heeft het voor zin dat wij nederig zijn?
Als het zin heeft dat we nederig zijn, waar halen we dan de kracht vandaan nederig te zijn?

Terug

Vrijdag 24 juni 2011: Twee gidsen (Geboorte van Johannes de Doper)

Lezingen van de dag: Jesaja 49,1-6 / Handelingen 13,22-26 / Lucas 1,57-66.80

Als je in deze tijd op weg gaat, zijn er eindeloos veel mogelijkheden om je te oriënteren. Reisgidsen, internet, voorlichting, weekenden ter voorbereiding, enz. Toch kan de reis zelf soms anders zijn dan alles wat je erover hoorde of las. Met de reis van je leven is het al niet anders. Dingen lopen anders dan je gepland hebt, je raakt de weg een beetje kwijt. Ook op het gebied van geloven is er veel veranderd. Waar is je houvast?

In de loop van de eeuwen zijn er veel grote figuren geweest die een leidende functie hadden op velerlei gebied. Zo staat de Bijbel vol met leiders, goede en slechte: koningen, priesters, profeten, apostelen.

Vandaag vieren we het feest van Johannes de Doper, in de ikoonwereld Johannes de Voorloper genoemd, naar zijn functie. Hij was een voorloper van Jezus, naar wie hij ook verwijst, en tegelijkertijd was hij een gids voor veel mensen. Franciscus was ook een gids. Veel mensen hebben hem gevolgd.

Johannes de Doper, Rogier van der Weyden (1400-1464) Franciscus van Assisi, naar de oudste afbeelding (te Subiaco)

Er zijn meerdere parallellen te trekken tussen deze twee gidsen:

  • Allereerst krijgen Johannes en Franciscus bij de besnijdenis, respectievelijk de doop, allebei de naam Johannes (de naam Franciscus kreeg Franciscus pas later).
  • Beiden verwijzen naar Jezus en zijn verkondigers van het goede nieuws.
  • Johannes en Franciscus staan allebei, ieder op eigen manier, op de drempel van een nieuwe tijd, respectievelijk nieuwe beweging.
  • Johannes en Franciscus waren allebei tamelijk streng voor zichzelf.
  • Johannes leerde mensen bidden en Franciscus riep mensen op tot gebed.
  • Het voornaamste is misschien wel dat in beide personen de Geest zeer werkzaam is geweest ten behoeve van het zielenheil van mensen.

Broeder Thomas van Celano schreef in zijn levensbeschrijving van Franciscus onder andere het volgende:
…dat hij eerst Johannes heette, is de reden geweest, waarom hij het feest van Johannes de Doper plechtiger vierde dan het feest van welke heilige dan ook. En het dragen van die verheven naam gaf hem iets van diens geheimnisvolle kracht. De opmerking: ‘Zoals er onder de zonen van vrouwen geen grotere is opgestaan dan Johannes de Doper, zo is er onder de ordestichters geen volmaaktere dan Franciscus,’ mag zeker gemaakt worden en verdient een ruime verspreiding.
Thomas van Celano, Franciscus van Assisi. Tweede levensbeschrijving, I,3.

Johannes en Franciscus zijn, vanuit hun geheel eigen roeping, allebei grote gidsen geweest voor velen. Ze hadden een verschillend karakter, leefden in verschillende tijden, maar waren allebei bezield met een zeer apostolische geest. Zonder dat Franciscus echte leiderscapaciteiten had, is er door hem, vanuit zijn openheid voor de werking van de Geest, een grote beweging ontstaan.

Handreiking voor meditatie

Zijn er momenten in je leven geweest waarin je geleid of begeleid werd?

Johannes en Franciscus lieten zich leiden door de Geest. Durf jij je ook toe te vertrouwen aan de leiding van de Geest? Je zou er regelmatig om kunnen vragen in gebed, met eigen woorden of met een psalmvers dat je tijdens het Getijdengebed tegenkomt! Het gebed om de leiding van de Geest is een gebed dat altijd verhoord wordt! Door de herhaling van zo’n gebed wordt je verlangen ernaar steeds sterker.

Terug

Zaterdag 25 juni 2011: Een woord van God

Lezingen van de dag: Genesis 18,1-15; Matteüs 8,5-17

De honderdman uit het evangelie van vandaag begrijpt heel goed dat hij Jezus in een moeilijke positie brengt als hij erop aandringt dat Jezus bij hem in huis komt – hij is immers een niet-Jood. Tegelijk is hij militair, en daardoor vertrouwd met de kracht van een woord. Een militair commandant schreeuwt immers één enkel woord en vijftig soldaten gaan lopen of staan stil. De honderdman vertrouwt erop dat Jezus ook zo’n krachtdadig woord heeft.

Franciscus heeft ook ervaring met de kracht van Gods woord. Vooral als een woord dat hem de weg wijst. Eens is Franciscus op weg naar Apulië. Hij wil zich aansluiten bij een graaf, in de hoop voor hem te kunnen strijden en zo riddereer te verwerven. Bonaventura vertelt dan:

Maar toen hij kort daarna op weg gegaan was en de dichtstbijzijnde stad had bereikt,
hoorde hij ‘s nachts de Heer hem vertrouwelijk toespreken en zeggen:
‘Franciscus, wie is in staat je meer te geven, een heer of een knecht, een rijke of een arme?’
Franciscus gaf ten antwoord, dat vanzelf een heer en een rijke hem meer zouden kunnen geven;
waarop de Heer hem terstond verwijtend toevoegde:
‘Waarom laat je de Heer dan voor de knecht in de steek
en veronachtzaam je voor een arm mens de rijke God?’
‘Wat wilt U dan dat ik zal doen, Heer?’ vroeg Franciscus.
En de Heer antwoordde: ‘Ga terug naar de streek waar je thuishoort.
Want het droomgezicht dat je gezien hebt,
duidt op een geestelijk gebeuren dat zich in jou zal voltrekken,
niet door de doeltreffendheid van menselijke maatregelen,
maar op de wijze waarop God het heeft vastgesteld.’
Toen de volgende morgen aanbrak,
keerde Franciscus dan ook haastig vol vertrouwen en zeer verheugd naar Assisi terug
en, nadat hij zo reeds een voorbeeld van gehoorzaamheid had gesteld,
wachtte hij rustig af wat de Heer van hem zou willen.
Bonaventura, Grote levensbeschrijving 1,3

Het woord dat Franciscus in de nacht gehoord heeft zet zijn leven op een heel ander spoor. Gaandeweg ontdekt hij het land dat de Ene hem wijst.

Handreiking voor meditatie

Heb je ook de ervaring dat een woord van God jou de weg wees? Misschien was het een woord uit de Bijbel, misschien een woord uit de liturgie, een woord in een droom, een woord dat je zo maar ergens hoorde of een woord dat jou zo maar te binnen schoot. Wat heb je met dat woord gedaan? Zou je er nog méér mee kunnen doen?

***

Terug

Zondag 26 juni 2011: Winnen en verliezen

Lezingen van de dag: 2 Koningen 4,8-11.14-16a; Romeinen 6,3-4.8-11; Matteüs 10,37-42
NB Deze lezingen kun je opzoeken op www.willibrordbijbel.nl.

NB Op de meeste plaatsen wordt vandaag het hoogfeest van het Heilig Sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus gevierd, zie donderdag 23 juni

Op het eind van zijn leven schrijft Franciscus van Assisi een geestelijk testament. Hij opent met een indringende ervaring die hij ergens in het begin van zijn bekeringsproces had:

De Heer heeft mij, broeder Franciscus,
op de volgende manier het begin gegeven van een boetvaardig leven:
toen ik in zonden leefde,
leek het me te bitter om melaatsen te zien
en de Heer zelf heeft mij tussen hen gebracht
en ik heb hun barmhartigheid bewezen.
En toen ik bij hen wegging,
was wat me bitter leek
voor mij veranderd in zoetheid naar ziel en lichaam;
en ik was er daarna nog een tijdje vol van
en heb de wereld verlaten.
Testament van Franciscus, 1-3

Franciscus heeft een bijzondere ervaring gehad toen hij op een andere manier naar melaatsen ging kijken. Hij ervaart die verandering als een gave van God. Er gaat wat tijd overheen, maar dan neemt hij zijn besluit. Hij zegt het zelf zo: ‘…ik was er daarna nog een tijdje vol van en heb de wereld verlaten’. Het betekende in zijn geval dat hij brak met zijn leven als rijke. Hij laat werelds bezit en zekerheid los, en gaat aan de rand van de maatschappij leven, net als melaatsen. Hij verliest veel, maar wint nog meer: hij wordt rijk in God.

Handreiking voor meditatie

Welk besluit denk je dat je moet nemen na deze retraite? Misschien is het goed het nu op te schrijven en het over een tijdje na te lezen. Wat zou je moeten verliezen (loslaten), om wat te winnen?

Terug

Franciscaanse bronnen

Bonaventura, Grote levensbeschrijving van de heilige Franciscus van Assisi, vertaling A.A.C. Sier, Uitg. J.H. Gottmer, in samenwerking met de Franciscaanse werkgroep K 750, Haarlem 1978

Clara van Assisi, Geschriften, leven, documenten, Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem 1996

Franciscus van Assisi, De Geschriften, vertaald, ingeleid en toegelicht door G.P. Freeman, H. Bisschops, B. Coreveleyn, J. Hoeberichts en A. Jansen, Uitg. Franciscaanse Beweging, Den Bosch en Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem, 2004

Thomas van Celano, Franciscus van Assisi. Tweede levensbeschrijving, vertaling: A.A.C. Sier ofm, Uitg. J.H.Gottmer, Haarlem, 1976

Terug

Naar HOME

Teksten van de retraite van maart 2011

(Klik op de naam van de dag om bij de betreffende tekst te komen)
maandag (motto)
dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag
franciscaanse bronnen

Motto van de maartretraite, en thema van maandag 14 maart 2011:

De mens leeft niet van brood alleen (Matteüs 4,4)

Openingsviering op 14 maart 2011

‘De mens leeft niet van brood alleen’, zo luidt ons motto voor deze week, een tekst uit het evangelie van afgelopen zondag. De veertigdagentijd is begonnen op Aswoensdag. Gisteren hoorden we het verhaal van de beproevingen van Jezus in de woestijn.

Nu we aan onze retraite beginnen zoeken we ook bewust de afzondering. Wel niet in de vorm van een woestijn, maar toch trekken we ons terug uit ons leven van alledag, om ons te concentreren op de kwaliteit van ons eigen leven. Ook wij kunnen ons in deze dagen afvragen in hoeverre wij alleen van ‘brood’ leven en van alle materiële zaken. Misschien ontdekken we dat we eigenlijk toch iets missen, een stukje diepgang, wat inspiratie en zingeving. Waar leven we voor, waar leven we van? En waar gaat ons leven naartoe? Het leven is vaak zo vol en we staan aan zoveel invloeden bloot dat we soms, of misschien wel vaak, aan de oppervlakte blijven hangen. En toch hunkert er iets in ons naar meer, naar voedsel voorbij de materie, voorbij het gewone dagelijkse brood. Deze week gaan we zoeken of we dieper contact kunnen krijgen met ons verlangen, zodat we de weg weer enigszins terug kunnen vinden of verdiepen. De veertigdagentijd is een tijd om dichter bij de bron te komen, die ook in de woestijn van ons eigen leven ondergronds altijd aanwezig is.

Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel op de proef gesteld te worden. Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had hij grote honger. Nu kwam de beproever naar hem toe en zei: ‘Als u de Zoon van God bent, beveel dan die stenen in broden te veranderen.’ Maar Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’ Matteüs 4,1-4

Franciscus zocht ook regelmatig stille plekken op. Hij was geroepen om de blijde boodschap naar de mensen te brengen, maar zonder gebed en stilte zou hij dat nooit gekund hebben. Voor hem waren de Schriftwoorden echt voedsel, echt brood voor zijn ziel, brood voor zijn inspiratie, wegwijzers om vanuit die inspiratie ook naar de mensen te kunnen gaan.

Elke roeping, zelfs de roeping van Jezus, wordt beproefd. Ook die van Franciscus en Clara, ook die van ons. Waarschijnlijk zul je het ook deze week merken. Misschien vind je de stiltes te lang en zou je die het liefst willen ontvluchten of doorbreken, misschien krijg je zin om gewoon lekker een boek te gaan lezen, of een praatje aan te knopen. Kijk hoe je ermee omgaat als je tegen deze en andere afleidingen aanloopt. Waar kies je voor? Waar koos Jezus voor? De woestijntijd is bedoeld om je sterker te maken in je keuzes en in het bewustzijn dat de kracht je gegeven wordt om naar je keuzes te leven. In de woestijntijd mag je je steeds intenser gedragen weten door de Ene die je altijd omringt, de Ene die ook Jezus nabij was op zijn moeilijke momenten en die hem hielp om trouw te blijven aan zijn roeping. Het is een tijd waarin je de kans krijgt om dieper te gaan leven in groter verbondenheid met de Ene.

Terug

Dinsdag 15 maart 2011: God spreekt, God luistert

Lezingen van de dag: Jesaja 55,10-11 / Matteüs 6,7-15

In de Jesaja-lezing horen we dat God tot de mens spreekt. In de evangelielezing dat de mens tot God spreekt. Beide zijn belangrijke elementen in het geestelijk leven.

Dat wij tot God spreken is waarschijnlijk nog het meest bekend: we danken God, we prijzen God, aanbidden God, vragen Gods hulp en vergeving. Op het spreken tot God (en dan speciaal het vragen aan God) komen we donderdag terug.
Dat God tot ons spreekt zal voor menig doorgewinterde gelovige onvoorstelbaar zijn. Wij besteden hier vandaag aandacht aan.

God spreekt op allerlei manieren. De ene keer door een droom, de andere keer door een woord uit de Bijbel, of door wat een ander zegt, of door een gedachte die steeds maar bij je naar boven komt. Of nog anders. Zo hoort Franciscus eens een woord van God vanaf het kruis dat in het kerkje van San Damiano hangt: ‘Franciscus, ga mijn huis herstellen! Je ziet toch dat het geheel vervallen is’.

Op het moment zelf waarop je denkt een ‘woord’ van God te krijgen heb je natuurlijk nog geen zekerheid dat het inderdaad van God komt. Misschien was het wel een gewone menselijke gedachte. Doordat je, met de nodige voorzichtigheid, vanuit zo’n ‘woord’ leeft en de vrucht ervan ervaart, ga je geleidelijk aan duidelijker zien dat het inderdaad een woord van God was.

Hier een voorbeeld dat Clara ons vertelt. Franciscus spreekt een woord uit dat later bewaarheid wordt. Als Clara dit opschrijft, woont zij al jarenlang in San Damiano. Maar toen Franciscus het woord uitsprak was dat nog moeilijk voorstelbaar:

San Damiano, zoals het klooster er nu uitziet

Want toen de heilige zelf
nog geen broeders of gezellen had,
vrijwel onmiddellijk na zijn bekering,
werd hij,
terwijl hij de kerk van San Damiano aan het bouwen was,
waar hij geheel en al
door een goddelijke vertroosting werd bezocht,
ertoe gedreven de wereld helemaal te verlaten.
Daar heeft hij toen
door een grote vreugde en verlichting van de Heilige Geest
over ons voorzegd
wat de Heer later in vervulling deed gaan.
Want hij ging in die tijd
op de muur van de genoemde kerk staan
en in het Frans zei hij met luide stem
tegen enkele arme mensen
die zich daar in de buurt ophielden:
‘Kom en help mij bij het werk
aan het klooster van San Damiano
want hier zullen voortaan vrouwen verblijven;
door hun vermaarde leven en heilige levenswijze
zal onze hemelse Vader verheerlijkt worden (vgl. Matteüs 5,16)
in heel zijn heilige kerk.’
Testament van Clara, 9-14

Enkele aantekeningen hierbij:

  • Wij kunnen niet ‘bewerken’ dat God iets tot ons zegt. Wel kunnen we ons ervoor openstellen of afsluiten.
  • Zo’n woord dat God tot ons gesproken heeft kan ons de kracht geven om vol te houden, ook als er grote moeilijkheden zijn.
  • Er is een verband tussen het spreken tot God en het verstaan wat God tot ons zegt. Als wij ons zo persoonlijk mogelijk tot God uitdrukken, kunnen wij gemakkelijker verstaan wat God ons zegt.
  • Ervaringen en vragen over dit onderwerp kun je ter sprake brengen in het begeleidingsgesprek.
Handreiking voor de meditatie
  • Heb je zelf ervaring dat je – op welke manier dan ook – ooit een ‘woord’ van God hoorde? Is dat ‘woord’ ook werkelijkheid geworden?
  • Is er iets waarover je graag Gods visie zou horen? Vraag het heel duidelijk aan God, en reken erop dat hij jou op zijn tijd en op zijn manier antwoord geeft.

Terug

Woensdag 16 maart: Opnieuw beginnen

Lezingen van de dag: Jona 3,1-10 / Lucas 11,29-32
Voor de overweging in de eucharistieviering klik op woensdag, eucharistieviering

Vandaag treffen we in beide lezingen de profeet Jona aan. Het oudtestamentische boek met dezelfde naam bevat een boeiend verhaal rond de mogelijkheid om opnieuw te beginnen met je leven. Gods barmhartigheid is immers oneindig veel groter dan ons hart als het ons aanklaagt.

In het verhaal roept Jona de mensen van de stad Nineve op om zich te bekeren.

detail van de ikoon met Jona, zie ook de hele ikoon

Ook Franciscus roept mensen op om een nieuw leven te beginnen. Natuurlijk zal een oproep tot bekering nu heel anders klinken dan acht eeuwen geleden. Laten we luisteren naar Franciscus zelf:

En deze of een dergelijke aansporing en lofprijzing
mogen al mijn broeders,
telkens als zij dat willen,
met de zegen van God onder ieder slag mensen verkondigen:
‘Vrees en eer, prijs en zegen,
dank en aanbid de almachtige Heer God,
in drieheid en eenheid
Vader, Zoon en Heilige Geest,
schepper van alle dingen.
Doe boete, (Matteüs 3,2)
breng waardige vruchten van boetvaardigheid voort, (vgl. Lucas 3,8)
want wij zullen spoedig sterven.
Geef en u zal gegeven worden. (Lucas 6,38)
Vergeef en u zal vergeven worden. (vgl. Lucas 6,37 par.)

Gelukkig wie in boetvaardigheid sterven,
want zij zullen in het rijk der hemelen wonen.

Kijk uit, houd u ver van alle kwaad
en volhard tot het einde in het goede.’
Regel van de minderbroeders, voorlopige redactie, hoofdstuk 21, verzen 1-5.7.9

Franciscus begint zijn preken altijd met een lofprijzing, dan volgt er een oproep tot herziening van leven. ‘Boete doen’ zijn woorden die ons misschien helemaal niet aanspreken, maar vertaal het eens met ‘herstellen’, zoals zeelui hun kapotte netten boeten. De aansporingen die Franciscus gebruikt zijn geen eigen verzinsels. Veel van zijn teksten zijn geïnspireerd door het evangelie, soms zelfs letterlijk overgenomen. Het evangelie is het brood dat hij elke dag nuttigt. Hij leeft ervan. Ook in het evangelie staan soms zinnen waar je op moet kauwen om ze te vertalen naar je eigen tijd en leefsituatie. Kan dit ‘brood’, terwijl je het kauwt, voor jou verteerbaar worden?

Handreiking voor de meditatie
  • Kijk eens of er in bovenstaande tekst van Franciscus een zin is die je bijzonder aanspreekt, word daar stil bij en voel hoe die, bij herhaling, in je doorwerkt. Bij welke woorden word je geraakt, hetzij in positieve of negatieve zin? (Schrijf eventueel na elke meditatie iets op over je beleving).
  • Kun je een verband ontdekken tussen de lofprijzing en de andere verzen?
  • Je zou, tenzij er een ander thema is dat zich bij jou aandient, het boek Jona vandaag eens kunnen lezen. Welke oproep hoor jij?
  • Waarmee wil jíj opnieuw beginnen en hoe denk je dat te doen?

Terug

Woensdag 16 maart, Eucharistieviering: Lucas 11,29-32

Het evangelie van vandaag is gemakkelijker te begrijpen als je ook de voorgaande passage leest (vooral de verzen 14-20). Hierin horen we dat Jezus iemand geneest die door een duivel bezeten was en niet kon spreken. Mensen vragen zich dan af door welke kracht Jezus die genezingen verricht, door Beëlzebub of door Gods kracht. Ook zijn er mensen die Jezus nog eens om een extra teken vragen. Als we terugkijken op ons eigen leven, dan zullen we misschien het verlangen herkennen om nog meer duidelijkheid te krijgen in een bepaald probleem. We weten van binnenuit al wel wat ons te doen staat, maar we zouden nóg meer zekerheid willen hebben.

In evangelieverhaal van vandaag verwijt Jezus die mensen, met tamelijk pittige woorden, dat ze een extra teken willen hebben. Dit geslacht is een verdorven geslacht: het verlangt een teken. Hun verdorvenheid zou dus bestaan uit het overbodig vragen naar een teken, terwijl Jezus juist al een groot teken had verricht, namelijk de genezing van een man die door een duivel bezeten was. Ook daarvoor had hij al veel andere genezingen verricht. Telkens weer stootte hij bij sommige mensen op ongeloof. Als het geven van tekenen niet resulteert in een groter geloof, dan heeft het geen zin om nog eens een extra teken toe te voegen. Misschien is dat de les die de mensen te leren hebben. Er is namelijk een houding van geloof nodig, dus een ommekeer van binnenuit. Geloof in hém, de Mensenzoon, die zelf een teken is. Hij vraagt of de mensen in hemzelf willen geloven, voorbij aan andere, zichtbare tekenen.

De Ninevieten zullen, zo zegt Jezus, bij het uiteindelijke oordeel hun stem laten horen tegen de mensen van dit geslacht. Zij, de Ninevieten, hebben namelijk geluisterd naar de oproep van de profeet Jona. Dan zouden de mensen in Jezus’ tijd toch zeker gehoor moeten geven aan Jezus’ oproep. En wel omdat nu niet alleen een profeet aan het woord was namens God, maar Jezus zelf, dé gezondene bij uitstek. Deze gedachte ligt vervat in de woorden: welnu, hier is meer dan Jona. Was Jezus niet juist het grootste teken van die tijd en van alle tijden die nog zouden komen? Jezus vraagt geloof in hém. Wat Jezus destijds van de mensen vroeg, vraagt hij ook nu nog van ieder van ons: geloof in hem, het gaat niet om een teken.

Handreiking voor meditatie
  • Hoe groot is jouw behoefte aan een teken?
  • Heb je wel eens iets meegemaakt waarin je een ‘teken uit de hemel’ ervaren hebt?
  • Helpt het je, bij twijfel, om terug te kijken op eerdere momenten waarop het moeilijk was en je er toch uitkwam?
  • Is Jezus zelf voor jou ook een teken? Hoe open sta je voor hem?

Terug

Donderdag 17 maart 2011: Vraag!

Lezingen van de dag: Ester 14,1.3-5.12-14 / Matteüs 7,7-12
(De lezing uit Ester 14 is alleen te vinden in Bijbeluitgaven die de deuterocanonieke boeken bevatten. In veel van deze Bijbeluitgaven vind je deze tekst overigens niet in hoofdstuk 14, maar in een aanvulling na Esther 4,17. In deze aanvulling lees je dan de verzen 12, 14-16, 23-25. Of de verzen 10a, 11-12, 17-19. Of… nog anders!)

