Inhoudsopgave
De gedichten staan op alfabetische volgorde van de titel. Klik op de titel om snel bij het gedicht te komen.
- De bron
- Ricky Rieter
- Drieluik rond Pinksteren
- Bert van der Linden
- Heilige Vrouwe
- Bert van der Linden
- Herfst
- Ricky Rieter
- Kloosterstilte
- Bert van der Linden
- Lectio divina
- Bert van der Linden
- Lichtend spoor
- Ida Gerhardt
- Roeping
- Christa Peikert-Flaspöhler; vertaling Paul Begheyn SJ
- Roos van Jericho
- Ricky Rieter
- Stiller dan stil…
- Ricky Rieter
- Wonen, waar en hoe?
- Ricky Rieter
- Ziel, zoeken moet je jezelf in Mij…
- Teresa van Avila
***
Inleiding
Op verschillende plaatsen vind je op onze site een gedicht, soms naar aanleiding van een thema in de retraite, soms naar aanleiding van iets wat een van de retraitanten ons heeft aangereikt, of naar aanleiding van een actueel onderwerp. Deze gedichten hebben we op één pagina verzameld en er een klikmogelijkheid bijgemaakt, waardoor elk gedicht gemakkelijk te vinden is. Het zal minder tijdrovend zijn om de plaats te ontdekken waar een bepaald gedicht staat.
Een gedicht, langzaam gelezen, kan tot meditatie worden. Het geeft met weinig woorden datgene weer wat groter is dan de woorden.
Een gedicht is niet om te verorberen, maar om er met kleine beetjes van te proeven en er stil bij te worden zodat het dieptewerking krijgt in degene die het in zich opneemt.
***
De bron
De bron
ligt diep verborgen
in mijn eigen aarde
Ik hoor haar wel
maar zie haar niet
Ik zit en wacht
De bron slaapt
in mijn eigen schoot
een lange nacht
Word wakker
bron van leven
de vogels fluiten
’t is dag!
Ik zit bij de bron:
die van de nacht
en die van de dag
en wacht!
Ricky Rieter
Drieluik rond Pinksteren
1. psalmodie
ik droom mij blinder
dan versluierd licht
stem harp en luit
tot vrome bede
schouw deemoedig
Sions heuvels
beween het verloren
vergezicht
2. de wind die waait
verholen doch scheppende Geest
waai als wind weer vrij
zing Uw bruisend lied in alle talen
over liefde, vurige liefde
verrijs uit stof naar licht
voor wie dood geen duister einde is
louter een doorgang naar U
Gij allesomvattende Geest
3. ontloken
hoe angstig waren wij
tot Gij ons met vurige tongen
spreken liet
hoe bevlogen jubelden wij
een klare hymne
zongen wij Uw woorden van
recht en vrede
gaandeweg in ons ontketend
onstuimig de wereld in
bert van der linden
Heilige Vrouwe
in die stille, sobere kapel
trof mij haar toegewende blik
onder flakkerend licht bedolven
vloeide iets van heimwee
naar oude geuren en vrome
gezangen
hier, op het grazige boerenland
tussen zwijgzame dorpen aan
de glimmende rivier
vermoedde ik mijn vaderhuis
en moederschoot, droomde ik
mij ooit geborgen
bert van der linden
Herfst
Buiten komt de levende ruimte
me tegemoet, die ik eerbiedig betreed.
Voorzichtig tasten mijn voeten
de aarde af die koud en hard,
soms modderig is.
Mijn ogen dwalen
langs de horizon,
langs wolken en velden,
dat grensgebied tussen
hemel en aarde.
Ze dwalen tussen
hier en daar:
een mistflard of wat miezelregen,
een laatste zonnestraal misschien.
Bladeren geuren herfstig,
zoals jaar na jaar,
getekend in kleuren,
niet te filmen, zo warm,
nu het kouder en kouder wordt.
Een zwerm vogels volgt
feilloos het oerinstinct.
Richtinggevend is de eerste
die snel weer laatste zal zijn.
Geluiden dringen tot me door,
het zachte ritselen van een blad
of een vogel die alarmeert.
Het donkert soms al
midden op de dag.
Ik wandel daar maar,
ik voel, ik ruik, ik hoor, ik kijk
en vul al ademend
mijn lijf en longen
zodat ik zelf een beetje
‘buiten’ word en blijf
als ik naar binnen ga.
Ricky Rieter
kloosterstilte
de schemer valt, verstomt
de taal van vogels rond
de kloosterplas
in de verte dooft een hoeve
haar vensters, blaft nog laat
een waakzame hond
dan wordt het stil, raakbaar stil
zwijgt alles in en om me heen
rust mijn blik op de vage einder
tast naar wat onzegbaar is
bert van der linden
Lectio divina
zoekend en verlangend
tast ik naar een dieper
woord, een vonkende zin
een lichtend spoor
soms, na een wenk of glimp
van wat onzegbaar is, stuit ik
op het wonderlijk geheim
dat Gij aldoor aanwezig zijt
en ik U proef, zozeer bemin
bert van der linden
< style="padding-left: 30px;">
Lichtend spoor
Een hoge kreet trekt scherp zijn zilvervoor.
Dan gaat de vogel in de nacht teloor.
Ik ben ontwaakt. Gij hebt mij opgeroepen.
En ademloos volg ik uw lichtend spoor.
Kwatrijn XXXV van Ida Gerhardt
Roeping
Je kunt de eerste toon zijn in een lied
waardoor alle grenzen vergeten worden
wees niet bang
wees niet bang
ook wanneer de toon amper klinkt
wees niet bang
Je kunt de eerste vonk zijn voor een vuur
dat alle wapens tot ploegen omsmelt
wees niet bang
wees niet bang
ook wanneer de tegenwind je striemt
wees niet bang
Je kunt de eerste graankorrel zijn op een akker
die alle handen vullen zal met brood
wees niet bang
wees niet bang
ook wanneer het land vol stenen zit
wees niet bang
Je kunt de eerste druppel zijn voor een bron
die in de woestijn levensliederen zingt
wees niet bang
wees niet bang
ook wanneer de wolk nog zwijgt
wees niet bang
Je kunt de eerste pas zijn voor een dans
die alle voeten leidt naar onze God
wees niet bang
wees niet bang
ook wanneer je voet nog struikelt
wees niet bang
Christa Peikert-Flaspöhler
vertaling Paul Begheyn SJ

foto: Harry Kessels
Roos van Jericho
Woestijnroos
verschrompeld tot bijna niets,
een bol, ineengekrompen
vergane glorie,
als dood, een plant van ééns.
Woestijnroos, roos van het verleden,
maar roos ook van verwachting,
roos van: ‘Ik wil leven,
kom, kom mij te hulp’,
Woestijnroos, ik en jij,
mensen onderweg
in dorheid en gemis,
in leegte en ontbering:
‘God, kom ons te hulp
en haast U ons te helpen.’
Woestijnroos zoekt
en baant en vraagt en smeekt,
en reikt haar wezen uit naar water.
Waar verlangen en verwachting
waaien als de wind
over de vlakte van de woestijn,
daar is vervulling toch in zicht:
er is een bron,
verborgen en toch nabij.
Water, levenswater,
gezocht, gevonden,
waar geen oog het zag,
behoed in de diepte van de aarde,
borrelend sterk en groots en rijk,
leven in overvloed.
Woestijnroos bij het water,
wortels en takken strekken zich uit
in een harmonie van beweging,
in kwetsbare openheid voor het leven,
het licht van de dag die daagt.