De evangelielezing van vandaag is genomen uit de Bergrede. De Bergrede is een basiscursus die Jezus aan zijn eerste leerlingen geeft. Veel eeuwen later mogen wij, als wij nu leerling van Jezus proberen te zijn, die woorden beluisteren als geadresseerd aan ons.

In de Bergrede probeert Jezus zijn leerlingen in te wijden in hun relatie met de Vader. Hij laat hen delen in de relatie die hijzelf met de Vader heeft. Daarin vinden we twee accenten:

  • in hun doen en laten is de Vader hun norm. Bijvoorbeeld: Matteüs 5,48: Jullie zullen dus onverdeeld goed zijn, zoals jullie hemelse Vader onverdeeld goed is;
  • de leerlingen mogen in alles vertrouwen op die Vader. Bijvoorbeeld: Matteüs 6,26: Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels?
    (Beide voorbeelden zijn geciteerd uit de Willibrordvertaling van 1995).

Midden in de Bergrede staat het gebed dat Jezus aan deze leerlingen leert, het Onzevader (we lazen het afgelopen dinsdag). In dat gebed staan de belangen van de Vader voorop: zijn Naam, zijn Rijk, zijn wil. Maar daarna komen ook onze belangen aan bod: ons dagelijks brood, vergeving voor onze schulden, dat we niet in bekoring komen en dat we niet door het kwaad lastiggevallen worden.

In de lezing van vandaag gaat Jezus dieper in op het vragen in verband met onze persoonlijke belangen. Hij doet heel veel moeite om ons te overtuigen dat we in alle vrijheid dingen aan de Vader mogen vragen. De Vader houdt van ons, wij zijn zijn eigen geliefde dochters en zonen.

In de praktijk wordt niet elk gebed van ons verhoord op de manier die wij in gedachte hadden toen wij ons gebed uitspraken. De ene keer krijgen we wat we gevraagd hebben, misschien wel op een wonderlijke wijze. De andere keer echter vragen wij om iets heel belangrijks, om genezing, of om oplossing van een probleem, maar helaas, de ziekte of het probleem blijft. Dat kan ons de moed benemen om aan de Vader iets te vragen.

In het proces voor de heiligverklaring van Clara vertellen verschillende getuigen over de kracht van Clara’s gebed. Een van hen is zuster Filippa. Zij getuigt:

Toen dus op een dag de vijanden kwamen om de stad Assisi te verwoesten,
klommen enkele Saracenen op de muur van het klooster
en lieten zich tot binnen het kloosterterrein zakken.
De zusters werden hierdoor heel bang.
Maar de zeer heilige moeder sprak allen moed in
en minachtte de kracht van de Saracenen
met de woorden: ‘Vrees niet, want zij zullen ons geen schade kunnen berokkenen.’
En toen zij dat gezegd had, nam zij haar toevlucht tot het gebed waar zij mee bezig was.
De kracht van dat gebed was zo groot
dat de vijanden, die Saracenen,
zonder enige schade te berokkenen er vandoor gingen,
alsof zij verjaagd werden,
zodat ze niemand van het huis aanraakten.

Proces van de heiligverklaring van Clara, Derde getuige, 17

Handreiking voor de meditatie
  • Herinner je een gebed dat verhoord werd. Dank God ervoor.
  • Herinner je de keren dat je gebed niet ‘verhoord’ werd. Praat er met God over.
  • Welke noden zou je nu aan God willen voorleggen?
  • Misschien heb je moeite om God je Vader te noemen. Bijvoorbeeld omdat je geen lieve, begripsvolle vader hebt of hebt gehad. Je kunt God natuurlijk met een ander woord toespreken dan met ‘Vader’. Misschien geeft deze retraite ook de gelegenheid om over de problemen met je eigen vader na te denken en te bidden. Je kunt het onderwerp ook in het begeleidingsgesprek ter sprake brengen.

Terug

Vrijdag 18 maart 2011: Verzoening brengt leven

Lezingen van de dag: Ezechiël 18,21-28 / Matteüs 5,20-26

Bij de joden is Jom Kippoer (Grote Verzoendag) een van de grootste feesten. De tien voorafgaande dagen probeert iedereen de nog aanwezige conflicten bij te leggen. Pas als de conflicten met de naasten zijn bijgelegd, zal ook de Ene hun kunnen vergeven. Verzoenen met elkaar is voorwaarde om je met hem te verzoenen.

In ‘Herinneringen aan broeder Franciscus’ (84) staat een verhaal opgetekend over een conflict tussen de bisschop en de burgemeester (podestà) van Assisi. De onenigheid is zover opgelopen dat de bisschop de banvloek uit heeft gesproken over de burgemeester (dus hem buiten de gelovige gemeenschap heeft gezet). Als reactie verbood de burgemeester de inwoners van Assisi om iets te kopen van of te verkopen aan de bisschop. Franciscus was hier zo ontdaan over en had zo’n diep medelijden met hen dat hij aan het juist gecomponeerde Zonnelied een couplet toevoegde over elkaar vergeven.

Vervolgens vragen de broeders aan de burgemeester en zijn medewerkers en ieder die maar mee wil gaan om naar het huis van de bisschop te komen. Daar zullen ze dan het Lied van Broeder Zon met het toegevoegde couplet zingen. Zo gebeurt het. En het mist zijn uitwerking niet:

Onmiddellijk stond de podestà op en, met zijn gevouwen handen dicht tegen zich aan, luisterde hij in grote eerbied met tranen in zijn ogen aandachtig toe als was het het evangelie van de Heer. Hij had immers een groot vertrouwen in de zalige Franciscus en was hem zeer toegewijd en genegen. Toen de Lofzang op de Heer ten einde was, zei de podestà in bijzijn van allen: ‘Ik verklaar u in volle ernst dat ik me niet alleen met de bisschop die ik als mijn heer moet beschouwen, wil verzoenen, maar dat ik zelfs bereid zou zijn iemand te vergeven als hij mijn broer of zoon vermoord had.’ Hij wierp zich voor de voeten van de bisschop en zei tot hem: ‘Ik ben bereid u in alles genoegdoening te geven zoals u het van mij verlangt, om de liefde van Jezus Christus, onze Heer, en van zijn dienaar de zalige Franciscus.’ De bisschop strekte toen zijn handen naar hem uit en hielp hem weer op de been, terwijl hij tot hem zei: ‘Krachtens mijn ambt zou ik nederig moeten zijn. Maar ja, van aard ben ik opvliegend en gauw driftig. Vergeef het me dus maar!’ Toen omhelsden ze elkaar met grote hartelijkheid en genegenheid en kusten elkaar.
Herinneringen aan broeder Franciscus (84)

Handreiking voor de meditatie
  • Laat het verhaal diep op je inwerken… Misschien denk je aan een conflict dat je zelf met iemand had of hebt. Let op welke gevoelens er bovenkomen en wat ze je doen.
  • In hoeverre kun je zelf vergeven en in hoeverre heb je vergeving van de ander nodig?
  • Vergeven is niet genoeg, verzoenen is de volgende stap, dus naar de ander toegaan, zelfs als de fout bij de ander ligt. Of de ander ook verzoend wil worden met jou, is niet zeker, maar dat neemt niet weg dat je evangelisch handelt als je toch zelf een poging tot verzoening doet.
  • Voel eens bij jezelf of het conflict ook je relatie in de weg staat met de Ene, die altijd bereid is te vergeven.

Terug

Zaterdag 19 maart 2011: Mijn Vader

Lezingen van de dag (H. Jozef): 2 Samuël 7,4-5a.12-14a.16 / Romeinen 4,13.16-18.22 / Lucas 2,41-51a (of Matteüs 1,16.18-21.24a)

Op het hoogfeest van de heilige Jozef lezen we wat Lucas ons vertelt over de 12-jarige Jezus, die door Maria en Jozef in de tempel wordt teruggevonden. Op die leeftijd is Jezus al geboeid door zijn Vader. In dit geval niet door Jozef, maar door de hemelse Vader: ‘Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’ zegt hij.

We zien dit in Jezus terug als hij op volwassen leeftijd is. In de teksten van de afgelopen dagen kwamen we dat bij herhaling tegen. Jezus leert zijn leerlingen te vertrouwen op hun Vader en te bidden tot ‘hun Vader’.

Franciscus heeft in zijn leven ook ontdekt dat hij zo’n hemelse Vader had, en hij heeft geleerd op die Vader te vertrouwen. Een duidelijk gemarkeerd punt in zijn ontwikkeling was het moment dat hij in een conflict komt met zijn aardse vader. Franciscus is op dat moment bezig goed werk te doen met het geld van zijn aardse vader Bernardone, en – heel begrijpelijk – is die aardse vader daar niet van gediend. Het draait uit op een proces voor de bisschop.

Bonaventura beschrijft dit aldus:

Vervolgens zette de vader,
wiens aardse zoon Franciscus was,
er zijn zinnen op zijn zoon,
het kind van de genade,
nadat hij hem eerst dat geld afgenomen had,
ook nog voor de bisschop van de stad te brengen.
Hij wilde namelijk dat zijn zoon officieel
in diens handen afstand zou doen
van alle rechten die hij op het vaderlijk bezit zou kunnen doen gelden,
en dat hij alles wat hij verder nog had,
aan hem terug zou geven.
In zijn oprechte liefde voor de armoede
maakte Franciscus hiertegen niet het minste bezwaar.
En toen hij voor de bisschop verscheen,
aarzelde hij geen ogenblik
en duldde hij niet het geringste uitstel.
Zonder een woord te zeggen
of een ander de kans ertoe te geven,
ontdeed hij zich onmiddellijk van al zijn kleren
en gaf ze aan zijn vader. (…)
Daarna gooide hij,
door een wonderlijke, hem bedwelmende innerlijke gloed in vervoering meegesleept,
ook zijn lendendoek af
en zei, terwijl hij zich zo in volle naaktheid aan aller ogen prijsgaf,
tot zijn vader:
‘Tot nu toe heb ik u op aarde mijn vader genoemd,
maar van nu af aan mag ik met recht zonder enige schroom zeggen:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
in wiens handen ik mijn hele rijkdom heb gelegd
en op wie ik heel mijn hoopvol vertrouwen heb gesteld.’
Toen de bisschop dit zag,
stond hij terstond vol bewondering voor de mateloze bezieling van de man Gods op,
sloeg wenend zijn armen om hem heen
en hulde hem in de mantel die hij droeg.
Bonaventura, Grote levensbeschrijving 2,4

Handreiking voor de meditatie
  • Op welke manier zou je je relatie met de Vader meer gestalte kunnen geven?

Terug

Zondag 20 maart 2011: Afdalen van de berg

Lezingen van de dag: Genesis 12,1-4a / 2 Timoteüs 1,8b-10 / Matteüs 17,1-9
Zie ook de pagina over de ikoon van de Gedaanteverandering van Jezus

Op de berg hebben de drie leerlingen van Jezus een heel bijzondere ervaring: ze zien Jezus in zijn heerlijkheid.

Afdalen, detail van de ikoon van de Gedaanteverandering

Misschien heb je ook wel eens zo’n bijzondere ervaring gehad. Wellicht in een retraite, of op een bijzondere dag in je leven, of zo maar op een onbewaakt ogenblik. Voor al die bijzondere ervaringen geldt: je kunt ze niet vasthouden. Om met woorden van het evangelie van vandaag te spreken: je daalt op een gegeven moment van de berg af. Je gaat weer het gewone leven in.

Je blijft wel de herinnering aan het mooie bij je houden. Het is de kunst die herinnering een plaats te geven in je leven van alledag.

Een valkuil is dat je anderen gaat vertellen wat je meegemaakt hebt. Je kunt een diepe ervaring nu eenmaal niet aan een ander overbrengen. Je hebt kans dat de ander heel schamper reageert; dat zal jou alleen maar pijn doen, en het kan verwijdering brengen tussen jou en die ander. Laat die ander liever door je doen en laten merken wat de bijzondere ervaring jou gedaan heeft. Als die ander dan aan jou merkt dat je veranderd bent en aan jou vraagt wat je meegemaakt hebt, kun je een klein beetje vertellen. Maar let goed op of het niet te veel wordt voor de ander.

Laat het bijzondere dat je meegemaakt hebt, in je leven groeien, zoals een zaadje groeit op de akker. Langzaam, het moet zijn tijd hebben.

Franciscus schrijft in zijn 28ste wijsheidsspreuk:

Gelukkig de dienaar die het goede
dat de Heer hem laat zien,
verzamelt als een schat in de hemel (vgl. Matteüs 6,20)
en er niet op uit is
het aan de mensen bekend te maken met het oog op loon,
want de Allerhoogste zelf
zal diens werken bekendmaken aan wie Hij wil.
Gelukkig de dienaar
die de geheimen van de Heer in zijn hart behoedt.

Handreiking voor de meditatie
  • Wat zijn de bijzondere ervaringen die je in deze retraite gekregen hebt?
  • Wat zou je ermee kunnen doen in het gewone leven? Schrijf wat in je opkomt op, bewaar het opgeschrevene en lees het over drie maanden terug.

Terug

Franciscaanse bronnen

Bonaventura, Grote levensbeschrijving van de heilige Franciscus van Assisi, vertaling A.A.C. Sier, Uitg. J.H. Gottmer, in samenwerking met de Franciscaanse werkgroep K 750, Haarlem 1978

Clara van Assisi, Geschriften, leven, documenten, Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem, 1996

Franciscus van Assisi, De Geschriften, vertaald, ingeleid en toegelicht door G.P. Freeman, H. Bisschops, B. Coreveleyn, J. Hoeberichts en A. Jansen, Uitg. Franciscaanse Beweging, Den Bosch en Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem, 2004

Herinneringen aan broeder Franciscus, vertaald door Max Sier OFM. Met inleidingen van Henk Loeffen OFM en André Jansen OFM, Uitg. J.H.Gottmer, Haarlem, 1985

Terug

Naar HOME

Teksten van de retraite van september 2010

(Klik op de naam van de dag om bij de betreffende tekst te komen)
maandag (motto)
dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag
franciscaanse bronnen

Motto septemberretraite 2010, en thema van maandag 20 september

Let goed op hoe je luistert, Lucas 8,18a

Niemand steekt een olielamp aan
en verbergt hem onder een pot of zet hem onder een bed.
Nee, je zet hem op een standaard,
zodat iedereen die binnenkomt het licht kan zien.
Want niets is verborgen dat niet aan het licht zal komen,
niets is geheim dat niet bekend zal worden en aan het licht zal komen.
Let goed op hoe je luistert!

Lucas 8,16-18a (Groot Nieuws Bijbel, 1996)

Vandaag begint onze retraite. Voor de een is een retraite een bezinningstijd op het leven, voor de ander een orde op zaken stellen, voor een derde het zoeken naar een weg om duidelijkheid te krijgen in een problematische zaak. Een volgende heeft het verlangen om dichter bij de eigen geestelijke bronnen te komen, dichter bij God, bij zichzelf. Ieder heeft een eigen motivatie, een persoonlijk uitgangspunt, een ander verlangen.
Al zijn onze motivaties verschillend, één ding hebben we gemeen. We trekken er tijd voor uit om in onszelf te keren, we maken er ruimte voor. We willen de stilte ingaan, verwachtend dat deze ons helpen kan om bijvoorbeeld meer licht te krijgen op ons huidige leven of om op een dieper niveau te gaan leven. Het gevolg zou kunnen zijn dat we na de retraite weer beter in staat zijn het licht ook in onze eigen omgeving door te geven.

Lucas 8,16-18a handelt over het licht op de standaard, het licht dat niet verborgen wordt, want dan zou het nergens toe dienen. Gaandeweg ons leven verstoppen we dat licht toch wel eens. Niet bewust, maar het gebeurt. Geen tijd, te druk, geen aandacht, te veel afleiding.

Het vreemde van de lezing van vandaag is dat het beeld van het licht verbonden wordt met luisteren. Licht, kijken, zien is iets anders dan geluid, luisteren, horen. Is het een vergissing van de evangelist? Een inconsequentie in de tekst? Een toevallige associatie? Wat heeft luisteren te maken met zien? Wat is luisteren en wat is kijken? We kunnen op verschillende manieren kijken en luisteren. Het kijken met onze ogen kan alleen een pure observatie zijn zonder dat ons hart geraakt wordt. Zo kan het ook zijn dat we wel geluiden opvangen met onze oren als we luisteren, maar dat ons hart buitenspel blijft. Vandaag, en ook de komende week, worden we uitgenodigd om ons luisteren kritisch te beschouwen. Hoe luisteren we? Laten we woorden dieper in ons doorklinken? Kunnen we ook innerlijk zo stil worden dat we meer horen dan onze eigen gedachten of meer horen dan de woorden die uitgesproken worden? Zou het mogelijk zijn dat we ons laten aanraken door die andere ‘Stem’, door de Stem van de Ene? Als dat zou gebeuren, komen we misschien tot een nieuw inzicht over de weg die we te gaan hebben. Het woord ‘in-zicht’ zegt het al. Terwijl we echt luisteren kan het gebeuren dat we toegroeien naar een innerlijk zien. Let dus op hoe je luistert… Al luisterend mogen we staan in het licht van de Ene en mogen ook wijzelf aan het licht komen.

Handreiking voor de meditatie

In een eerste fase: probeer te luisteren naar de geluiden die je hoort. Dat kunnen natuurgeluiden zijn die je volgen kunt: een fluitende vogel, een geritsel van bladeren, het vallen van een appel, de wind in de bomen. Natuurgeluiden brengen je in het hier en nu, in je ervaring van het moment. Als je luistert kunnen er ook storende geluiden binnen je bereik komen: het klappen van een deur, stemmen juist op het moment waarop je stil wilt zijn, een vliegtuig of auto. Als je storende geluiden hoort, probeer ze dan zonder oordeel waar te nemen en er niet met je gedachten op in te gaan. Door te oefenen in het enkel waarnemen van wat je hoort kun je ervaren dat het stiller en stiller in je wordt.

Je hebt het klimaat voorbereid om ook je innerlijk oor te spitsen. Dat is de tweede fase. Stel je dan open voor datgene wat er ten diepste in jou leeft aan verlangen, aan verdriet, aan opstandigheid misschien. Kijk ernaar, luister ernaar, ook zonder oordeel. Alles mag er zijn. En mogelijk roept het een gebed in je op en kun je alles in de handen van de Ene leggen. En misschien mag je diep in je hart ‘antwoorden’ ontvangen van de Ene, die jou kent en bemint zoals geen ander jou kent en bemint.

Terug

Dinsdag 21 september 2010: Samen horen, samen luisteren

Lezingen van de dag (H. Matteüs, apostel en evangelist): Efeziërs 4,1-7.11-13 / Matteüs 9,9-13

Op dit feest van Matteüs lezen we in het Evangelie het verhaal van zijn roeping. Matteüs zit aan het tolhuis, Jezus komt voorbij en zegt: ‘Volg Mij’. Matteüs luistert en gaat Jezus achterna. In één moment is zijn leven veranderd.

Misschien heb je ook ooit zo’n ervaring gehad: op een of andere manier Gods stem gehoord, je hebt geluisterd en je bent de weg gegaan waarvan je dacht dat God die wees.

Je zult dan ontdekken dat je niet alleen bent op die weg. In het kader van bijvoorbeeld een parochie, een gemeente, een werkgroep, een congregatie, een vereniging, ben je samen met anderen. Anderen die ook naar God geluisterd hebben, en ook zijn weg proberen te gaan. Maar misschien iets anders dan jij.

Van de ene kant heb je nu de rijkdom dat je geestelijke ervaringen met die anderen kunt delen, van de andere kant heb je het probleem dat je voortdurend verschillen moet overbruggen. Daarover gaat de lezing uit Efeziërs 4 (hier de verzen 1-3 in de voorleesvertaling, let speciaal op het gedeelte vanaf ‘liefdevol elkaar verdragend’):

Ik, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang:
leidt een leven dat beantwoordt
aan de roeping die gij van God ontvangen hebt,
in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid,
liefdevol elkaar verdragend.
Beijvert u
de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede…

Voortdurend moet je elkaar liefdevol verdragen, en moet je je beijveren de eenheid van de Geest te behouden door de band van de vrede. Ook voor Clara was dat een dagelijkse realiteit. Ze schrijft erover in haar Levensvorm (meestal Regel genoemd).

Bijvoorbeeld in hoofdstuk 9,7-11:

Als ooit – het zij ver van ons –
door woord of teken tussen zuster en zuster
aanleiding tot opwinding of aanstoot ontstaat,
dan moet zij die deze opwinding veroorzaakt heeft
aanstonds, vóór zij aan de Heer
de offergave van haar gebed aanbiedt
(vgl. Matteüs 5,23-24),
zich niet alleen nederig
voor de voeten van de ander neerwerpen
en haar vergiffenis vragen,
maar zij moet haar ook met eenvoud vragen
om voor haar tot de Heer te bidden
dat Hij haar vergiffenis schenkt.
De ander zal,
indachtig het woord van de Heer:
‘Als gij niet van harte vergeeft,
zal uw hemelse Vader ook u niet vergeven’
(vgl. Matteüs 6,15 en 18,35),
haar zuster grootmoedig
al het haar aangedane onrecht vergeven.

God zelf is de bron van de eenheid. Heb je problemen om de eenheid te handhaven, luister dan naar God. God is royaal in het vergeven, maar als we goed naar Hem luisteren, horen we dat Hij ook ons vraagt royaal te zijn in het vergeven: ‘Als gij niet van harte vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u niet vergeven’.

Handreiking voor de meditatie

Misschien kun je stilstaan bij de manier waarop je roeping samen met anderen beleeft. Wat voor conflicten ervaar je daarbij? Probeer te luisteren wat God je daarover te zeggen heeft.

Terug

Woensdag 22 september. Thema: Met eerbied luisteren

Lezingen van de dag: Spreuken 30,5-9 / Lucas 9,1-6
Voor de overweging in de eucharistieviering klik op woensdag, eucharistieviering

Ieder woord van God is in vuur gelouterd;
voor wie op Hem bouwen is Hij een schild.
Gij moogt aan zijn woorden niets toevoegen,
want dan zou Hij u tot de orde roepen
en zoudt ge voor leugenaar staan.
Spreuken 30,5-6 (voorleesvertaling)

In de eerste lezing, uit het boek Spreuken, worden we aangespoord respectvol om te gaan met de woorden van God. Het zijn zuivere woorden, in vuur gelouterd. We mogen er niets aan toevoegen.

Franciscus heeft een grote eerbied voor gesproken en geschreven woorden. In meerdere geschriften van hem staat wel iets over het luisteren naar woorden. Soms gaat het over woorden van de Vader, andere keren over woorden van Jezus, die zelf het Woord was van de Vader. Hij citeert ook vaak woorden van Jezus, onder andere: ‘Neem en eet, dit is mijn lichaam.’ (2 Brief aan de Gelovigen, 6b). Vervolgens vraagt hij aandacht voor de woorden die hijzelf uitspreekt om zijn toehoorders te onderrichten.

Nu eens noemt hij het ‘welriekende’ woorden, dan ‘heilige’ of zelfs ‘allerheiligste’ woorden. Ook spreekt hij over eenvoudige woorden, over zuivere taal en over de woorden die daden tot gevolg moeten hebben. Franciscus haalt een woord van Jezus aan (Lucas 9,26) om duidelijk te maken dat de broeders zich bij de verkondiging niet voor Jezus en zijn woorden moeten schamen (1 Regel Minderbr 16,9). De uitleg van de parabel van het zaad dat woord van God is (Lucas 8,11b-15) haalt hij aan in dezelfde Regel (hfdst 22,11-17).

De volgende tekst is typerend voor de eerbied die Franciscus had voor woorden waarop de naam van God of Jezus voorkomt:
En overal waar zij [de geestelijken]
de geschreven namen en woorden van de Heer
op vuile plaatsen vinden,
moeten zij ook die verzamelen
en op een passende plaats neerleggen.
Eerste Brief aan de Custoden, 5

Franciscus vindt dit blijkbaar zo belangrijk dat hij deze boodschap met ongeveer dezelfde woorden herhaalt in zijn Brief aan de hele orde (35-36). En ook in zijn Testament (12).

Een ander citaat:

Omdat ik dienaar ben van allen,
ben ik verplicht allen te dienen
en hun de welriekende woorden van mijn Heer toe te dienen.
Beseffend dat ik door ziekte en zwakheid van mijn lichaam
niet ieder persoonlijk kan ontmoeten,
heb ik besloten door deze brief en door boden
de woorden van onze Heer Jezus Christus,
die het Woord van de Vader is,
en de woorden van de Heilige Geest,
die geest en leven zijn,
aan u door te geven.

Brief aan de gelovigen, tweede redactie, 2-3

Handreiking voor de meditatie

Wat betekenen woorden voor jou? Zijn er ook Schriftwoorden die je in je leven meeneemt? Mediteer bijvoorbeeld eens bij de psalmzin ‘Als uw woorden opengaan, is er licht en inzicht voor de eenvoudigen,’ Psalm 119,130. Neem die zin in jezelf mee als je inademt, telkens opnieuw. Luister met je hart naar dat psalmwoord, vol eerbied. En ervaar misschien licht en inzicht. Nadat je dit een poosje gedaan hebt, zou je op kunnen schrijven wat het je doet.

Je zou ook de parabel van het zaad kunnen overwegen met de uitleg die Jezus zelf eraan geeft: Lucas 8,4-8 en 11-15.

Terug

Woensdag 22 september 2010 Eucharistieviering

Bij ons thema ‘Met eerbied luisteren’ kunnen we ons bij de toehoorders van Jezus scharen, van Jezus en zijn apostelen. De laatsten werden uitgezonden om het Rijk Gods te verkondigen en genezingen te verrichten. Verkondiging van het Woord heeft alle eeuwen door plaats gevonden, al is dat in de loop van de tijden op allerlei manieren gedaan, met heel verschillende accenten. Ook nu zijn de accenten die in verschillende kerken gelegd worden nog heel verschillend. Wezenlijk voor echte verkondiging is dat degenen die het doen mogen, zich laten leiden door de Geest.

Franciscus verkondigde op een heel eenvoudige manier en stelde zich geheel open voor de Geest. Broeder Celano, die tweemaal een levensbeschrijving van Franciscus heeft gemaakt, vertelt in de eerste levensbeschrijving (1 Celano 73) hoe Franciscus eens in Rome was en voor de paus en de kardinalen wilde preken. Dit werd toegestaan, al hield kardinaal Hugolinus, die hierin bemiddelde, zijn hart wel een beetje vast. Zo’n ongeletterd en spontaan sprekend man, hoe zou hij dat gaan doen voor al die geleerde mannen? Franciscus begon in eenvoudige woorden te preken, maar was zo vol van het geestelijk vuur dat hij er danspassen bij ging maken terwijl hij sprak. Op een of andere manier raakte het de paus en de kardinalen. Letterlijk staat er (in de vertaling van A. Sier): ‘Ze lachten niet om hem, integendeel, diep in hun hart voelden ze een schrijnende pijn. Want bij velen van hen begon het geweten te spreken, terwijl ze vol bewondering waren over wat Gods genade hier bewerkte en er zich over verbaasden, hoe vastberaden de man in zijn optreden was en helemaal zichzelf bleef.’

De preken in die tijd waren heel verschillend van karakter. Er waren academisch gevormde predikanten die in het Latijn preekten, dus voor beperkt publiek: ook waren er volkspredikanten die onder het gezag van de bisschoppen stonden en in de volkstaal preekten, en tot slot waren er rondtrekkende predikanten, die in hun preken benadrukten dat ze terug wilden naar het eenvoudige evangelische leven. Bij de laatste groep hoorde Franciscus.

De woorden uit het evangelie van vandaag zijn door Franciscus letterlijk toegepast. Hij heeft de daad bij het woord gevoegd.

Neemt niets mee voor onderweg:
geen stok, geen reiszak, geen voedsel en geen geld;
niemand van u mag dubbele kleding hebben.
Als ge een huis binnengaat, moet ge daar blijven
en ge moet vandaar weer afreizen.
…Toen gingen ze op weg en trokken van dorp tot dorp,
terwijl zij overal de Blijde Boodschap verkondigden
en genezingen verrichtten.

Lucas 9,3b-4.6 (voorleesvertaling)

Om de Schriftwoorden in het diepst van ons hart te laten doorklinken, moeten we zelf niet te veel bagage hebben. We moeten leeg zijn vanbinnen om vol te mogen worden van wat de Ene ons te zeggen heeft. Luister goed en let op hóé je luistert.

Terug

Donderdag 23 september 2010: Zin gaan zien door te luisteren

Lezingen van de dag (H. Pius van Pietrelcina, Pater Pio): Prediker 1,2-11 / Lucas 9,7-9

Wij lezen vandaag het begin van het boek Prediker. Dit boek doet wat filosofisch aan. Het wemelt van de vragen. Wat is de zin van alles? Waartoe dient deze wereld, dit leven? Zo horen we in de eerste lezing:

Wat heeft de mens voor baat
bij al het gezwoeg, waarmee hij zich aftobt onder de zon?
(Prediker 1,3 in de voorleesvertaling)

Wij mensen hebben een behoefte aan zin. Als je een zin in je leven ervaart, voel je je een stuk gelukkiger. Een retraite kan een gelegenheid zijn om die zin (opnieuw) te zoeken… en wellicht te vinden.

Franciscus bidt voor het kruis om inzicht in zijn roeping

Franciscus deed er jaren over de zin van zijn leven te ontdekken. Het is boeiend om in zijn levensbeschrijvingen te lezen hoe hij, stap voor stap, tot het inzicht kwam wat zijn roeping was. Door te luisteren naar wat God hem zegt komt hij tot een rondtrekkend predikend leven, zonder bezit, in navolging van Jezus, samen met medebroeders.

Thomas van Celano vertelt ons een van die stappen van Franciscus, waarbij hij luistert naar God:

Want kort daarna werd hem [Franciscus] in een visioen een riant paleis getoond,
waar hij allerlei wapentuig en een erg mooi meisje zag.
In zijn droom hoorde hij zich bij zijn naam ‘Franciscus’ roepen
en werd hij naderbij gelokt met de belofte dat dit alles voor hem was.
Eenmaal wakker probeerde hij naar Apulië te gaan om daar dienst te nemen in het leger.
Rijkelijk van al het nodige voorzien
haastte hij zich om zo veel mogelijk ridderlijke eer te gaan verwerven.
Zijn aardse mentaliteit bracht hem ertoe het visioen aards te interpreteren,
terwijl er toch een veel verhevener betekenis in verborgen was,
die in overeenstemming was met de schatten van Gods wijsheid.
Maar toen hij op een nacht lag te slapen,
werd hij opnieuw door iemand in een droom aangesproken,
die precies van hem wilde weten waar hij heen wilde gaan.
Toen hij hem zijn plannen had uiteengezet en vertelde dat hij in Apulië wilde gaan vechten,
vroeg de verschijning hem bezorgd:
‘Aan wie heb je meer, aan een knecht of aan zijn heer?’
‘Aan een heer’, zei Franciscus.
‘Waarom ga je dan een knecht achterna en niet zijn heer?’
‘Wat wilt U dat ik doe, Heer?’
‘Keer terug naar je landen je verwanten,
want dat zal de geestelijke vervulling van je visioen door Mij zijn.’
Onmiddellijk keerde hij als een toonbeeld van gehoorzaamheid terug.
Hij verzaakte zijn eigen wil en werd van een Saulus een Paulus
(vgl. Handelingen 13,9).
Thomas van Celano, Gedenkschrift van Franciscus’ daden en deugden 2,6

Dit was maar één stap. Daarna volgden nog veel andere stappen. Het is de kunst te blijven luisteren, en te doen wat je uit de diepte hoort. En bij te sturen als blijkt dat je je vergist hebt.

Handreiking voor de meditatie

Waarin ligt de zin van jouw leven? Moet je je feitelijke leven bijsturen om die zin meer tot zijn recht te laten komen?

Terug

Vrijdag 24 september 2010: Een tijd om te zwijgen, en een tijd om te spreken

Lezingen van de dag: Prediker 3,1-11 / Lucas 9,18-22

…een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken,…
Hij heeft alle dingen uitstekend gemaakt, ieder ding voor zijn tijd.
Hij heeft in het hart van de mens ook de hele wereld gelegd,…
Prediker 3,7b.11a (voorleesvertaling)

Het boek Prediker, waar vandaag de eerste lezing uit genomen is, behoort tot de wijsheidsboeken. Het deel dat vandaag gelezen wordt is heel poëtisch en tamelijk bekend.

Als we over luisteren spreken, is het woord ‘zwijgen’ een woord dat er heel goed bij past. Je kunt niet tegelijkertijd luisteren en spreken. Zwijgen kun je op allerlei manieren invullen. Als iemand het zwijgen is opgelegd, monddood is gemaakt, dan is dat zwijgen niet positief. Als zwijgen in dienst staat van het luisteren, dan kunnen er werelden opengaan. In beschouwende kloosters wordt gezwegen (tenzij het voor het werk nodig is om te spreken). Dat zwijgen heeft de functie om in voortdurende communicatie te kunnen staan met de Ene, dus om ‘de geest van gebed niet te doven’, zo staat er in de regel van Franciscus (5,2) en ook in die van Clara (7,2). Gesproken woorden hebben alleen zin als er een luisterend oor is. Als iemand in een kamer waar verder niemand is, hardop zou zeggen: ‘Wil je een volkoren brood bij de bakker halen?’ dan zal dat brood er nooit komen. Er is immers niemand die naar de vraag luistert en erop kan reageren.

Franciscus was enerzijds een man die zich geroepen voelde om te verkondigen. Anderzijds was hij een man van gebed. Hij probeerde de harmonie te vinden tussen spreken en zwijgend luisteren. Voor het gebed trok hij zich regelmatig terug in verschillende kluizenarijen. Hij had een speciale Regel voor de kluizenarijen geschreven. Blijkbaar vond hij het belangrijk dat het gebed tot zijn recht kwam. Om dat te kunnen verwezenlijken waren er altijd twee broeders die voor de huishoudelijke taken zorgden, terwijl de andere broeders zich voor het gebed konden terugtrekken. Dit werd heel democratisch onderling geregeld, zodat niet steeds dezelfde broeders voor het huishouden zorgden. Het ging per toerbeurt. De tijd van gebed was een vruchtbare tijd, een luistertijd waarin het hart openstond voor die ene Stem.

Natuurlijk ‘hoorden’ Franciscus en zijn broeders ook niet altijd wat God van hen wilde. Ze hadden hun twijfels, ze werden beproefd, ze hadden ook wel eens moeite met het luisteren. Ook zij kwamen zichzelf tegen met hun verlangens, angsten, vragen, maar al luisterend zullen ze toch dag voor dag dichter bij de Bron zijn gekomen.

San Damiano, het klooster te Assisi waar Clara en de zusters vele jaren 'luisterend' leefden

Clara en haar zusters leidden een beschouwend leven. Ze vonden inspiratie in de Schriftwoorden en besteedden veel tijd aan het gebed. Zoals in het citaat van Prediker staat: ‘God heeft in het hart van de mens de hele wereld gelegd’, zo namen ook zij, volgens hun geheel eigen roeping, al zwijgend, dus luisterend, ‘actief’ deel aan de zorg voor de wereld.
Franciscus schreef op het eind van zijn leven een lied ter bemoediging voor de zusters. Zelf kon hij de ‘arme vrouwen’ niet meer bezoeken. De broeders zouden het lied voor de zusters kunnen zingen. Franciscus schreef het lied in de volkstaal. Het heet, naar de Italiaanse beginwoorden, ‘Audite poverelle’:

Luister, kleine armen, die door de Heer geroepen
en uit veel streken en provincies samengebracht zijn:
leef altijd in de waarheid,
zodat jullie in de gehoorzaamheid sterven.
Kijk niet naar het leven van buiten,
want dat van de Geest is beter…

Handreiking voor de meditatie

‘Luister, kleine armen’, laat die woorden diep in jezelf doorklinken. Hoe meer je je realiseert waarin je armoede bestaat, des te beter kun je je luisterend openstellen. Het woord gehoorzaamheid kun je vertalen als ‘gehoor geven aan’ (luisteren). Wat is voor jou het ‘leven van de Geest’? Probeer de stilte tijdens de retraite niet te beleven als een lastige ‘verplichting’, maar als een hulpmiddel om steeds intenser te luisteren naar wat de Geest in je uit wil werken, luisteren naar het liefdesaanbod dat erin besloten ligt.

Terug

Zaterdag 25 september 2010: Luisteren maar niet begrijpen

Lezingen van de dag: Prediker 11,9-12,8 / Lucas 9,43b-45

Vandaag lezen we in het Evangelie dat Jezus zijn leerlingen moeilijke dingen vertelt: Hij zal worden overgeleverd in de handen van de mensen. De leerlingen luisteren wel maar begrijpen niet. Pas later zullen ze meemaken dat Jezus overgeleverd wordt, en nog later zal de betekenis ervan tot hen doordringen.

En dat maken wij ook mee in onze tijd: we moeten leven met veel raadsels, hoe goed we ook luisteren. Soms gaan we dingen gaandeweg pas begrijpen Misschien moest je ooit op school een jaar overdoen; je beleefde het toen als een zware tegenslag, een vernedering, en je had de neiging bij God te klagen: waarom moet dit mij overkomen? Maar gaandeweg ben je het blijven zitten wellicht meer en meer als een zegen gaan zien: in je nieuwe klas had je als oudere meer gezag, je hoefde ook niet zo op je tenen te lopen, je had meer tijd voor een hobby, je groeide meer als mens. Nu kun je God danken dat het zo gegaan is…

Wat je kunt doen als je iets niet begrijpt, is het met je meedragen in je hart (zoals Maria deed, zie Lucas 2,19 en 51). Als je veel pijn beleeft aan het niet-begrijpen, kun je die pijn ook uitspreken naar God. En je kunt God misschien al prijzen om wat Hij gaat doen, maar wat je nog niet ziet.

Franciscus heeft uit teksten van de 150 psalmen uit de Bijbel vijftien nieuwe psalmen samengesteld die gaan over de mysteries van Christus. In de dertiende psalm* schreeuwt de ik-figuur zijn nood uit naar de Ene. Het uitschreeuwen van de nood gaat vanzelf over in lofprijzing:

Hoelang, Heer, vergeet Gij mij? Voorgoed?
Hoelang keert Gij uw gelaat van mij af?
Hoelang nog moet mijn ziel piekeren,
mijn hart pijn verduren heel de dag?
Hoelang nog verheft mijn vijand zich tegen mij?
Zie naar mij om en verhoor mij, Heer, mijn God.
Verlicht mijn ogen, want anders zink ik weg in de doodsslaap
en kan mijn vijand zeggen: Ik heb hem verslagen.
Mijn kwellers zullen juichen als ik ga wankelen,
maar ik stel mijn hoop op uw barmhartigheid.
Mijn hart zal juichen om uw redding;
Ik zal zingen voor de Heer die mij weldaden heeft bewezen
en zingen bij de harp
voor de Naam van de Heer, de Allerhoogste.

Handreiking voor de meditatie

Zijn er dingen die jij op een pijnlijke manier niet begrijpt? Probeer je vragen en/of klachten uit te spreken naar de Ene.

*De tekst van deze psalm 13 bestaat toevallig uit alle verzen van Psalm 13 uit de Bijbel. In het schema dat Franciscus maakte heeft deze psalm betrekking op de advent (de verwachtingstijd vóór Kerstmis).

Terug

Zondag 26 september 2010: Nu!

Lezingen van de dag: Amos 6,1a.4-7 / 1Timoteüs 6,11-16 / Lucas 16,19-31

Voor de internetretraitanten:

Het zou mooi zijn als je, op de sluitingsdag van onze retraite, gelegenheid zou hebben om ergens een eucharistieviering bij te wonen. De lezingen geven voldoende stof om er, ook na een viering die je bijwoont, in een stille tijd nog aandacht aan te geven. Het verhaal over de rijke man en de arme Lazarus kan daarbij een goede inspiratiebron zijn. Het thema van vandaag is ‘Nu!’. Overweeg in dit verband dit evangelieverhaal eens. Nu is het de tijd, niet morgen, niet als we geen baan meer hebben, niet als we beter in de stemming zijn, niet als onze kinderen het huis uit zijn, enzovoort. Nu is het de tijd om ons leven zo vorm te geven dat we de roep van ons hart volgen door er telkens opnieuw naar te luisteren met een grote openheid, zonder oordeel, maar wel alert en ook bereid om hetgeen we ‘horen’ te verbinden met ons leven. Luisteren en er gevolg aan geven. Bij het luisteren kan het helpen om een Bijbelwoord langer mee te nemen dan één dag.

Op het einde van de evangelielezing horen we het pleidooi van de rijke man voor zijn broers, maar Abraham werpt op dat de broers Mozes en de profeten toch hebben. Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren, dan zullen ze zich ook niet laten overreden als er iemand uit de doden opstaat. Met dat antwoord moet de rijke man het doen. Zijn tijd is voorbij. We krijgen allemaal een toegemeten tijd, we weten nooit hoe lang of kort dat zal zijn. Nú is de tijd ons gegeven. Wíj kunnen niet alleen naar Mozes en de profeten luisteren en naar heel het Oude Testament, we mogen ook luisteren naar Jezus van Nazaret, die door woord en voorbeeld ons is voorgegaan. En luisteren naar het hele Nieuwe Testament, waarin we veel inspiratie kunnen vinden als we er met de oren van ons hart naar luisteren.

Deze week zijn jullie, via internet, min of meer met ons meegereisd langs Bijbel- en franciscaanse teksten. Al luisterend hebben jullie misschien iets gehoord wat je meeneemt als proviand voor de toekomst.

De oefening in ‘luisteren’ vraagt om een voortzetting. Als we innerlijk luisterend open blijven staan zál de weg ons getoond worden.

LET GOED OP HOE JE LUISTERT!

Terug

Franciscaanse bronnen

Bonaventura, Grote levensbeschrijving van de heilige Franciscus van Assisi, vertaling A.A.C. Sier, Uitg. J.H. Gottmer, in samenwerking met de Franciscaanse werkgroep K 750, Haarlem 1978

Clara van Assisi, Geschriften, leven, documenten, Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem 1996

Franciscus van Assisi, De Geschriften, vertaald, ingeleid en toegelicht door G.P. Freeman, H. Bisschops, B. Coreveleyn, J. Hoeberichts en A. Jansen, Uitg. Franciscaanse Beweging, Den Bosch en Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem, 2004

Thomas van Celano, Het leven van Sint-Franciscus van Assisi, vertaling: Rijcklof Hofman, Inleidingen en toelichting: Gerard Pieter Freeman, Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem i.s.m. Franciscaanse Beweging in Nederland en Franciscaans Studiecentrum, Utrecht, 2006

Thomas van Celano, Franciscus van Assisi. Eerste levensbeschrijving, vertaling: A.A.C. Sier ofm, Uitg. J.H.Gottmer, Haarlem, 1976

Terug

Naar HOME

Teksten van de retraite van juni 2010

(Klik op de naam van de dag om bij de betreffende tekst te komen)
maandag (motto)
dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag
franciscaanse bronnen

Maandag 21 juni 2010: Motto- en openingstekst op maandag 21 juni 2010

Bouw op Hem: Hij zal het volvoeren

psalm 37,5b*

Bouwen op Hem is vertrouwen op Hem

Onze mottotekst is ontleend aan Psalm 37, vers 5b. Dit is ook de tekst die op de eerste steen staat van het nieuw gebouwde klooster in Arnhem, het klooster van de zusters trappistinnen. Lang zijn de zusters met de bouw bezig geweest. Samen hebben ze gezocht naar een moderne vormgeving. Hun bouwen ging gepaard met gebed en meditatie enerzijds, maar anderzijds ook met praktische oriëntering en veelvuldige onderlinge communicatie. Zowel het een als het ander was nodig.

Een retraite houden heeft ook met bouwen op de Ene te maken. We verrichten bouwwerkzaamheden aan ons innerlijk huis, waarbij het vertrouwen op de Bouwheer wezenlijk is om de bouw te laten slagen. Ook voor ons zijn de elementen van gebed en meditatie belangrijk. En voor communicatie betreffende ons eigen innerlijk huis hebben we ruimte gemaakt binnen de begeleidingsgesprekken.

Bouwen, hoe deed de psalmist dat, hoe doen de zusters in dit klooster dat en vooral: hoe doen wij dat tijdens onze retraite?

De psalmtekst geeft de suggestie: Bouw op Hem: Hij zal het volvoeren. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het betekent natuurlijk niet dat we zelf niets hoeven te doen. Dat ‘zelf niets doen’ ligt ons eigenlijk ook niet zo. Ik zou zelfs durven zeggen dat we de bouw graag zelf in handen nemen. Als je iets onderneemt maak je immers een plan en heb je vertrouwen in dat plan. Je hebt het goed overwogen, je ziet het helemaal zitten, je wilt ervoor gaan. Toch kan het zijn dat je dingen over het hoofd hebt gezien en dat er toch ergens wat foutjes in je plan zitten. Hoe vaak gebeurt het niet dat er bij een bouw iets mis gaat? Soms moeten zelfs hele gebouwen afgebroken worden omdat er fouten in zitten. Ook in ons eigen leven gaat er wel eens wat mis.

Bij onze innerlijke opbouw is het van heel groot belang dat we niet in ons eentje aan de gang gaan, maar dat we de werkzaamheden toevertrouwen aan de Ene, die meer ziet dan wijzelf kunnen zien, de Ene, die ons beter kent dan wie ook, de Ene, die al onze mogelijkheden en onmogelijkheden kent, de Ene, die ons leiden wil, de Ene, aan wie we ons met geheel ons hart kunnen toevertrouwen. Bouwen op Hem is onszelf toevertrouwen aan zijn liefdevolle leiding.

We hebben een bouwmeester nodig die kennis van zaken heeft en ons bij kan sturen. Een goede bouwheer staat garant voor de bouw.

Misschien kunnen we in deze retraite eens kijken waar wij op steunen, waar we onze zekerheden vandaan halen. Ook in hoeverre we ons laten leiden.

In de psalmen gaat het vaak over vertrouwen. Zo horen we in psalm 125, vers 1:

Zij die bouwen op de Heer, zijn als de Sionsberg:
wankelen zal hij nooit, houdt tot in eeuwigheid stand.

Bouwen op Hem geeft een enorme zekerheid. Je zult nooit teleurgesteld worden. We kunnen dan ook met een gerust hart ons leven in de hand van de Ene leggen. Als we op Hem bouwen zal Hij het volvoeren:

Leg uw leven de Heer in de hand,
Bouw op Hem: Hij zal het volvoeren.

Psalm 37,5*

Handreiking voor de meditatie

Bovenstaande zin uit psalm 37, (of een deel ervan), zouden we, al mediterend, in onszelf mee kunnen nemen tijdens deze retraite, als een zin om op te kauwen. Misschien confronteert de zin ons wel met onze mislukkingen, de keren toen we te veel op onszelf alleen vertrouwd hebben. Het motto is een uitnodiging om telkens opnieuw ons geheel aan hem toe te vertrouwen.

Ook Franciscus en Clara waren mensen van gebed die ons hierin zijn voorgegaan, in alle moeilijkheden die ze te overwinnen hadden.

* vertaling I.G.M. Gerhardt en M.H. van der Zeyde

Attentie: de Bijbelteksten die voor elke dag aangegeven zijn, kunnen je inspireren om het thema op een dieper niveau te beleven. Klik in onderstaande dagteksten op de link ‘Lezingen van de dag’ om bij de Bijbelteksten te komen. Je kunt ze ook zelf opzoeken in je bijbel of missaaltje.

Terug

>Dinsdag 22 juni 2010: De smalle weg naar het leven

Lezingen van de dag: 2 Koningen 19,9b-11.14-21.31-35a.36 / Matteüs 7,6.12-14

In de evangelielezing van vandaag lezen we enkele afsluitende woorden van de Bergrede (Matteüs 5-7). Jezus zegt hier o.a.:

Gaat binnen door de nauwe poort; want de weg die naar de ondergang voert is wijd en breed, en velen zijn er die hem inslaan. Hoe nauw toch is de poort en hoe smal is de weg die voert naar het leven, en weinigen zijn er die hem vinden.

Velen zullen vertrouwd zijn met de prent van de brede en de smalle weg. De brede weg loopt dan via balzaal, speelhuis en schouwburg naar de ondergang; de smalle weg gaat eerst door een nauwe poort en dan via kruis, kerk en zondagschool naar de hemel. Zet deze vertrouwde beelden liever uit je hoofd als je de tekst van vandaag wilt begrijpen. De Bergrede gaat niet over de gevaren van het dansen, ook niet over het goede van de zondagschool maar over gerechtigheid: loyale en royale inzet voor het Verbond. God als je Vader zien, op Hem vertrouwen, doen als Hij: bijvoorbeeld je vijand liefhebben, niet oordelen, en – zoals we ook in de evangelielezing van vandaag horen: ‘Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen.’ Dát is de smalle weg naar het leven. Franciscus citeert de Matteüstekst over de smalle weg in hoofdstuk 11 van de Regel van de minderbroeders, voorlopige redactie, waarvan hier de volledige tekst volgt:

En alle broeders moeten oppassen dat zij niet kwaadspreken of bekvechten;
zij kunnen beter de stilte bewaren zo vaak God hun daartoe de genade geeft.
En zij mogen ook niet ruziën onder elkaar of met anderen,
maar laat ze nederig antwoorden: ‘Ik ben een onnut dienaar’
(vgl. Lucas 17,10).
En zij mogen niet kwaad worden,
want wie kwaad wordt op zijn broeder is strafbaar voor het gerecht;
wie zijn broeder leeghoofd noemt, is strafbaar voor het gerechtshof;
wie hem een domkop noemt, is strafbaar met het hellevuur
(Matteüs 5,22) .
En zij moeten elkaar liefhebben zoals de Heer zegt:
‘Dit is mijn gebod, dat jullie elkaar liefhebben, zoals Ik jullie heb liefgehad’
(Johannes 15,12) .
En zij moeten de liefde die ze voor elkaar hebben, met daden tonen, zoals de apostel zegt:
‘Laten wij niet met woorden of leuzen liefhebben, maar metterdaad en in waarheid’
(1 Johannes 3,18) .
En zij mogen niemand belasteren;
zij mogen niet klagen of anderen zwartmaken,
want er staat geschreven: ‘Mensen die roddelen en zwartmaken,
worden door God gehaat’
(vgl. Romeinen 1,29v).
En zij moeten bescheiden zijn
en zich tegenover iedereen in alle opzichten zachtmoedig gedragen
(Titus 3,2) .
Ze mogen niet oordelen, niet veroordelen
(Lucas 6,37) ,
en, zoals de Heer zegt, niet letten op de kleinste zonden van anderen,
maar ze moeten veeleer aan hun eigen zonden terugdenken in de bitterheid van hun ziel.
En ze moeten hun best doen om door de nauwe poort te gaan, want de Heer zegt:
‘Nauw is de poort en smal is de weg die naar het leven leidt;
en er zijn maar weinig mensen die hem vinden’
(Matteüs 7,14).

Handreiking voor de meditatie

Welke van de aanwijzingen uit bovenstaand citaat ervaar je als een weg naar het leven?

Terug

Woensdag 23 juni 2010: Onze basis

Lezingen van de dag: 2 Koningen 22,8-13; 23,1-3 / Matteüs 7,15-20

Het thema van vandaag luidt: Onze basis. We hebben allemaal een basis nodig waar we naar terug kunnen keren. Een thuisbasis. Dat geldt ook voor onze geestelijke reis. Vandaag horen we in de eerste lezing uit het tweede boek Koningen een bijzonder verhaal over het terugkeren naar de basis. De aanleiding daartoe wordt gevormd door het terugvinden van het ‘boek van de wet’ in de tempel. Het moet een bijzondere vondst zijn geweest, want het wordt door schrijver Safan die het aangereikt krijgt, meteen gelezen. Hij brengt ook koning Josia ervan op de hoogte en leest het hem voor. In het boek staan richtlijnen om een leven te leiden in overeenstemming met de bedoelingen en verwachtingen van de Ene. Het is een handreiking om goed en gelukkig te kunnen leven en samenleven.

Als de koning hoort wat er in het boek staat scheurt hij zijn kleren omdat het volk helemaal niet naar de aanwijzingen uit het boek leeft. De koning is diep onder de indruk. Hij wil dit boek weer tot basis maken van het leven. Als heel het volk in de tempel bij elkaar gekomen is, leest hij de tekst voor en belooft hij om het verbond dat in deze boekrol is vastgelegd met hart en ziel na te leven. Heel het volk sluit zich hierbij aan.

De basis van de roeping van Franciscus en Clara wordt gevormd door het in eigen leven gestalte geven van het evangelie. Ze worden er allebei zeer door geïnspireerd, niet alleen omwille van het boek, de woorden, maar vooral omwille van Christus die daarin aanwezig is. Evangelisch leven is: Christus navolgen. Dit gold voor Clara evenzeer als voor Franciscus, alleen in een wat andere vorm. Franciscus schrijft voordat hij gaat sterven zijn ‘Laatste wil voor de arme zusters’. Hij spreekt zich daarin ook uit over zijn eigen roeping.

Ik, kleine broeder Franciscus,
wil de levenswijze en de armoede
van onze allerhoogste Heer Jezus Christus
en van zijn allerheiligste moeder volgen
en hierin volharden tot het einde toe.
En ik vraag u, edele vrouwen,
en raad u aan,
altijd in deze allerheiligste levenswijze
en armoede te blijven leven…

Francisus van Assisi, Laatste wil voor de arme zusters, 1 en 2

Clara gebruikt het beeld van de spiegel onder andere in haar vierde brief aan Agnes van Praag (vers 15).

Kijk iedere dag in deze spiegel,
o koningin, bruid van Jezus Christus,
en spiegel daarin voortdurend je gelaat,
om je zo geheel, innerlijk en uiterlijk,
mooi te maken…

Vervolgens vraagt Clara of Agnes aandachtig wil kijken naar het begin, het midden en het einde van de spiegel, respectievelijk de armoede van Christus in de kribbe, de nederigheid en het vele lijden, en tenslotte de onuitsprekelijke liefde die tot het hoogtepunt kwam in zijn kruisdood.

Handreiking voor de meditatie

Probeer eens te achterhalen wat voor jou de basis is van je leven. Waar laat je je door voeden? Waar richt je jezelf op als je de weg even kwijt bent? Is er een basis waarop je altijd terug kunt vallen, een woord misschien dat al lang in je leven meegaat?

Kijk eens in de spiegel die Christus is. Wat zie je? Wat doet het je? Bemoedigt het je of raak je er moedeloos van? Durf je te kijken en erop te vertrouwen dat hij zijn beeld diep in jou heeft gelegd en dat hij het is die je om wil vormen naar zijn beeld?

Terug

Donderdag 24 juni 2010: Johannes – God is genadig

Lezingen van de dag (Hoogfeest van de Geboorte van de H. Johannes de Doper): Jesaja 49,1-6 / Handelingen 13,22-26 / Lucas 1,57-66.80

De naamgeving van Johannes de Voorloper

In het Evangelie van vandaag lezen we dat Zacharias en Elisabet aan hun pasgeboren zoon de naam Johannes geven. Johannes komt van het Hebreeuwse Jochanan, ‘God is genadig’.

Die naam drukt uit wat Zacharias en Elisabet dan ervaren. Na tientallen jaren vergeefs verlangen naar een kind, mogen ze nu het kind dat God hun in zijn genade gegeven heeft in hun handen houden. Een geboorte raakt ons mensen meestal al diep in ons gevoel, maar nu: een geboorte van een eigen kind, en dat tegen alle menselijke verwachting in… ‘God is genadig!’

Johannes zal in zijn latere leven mensen oproepen om zich te richten op God. Maar reeds door het feit van zijn bestaan is hij een blijk van Gods genade.

Franciscus van Assisi ontving bij zijn doop ook de naam Johannes. Zijn vader was op dat moment op handelsreis in Frankrijk, en bij zijn thuiskomst noemde hij zijn zoon Franciscus (‘Fransmannetje’; zie: Verhaal van de drie gezellen, hoofdstuk 1, nr. 2).

Thomas van Celano schrijft dat Franciscus een bijzondere band met de H. Johannes de Doper voelde, en diens feest (24 juni dus) plechtiger vierde dan de feesten van andere heiligen (zie Gedenkschrift van Franciscus’ daden en deugden, hoofdstuk 1, nr. 3).

Bij Franciscus vinden we ook teksten over Gods genade. Hij ervaart alles als genade van God. Hij spoort anderen aan ook die genade te zien. Zo schrijft hij aan een ‘minister’ (letterlijk: een dienaar, iemand die leiding moest geven aan een groep broeders):

…de dingen die je belemmeren
de Heer God te beminnen
en ieder die een belemmering voor je vormt,
broeders of anderen,
zelfs al sloegen ze jou,
dit alles moet je als genade beschouwen.

Franciscus van Assisi, Brief aan een minister 9b-11

Handreiking voor de meditatie

- Een mogelijkheid zou zijn stil te staan bij de betekenis van jouw eigen naam. Wat zegt die over jouw persoon, jouw roeping?

- Maar je kunt ook op het thema ‘genade’ verder gaan. Heb je zelf ook Gods genade in je leven ervaren?

- Zie eventueel ook: De Geboorte van Johannes, de Voorloper, een meditatie bij deze ikoon.

Terug

Vrijdag 25 juni 2010: Als gij wilt…

Lezingen van de dag: 2 Koningen 25,1-12 / Matteüs 8,1-4

Vandaag enkele woorden naar aanleiding van het evangelie. Jezus komt van de berg af. Een talrijke menigte volgt hem. Jezus heeft bijzondere woorden gesproken tot zijn leerlingen en ook tot heel het volk. Woorden die niet zo gewoon waren, woorden die diepe indruk hebben gemaakt op de mensen die hem gevolgd waren: want hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden, lezen we op het einde van de Bergrede.

Franciscus en de melaatse, Rivo Torto bij Assisi

Meteen toen hij van de berg was afgedaald kwam er een melaatse naar hem toe. Melaatsen waren ten dode opgeschreven. Ze waren uitgestoten en leefden apart, buiten de stad. Déze melaatse moet wel een enorm geloof in Jezus hebben gehad om zich zomaar tussen de mensen te begeven en tot Jezus door te dringen. Hij moet verhalen over Jezus gehoord hebben. Misschien heeft hij daarin gevoeld dat alleen Jezus hem nog uit zijn ellende zou kunnen verlossen. Zijn ziekte, de afbraak van zijn lichaam, zijn ballingschap, misschien zijn wanhoop, legt hij voor de voeten van Jezus neer, geknield.* Hij heeft zich klein gemaakt, laat in zijn houding zijn geloof zien: Als Gij wilt, Heer… Hij twijfelt niet aan het feit of Jezus hem kán genezen. Hij vertrouwt er helemaal op dát Jezus het kan. En hij vertrouwt erop dat Jezus het wil. Hij heeft waarschijnlijk al zoveel goeds over hem gehoord, maar ook weet hij dat hij het niet af kan dwingen. Hij buigt zich innerlijk en hij vraagt het. Zijn houding is de houding van een ‘arme’, en wel in de diepste betekenis. Arm zijn voor God heeft te maken met het besef dat wij uit onszelf niets bezitten en niets kunnen. En juist die armoede is onze rijkdom, want we mogen alles verwachten van hem.

Franciscus was niet alleen uiterlijk arm. Hij beleefde die armoede ook innerlijk. Alles was gave. Niets had met eigen prestatie te maken of eigen initiatieven. Alles kwam uit God voort, alles was geschenk. In zijn Testament horen we hem, in een zich herhalend refrein, zeggen dat de Heer hem alles gegeven heeft:

De Heer heeft mij, broeder Franciscus,
op de volgende manier het begin gegeven
van een boetvaardig leven:..
(1a)

…en de Heer zelf heeft mij zelf tussen hen [de melaatsen] gebracht… (2a)

…en de Heer heeft mij zoveel geloof in kerken gegeven… (4a)

Daarna gaf en geeft de Heer mij…
zo’n groot geloof in priesters…
(vers 6a)

En nadat de Heer mij enkel broeders had gegeven,
toonde niemand mij wat ik moest doen,
maar de Allerhoogste zelf heeft mij geopenbaard
dat ik moest leven
volgens het model van het heilig evangelie…
(vers 14)

De Heer heeft mij een groet geopenbaard:
wij moeten zeggen: ‘De Heer geve je vrede’…
(vers 23)

Maar zoals de Heer mij gegeven heeft
de regel en deze woorden
eenvoudig en zuiver te zeggen en te schrijven,
zo moeten jullie ze eenvoudig en zonder interpreteren verstaan
en met heilige daden tot het einde toe onderhouden
(vers 39).

* Bij de afbeelding knielt niet de melaatse, maar knielt Franciscus. Misschien opent dat voor ons een nieuw perspectief. In de ander, hoe gehavend of verminkt ook, mogen wij de Christus zien, zoals Franciscus dat zag.

Handreiking voor de meditatie

- ‘Als gij wilt’… Probeer je te verbinden met de diepste armoede die er in je is en van daaruit vol vertrouwen te bouwen op de Ene. Hij zal het volvoeren. Op zijn eigen wijze.

- Bekijk aandachtig de afbeelding. Wat roept die in je op?

- Overweeg, als je wilt, de tekst in de Brief van Jakobus 1,6: Vraag vol vertrouwen, zonder enige twijfel. Wie twijfelt is als een golf in zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen.

Terug

Zaterdag 26 juni 2010: Een enkel woord van U

Lezingen van de dag: Klaagliederen 2,2.10-14.18-19 / Matteüs 8,5-17

De honderdman zegt tegen Jezus: ‘Heer, ik ben het niet waard dat Gij onder mijn dak komt; maar een enkel woord van U is voldoende om mijn knecht te doen genezen.’

De honderdman zit in grote nood: zijn knecht is verlamd en lijdt vreselijk pijn. Hij weet dat Jezus kan genezen, maar nu is er een probleem: de honderdman is geen Jood, en hij kan niet zo maar Jezus vragen om bij hem in huis te komen en de knecht beter te maken. Daarmee zou hij Jezus in grote problemen brengen, want Jezus zou zich naar joodse begrippen onrein maken als hij het huis van een heiden inging.

Maar de honderdman is ook een militair. Als militair kent hij de kracht van een woord. Het werkt op grote afstand. De commandant schreeuwt ‘Mars!’ en tientallen mensen zetten zich ogenblikkelijk in beweging. Hij schreeuwt ‘Halt!’ en ze staan allemaal stil.

De honderdman gelooft dat Jezus’ woord ook zo’n kracht heeft. Jezus staat versteld van zo’n geloof – bij een niet-Jood nog wel – en spreekt het gevraagde krachtdadige woord: ‘Ga, zoals gij geloofd hebt geschiede u’.

Ook onze woorden hebben kracht. De woorden die we uitspreken hebben kracht (de woorden die we horen trouwens ook). Als we iemand stommerik noemen, voelt de ander zich misschien diep gekwetst; als we zeggen ‘wat heb je dat goed gedaan’ voelt de ander zich misschien een stuk groeien.

De woorden die we spreken komen uit een bepaalde bron. Je kunt spreken vanuit je boosheid of je teleurstelling, en dan zijn je woorden al snel afbrekend en zullen ze anderen gemakkelijk kwetsen. Maar je kunt ook proberen te spreken vanuit Gods Geest die in je is.

In zijn ‘Brief aan de gelovigen’ is Franciscus zich bewust dat hij vanuit Gods Geest spreekt:

Omdat ik de dienaar ben van allen (vgl. Marcus 10,44) , ben ik verplicht allen te dienen en hun de welriekende woorden van mijn Heer toe te dienen (vgl. 2 Korintiërs 2,14) . Beseffend dat ik vanwege ziekte en de zwakheid van mijn lichaam niet ieder persoonlijk kan bezoeken, heb ik besloten door deze brief en door boden de woorden van onze Heer Jezus Christus, die het Woord van de Vader is, en de woorden van de Heilige Geest, die geest en leven zijn (Johannes 6,63) , aan u door te geven.
Brief aan de gelovigen, tweede redactie, nr. 2-3

In het proces voor de heiligverklaring van Clara van Assisi is zuster Pacifica van Guelfuccio van Assisi de eerste getuige. In het verslag van het proces staat:

Ook zei ze dat de zalige moeder onophoudelijk en voortdurend in gebed was, terwijl zij languit ter aarde lag of nederig omlaag gebogen stond. En wanneer zij van het gebed terugkeerde, vermaande zij de zusters en moedigde zij hen aan en daarbij sprak zij steeds woorden van God, die haar altijd op de lippen lagen, zozeer dat zij over oppervlakkige dingen niet wilde praten noch ervan horen.
Proces van de heiligverklaring, Eerste getuige, nr. 9

Handreiking voor de meditatie

Probeer te horen welke woorden de Geest in jouw hart spreekt. Kun je – als dat gewenst is – die woorden ook naar anderen uitspreken?

Terug

Zondag 27 juni 2010: Vastberaden op weg

Lezingen van de dag: 1 Koningen 19,16b.19-21 / Galaten 5,1.13-18 / Lucas 9,51-62

In de evangelielezing van vandaag vertelt Lucas ons dat Jezus vastberaden de reis naar Jeruzalem aanvaardt. Het verdere evangelie gaat alleen over die reis en over de gebeurtenissen in en rond Jeruzalem na Jezus’ aankomst aldaar: zijn optreden in Jeruzalem, zijn lijden en dood, zijn verrijzenis.

Ineens is Jezus’ aandacht verengd. Alles wat de reis naar Jeruzalem zou vertragen wijst hij af. Hij wijst ook dingen af die wij heel redelijk zouden vinden. Bijvoorbeeld: iemand wil met Jezus mee, maar hij wil eerst zijn vader begraven. En een ander wil zich bij Jezus aansluiten, maar hij wil eerst nog thuis afscheid nemen. Weliswaar kennen we de situatie niet; misschien was de vader van de ene kandidaat-volgeling nog kerngezond, en bedoelde hij dat hij zijn vader tot het einde van diens leven nog wilde verzorgen! En misschien hield dat ‘afscheid nemen’ een feest in dat enkele dagen zou duren. Hoe dan ook, voor Jezus betekent het ongewenst oponthoud. Hij heeft slechts één doel: Jeruzalem. Daarop moet alles gericht zijn.

Als je een bepaald doel in je leven hebt, moet je de consequenties trekken. Je kunt niet tegelijk roeikampioen willen worden én elke avond willen fuiven. Ook bij Franciscus zien we dat hij, zodra hij ziet wat het doel van zijn leven is, direct aan de slag gaat en al het andere daarvoor laat wijken:

Op een dag was Franciscus het veld ingelopen om rustig te kunnen nadenken. Hij wandelde in de buurt van de kerk van de heilige Damianus, die door haar zeer hoge ouderdom op instorten stond, en voelde zich er innerlijk toe gedrongen die kerk binnen te gaan en er wat te bidden. Hij wierp zich voor de afbeelding van de Gekruisigde op de grond en toen hij aan het bidden was, werd hij overweldigd door een bijzonder rijke geestelijke troost. Met tranen in zijn ogen keek hij op naar het kruis van de Heer. Op dat moment hoorde hij met eigen oren een stem vanaf het kruis heel duidelijk driemaal tot hem zeggen: ‘Franciscus, ga mijn huis herstellen! Je ziet toch dat het geheel vervallen is.’ Bij het horen van die wonderlijke stem begint Franciscus te sidderen en is hij met stomheid geslagen. Hij is immers helemaal alleen in die kerk! En omdat hij in zijn hart de machtige werking ondervindt van Gods spreken tot hem, raakt hij in vervoering. Nauwelijks is hij echter na verloop van tijd weer tot zichzelf gekomen, of hij gaat zich gereedmaken om aan het bevel te gehoorzamen; en met heel zijn energie zet hij zich dan in om de hem gegeven opdracht, het stenen kerkje te herstellen, ten uitvoer te brengen. (…) Vervolgens ging hij aan de slag. Hij tekende zich met het krachtvolle teken van het kruis en trok, terwijl hij een paar rollen laken met zich meenam om te verkopen, haastig naar de stad Foligno. Daar aangekomen verkocht hij alle koopwaar die hij bij zich had, en wist hij ook het paard waarop hij naar de stad gekomen was – hij was immers een succesvol koopman – voor een goede prijs kwijt te raken. Toen keerde hij naar Assisi terug en ging eerbiedig de kerk binnen die hij volgens de hem gegeven opdracht moest herstellen.
Bonaventura, Grote levensbeschrijving van de heilige Franciscus, hoofdstuk 2, deel 1

Handreiking voor de meditatie

Heb je in deze retraite zicht gekregen op een doel waarop je je moet richten? Zo ja, wat moet je gaan laten, wat moet je gaan doen om dat doel te bereiken?

Terug

Franciscaanse bronnen

Bonaventura, Grote levensbeschrijving van de heilige Franciscus van Assisi, vertaling A.A.C. Sier, Uitg. J.H. Gottmer, in samenwerking met de Franciscaanse werkgroep K 750, Haarlem 1978

Clara van Assisi, Geschriften, leven, documenten, Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem 1996

Franciscus van Assisi, De Geschriften, vertaald, ingeleid en toegelicht door G.P. Freeman, H. Bisschops, B. Coreveleyn, J. Hoeberichts en A. Jansen, Uitg. Franciscaanse Beweging, Den Bosch en Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem, 2004

Thomas van Celano, Het leven van Sint-Franciscus van Assisi, vertaling: Rijcklof Hofman, Inleidingen en toelichting: Gerard Pieter Freeman, Uitg. J.H. Gottmer / H.J.W. Becht, Haarlem i.s.m. Franciscaanse Beweging in Nederland en Franciscaans Studiecentrum, Utrecht, 2006

Terug

Naar HOME

Teksten van de retraite van maart 2010

motto maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag

Motto: ‘Bij u is de bron van het leven’

Psalm 36,10a (Nieuwe Bijbelvertaling)

Het motto van deze week is een zin uit psalm 36: Bij u is de bron van het leven.

Een retraite is een tijd van herbronning. We trekken ons terug om dichter bij onze bron te komen. Misschien om essentiële waarden van ons leven te herontdekken. Waar komt ons leven vandaan? Waar leven we voor? Waar halen we onze kracht vandaan, onze inspiratie? Hoe zal ons leven verder stromen?

De bron is een beeld van de diepte van waaruit we leven. De bron is ook het beeld van God zelf. Het bijzondere van een bron is dat je niet kunt zien waar de bron het water van krijgt.

de Maas bij Pouilly in Frankrijk

Het minieme begin van de Maas (foto: internet)

Als je de bron van een rivier zou willen opzoeken, zul je tegen de stroomrichting in moeten lopen. De rivier wordt steeds smaller totdat er maar een klein stroompje meer waar te nemen is. Daarna een sijpelend begin, maar de oorsprong zelf zit onder de grond. Het is een mysterieuze plek die je niet precies aan kunt wijzen.

Misschien ervaar je iets dergelijks ook bij je betrokkenheid op de Ene. Hij is vaak de grote Onbekende, de Verborgene. Je merkt niet altijd dat hij er is, maar hij is er wel, al is hij verborgen.

Het zal een bijzondere ervaring zijn om binnen deze retraite op weg te gaan naar de Bron. Het kan zijn dat juist de verborgenheid van die Bron ons lokt. En dat we al zoekend er contact mee krijgen. Misschien mogen we ook merken dat er uit die Bron een steeds grotere stroom naar buiten komt én dat die Bron in onszelf aanwezig is. Deze Bron is onuitputtelijk, het is een Bron die nooit droog zal vallen.

Handreiking voor meditatie bij het motto:

Je zou deze week elke dag op weg kunnen gaan naar de bron. En mocht je het vermoeden hebben dat je er dicht bij bent gekomen, dan zou je er de tijd voor kunnen nemen om uit te rusten op die plek. Laat het heel stil worden in jezelf en laat maar komen wat komt. Luister naar de geluiden van het water, ook al zijn die nauwelijks waar te nemen. Stel je helemaal open voor die bron, de stromende bron die diep in jezelf verborgen aanwezig is en naar buiten wil komen.

Als we op zoek gaan naar de bron, zullen we, zo verschillend als we zijn, andere wegen bewandelen. De ene persoon zal die bron vinden in de stilte van de eigen kamer, een ander buiten in de natuur, of tijdens het gebed of de meditatie in een kerk/kapel. Misschien ook in het ervaren van de gemeenschap met mensen die broeders en zusters van je zijn. Of in Bijbellezing, in het beschouwen van een ikoonafbeelding of een kunstwerk. Er zijn vele manieren om bij de bron te komen. Laat je leiden door de Geest.

* * *

Hier in Megen stroomt de Maas die op het plateau van Langres begint (Noord-Frankrijk). Ze ontspringt in de buurt van het Franse plaatsje Meuse, waar de Nederlandse naam ‘Maas’ aan ontleend is.

Maak eens een wandeling over de prachtige Maasdijk, stroomopwaarts en stroomafwaarts. Bemerk dat een kleine stroom heel groot kan worden als deze in contact blijft met de bron!

DSC02087

De Maas bij Megen, pont naar Appeltern

Voor internetretraitanten

Je woont misschien in de buurt van een andere rivier. Wat voor de wandelsuggestie aan de Maas geldt, kan natuurlijk bij welke rivier dan ook toegepast worden.

Maandag 8 maart 2010: Op zoek naar de bron

Lezing: Jesaja 41,17-20 Uit dorre grond borrelt water op…

Attentie: de Bijbelteksten die voor elke dag aangegeven zijn (door jezelf op te zoeken), kunnen je inspireren om het thema op een dieper niveau te beleven.

Een retraite zou je kunnen vergelijken met het putten van water. De bronnen die we aanboren zijn enerzijds verborgen in onszelf, anderzijds kunnen we deze onder andere vinden in de geestelijke lectuur. De Bijbel allereerst, maar ook de geschriften van Franciscus en Clara. Wij zullen in deze retraite telkens een typerende tekst bij het dagthema bieden, genomen uit hun geschriften of uit de geschriften van de franciscaanse traditie. Die tekst kan leidraad worden voor eigen meditatie. Franciscus en Clara zelf waren biddende mensen die leefden met de woorden van de Schrift. Ook los van de Schrift, was het gebed voor hen een bron die ze dagelijks aanboorden. Ze lieten zich beiden leiden door de Geest. Zowel Franciscus als Clara drongen er bij de volgelingen op aan open te staan voor ‘de Geest en zijn heilige werking’ (zie: Regel van de minderbroeders 10,8-9 en Regel van Clara 10,9-11a).

We lezen bij Bonaventura een ontroerend verhaal over een bron die ontspringt op het vurige gebed van Franciscus. Franciscus wilde naar de berg Alverna om zich te wijden aan het gebed, maar was te verzwakt om te lopen. Hij kreeg een ezel te leen van een arme man die met hem meeliep. Bij de hitte van die dag en de moeizame klim de berg op, kon de man het bijna niet meer uithouden van de dorst. Hij raakte volkomen uitgeput. Toen riep hij uit:

‘Broeder, ik sterf van de dorst, als ik niet meteen iets van iemand te drinken krijg.’

Onmiddellijk liet de man Gods zich van zijn ezel glijden,
knielde op de grond neer, hief zijn armen ten hemel
en hield pas op met bidden
toen hij de zekerheid had dat zijn gebed was verhoord.
Toen beëindigde hij zijn gebed en zei tot de man:
‘Ga gauw naar die rots toe; daar zul je stromend water vinden
dat Christus zojuist in zijn barmhartigheid
voor jou uit de rots tevoorschijn heeft laten komen
om je te drinken te geven.

(Bonaventura, Grote levensbeschrijving van de heilige Franciscus van Assisi VII 12b, vertaling A.A.C. Sier. Uitg. J.H. Gottmer, Haarlem 1978, in samenwerking met de Franciscaanse werkgroep K 750)

Giotto, water uit de rots

Giotto, water uit de rots op gebed van Franciscus

Handreiking voor de meditatie

Beschouw de afbeelding, neem er de tijd voor. Schrijf eens op wat deze fresco in jezelf oproept. Verhalen mag je altijd vertalen naar je eigen situatie. Waar dorst je naar? Nu, op dit moment of komt er een ander moment uit het verleden in je gedachten? Vond en vind je een bron die jou verkwikt, een bron die je dorst kan lessen? Hoe werkte of werkt dat moment door in jou en wat doe je als je die bron maar niet kunt vinden? Er bestaan misschien wel andere bronnen in je leven dan religieuze teksten. Wat inspireert jou?

Je kunt ook de tijd nemen om de tekst van Jesaja, die bij deze dag aangegeven staat, op te zoeken in de Bijbel om die op je in te laten werken. Zin voor zin proeven en er stil bij worden, de voornaamste zin (voor jou) eruit halen en die herhalen…

Dinsdag 9 maart 2010: Bron van vergeving

Lezingen van de dag: Daniël 3,25.34-43 / Matteüs 18,21-35

Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?”
En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft. vergeving
(Matteüs 18,32-35)

Vergeving schenken is een voorwaarde om gelukkig te leven. Als je andere mensen haat, knaagt dat ook aan jezelf. Hoe meer je anderen kunt vergeven, des te gelukkiger je zelf bent. Bovendien voelt degene aan wie je vergeeft zich waarschijnlijk een stuk bevrijd, én klaart de sfeer in een gemeenschap ervan op. Vergeven heeft dus vaak een breed positief effect.

Vergeving is wat anders dan verzoening. Voor verzoening moeten beide partijen meewerken. Je kunt de ander echter niet dwingen. Ook als de ander niet bereid is mee te gaan in de verzoening, kun je zelf, puur van jouw kant, vergeving schenken.

Vergeven is ook wat anders dan vergeten. Zouden we alle onrecht dat we vergeven ook vergeten, dan zouden er grote gaten in ons geheugen komen; daar is niet mee te leven. De dingen die we vergeven hebben blijven in onze herinnering voortleven, maar wel op een andere manier: we hebben er nu vrede mee dat het zo gegaan is.

Nu zegt Jezus in Matteüs 18,21-35 niet dat we moeten vergeven. Hij zegt dat we van harte moeten vergeven. Mooi… maar waar haal je de kracht vandaan?

De weg die Jezus hier wijst is: bedenk hoeveel vergeving je zelf ontvangen hebt. Hoe meer je beseft dat je zelf van Gods vergeving – en van de vergeving van anderen – leeft, des te makkelijker het is om zelf ook te vergeven. Honderd denariën is een aardig sommetje, zeg 1000 euro, maar tienduizend talenten is daarbij vergeleken een enorm groot bedrag, 60.000.000 euro.

Franciscus heeft ook Gods barmhartigheid ervaren voor zichzelf. Daarmee is barmhartigheid voor hem iets heel belangrijks geworden. Hij schrijft aan een medebroeder:

…er mag nooit een broeder in de wereld zijn
die gezondigd heeft zoveel hij maar kon zondigen,
en die, nadat hij jouw ogen heeft gezien,
zonder jouw barmhartigheid moet weggaan,
ofschoon hij barmhartigheid vraagt.
En als hij geen barmhartigheid vraagt,
vraag hem dan of hij barmhartigheid wil.
En als hij daarna duizend keer onder jouw ogen zondigt,
moet je hem meer liefhebben dan mij
om hem zo tot de Heer te trekken.
En je moet altijd voor zulke mensen barmhartig zijn.

(Brief aan een minister 9b-11. Franciscus van Assisi, De Geschriften, Franciscaanse Beweging, Den Bosch en Uitgeverij J.H. Gottmer, Haarlem, 2004)

Handreiking voor de meditatie

Ga eens na wat voor vergeving je zelf gekregen hebt – van God, van andere mensen. Probeer daarin de kracht te putten anderen van harte te vergeven.

>Woensdag 10 maart 2010: Handreikingen voor onderweg

Lezingen van de dag: Deuteronomium 4,1.5-9 / Matteüs 5,17-19
Voor de overweging in de eucharistieviering klik op woensdag, eucharistieviering

Het onderweg zijn is een gegeven dat bij ons leven hoort, of je nu echte pelgrimages maakt van de ene plaats naar de andere, of dat je thuis blijft. We zijn onderweg vanaf onze geboorte tot onze dood. Het leven daartussenin heeft een richting, al besef je dat niet altijd evenzeer. Om ons voor verdwalen te behoeden staan er wegwijzers langs ons levenspad. Soms heel duidelijk, andere keren merken we die niet of nauwelijks op. De wegwijzers zijn er om ons te helpen in de goede richting te blijven lopen. Op de pelgrimstocht in Spanje staan gele pijlen als markering. Op de pelgrimstocht door het leven hebben we de richtlijnen gekregen die in de Bijbel staan, al zijn dat niet de enige. Mensen kunnen elkaar ook helpen om de goede richting te bewaren. Situaties kunnen ons uitnodigen om onze richting bij te stellen. Het gebed en de inkeer kunnen ons inzicht geven in de weg die we te gaan hebben. Dit was ook een van de manieren waarop Franciscus probeerde op het goede pad te blijven. Hij vroeg God altijd om raad. Soms wel op een primitieve manier zoals in het volgende verhaal. Bernardus, een rijke koopman uit Assisi die veel bewondering had voor Franciscus, wilde volgeling van Franciscus worden. Om te weten of dit ook in Gods bedoeling lag, spraken ze af de volgende dag het evangelie erop na te slaan.

Hierover vertelt Bonaventura het volgend verhaal:

images-4De volgende morgen gingen ze daarom naar de kerk van de heilige Nicolaas en nadat ze eerst wat gebeden hadden, opende Franciscus die een grote eerbied had voor de heilige Drieëenheid, driemaal het evangelieboek en vroeg God hun driemaal duidelijk te laten weten dat hij zijn goedkeuring hechtte aan het voornemen van Bernardus. Toen hij het boek de eerste keer opensloeg, trof hij de passage: ‘Als je volmaakt wilt zijn, ga dan heel je bezit verkopen en geef het aan de armen!’ De tweede keer viel het boek open bij: ‘Neem niets mee onderweg!’ En de derde keer kreeg hij te lezen: ‘Wanneer iemand mijn volgeling wil zijn, laat hij dan zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en in mijn voetstappen treden.’ Toen zei de heilige man: ‘Ziehier de levenswijze en de regel die wij en allen die zich bij onze gemeenschap willen aansluiten, dienen te volgen. Als je dus volmaakt wilt zijn, ga dan ten uitvoer brengen wat je gehoord hebt.’
(Bonaventura, Grote levensbeschrijving van de heilige Franciscus van Assisi III 3b, vertaling: A.A.C. Sier)

Dat was klare taal. Zo duidelijk als in dit verhaal zullen we het zelden horen. Het is ook niet de bedoeling dat wij op dezelfde manier te werk gaan. Als wij Gods wil met ons leven willen kennen, bewandelen we misschien wel heel andere wegen. Welke richtingwijzers zijn voor ons belangrijk? Waar zien we die of door wie worden ze ons aangereikt? Ervaren we ook wel eens weerstand tegen richtingwijzers die ons gegeven worden?

‘Hoe weten wij wat God van ons wil?’ is een belangrijke vraag die niet altijd even gemakkelijk te beantwoorden is. De eerste lezing en het evangelie van vandaag zijn daar wel duidelijk over, maar in ons concrete leven valt het niet altijd mee om Gods wil te herkennen. Bovendien willen we zelf ook een woordje meepraten. Dat maakt het dubbel zo moeilijk. Welke gedachte komt van God en welke van onszelf?

Handreiking voor de meditatie

Maak het stil in jezelf, laat je kennis over de weg los. Laat al je redeneringen los. Gebruik het beeld van de bron voor je meditatiehouding. Ga erbij zitten in een ontvankelijke houding. Zoek er letterlijk een goede plek voor uit, een plek waar je rustig kunt luisteren naar wat de ‘bron’ je te zeggen heeft. Misschien zijn er woorden uit de eerste of tweede lezing van vandaag of uit de franciscaanse tekst die we zojuist gehoord hebben, die nog in je naklinken. Misschien komen er ook geheel andere woorden in je op.

De drie evangelieteksten waarbij het boek opengeslagen werd, zouden ook het onderwerp van je meditatie kunnen worden. Als je bij de bron zit, gaan ze misschien opnieuw voor je open óf blijft de vraag bestaan hoe jij die teksten in je leven vruchtbaar kunt laten zijn. Zou je ‘Niets meenemen onderweg’ ook symbolisch op kunnen vatten? In de leegte durven gaan staan, met open handen en vanuit de stilte luisteren naar de murmelende bron, diep in jezelf…?

Woensdag 10 maart 2010, Eucharistieviering: Handreikingen voor onderweg

Lezingen van de dag: Deuteronomium 4,1.5-9 / Matteüs 5,17-19

Op school, in een bedrijf, in een klooster, overal waar mensen samen wonen, zijn regels. Het verkeer kan niet zonder regels. Aan verhoudingen tussen mensen liggen ook onbeschreven regels ten grondslag. Regels kunnen soms lastig zijn of we kunnen ze overdreven vinden. Soms begrijpen we ze niet en negeren we ze. Wie is er bijvoorbeeld nooit, als er geen verkeer was, door rood licht gelopen of gereden? Regels zijn er, het woord zegt het al, om iets te regelen. Om orde te scheppen waar zonder regels wanorde zou kunnen ontstaan omdat mensen dan naar eigen willekeur zouden willen handelen. In de eerste lezing staat het heel mooi: Luister dan,…, naar de voorschriften en bepalingen die ik u leer, en handel daarnaar. Dan zult gij leven en bezit gaan nemen van het land dat de Heer, …u schenkt. Het gaat om het leven, en een nieuw land wordt in het vooruitzicht gesteld. Toekomst dus. Regels zijn er om er iets veel mooiers voor terug te krijgen: leven! Het nieuwe land wordt in het evangelie het Rijk der hemelen genoemd. Bij die term moeten we ons niet vergissen. Dat rijk is nu al aanwezig als de goede aanwijzingen nu gerespecteerd en nageleefd worden.

In Herinneringen, een bundeling van verhalen die rond Franciscus doorgegeven zijn, lezen we hoe Franciscus met enkele broeders naar de berg Rainero trok om de regel van 1221 te herschrijven. Dit gebeurde in 1223 bij de kluizenarij Fonte Colombo. Hier was een bron waar duiven in het water spetterden en ervan dronken. Vandaar de naam die Franciscus aan die plek gaf: ‘bron voor de duiven’. Franciscus trok zich met enkele broeders veertig dagen in gebed terug om zich geheel open te kunnen stellen voor wat hem van ‘boven’ uit werd aangereikt. Intussen kreeg hij bezoek van ontevreden broeders die al aankondigden dat ze een te strenge regel niet zouden aanvaarden. Franciscus begon weer te bidden en hij zou hier de stem van Christus hebben gehoord die hem gezegd zou hebben:

Franciscus, in heel de regel is niets van jou. Alles wat erin staat is van Mij. Ik wil dat de regel onderhouden wordt zoals hij is, letterlijk, letterlijk, letterlijk, zonder toelichting, zonder toelichting, zonder toelichting. Wie de regel niet wil onderhouden moet maar uit de orde gaan.’

Dat was wel een heel drastische maatregel. Soms verdenk ik Franciscus ervan dat die woorden mede door zijn eigen emotie waren ingegeven. De broeders moesten het er echter mee doen en ze dropen af.

Er ligt veel symboliek in dit verhaal. De bron is de plaats waar de stem van God of Christus gehoord kan worden. Gebed is een middel om die stem te horen, langdurig gebed, veertig dagen. Zekerheid kan je geschonken worden als je je oprecht open blijft stellen. Voorschriften van God zijn handreikingen op je weg, hulpmiddelen, ze zijn er niet om je het leven moeilijker te maken, ze zijn er juist om je tot het volle leven te brengen, zoals we vandaag ook in de eerste lezing horen. Zoals in de aangehaalde woorden uit bovenstaand verhaal, beluisteren we ook in het evangelie een vrij absolute toon. Die staat ons misschien helemaal niet aan. Wat doe je daarmee?

Voor ons geldt vooral dit: Stel je open en laat gebeuren wat er gebeurt. Zie de handreikingen (ook de onze in deze retraite) niet als iets zwaars, maar als een geschenk, zoals de Joden het ontvangen van de zogeheten Wet, vierden in een vreugdefeest waarbij ze om de Wetsrollen heen dansten omdat ze er zo blij mee waren. Zoek in de stilte naar het woord voor jou, ga zitten bij de bron, en ga na hoe je je verhoudt tot voorschriften. Je verzet hoef je niet te verdringen. Luister ook daar naar. Het heeft je wat te zeggen.

Donderdag 11 maart 2010: Water van leven

Lezingen van de dag: Exodus 17,1-7 / Johannes 4,5-42 (OF: Jeremia 7,23-28 / Lucas 11,14-23)

Zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’images-6
(Johannes 4,5-7, Nieuwe Bijbelvertaling)

Als je in een woestijn bent en naar water smacht, ben je misschien maar een honderd meter van water vandaan. Het water zit echter in de grond. Om erbij te komen heb je een put nodig en dan nog een emmer om te putten.

Het is niet zo maar een landstreek waar Jezus zich bevindt. Hij is op historische grond. Jakob had dit stuk grond aan zijn zoon Jozef gegeven (zie Genesis 48,22 en Jozua 24,32). De bron die er is heet dan ook de Jakobsbron. Je voelt je op deze plek verbonden met voorouders van eeuwen geleden, uit wie het volk is ontstaan. In die zin ben je bij je bron.

Jezus vraagt te drinken uit die Jakobsbron. Maar in feite is hijzelf degene die het echte water geeft aan iemand die dorst heeft:

‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft’ (vers 13-14).

De vrouw aan wie Jezus te drinken vraagt, mag dat zelf ervaren. Zij gaat ontdekken wie Jezus is, en wordt spontaan een boodschapster van hem, zodat anderen uit de stad bij Jezus komen, en op hun beurt ontdekken wie Jezus is. Zo zelfs dat ze het getuigenis van die ene vrouw niet meer nodig hebben: Jezus heeft zo’n indruk op hen gemaakt dat ze zelf boodschapper van hem geworden zijn:

Ze zeiden tegen de vrouw: “Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hem zelf gehoord en we weten dat hij werkelijk de redder van de wereld is’ (vers 42).

In haar vierde brief van Clara aan Agnes van Praag schrijft Agnes wat Christus voor haar betekent. Een klein citaat:

Zijn schoonheid bewonderen zonder ophouden
alle zalige heerscharen van de hemel.
Zijn liefde wekt liefde;
Hem aanschouwen verkwikt;
zijn welwillendheid verzadigt;
zijn zoetheid schenkt vervulling;
Hem gedenken schenkt lieflijk licht;
zijn geur zal doden tot leven wekken;
naar Hem opzien in heerlijkheid
zal alle inwoners van het Jeruzalem van omhoog
zalig maken.
Want Hij is de afstraling van de eeuwige glorie (vgl. Hebreeën 1,3),
de helderheid van het eeuwig licht
en een spiegel zonder smet (Wijsheid 7,26).
Kijk iedere dag in deze spiegel,
o koningin, bruid van Jezus Christus,
en spiegel daarin voortdurend je gelaat
om zo jezelf geheel, innerlijk en uiterlijk,
mooi te maken,
gekleed en gehuld in kleurig geborduurde kleding (Psalm 45,10).

(Clara van Assisi, Geschriften, leven, documenten, Gottmer, Haarlem 1996)

Handreiking voor de meditatie

Waarin voel jij je geïnspireerd door Jezus?

Vrijdag 12 maart 2010: Gods hart: een altijd stromende bron

Lezingen van de dag: Hosea 14,2-10 / Marcus 12,28-34

De Maas, verder stromend vanuit de bron (Frankrijk)

De Maas, verder stromend vanuit de bron (Frankrijk)

Gods hart is een altijd stromende bron. Als we kijken naar de lezingen van vandaag, dan kunnen we opmerken dat Gods hart van liefde overstroomt, juist waar de mensen zelf Gods woorden niet serieus hebben genomen.

Ik wil hen van ontrouw genezen en hun van harte mijn liefde schenken … Ik wil voor Israël zijn als de dauw: als een lelie zal hij gaan bloeien en hij zal wortels schieten, als op de Libanon. Zijn scheuten lopen uit, zijn luister evenaart die van de olijfboom, zijn geur die van de Libanon. Zij zullen opnieuw in zijn schaduw zitten; zij zullen koren kunnen verbouwen, zij zullen bloeien als de wingerd en vermaard zijn als de wijn van de Libanon (Hosea 14,5-8).

God wil ons van harte liefde schenken, staat er. En hij verlangt naar onze liefde, die wij ook van harte terug zouden kunnen laten vloeien. De bron die in hem stroomt, is dezelfde bron die in ons stroomt. Het evangelie sIuit bij die hartelijke liefde aan. Wij horen er de basiswoorden over het liefhebben van God en van mensen. Een schriftgeleerde vraagt aan Jezus wat het voornaamste gebod is. Jezus antwoordt met de oudtestamentische woorden: Hoor Israël! De Heer onze God is de enige Heer. Gij zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht (Deuteronomium 6,4.5). Het tweede is dit: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Er is geen ander gebod voornamer dan deze twee (Leviticus 19,18).

Het moeten woorden zijn die Franciscus erg aanspraken. Hij haalt ze aan in zijn geschriften:

Zo bijvoorbeeld in zijn Regel van 1221:

Laten wij allen,
met heel ons hart met heel onze ziel,
met heel ons verstand,
met heel onze kracht en sterkte,
met heel ons inzicht en al onze vermogens,
met heel onze inzet,
met heel ons gevoel en alle tederheid,
met al onze wensen en verlangens
de Heer God beminnen,
die heel het lichaam,
heel de ziel en heel het leven aan ons allen
gegeven heeft en geeft;
die ons geschapen en verlost heeft,
die ons door zijn barmhartigheid alleen redden zal
en die voor ons,…
al het goede gedaan heeft en nog doet.
(Regel van de minderbroeders, voorlopige redactie 23,8)

Franciscus was een man die leefde vanuit zijn warme hart. Hij spreekt in veel van zijn geschriften over de liefde. Het woord ‘bron’ komt bij hem niet voor, maar zijn hart was zeker een bron waaruit warme liefde stroomde voor iedereen, ongeacht de sympathie en liefde van de ander.

Handreiking voor de meditatie

Zit in meditatie en laat je hart tot stromen komen. Als het niet lukt, richt je liefde dan op een concreet persoon waarvan je houdt (zonder in ‘denken over’ te verzanden). Liefde voor een ander komt uit hetzelfde hart voort als liefde tot God. Het hoeft niet van mindere kwaliteit te zijn.

Je kunt ook de woorden uit de Lofzang op de Allerhoogste herhalen als een mantra die je door de dag meeneemt: Gij zijt liefde. En wat geldt voor liefde tot mensen die vanzelf ook naar God stroomt, dat geldt evenzeer voor liefde tot God, die tegelijkertijd ook naar mensen stroomt. Liefde komt uit de ene bron. God woont in mensen en mensen zijn opgenomen in Gods hart.

Zaterdag 13 maart 2010: Bron van rechtvaardigheid

Lezingen van de dag: Hosea 6,1-6 / Lucas 18,9-14

images

De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.” Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God (…). Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.
(Lucas 18,13-14a)

We leven allemaal van Gods en van elkaars genade, al is het niet makkelijk dat te erkennen. Het is veel gemakkelijker voor jezelf het idee hoog te houden dat je altijd alles goed gedaan hebt en dat mensen en God dat te respecteren hebben.

In angst en beven mediteerde hij daar een hele tijd
in het aanschijn van de Heer van de gehele aarde
en bitter overdacht hij al die slecht bestede jaren,
onderwijl steeds deze uitspraak herhalend:
‘God, wees mij, zondaar, genadig’.
Opeens begonnen een onuitsprekelijke blijheid
en een onvoorstelbare gelukzaligheid
meer en meer het binnenste van zijn hart te overweldigen.
Hij wist niet meer hoe hij het had,
want geleidelijk aan verdwenen alle neerslachtigheid en duisternis
die zich in zijn hart genesteld hadden
uit angst over zijn zondig leven.
Opeens was hij er volkomen zeker van
dat al zijn fouten hem vergeven waren,
en hij had er nu vertrouwen in
dat hij opgelucht in genade kon ademhalen.
Daarna raakte hij in vervoering
en leek hij opgenomen in een lichtgloed,
en doordat de blik van zijn geest zich verruimde
zag hij duidelijk wat de toekomst zou brengen.
Na enige tijd verdwenen het gelukzalige gevoel en de lichtgloed weer,
maar Franciscus bleef zich geestelijk vernieuwd voelen
en een ander mens.

(Thomas van Celano, Het leven van Sint-Franciscus van Assisi, 26, vertaling: Rijcklof Hofman. Uitg. Gottmer, Haarlem 2006 i.s.m. Franciscaanse Beweging in Nederland en Franciscaans Studiecentrum, Utrecht)

Handreiking voor de meditatie

Neem er tijd voor erbij stil te staan dat je gedragen wordt door God en door anderen.

Zondag 14 maart 2010: Thuiskomen

Lezingen van de dag: Jozua 5,9a.10-12 / 2 Korintiërs 5,17-21 / Lucas 15,1-3.11-32

De evangelielezing van vandaag heet traditioneel de ‘Parabel van de verloren zoon’. Maar hij gaat over een vader met twee zonen. En over het wel of niet thuiskomen van elk van die twee.

Als het aan de vader ligt komen ze allebei thuis. Berooid of nukkig, zeker van schuld of van rechtvaardigheid, het maakt niet uit. De vader weet dat zijn kinderen uit hem voortkomen, dus mogen ze bij hem thuiskomen.

Thuiskomen is iets wat we vandaag ook letterlijk gaan doen! Maar misschien ervoer je de afgelopen week ook als een thuiskomen. Een thuiskomen bij God, bij jezelf, bij de bron van je leven. Misschien mocht je ook ervaren dat God barmhartig is, dat hij naar jou verlangt, dat hij jou graag bij zich wil hebben, dat hij daar een feest voor wil aanrichten.

Het zal de kunst zijn om als je letterlijk thuisgekomen bent daar de Bron van je leven teug te vinden. Kijk eens welke manieren van thuiskomen bij je bron je ook in je thuissituatie kunt vinden: wandelen in de natuur, stilte, meditatie, Bijbellezing, bidden, liturgie, of welke andere manier ook die jou in de afgelopen dagen aansprak.

Misschien kun je, met Franciscus, God toespreken met de volgende woorden:remb_vz_terug_grt

U bent heilig, Heer, enige God, die wonderen doet.
U bent sterk.
U bent groot.
U bent de Allerhoogste.
U bent de almachtige Koning,
U, heilige Vader, Koning van hemel en aarde.
U bent drie en één, Heer God boven alle goden.
U bent het goede, al het goede, het hoogste goed,
Heer, levende en ware God.
U bent de liefde en de genegenheid.
U bent de wijsheid.
U bent de nederigheid.
U bent het geduld.
U bent de schoonheid.
U bent de geborgenheid.
U bent de rust.
U bent de vreugde en de blijdschap.
U bent onze hoop.
U bent de rechtvaardigheid.
U bent de evenwichtigheid.
U bent heel onze rijkdom in overvloed.
U bent de schoonheid.
U bent de mildheid.
U bent de beschermer.
U bent onze bewaker en verdediger.
U bent de sterkte.
U bent de verkwikking.
U bent ons geloof.
U bent onze hoop.
U bent onze liefde.
U bent onze grote zoetheid.
U bent ons eeuwig leven:
grote en bewonderenswaardige Heer,
almachtige God, barmhartige Heiland.

(Lofzang op de Allerhoogste God, eigen vertaling)

Handreiking voor de meditatie

Probeer te voelen dat je bij God thuis mag komen als degene die je bent.

Naar HOME

Teksten van de retraite van september 2009

motto maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag

Motto in de retraite van 21-27 september 2009:

KIJK EENS NAAR JE ROEPING

(vergelijk Testament van Clara 4 en 1 Korintiërs 1,26)

In deze retraite worden we gevoed door teksten uit de Bijbel en door teksten van Franciscus en Clara van Assisi. Franciscus, een koopmanszoon die, na een periode waarin zijn leven een wending kreeg, op een radicale manier het Evangelie ging volgen. Clara, een adellijk meisje dat, als eerste vrouw, in de voetsporen van Franciscus liep. Beiden voelden zich tot een nieuwe vorm van leven geroepen.

Het motto van deze retraite, Kijk eens naar je roeping, is genomen uit het Testament van Clara 4, waar de Nederlandse vertaling leest Erken uw roeping. Clara was weer geïnspireerd door de tekst van Paulus aan de Korintiërs; in de Nieuwe Bijbelvertaling: Denk eens aan uw roeping, broeders en zusters (1 Korintiërs 1,26).

Het Testament van Clara is een heel persoonlijk en warm geschrift. In dit testament beschrijft Clara wat ze belangrijk vindt voor de zusters die achter blijven als zij gestorven is en voor de zusters die in de toekomst op dezelfde manier willen gaan leven. De kern van wat ze zeggen wil is samengevat in de woorden van het motto. Ook de lezing van de eerste retraitedag (maandag 21 september, feest van de H. Matteüs), uit de brief aan de Efeziërs (hoofdstuk 4,1-7 + 11-13), sluit hierbij aan.

Roeping wordt vaak geassocieerd met de roeping tot priester of kloosterling, maar het begrip roeping is veel breder. We zijn allemaal in het leven geroepen en we hebben allemaal een taak gekregen, al is het niet altijd even duidelijk wat die taak dan wel is.

Martin Buber vertelt in De weg van de mens* hoe iemand een prediker vraagt:

Er staat:‘Ieder in Israël is verplicht te zeggen: Wanneer zal mijn werk tot aan de werken mijner vaderen, Abraham, Isaak of Jakob, reiken?’ Hoe moet dat opgevat worden? Hoe zouden wij ons vermeten te denken dat wij onze vaderen zouden kunnen evenaren?

De prediker verklaart dan:

Zoals de vaderen nieuwe wijzen van dienen in het leven riepen, ieder een nieuwe dienst volgens zijn eigen aanleg, de een die der liefde, de ander die der kracht, de derde die der schoonheid, zo moet ieder van ons, elk op zijn eigen wijze, in het licht van de leer en van het dienen iets nieuws stichten en niet het reeds gedane, doch wat nog gedaan moet worden, doen.

Martin Buber vervolgt:

Met iedere mens is er iets nieuws ter wereld gebracht, dat er nog niet was, een eerste en enig iets.

Hij laat vervolgens de prediker weer aan het woord:

Het is ieders plicht in Israël te weten en te bedenken, dat hij in zijn hoedanigheid enig is ter wereld en dat zijns gelijke nog niet op aarde is geweest, want ware zijns gelijke reeds hier geweest, hij zou er niet behoeven te zijn.

Iets verderop zegt Buber:

Dit enige en uitzonderlijke is het, dat ieder vóór alles is opgedragen te ontwikkelen en vorm te geven, niet echter, nog eens te doen wat een ander, al is het de grootste, reeds heeft verwezenlijkt.

Waartoe zijn wij geroepen? Een retraite is een bezinning op ons leven, op onze roeping. Hoe kunnen we die roep steeds beter leren verstaan? En hoe kunnen we vorm geven aan onze roeping? Hoe kunnen we de hindernissen overwinnen die we op onze weg tegenkomen?

Een retraitetijd is een tijd van verstilling om, al luisterend, contact te maken met onze diepste bestemming. De bezinning zal ons de weg wijzen naar de invulling in de praktijk van ons leven. Het betreft niet de roeping in het algemeen, de roeping die ieder mens heeft, maar het gaat over onze meest persoonlijke roeping. In het boven vermelde boekje vertelt Buber ons hoe rabbi Susja kort voor zijn sterven de opmerking maakte:

In het toekomende Rijk zal mij niet gevraagd worden: ‘Waarom zijt gij niet Mozes geweest?’ Mij zal gevraagd worden: ‘Waarom zijt gij niet Susja geweest?

Op de plaats van Susja zou ieder de eigen naam in kunnen vullen.

Het kijken naar onze roeping begint misschien aan de oppervlakte met waarnemen. Een volgende stap is mogelijk erover nadenken. Door het steeds intensiever kijken naar onze roeping en door alles wat zich daardoor in ons binnenste ontwikkelt, kunnen er snaren aangeraakt worden die met onze diepste bestemming te maken hebben. Zoals we bij het intensief kijken naar een bloem, die bloem steeds beter in ons opnemen, misschien zelf een beetje die bloem wórden, zo zullen we ons ook steeds meer vereenzelvigen met onze roeping in de mate waarin we deze innerlijk mogen waarnemen.

Bij de teksten van de vieringen is de tekst van Clara over het erkennen van de roeping opgenomen. Zie in de rechterkolom de subpagina ‘Franciscaanse teksten, september 2009’ onder de hoofdpagina: ‘Retraite-informatie’.

* Martin Buber, De weg van de mens, vert. L.J.C. Boucher, Servire Uitgevers, Utrecht, 1996. De citaten staan op blz. 23-25.

Bij de reproductie van Hendrick Terbrugghen

De roeping van Matteüs
Roeping van Matteüs, Hendrick Terbrugghen

Roeping van Matteüs, Hendrick Terbrugghen

Op maandag, 21 september, onze eerste retraitedag, wordt het feest gevierd van de apostel en evangelist Matteüs. De retraiteteksten bij die dag kunnen we vinden op deze site bij de Retraite-informatie onder het kopje ‘Franciscaanste teksten, retraite september 2009’. Kijken naar onze roeping is ook het thema van de week. We willen stilstaan bij de reproductie van het schilderij van Hendrick Terbrugghen (1621), die dit roepingenverhaal op indringende wijze in beeld heeft gebracht.

De evangelietekst over deze roeping (Matteüs 9,9-13) moet veel indruk op de schilder hebben gemaakt. Met grote vaardigheid geeft hij er zijn eigen versie van.

De apostel Matteüs vertelt op een zeer sobere manier een stukje levensgeschiedenis en de schilder heeft geprobeerd om achter de schermen te kijken. Hij heeft zich ingeleefd in de gedachten en gevoelens die binnen dat ene ogenblik misschien wel door de tollenaar Matteüs zijn heengegaan. Heel kort, maar ook heel intensief.

Hendrick Terbrugghen zet Matteüs met een andere tollenaar en twee leerlingen in zijn eigen tolhuis neer. Dan staat ineens Jezus in de deuropening. Hij roept hem. Wat gaat er in Matteüs om? Ongeloof, schaamte om het leven dat hij leidde, een besef van zondigheid.

Op de voorgrond een oude vrek met een tronie die boekdelen spreekt, in het centrum Matteüs, die met zijn vinger naar zichzelf wijst, zijn hoofd vol rimpels, ongelovig kijkend, met een gezicht alsof hij zich afvraagt of Jezus hem in de maling neemt. Matteüs maakt op het schilderij nog absoluut geen aanstalten om op te staan en Jezus te volgen. Achter de twee hoofdfiguren bevinden zich twee jongemannen in prachtige kledij die hier misschien wel het klappen van de zweep aan het leren zijn. Links in het tafereel staan twee figuren: Jezus in de schaduw, donker en onopvallend – hij staat er maar heel gedeeltelijk op – en een leerling van Jezus die misschien wel even verwonderd is om de keuze van Jezus. Op de tafel liggen muntstukken en de rekeningen, een pen met inktpot (?) ernaast. Bijzonder aan het doek zijn de handen die wijzen naar het geld. Daar draait hun leven immers om. Twee handen vormen daarop een uitzondering: de hand van Jezus die op Matteüs gericht is en de rechterhand van Matteüs, die naar zichzelf wijst, met de vraag: ‘Ik???’. Matteüs en Jezus kijken elkaar aan. In dat ene ogenblik moet het gebeurd zijn. ‘Volg mij’. Hij stond op en volgde hem (Matteüs 9,9).

Matteüs voelde zich zondaar, maar is in die zondigheid gezien en aanvaard. Hij heeft zich diep laten raken door Jezus, toen deze hem uitnodigde om hem te volgen. Zodanig geraakt was hij, dat hij opstond en zijn oude leven de rug toekeerde om op radicale manier Jezus te volgen. Alsof het niets te maken zou hebben met een totale ommekeer van zijn levenspraktijk tot dan toe. Als je er dieper over nadenkt is dit nauwelijks te vatten.

Roeping

Wat is roeping? Hoe werkt roeping in de ziel van een mens? Er voltrekt zich een mysterie, dat niet meer te vatten is met ons menselijk verstand. Op ikonen wordt altijd de bekeerde Matteüs afgebeeld, een Matteüs met een ernstige en zuivere blik, met niets meer daarin dat herinnert aan zijn oude leven. Matteüs, publiekelijk bekend als tollenaar en zondaar, mocht ondervinden dat de woorden van Jezus ‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars’, in hem concreet gestalte kregen.

Bemoediging voor onze tijd

Is het geen bemoediging voor onze tijd dat de roepstem klinkt, onafhankelijk van menselijke tekorten, van zondigheid, van zwakheid, van falen? Die roepstem is universeel, tot ieder mens gericht, met een vraag, waar een hoogst persoonlijk antwoord op gegeven kan worden. Twijfelen aan onze eigen roeping betekent misschien wel dat we niet voldoende geloven in degene die roept. Ook dat onze eigen zwakheid de drempel is waar we niet overheen kunnen. Om toch over die drempel te gaan is het alleen nodig dat we onze blik niet afwenden, maar juist richten op degene die ons roept. ‘Volg mij’. Hij stond op en volgde hem.

*Naar een artikel van Ricky Rieter in Eikonikon, het ikonenbulletin van september 2009

Lees ook het gedicht Roeping van Christa Peikert-Flaspöhler (in de vertaling van Paul Begheyn SJ).

Maandag 21 september 2009 / H. Matteüs: Kijk eens naar je roeping

Lezingen van de dag: Efeziërs, 4,1-7 + 11-13 / Matteüs 9,9

Ons dagthema ‘Kijk eens naar je roeping’ valt deze keer samen met het motto van deze retraiteweek. Waar ben ik toe geroepen? Paulus moedigt in zijn brief aan de Efeziërs, geschreven in de gevangenis, mensen aan de weg te gaan die bij de ontvangen roeping past. Lees de tekst eens rustig door en laat je raken door hetgeen daar gezegd wordt.

Uit de evangelielezing van vandaag kiezen we maar één zin. Matteüs, een tollenaar wordt uitgenodigd Jezus te volgen. En zijn reactie is verbluffend. Hij staat op en volgt Jezus.

Roeping van Matteüs, Hendrick Terbrugghen

Roeping van Matteüs, Hendrick Terbrugghen

Clara ziet haar roeping als een groot geschenk waar ze dankbaar, erkentelijk voor is, een roeping waar ze naar wil leven, want ‘adel verplicht’.

Begin van Clara’s testament

1 In de naam van de Heer. Amen.
2 Onder de vele weldaden
die wij van onze vrijgevige Weldoener,
de Vader van alle barmhartigheid
(2 Korintiërs 1,3) ,
ontvangen hebben en nog dagelijks ontvangen
en waarvoor wij aan de roemvolle Vader van Christus
bijzondere dankzegging verschuldigd zijn,
3 is die van onze roeping,
waarvoor wij tegenover Hem
des te meer verschuldigd zijn
naarmate deze volmaakter en groter is.
4 Daarom zegt de apostel:
‘Erken uw roeping
(vgl. 1 Korintiërs 1,26) .’
5 De Zoon van God is voor ons de weg geworden
(vgl. Johannes 14,6)
Testament van Clara 1-5a

Meditatie

Uit voorgaande teksten, die uit de lezingen en die uit het Testament van Clara, kunnen we ter meditatie een bepaald woord kiezen, of een korte zin. Je kunt ook nadenken over je eigen roeping. Of luisterend stil worden om meer zicht te krijgen op je roeping. Er zijn veel manieren om te mediteren. Een vruchtbare manier is bijvoorbeeld het volgen van je adem. Dat kun je ook doen in combinatie met de woorden die Jezus tegen Matteüs zegt: ‘Volg mij’. Misschien schrik je wel van die woorden. Misschien ontroeren ze je, of je weet er werkelijk geen raad mee en denkt dat die woorden niet voor jou bedoeld zijn… Laat maar komen wat komt. Misschien weet je helemaal niet wat je roeping is, stel je dan open voor de richting die je, in je diepere stilte, zou kunnen ontvangen.

Je kunt je in de stilte bij je naam laten roepen op elke ademhaling.

Paulus spreekt over de weg, Clara zegt dat de Zoon van God voor ons de weg is geworden.

(De teksten kunnen in de loop van de week, telkens iets anders in jezelf oproepen. Probeer deze week het thema van je roeping levend te houden).

* Op de site onder het hoofdartikel ‘Over Franciscus en Clara’ vind je een subartikel: Clara en het palmtakje‘. Daarin kun je lezen hoe Clara een bevestiging ontving betreffende haar roeping. Ze ontving van de bisschop tijdens de viering een palmtakje. Hij kwam het haar persoonlijk brengen.

Dinsdag 22 september 2009: Bruid, broeder, zuster, moeder

Lezingen van de dag: Ezra 6,7-8 + 12b + 14-20 / Lucas 8,19-21

Als God jou roept en jij antwoordt, ontstaat er een relatie tussen God en jou. In dat kader mogen we de woorden uit Lucas 8,21 verstaan, die we hier weergeven in de versie van de Nieuwe Bijbelvertaling:
‘Mijn moeder en mijn broers zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen.
Of, met de woorden van Matteüs 12,50:
Want ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder.
Franciscus duidt op deze teksten in de volgende passage, waarin hij ook nog eens het woord bruid toevoegt, en zelfs voorop plaatst:

Uit de Brief aan de gelovigen

47 Nooit mogen wij verlangen boven anderen te staan,
maar wij moeten veeleer een dienaar zijn
en ondergeschikt aan ieder menselijk schepsel
omwille van God.
(1 Petrus 2,13)
48 En op alle mannen en vrouwen
die zo handelen en tot het einde toe volharden,
zal de Geest van de Heer rusten;
(Jesaja 11,2)
Hij zal bij hen zijn intrek nemen en zijn verblijf vestigen. (Johannes 14,23)
49 Zij zullen kinderen zijn van de hemelse Vader (vgl. Matteüs 5,45)
wiens werken zij doen.
50 En zij zijn bruid, broeder en moeder
van onze Heer Jezus Christus.
(Matteüs 12,50)
51 Bruid zijn wij,
wanneer de getrouwe ziel
door de Heilige Geest
met Jezus Christus verbonden wordt.
52 Broeder zijn wij,
wanneer wij de wil doen van zijn Vader die in de hemel is;
(vgl. Matteüs 12,50)
53 moeder, wanneer wij Hem
in ons hart en lichaam dragen
(vgl. 1 Korintiërs 6,20)
door de liefde en een zuiver en oprecht geweten
en Hem baren door heilige daden
die een lichtend voorbeeld moeten zijn voor anderen.
(vgl. Matteüs 5,16)
Brief aan de gelovigen, tweede redactie, 47-53

Het volgen van onze roeping brengt ons dus tot een veelvoudige relatie met Jezus:
Bruid:
in de Bijbel zijn er teksten die de verhouding van God (resp. Christus) tot zijn volk tekenen als de relatie van Bruidegom tot bruid (Jesaja 62,4-5; Ezechiël 16,8; Lucas 5,34; 2 Korintiërs 11,2; Openbaring 21,9; 22,17). In de christelijke traditie wordt die relatie doorgetrokken tot de individuele christen.
Misschien denk je: ik, bruid van Christus, daar kan ik niets mee. Let dan vooral op de liefdesrelatie: Christus houdt van jou en hoopt op jouw liefde, van hart tot hart, als een verbond voor altijd. Een bruiloft suggereert ook: het is iets nieuws, iets veelbelovends.
Broeder/zuster:
Jezus is onze broeder – wij hebben immers dezelfde Vader. Jezus leert ons hoe we kind van die Vader kunnen zijn; hoe we aan die Vader kunnen vragen wat we nodig hebben en hoe we kunnen doen wat de Vader wil. En door met de Vader te leven worden we meer zuster en broeder van Jezus.
Moeder:
net als Maria, de moeder van Jezus, mogen wij Jezus, Gods Woord, in ons hart ontvangen, het koesteren, het een kans geven om in ons te groeien, en het ter wereld brengen door ons doen en laten. Onder andere op dat gebied waarop we een bijzondere roeping hebben (verpleegkundige, ouder, organisator, musicus, gastvrouw etc.).
Meditatie

Misschien kun je één van de genoemde relaties met Jezus kiezen; probeer dan terwijl je rustig zit die verbondenheid met Jezus te voelen.

Woensdag 23 september 2009 (Pater Pio) / Behoed en gezonden

Lezingen van de dag: Ezra 9,5-9 / Lucas 9,1-6

In de eerste lezing uit het boek Ezra zien we dat Ezra diep in de put zit. Ezra is een priester en schriftgeleerde die veel zorg had voor de Joodse eredienst toen de ballingen vanuit Babel waren teruggekeerd. Hij is ontdaan als hij hoort hoe er tegen de Wet van Mozes gezondigd is. En dit, terwijl het volk door God voortdurend bewaard en behoed is. Zijn houding is een houding van diep berouw. Hij richt zich dan, namens het hele volk, in gebed tot God, spreekt zijn berouw uit en benoemt alles wat God voor het volk gedaan heeft: Hij heeft een rest van ons overgelaten, ons een houvast gegeven in zijn heilige plaats, onze ogen weer het licht doen zien. God is een behoedende God, ondanks de fouten van het volk. Hij is zelf licht. In het gebed van Franciscus bij het Onzevader geeft hij zich over aan de Vader, die licht en liefde en enkel goedheid is. En in de zegen voor broeder Leo bidt Franciscus dat de Heer broeder Leo mag behoeden.

Uit het Gebed bij het Onzevader

1 O, onze allerheiligste Vader,
onze schepper, verlosser, trooster en redder.
2 Die in de hemel zijt,
in de engelen en heiligen.
Gij verlicht hen tot kennis, omdat Gij, Heer, licht zijt;
Gij ontvlamt tot liefde, omdat Gij, Heer, liefde zijt;
Gij woont in hen en vervult hen tot gelukzaligheid,
omdat Gij, Heer, het hoogste goed zijt,
het eeuwige goed van wie al het goede voortkomt
en zonder wie er geen goed bestaat.

Uit de Zegen voor broeder Leo

1 De Heer zegene u en behoede u.
Hij tone u zijn aanschijn en ontferme zich over u.
2 Hij kere zijn gelaat naar u toe en geve u vrede.
(Numeri 6,24-26)

kaarsje op de bijbel
Meditatie

Laat het beeld van licht in je doorwerken door je open te stellen voor Gods licht in je leven. Gods licht, dat er is, ook als je in duisternis bent, ook als je zelf in je leven duisternis verspreid zou hebben. En stel je open voor de zegenende en behoedende gave van de Ene die louter licht en liefde en leven is. Hij bemint je niet omdat je zo volmaakt bent, maar omdat je jij bent. Hij verlangt naar jouw wederliefde, ondanks alles wat er niet goed zou zijn. Keer je innerlijk en uiterlijk naar hem, en stel je open voor de vrede die hij je geven wil. Probeer dit alles toe te laten, de hele dag door. Keer er naar terug als je afdwaalt, durf ook te kijken naar hetgeen je in beslag neemt als je afdwaalt. Noteer wat er in jezelf opborrelt naar aanleiding van de meditatie.

Het evangelie van vandaag handelt over het uitgezonden worden zonder iets mee te nemen. Franciscus hoort het uitzendingsevangelie in Portiuncula, het kleine kerkje dat hij had hersteld. Hij vraagt de priester om uitleg en voert alles letterlijk uit. Dan gaat hij op tocht.

Stel je in je stille tijd open voor de inhoud van je roeping en je zending. Misschien ben je er je nooit zo van bewust geweest dat roeping en zending bij elkaar horen. Zending is meer dan verkondiging. Het is je leven leven met de gaven die je gekregen hebt, mede tot heling, opbouw en vreugde van anderen en om eer te geven aan hem die je dat alles geschonken heeft. Franciscus noemt dat: teruggeven.

Donderdag 24 september 2009: Wie is Jezus?

Lezingen van de dag: Haggai 1,1-8 / Lucas 9,7-9

In Lucas 7,9 staat dat Herodes Jezus te zien wilde krijgen. In 23,8 zal hij Jezus inderdaad te zien krijgen, hij is dan blij en hoopt een wonder te zien, maar het loopt heel anders. Op deze manier naar Jezus kijken doet ook geen recht aan wie hij is.

Ook Clara spreekt over het zien (aanschouwen) van Christus. Ze heeft een innige relatie met Jezus en bemoedigt Agnes van Praag ook in zo’n relatie te leven:

Uit een brief aan Agnes van Praag

9 Waarlijk gelukkig is
wie deel krijgt aan dit heilige gastmaal
om zich van ganser harte aan Hem te hechten.
10 Zijn schoonheid bewonderen zonder ophouden
alle zalige heerscharen van de hemel.
11 Zijn liefde wekt liefde;
Hem aanschouwen verkwikt;
zijn welwillendheid verzadigt;
12 zijn zoetheid schenkt vervulling;
Hem gedenken schenkt lieflijk licht;
13 zijn geur zal doden tot leven wekken;
naar Hem opzien in heerlijkheid
zal alle inwoners van het Jeruzalem van omhoog
zalig maken.
14 Want Hij is de afstraling van de eeuwige glorie
(vgl. Hebreeën 1,3),
de helderheid van het eeuwig licht
en een spiegel zonder smet
(Wijsheid 7,26).
15 Kijk iedere dag in deze spiegel…

Vierde brief aan Agnes, 9-15a

spiegel

Welke roeping we ook gekregen hebben, altijd hoort daar een relatie met Jezus bij. In die relatie mogen we Jezus leren kennen en voortdurend beter leren kennen. En andersom: in die relatie leert Jezus ons steeds meer hoe we onze roeping kunnen beleven. Heb je de roeping om met kinderen om te gaan, dan kun je zien hoe Jezus met kinderen omgaat. Heb je de roeping om anderen uitleg te geven over de Bijbel, dan kun je zien hoe Jezus dat doet. Als je mensen moet opvangen kun je zien hoe Jezus mensen uitnodigt bij hem te komen.

Jezus is als een boek dat je nooit kunt uitlezen; steeds komt er een nieuw hoofdstuk. Of, zoals Clara het zegt: Jezus is als een spiegel waar je elke dag in kunt kijken.

Ook vanuit de beslommeringen van het dagelijkse leven kun je naar Jezus kijken. Als je teleurgesteld bent, kun je zien hoe Jezus met teleurstelling omgaat. Als je geen liefde kunt opbrengen voor iemand aan wie je je ergert, kun je Jezus vragen hoe hij het klaarspeelt van die ander te houden. Als je moe bent kun je bij Jezus verkwikking vinden. Als je mensen moet opvangen kun je zien hoe Jezus dat doet.

Meditatie

Je kunt vandaag tijd nemen om vanuit je eigen roeping en je eigen situatie naar Jezus te kijken. Misschien kan een Bijbeltekst of een afbeelding je helpen. Misschien heb je geen woorden of afbeeldingen nodig.

Vrijdag 25 september 2009: Houd goede moed

Lezingen van de dag: Haggai 1,15b-2,9 / Lucas 9,18-22

De profeet Haggai treedt op als de ballingen al twintig jaar teruggekeerd zijn, maar de tempel nog opgebouwd moet worden. We gaan dus een paar stappen terug in de tijd. (Dinsdag en woensdag lazen we in Ezra dat de tempel al weer wás opgebouwd).

Ook al zijn de ballingen al jaren teruggekeerd, ze zijn nog steeds niet echt aangekomen. Het leven is niet meer wat het zou moeten zijn. Zeker niet nu de tempel, het hart van hun eredienst, nog niet is herbouwd. Haggai komt hen van Godswege bemoedigen. Tot driemaal toe lezen we dat in de eerste lezing van deze dag.

Van Franciscus denken we misschien dat hij zo heilig was dat hij geen bemoediging nodig had. Toch ondervond Franciscus, juist bij het concreet uitvoeren van zijn roeping, regelmatig tegenstand van broeders die hem te streng vonden en daarom andere wegen wilden gaan. Hij trok zich dan terug in gebed, net zolang totdat hij weer nieuwe moed had gekregen.

Ik lees voor uit ‘Wijsheid van een arme’ van Eloi Leclerc (korte citaten van blz. 40, 42 en 43). Het is een gefingeerd gesprek tussen Franciscus en Clara. Hij wordt door haar bemoedigd. Bemoediging ontvangen we soms in het gebed, maar vaak ook door mensen.

Franciscus had zelf bemoediging nodig, maar hij bemoedigde ook anderen, onder andere broeder Leo. Broeder Leo was priester en vertrouwensman van Franciscus. Ook zijn secretaris. Toen Leo het moeilijk had schreef Franciscus een klein bemoedigend briefje dat bewaard is gebleven en in Spoleto te bezichtigen is.

Brief aan broeder Leo

1 Broeder Leo,
je broeder Franciscus wenst je heil en vrede.
2 Zo zeg ik je, mijn zoon, als moeder:
alles wat wij onderweg besproken hebben,
regel ik beknopt in deze uitspraak
en ik geef je de raad
– en je hoeft om raad niet naar mij toe te komen,
want ik geef je deze raad –:
3 als je een of andere manier beter vindt
om aan de Heer God te behagen
en zijn voetspoor en armoede te volgen,
doe dat dan met de zegen van de Heer God
en in gehoorzaamheid aan mij.
4 En als het voor je ziel noodzakelijk is
en je voor een andere bemoediging
opnieuw naar mij wilt komen,
kom dan.

Meditatie

Laat het stil worden in jezelf. Laat alles wat er aan zorgen bij je boven komt los, niet krampachtig. Het mag er gewoon zijn, maar leg het in de hand van de Ene die zorg voor je draagt, die je geroepen heeft en je altijd zal bewaren.

nood aan bemoediging

Zaterdag 26 september 2009: Open, niet ommuurd

Lezingen van de dag: Zacharia 2,5-9a + 14-15a / Lucas 9,43b-45

In Bijbelse tijden moest een stad ommuurd zijn, ter bescherming tegen vijandelijke legers en wilde dieren. Vandaag horen we in Zacharia 2,8 een verbijsterende boodschap: ‘Jeruzalem moet open blijven, niet ommuurd’. Het volgende vers geeft aan hoe dat mogelijk zal zijn: ‘Ik zelf, zo luidt de godsspraak van de Heer, zal rondom haar een muur van vuur zijn.’

Jezus leeft ook onommuurd, met alle gevaren van dien. Zoals hij zelf in de evangelielezing van vandaag zegt, zal hij overgeleverd worden in de handen der mensen. Het loopt uit op zijn dood, maar in deze dood mag hij de bescherming van zijn Vader ervaren.

Franciscus’ roeping was het om net als Jezus open, niet ommuurd te leven. Hij heeft geen huis, geen bezittingen, niets om zich mee te omgeven, om afgedekt te zijn. Hij is open, benaderbaar, en rekent op Gods bescherming en hulp. In de Regel van 1223 schrijft hij:

Uit de Regel van de Minderbroeders

1 De broeders mogen zich niets toe-eigenen,
geen huis, geen verblijfplaats, helemaal niets.
2 En als pelgrims en vreemdelingen in deze wereld
(vgl. 1 Petrus 2,11)
die in armoede en nederigheid de Heer dienen,
kunnen zij vol vertrouwen aalmoezen gaan vragen.

Regel van de minderbroeders 6,1-2

Meditatie

Wanneer heb je Gods bescherming en hulp bijzonder mogen ervaren? Op welke punten zou je nog meer op zijn bescherming en hulp kunnen rekenen? Heeft dit vertrouwen op God ook te maken met je eigen roeping?

Zondag 27 september 2009 / 26ste zondag door het jaar B: Gods Geest op ieder

Lezingen van de dag: Numeri 11,25-29 / Jakobus 5,1-6 / Marcus 9,28-43 + 45 + 47-48

In de eerste lezing zegt Mozes: ‘Ik zou willen dat heel het volk profeteerde en dat de Heer zijn geest op hen legde’. In Handelingen 2,3 begint dit in vervulling te gaan: Gods Geest komt over iedereen die in het bovenvertrek aanwezig is. Christen zijn is leven vanuit de Geest. Voor Franciscus en Clara is dat ook een realiteit:

images-3

Uit de Regel van de Minderbroeders (vgl. de Regel van Clara)

8 Maar de broeders moeten voor ogen houden
boven alles te verlangen
de Geest van de Heer en zijn heilige werking te bezitten,
9 steeds tot Hem te bidden met een zuiver hart,
nederig en geduldig te zijn bij vervolging en ziekte
10 en hen lief te hebben
die ons vervolgen, verwijten maken en beschuldigen.
Want de Heer zegt:
‘Heb je vijanden lief
en bid voor wie je vervolgen of vals beschuldigen.
(vgl. Matteüs 5,44 par.)
11 Gelukkig wie vervolging lijden
omwille van de gerechtigheid,
want hun behoort het koninkrijk der hemelen.
(Matteüs 5,10)
12 Wie volhardt tot het einde,
die zal gered worden.’
(Matteüs 10,22)
Regel van de minderbroeders, hoofdstuk 10 (vgl. Regel van Clara 10,9-13)

Meditatie

Om naar je roeping te kunnen leven heb je Gods Geest nodig. ‘Geest’ is een vertaling van het Hebreeuwse ruach en van het Griekse pneuma. Beide betekenen bewegende lucht: wind of adem. God ademt in jou. Probeer in je adem Gods adem te voelen. Als je inademt mag je Gods liefdevolle adem ontvangen, als je uitademt mag je Gods liefdevolle adem aan de wereld doorgeven. Met die adem kun je iedereen vergeven, je vijanden liefhebben, nederig en geduldig zijn in alle omstandigheden, volharden tot het einde.

Naar HOME

Teksten van de retraite van juni 2009

motto: Gelukkig zij die zich arm weten voor God

Maandag, 8 juni 2009: De rijkdom van de armoede

Lezing van de dag: Matteüs 5, 1-6

Bij het thema van vandaag hebben we een tekst gekozen uit de eerste brief van Clara van Assisi aan Agnes van Praag, een rijke koningsdochter die in de voetsporen van Franciscus en Clara wilde lopen, samen met andere jonge vrouwen. Clara is al twintig jaar in San Damiano. Agnes is pas achttien jaar.
Clara is vol van het ideaal van de armoede. Ze heeft er veel over nagedacht. Niet de armoede als zodanig, maar de armoede als navolging van Christus die arm was van kribbe tot kruis.
In de volgende tekst bezingt Clara deze armoede, die ze al zoveel jaren als grote rijkdom ervaren heeft:

15 O zalige armoede:
aan wie haar liefhebben en omhelzen,
geeft zij eeuwigdurende rijkdom.
16 O heilige armoede:
aan wie haar bezitten en naar haar verlangen,
belooft God het rijk der hemelen
(vgl. Matteüs 5,3)
en schenkt Hij zonder twijfel
de eeuwige glorie en het zalige leven.
17 O liefdevolle armoede:
de Heer Jezus Christus,
die regeerde en nog steeds regeert over hemel en aarde
en die sprak en het was er.
(Psalmen 33,9; 148,5)
heeft zich gewaardigd haar boven alles te omhelzen.vos
18 De vossen immers, zegt Hij, hebben holen
en de vogels van de hemel nesten
maar de Mensenzoon, Christus,
heeft niets waar Hij zijn hoofd neer kan leggen.
(vgl. Matteüs 8,20)
Maar Hij boog het hoofd en gaf de geest.
(Johannes 19,30)
19 De Heer die zo groot en machtig is,
wilde in de maagdelijke schoot komen
en veracht, behoeftig en arm in de wereld verschijnen,
20 opdat de mensen, die zo arm en behoeftig waren
en die zo’n grote behoefte hadden aan hemels voedsel,
in Hem rijk zouden worden gemaakt
door het bezit van het rijk der hemelen.
(vgl. 2 Korintiërs 8,9)

Meditatie

Probeer de tekst te langzaam te lezen en op je in te laten werken.
Word stil bij een woord dat je raakt. Pauzeer erbij. Niet lezen om het gedaan te hebben, maar lezen vanuit een openheid om je te laten raken. Dat vraagt om een diepe stilte, om pauzes, om herlezen, om proeven en smaken.
Misschien werkt het anders bij jou. Mogelijk kun je niet overweg met het taalgebruik, of je vindt Clara te enthousiast. Probeer boven het taalgebruik te staan en te voelen wat Clara ten diepste bedoelt. Stel jezelf open voor datgene wat er voor jou als uitnodiging in zit. Jij bent jij, en je hoeft niet als Clara te zijn.

Ricky

Dinsdag, 9 juni 2009: Zout, licht

Lezingen van de dag: 2 Korintiërs 1,18-22 / Matteüs 5,13-14

In Matteüs 5,13-14 zegt Jezus tegen zijn leerlingen dat ze het zout van de aarde en het licht van de wereld zijn. Niet dat ze het moeten zijn – ze zijn het al. Juist omdat ze alles wat ze zelf hadden, losgelaten hebben, en zich verbonden hebben met Jezus.

De ‘aarde’ en de ‘wereld’ zijn de mensen. Wij mensen hebben zout en licht nodig om te kunnen leven. Ook voor ons geestelijk leven hebben we zout en licht nodig. Ieder die arm is van zichzelf en met Jezus verbonden is, is zout en licht voor andere mensen.

Franciscus is zich ervan bewust dat hij en zijn broeders ten dienste van de wereld staan. Hij schrijft bijvoorbeeld in de Regel van 1221 (hoofdstuk 14):

1 Wanneer de broeders door de wereld gaan,
mogen zij voor onderweg niets meenemen,
geen beurs, geen reistas,
geen brood, geen geld en geen stok.
(vgl. Matteüs 10,9-10)
2 En in ieder huis dat zij binnengaan,
zeggen zij eerst: ‘Vrede voor dit huis.’
(vgl. Matteüs 10,13)
3 En zolang zij in hetzelfde huis blijven,
mogen zij eten en drinken wat die mensen in huis hebben.
4 Zij mogen zich niet verzetten tegen wie hun kwaad doen,
maar ze moeten wie hen op de ene wang slaat,
ook de andere toekeren.
5 En ze mogen wie hun het bovenkleed afneemt
ook hun onderkleed niet weigeren.
(Matteüs 5,40)
6 Ze moeten geven aan ieder die hun iets vraagt
en mogen niet terugvragen van wie hun iets afneemt.
(Matteüs 5,42)

licht

Meditatie-mogelijkheden:

Voel je vrij om op je eigen manier te mediteren. Hier volgen slechts enkele wenken; ze zullen voor de een hanteerbaar zijn, voor de ander niet.

- Lees deze tekst enkele keren. Lees eventueel Matteüs 5,13-14 of de Matteüsteksten waarop Franciscus zinspeelt: Matteüs 10,9-13; Matteüs 5,40-42. Lees niet te veel; neem één tekst en ga dan in de diepte.

- Hoe raakt deze tekst je? Voel je bij bepaalde gedeelten kracht, bemoediging, zout, licht? Of voel je juist een afkeer? Probeer op te schrijven wat deze woorden je doen. Probeer het tegen God te zeggen.

- Wees stil en luister. Misschien komt er een woord naar boven; je kunt het opschrijven. Schrijf ook op wat dat woord je weer doet; probeer het weer tegen God te zeggen. Misschien vallen alle woorden weg en ben je in alle eenvoud bij God.

Jan

Woensdag, 10 juni 2009: Een stap verder

Lezingen van de dag: 2 Korintiërs 3,4-11 / Matteüs 5,7-19

(Lees eerst 2 Korintiërs 3,4-11)

In de Schriftlezingen van vandaag lijkt het erop dat we met tegenstellingen te maken hebben. De tegenstelling van dood en leven. Elke tegenstelling vraagt als het ware om een oplossing, want we zijn tot eenheid geroepen.

Toen de Tora, de Wet van Mozes, gegeven werd op de Sinaï, heeft het volk Israël die Wet aanvaard als een geschenk, een hulpmiddel om beter te kunnen leven, een handleiding. Het volk was er blij mee. Maar later is datzelfde volk de Wet boven het leven gaan stellen. De verhoudingen werden omgedraaid. De vervulling van alle regeltjes werd hoofddoel. Zo was de Wet niet bedoeld. De Wet bracht op deze manier de ‘dood’. Het volk moest zich toen opnieuw omkeren en weer leren kijken naar de originele bedoeling ervan. En de bedoeling was LEVEN.

‘Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend’, lezen we in de tweede brief aan de Korintiërs. Het is de Geest die leven kan brengen, daar waar de dood is binnengeslopen. Dat is de weg die ieder mens te gaan heeft, dat is de stap naar verder: ons openstellen voor de Geest.

Franciscus haalt in zijn zevende Wijsheidsspreuk (vroeger Vermaning genoemd) de tekst over dit onderwerp uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs aan:

1 De apostel zegt: ‘De letter doodt, maar de Geest maakt levend.’ (2 Korintiërs 3,6)
2 Dood door de letter zijn zij
die slechts de woorden willen kennen
om tussen de mensen als wijzer te kunnen doorgaan
en grote rijkdom te verwerven,
die ze dan uitdelen aan hun verwanten en vrienden.
3 En dood door de letter zijn die religieuzen
die de Geest van de Heilige Schrift niet willen volgen,
maar er vooral op uit zijn
alleen maar de woorden ervan te kennen
en aan anderen uit te leggen.
4 Levend gemaakt door de Geest van de Heilige Schrift zijn zij
die iedere letter die ze kennen of willen kennen,
niet aan zichzelf toeschrijven,
maar deze door woord en voorbeeld
aan de allerhoogste Heer God teruggeven,
van wie al het goede is.

Voor Franciscus waren woorden uit de Bijbel net zo min meteen helder als voor ons. Al mediterend leerde hij steeds beter verstaan wat ermee bedoeld werd. Dit gebeurde door zijn grote openheid voor de werking van de Geest. Nooit schreef Franciscus iets aan zichzelf toe.

duif

Meditatie

- Je kunt op eigen wijze je meditatie invullen. Of beter nog: in laten vullen.

Maak het stil in jezelf en laat de Geest zijn werk doen. Hij werkt met zachtheid en zonder dwang, zonder ‘Je moet…’. Als het je helpt, zou je daarbij een Schriftwoord mee kunnen nemen op je adem, in openheid voor de Geest die er leven in kan blazen. De inspiratie die je daaraan opdoet, mag in de vorm van dank weer naar hem terugstromen.

- Vind je zo’n stille meditatie te moeilijk, dan kun je ook proberen je eerst te richten op je eigen actieve leven en eens te kijken waar je problemen hebt met een bepaalde regel. Misschien heb je al vaak naar oplossingen gezocht en ben je er niet uitgekomen. Je zou nu, vanuit dat concrete gegeven, stil kunnen worden om je te laten leiden door de Geest naar een nieuwe wijze van omgaan met diezelfde regel. Je gedachten erover loslaten en je openstellen voor de leiding van de Geest.

Ricky

Donderdag, 11 juni 2009: ‘Carrière’ met God

Lezingen van de dag: Handelingen 11,21b-26 + 13,1-3 / Matteüs 10,7-13

We vieren vandaag het feest van de H. Barnabas. In het Bijbelboek ‘De handelingen van de apostelen’ (kortweg ‘Handelingen’) kunnen we zien wat voor ‘carrière’ hij maakt:

- Handelingen 4,36-37: hij verkoopt zijn akker en brengt de opbrengst naar de apostelen.

- Handelingen 9,27: hij steekt zijn nek uit om voor Saulus op te komen

- De twee stukjes die we vandaag uit Handelingen lezen: verdere stappen in zijn rol binnen de jonge kerkgemeenschap.

- Handelingen 13-14: zijn missiereis, samen met Saulus (Paulus). Samen stichten ze nieuwe gemeenten. Samen beleven ze allerlei tegenslagen. Zo moeten ze enkele keren vluchten.

- Handelingen 15: samen met Paulus is hij op de kerkvergadering van Jeruzalem. Hij wordt dan wederom samen met Paulus, uitgezonden om de beslissingen mee te delen in Antiochië.

- Handelingen 15,39: Barnabas en Paulus kunnen het niet eens worden. Ze gaan dan uiteen; Barnabas gaat met Marcus op pad. Wat daarna met Barnabas gebeurde weten we niet.

In het leven van Franciscus van Assisi zien we ook een hele ontwikkeling: hoe hij eerst als rijke koopmanszoon leefde, hoe hij stap voor stap ertoe kwam alle bezit weg te doen en Jezus te volgen in diens armoede, hoe hij anderen ook op dat pad bracht, en allerlei moeilijkheden die zich daarbij voordeden. Ook bij Clara zien we een ontwikkeling: hoe zij door haar contact met Franciscus ertoe kwam hem te volgen; hoe anderen zich bij haar aansloten, hoe zij met veel moeite goedkeuring kreeg voor haar levenswijze. De twee ontwikkelingen zien we bij elkaar in Clara’s Testament, waar zij schrijft:

9 Want toen de heilige [Franciscus] zelf nog geen broeders of gezellen had,
vrijwel onmiddellijk na zijn bekering,
10 werd hij, terwijl hij de kerk van San Damiano aan het bouwen was,
waar hij geheel en al
door een goddelijke vertroosting werd bezocht,
ertoe gedreven de wereld helemaal te verlaten.
11 Daar heeft hij toen
door een grote vreugde en verlichting van de Heilige Geest
over ons voorzegd
wat de Heer later in vervulling deed gaan.
12 Want hij ging in die tijd
op de muur van de genoemde kerk staan
en in het Frans zei hij met luide stem
tegen enkele arme mensen
die zich hier in de buurt ophielden:
13 ‘Kom en help mij bij het werk
aan het klooster van San Damiano
14 want hier zullen voortaan vrouwen verblijven;
door hun vermaarde leven en heilige levenswijze
zal onze hemelse Vader verheerlijkt worden
(vgl. Matteüs 5,16)
in heel zijn heilige kerk.’

Als je met God verbonden leeft, zul je ook allerlei ontwikkelingen meemaken: mooie dingen, moeilijke dingen, soms heel bittere dingen.

stapstenen

Suggestie voor de meditatie:

Welke ‘carrière’ heb je zelf doorgemaakt met God? Wanneer kreeg je een diepere relatie met God? Heb je ter wille van die relatie ook dingen losgelaten? Wat heb je vanuit God mogen doen? Wat voor ups en downs heb je daarin meegemaakt? Waar sta je nu?

Misschien kom je ertoe God te danken voor dit alles. Misschien ontdek je dat je over bepaalde moeilijke punten nog veel verdriet hebt – probeer het uit te spreken naar God (en probeer te verstaan wat God antwoordt). Misschien ga je nu veel dieper de lijn zien die door heel je leven loopt. Misschien krijg je meer inzicht in hoe je verder kunt gaan.

Jan

Vrijdag, 12 juni 2009: De inhoud van de pot

Lezingen van de dag: 2 Korintiërs 4,7-15 / Matteüs 5, 27-32

Vandaag trakteert Paulus ons op een schat. Maar die schat zit wel verborgen in een breekbare pot. Hij schrijft over de breekbaarheid van zichzelf, over alles wat hij heeft meegemaakt en hoe hij er toch telkens weer uit is gekomen.

Wat is die pot? En waaruit bestaat die schat in de pot? Zijn wij het zelf? En wat is er zo kostbaar in onszelf? Waar zijn we rijk mee? Paulus zegt dat uit die breekbaarheid van ons, evenals uit de breekbaarheid van Jezus, nieuw leven opgewekt wordt. Als dat nog geen schat zou zijn!

Clara heeft in haar derde brief aan Agnes van Praag een prachtig stukje geschreven. Zij gaat nog een stapje verder dan Paulus. De laatste schrijft dat er nieuw leven voortkomt uit het lijden. Clara schrijft dat God zelf in ons woont. Dit is een groot geheim en wel de grootste schat die maar denkbaar is. Clara is vol bewondering voor dat geheim en geeft dat door aan Agnes, en aan ons.

21 Zie hoe duidelijk dit is:
door Gods genade
is de ziel van de gelovige mens,
het waardigste van de schepselen,
groter dan de hemel.
22 Want de hemelen samen met alle andere schepselen
kunnen de Schepper niet bevatten
(vgl. 1 Koningen 8,27 en 2 Kronieken 2,5);
alleen de ziel van de gelovige is zijn woning en zetel,
en dit alleen door de liefde…
23 Want zo spreekt de Waarheid:
‘Wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader bemind worden;
ook ik zal hem beminnen
en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen’
(Johannes 14,21 en 23).

images-4

Meditatie

In diezelfde brief is het Clara zelf die ons vandaag een meditatie aanreikt bij ons dagthema. Kijk eens in hoeverre je in staat bent om jezelf in Gods wezen te plaatsen, zoals er in vers 13 staat en omgekeerd: in hoeverre je hem in je eigen innerlijk kunt ervaren. Hij wonend in jou, het is een niet te bevatten mysterie, maar misschien mag je in je diepste stilte iets van die schat ervaren.

12 Plaats je geest in de spiegel van de eeuwigheid,
plaats je ziel in de afstraling van de heerlijkheid,
13 plaats je hart in het beeld van Gods wezen
(vgl. Hebreeën 1,3)
en vorm jezelf geheel om
door de aanschouwing in het evenbeeld van zijn godheid
(vgl. 2 Korintiërs 3,18).
14 Zo zul je zelf ervaren wat zijn vrienden ervaren
door die verborgen zoetheid te smaken
die God vanaf het begin
bewaard heeft voor wie Hem liefhebben.

Ricky

Zaterdag, 13 juni 2009: Een blijde boodschapper

Lezingen van de dag: Jesaja 61,1-3a / Lucas 10,1-9

Op dit feest van de H. Antonius van Padua lezen we Jesaja 61,1-3a, over het brengen van de blijde boodschap. Je kunt dat alleen doen vanuit Gods Geest; theologie kan helpen maar kan nooit het hele werk doen. Hoe meer je je eigen gedachten afgegeven hebt, hoe ontvankelijker je bent voor Gods Geest.

De Geest legt een diepe blijdschap in je, een blijdschap die blijft, ook al zijn er tegenslagen en moeilijkheden.

Een blijde boodschap brengen kun je alleen als je een blijde boodschapper bent!

Franciscus gaf Antonius schriftelijk toestemming om theologie te onderwijzen aan de broeders, ‘ als u maar bij dit onderricht de geest van gebed en toewijding aan God niet uitblust, zoals in de regel staat’ (zie Franciscus van Assisi, De Geschriften, pag. 168).

Uit de preken van Antonius van Padua

1 De Zoon is het gezicht van de Vader.
Zoals wij iemand kennen aan zijn gezicht,
zo kennen wij de Vader door de Zoon.
2 De Vader laat ons door Christus,
als door een kanaal,
genade toestromen.
Daarom zegt de Kerk aan het slot van haar gebeden:
‘Door Jezus Christus, uw Zoon,
die met U leeft en heerst
in de eenheid van de heilige Geest,
in de eeuwen der eeuwen. Amen’.
3 God zendt ons de Trooster
in naam van de Zoon,
dat wil zeggen ter verheerlijking van de Zoon,
om de heerlijkheid van zijn Zoon te ervaren.

Bidden met Antonius, pag. 62

antonius-van-padua

Handreiking voor de meditatie

Heb je ooit ervaren dat God je blij maakte? Zo ja, probeer zo’n ervaring opnieuw te beleven.
Zo nee, vraag dat God je iets van zijn blijdschap laat ervaren.
Zeg eventueel tegen God wat de omstandigheden zijn die maken dat je je niet blij voelt. Vraag God hoe jij daarin blijdschap mag ervaren.

Jan

Zondag, 14 juni 2009: Verbonden

Lezingen van de dag: Exodus 24,3-8 / Hebreeën 9,11-15 / Marcus 14,12-16 + 22-16

We vieren vandaag Sacramentsdag. In het sacrament van de Eucharistie zijn we op een bijzondere manier met Christus verbonden. Franciscus had een speciale liefde voor de Eucharistie; hij spreekt er in zijn geschriften vaak over. Bijvoorbeeld in Wijsheidsspreuk 1, waarvan het slot luidt:

17 Dagelijks komt Hij zelf tot ons
en wordt zichtbaar als een nederige.
18 Dagelijks daalt Hij af uit de schoot van de Vader
(Johannes 1,18)
op het altaar in de handen van de priester.
19 En zoals Hij zich ooit aan de heilige apostelen
heeft laten zien in een echt lichaam,
zo laat Hij zich ook nu aan ons zien in heilig brood.
20 En zoals zij met de blik van hun lichamelijkheid
slechts zijn lichaam zagen
en toch geloofden dat Hij God is,
omdat zij met geestelijke ogen schouwden,
21 zo ook moeten wij,
die met lichamelijke ogen brood en wijn zien,
toch zien en vast geloven
dat zijn allerheiligste lichaam en bloed levend en echt is.
22 Op deze wijze is de Heer altijd bij zijn gelovigen,
zoals Hij zelf zegt:
‘Zie, Ik ben bij jullie tot aan de voleinding van de wereld.’
(Matteüs 28,20)

eucharistie

Suggestie

Probeer in alle eenvoud te genieten van de verbondenheid met Christus in de Eucharistie.

Jan

Bronnen:

Franciscus van Assisi, De Geschriften, Franciscaanse Beweging, Den Bosch en Uitgeverij J.H. Gottmer, Haarlem, 2004.
Clara van Assisi, Geschriften, leven documenten, Gottmer, Haarlem 1996.
Bidden met Antonius, samengesteld door dr. L.A.M. Goossens ofm, uitg. Werkgroep K.750, Utrecht 1982 (2e druk).
Foto’s: van internet, behalve de foto van de stapstenen.

Naar HOME

Teksten van de retraite van maart 2009

motto: Tot in eeuwigheid duurt zijn trouw

Hieronder vind je de franciscaanse teksten en overwegingen van de franciscaanse stille retraite van maart 2009, begeleid door Guus Wijnhoven ofm en Ricky Rieter

Thema: Geloven brengt genezing, genezende aanwezigheid

2 Koningen 5,1-15a Naäman wordt genezen

In de Regel van Clara wordt in hoofdstuk 4 iets gezegd over de kwaliteiten die een abdis moet hebben:

Zij zal degenen die door leed getroffen worden, troosten.
zij zal ook een laatste toevlucht zijn
voor hen die zwaar beproefd worden,
want als zij geen genezende hulp meer kan bieden,
zou de kwaal van de wanhoop bij de wankelmoedigen
de overhand kunnen krijgen.

Regel van Clara 4,12

In deze korte tekst van Clara komt het onderwerp van vandaag ‘Geloven en genezen’, aan de orde. Niet doordat er lichamelijke genezing optreedt, maar door de troostvolle aanwezigheid van Clara, die als een moeder de ernstig zieke zuster helpt om niet wanhopig te worden. Hier kan innerlijke genezing plaatsvinden vanuit de kracht van het geloof en het gebed.
Een retraite kan ook een vorm van innerlijk genezen worden als je je open kunt stellen in geloof voor alles wat er bij je binnenkomt. Dat kan op vele manieren: een woord, een blik, een tekst, een ingeving, een ervaring in de natuur, een gedicht…

Meditatie
Stel je open voor deze tekst (of de tekst uit een van de lezingen). Laat je raken en probeer daarbij te vertoeven. Daar waar je geraakt wordt heeft het iets met je eigen leven te maken. Genezing, in hoeverre heb je zelf genezing nodig? Wat betekent genezing voor jou? Waarvan wil je genezen? En hoe? Durf je je aan te laten raken? Door wie/Wie? Welke rol speelt het geloof daarbij? Verdwaal niet in redeneringen, maar probeer je over te geven in geloof.

Thema: God geeft om mensen, Hij is trouw

Daniël 3, 25.34-43 Een smeekgebed van Azarja
Matteüs 18,21-35 Van harte vergeven, telkens weer

Franciscus heeft een eigen tekst gemaakt bij het Onzevader. Wij hebben hier een klein stukje uitgenomen, passend bij het thema van vandaag:

En vergeef ons onze schulden
door uw onuitsprekelijke barmhartigheid,
door de kracht van het lijden van uw geliefde Zoon
en door de verdiensten en voorspraak
van de allerzaligste maagd
en van al uw uitverkorenen.
Zoals ook wij aan onze schuldenaars vergeven
en wat wij niet ten volle vergeven,
geef, Heer, dat wij het toch ten volle vergeven,
zodat wij omwille van U de vijanden waarachtig liefhebben,
voor hen toegewijd bij U ten beste spreken,
niemand kwaad met kwaad vergelden
en ernaar streven omwille van U in alles van nut te zijn.

Gebed bij het Onzevader 7 en 8

images-11Niet zeven maal, maar zeventig maal zeven maal vergeven, lezen we in het evangelie.
Vergeving is iets goddelijks; en die goddelijke gave wordt ook aan mensen toevertrouwd. We krijgen vergeving; en we kunnen anderen vergeving schenken.

Zo staat het ook in het gebed dat Jezus ons leerde. Franciscus mediteerde over dit gebed. Hij ziet vergeving als iets van God, maar mede bewerkt door menselijke bemiddelaars (Jezus, Maria, uitverkorenen). Hij beseft ook dat wij mensen beperkt zijn in de mate van vergeven; er blijft vaak een grote reserve achter aan wantrouwen, achterdocht, gevoel dat ons is tekort gedaan. Totale vergeving is kwaad met goed vergelden, meevoelen met de pijn dat de dader zichzelf tekort gedaan heeft.

Vergeving geeft toekomst; kans op nieuw en beter leven. Vergeven bevrijdt degene die in de schuld staat, maar het bevrijdt ook degene die tekort gedaan is, zodat hij of zij weer vrijuit kan leven. Fouten maken is menselijk, maar fouten herstellen door te vergeven dat is bovenmenselijk, iets waardoor God in ons werkt.

Meditatie
Je zou deze dag de zin uit het Onzevader: ‘Vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven’ eens mee kunnen nemen. Telkens herhalen en voelen wat er in jezelf gebeurt. Misschien zijn er wel mensen die je niet goed kunt vergeven. Probeer het gebed concreet te maken met personen die je moeilijk vergeven kunt in je gedachten.

Thema: Geroepen om te leven

Deuteronomium 4,1.5-9 Voorschriften als richtingwijzers ten leven
Matteus 5,17-19 Niet afschaffen maar tot vervulling brengen

106n007

de Tien Woorden

In beide lezingen van vandaag gaat het over voorschriften, regels. Franciscus en Clara hebben allebei een Regel geschreven, een aantal hoofdstukken met voorschriften waaraan men zich moet houden als men voorgoed bij de gemeenschap wil horen. Je moet deze Regels plaatsen in de tijd waarin ze leefden. Voor ons klinken veel voorschriften overdreven. Des te opvallender is het dat er in deze strenge Regels ook veel uitzonderingen staan. Hieruit blijkt hoe soepel Franciscus en (vooral) Clara met de Regel om konden gaan. Hier volgen enkele voorbeelden:

De abdis zal echter op verstandige wijze voor hun kleding zorgen
naargelang ieders gesteldheid
en naargelang plaats, tijd en koude streken,
zoals dit volgens haar oordeel nodig is.’

RegCl 2,17

Zij zullen het officie reciteren zonder zang.
En als zij om een goede reden
een keer hun getijden niet kunnen lezen
mogen zij zoals de andere zusters
het Onzevader bidden.

RegCl 3,1b-2

De zusters zullen altijd vasten
maar met Kerstmis, op welke dag dat ook valt,
mag hun tweemaal een maaltijd opgediend worden;
terwijl men aan degenen die jong zijn en zwak
of die buiten het klooster dienst doen
met barmhartigheid te eten zal geven -
volgens het oordeel van de abdis.
Maar in een tijd van duidelijke nood
zijn de zusters niet tot lichamelijk vasten verplicht.

RegCl 3,8-11

De zieke zusters mogen op strozakken liggen
en veren hoofdkussens hebben;
en wie wollen sokken en donsbedden nodig hebben
mogen die gebruiken.
Als deze zieke zusters bezoek ontvangen
van mensen die het klooster binnenkomen,
mogen ze zonder dat er iemand bij is
een kort en goed gesprek met hen hebben.

RegCl 8,17-19

Meditatie
Voel zelf in welke richting de stilte je leidt. Je zou bijvoorbeeld alleen al de woorden uit Deuteronomium: ‘Luister dan, Israël…’ op je adem mee kunnen nemen. En in plaats van het woord ‘Israël’ je eigen naam in kunnen vullen. Deze drie woorden zijn voldoende. Of je neemt de hele zin. Laat je gedachten los en luister, luister…

Thema: Jozefs vaderschap

2Samuël 7,4-5a.12-14a.16 Een huis ter ere van mijn Naam
Romeinen 4,13.16-18.22 Geloof geeft toekomst
Lucas 2,41-51a Omdat Jozef rechtschapen was

Vandaag wordt in de kerk het feest van St. Jozef gevierd, de ‘vader’ van Jezus. Wat maakte Jozef tot vader? Wat betekent het begrip ‘vader’?

In de Regel van 1221 schrijft Franciscus het volgende:

Jullie zijn allemaal broeders; noem niemand op aarde jullie vader, want één is jullie Vader, die in de hemel. Laat je ook geen leraar noemen, want één is jullie Leraar, die in de hemel. Als jullie in Mij blijven en mijn woorden in jullie blijven, vraag dan wat je wilt en het valt je ten deel. Waar er twee of drie in mijn naam bijeen zijn, daar ben Ik in hun midden. Weet wel, Ik ben met jullie tot aan de voleinding van de wereld. De woorden die Ik tot jullie gesproken heb zijn geest en leven. Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Laten wij daarom vasthouden aan de woorden, het leven, de leer en het heilig evangelie van Hem die zo goed is geweest voor ons tot zijn Vader te bidden en ons zijn naam te openbaren met de woorden: ‘Vader, verheerlijk uw naam en verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijkt. Regel 1221 23, 33-41

(Zie ook II Celano VII, 12 Hoe zijn vader en zijn broer Franciscus lastig vielen blz 35 en 36)

Abraham staat in de bijbel model voor vaderschap. Joden, moslims en christenen zien hem als de ‘vader van alle gelovigen’. Aan het geloof dankt hij zijn vaderschap. Het geloof gaf hem toekomst.

Dank zij zijn geloof mogen we Sint Jozef ook vader noemen. Hij gaf Jezus en Maria toekomst, leven.

Al in het Eerste Testament wordt de Eeuwige soms Vader genoemd. Jezus had een innige band met God die Hij zijn Vader noemde. Hij leerde ook zijn leerlingen bidden: ‘ Onze Vader…’.

Giotto: Franciscus geeft zijn kleren terug aan zijn vader en zegt maar één Vader meer te hebben

Franciscus had een problematische verhouding met zijn vader. Toen hij door zijn vader bij de bisschop van Assisi voor het gerecht werd gedaagd, gaf hij zijn vader alles terug, tot zijn kleren toe. Wijzend op de hemel zei hij: voortaan is Pietro Bernardone niet meer mijn vader, maar dat is de Vader die in de hemel woont.

Gods vaderschap was voor Franciscus zo uniek, zo hoog verheven, dat hij de titel vader voor mensen ongepast vond, zeker voor zijn leerlingen, want wij zijn allen zusters of broeders.

Meditatie
Vul zelf in, voelend van binnen uit waar je heengeleid wordt bij het thema ‘Vader’. Of spreek op je adem het woord Abba uit, stel je open voor zijn liefde.

Thema: Een liefdevolle God

Hosea 14,2-10 Ik ben het die naar hem omziet
Marcus12,28-34 Beminnen met geheel je hart

In de eerste lezing van vandaag zien we dat ook de God uit het Eerste Testament een God van mededogen en liefde is. Liefde is de kern van alles, vertelt ons het evangelie. Franciscus heeft dit begrepen. We lezen een stukje uit de Regel van 1221:

Laten wij allen
met heel ons hart, met heel onze ziel,
met heel ons verstand,
met heel onze kracht en sterkte,
(vgl. Mt 22,37)
met heel ons inzicht en al onze vermogens
met heel onze inzet,
met heel ons gevoel en alle tederheid,
met al onze wensen en verlangens
de Heer God beminnen,
die heel het lichaam,
heel de ziel en heel het leven aan ons allen
gegeven heeft en geeft;
die ons geschapen en verlost heeft…

1RegMB 23,8a

Meditatie
Probeer in je meditatie je open te stellen voor Gods liefde en laat de jouwe terugstromen. Je kunt deze stroming verbinden met je ademhaling. Ontvangen bij de inademing, uit laten stromen bij de uitademing.

Thema: Wat is ware eredienst?

Hosea 6,1-6 Vroomheid wens Ik, geen offergaven
Lucas 18,9-14 De nederige vindt gehoor bij God
Bij het thema van vandaag heeft Franciscus een wijs woord geschreven:

Gelukkig wie arm van geest zijn,
want hun behoort het koninkrijk der hemelen.
Veel mensen leggen zich toe
op gebeden en liturgische diensten
en doen hun lichaam veel verstervingen en kwellingen aan,
maar zij zijn meteen geërgerd en opgewonden
over een enkel woord dat een belediging van hun ego lijkt,
of over iets dat hun afgenomen wordt.
Zij zijn geen armen van geest.
Wie echt arm van geest is,
kiest niet voor zichzelf
en heeft lief wie hem op de wang slaat.
Wijsheidsspreuk 14 De armoede van geest

De profeten uiten stevige kritiek op tempeldienst en offercultus. In hun lijn staat ook Jezus gereserveerd, zo niet afwijzend, tegenover wettische, formalistische religieuze praktijken. Jezus ziet eredienst niet louter als iets verticaals, op God gericht zijn, maar ook horizontaal: eredienst moet mensgericht zijn.

Het is een verenging als we eredienst beperken tot officiële kerkelijke liturgie. Liturgie vraagt ook om diaconie en om verkondiging. Bij liturgie gaat het niet zozeer om het uiterlijke, maar om het innerlijke. Ware liturgie is gemeenschapsvormend. Het gaat om gebed én actie. Om woord én daad. Om God én mens.

Meditatie
Arm van geest. Probeer niets krampachtig vast te houden. Laat alles los in je uitademing. De inademing komt vanzelf. Dat is een geschenk. In de uitademing kun je je dankbaarheid laten stromen of je geeft in je uitademing door wat je gekregen hebt. Arm van geest: niets is je eigendom, ook je adem niet. Geef alles weer terug. Franciscus’ leven was één en al teruggave. Ook wij mogen teruggeven met het geschenk van onszelf.

Zegen van Franciscus voor Broeder Leo

De Heer zegene en behoede u.
Hij tone u zijn aanschijn en ontferme zich over u.
Hij kere zijn gelaat naar u toe en geve u vrede
(Numeri 6,24-26)
Moge de Heer jou zegenen, broeder Leo

Moge Gods zegen ook rusten op ons en op ieder die, op welke wijze dan ook, deelgenomen heeft aan deze retraite.

Guus Wijnhoven en Ricky Rieter

Naar HOME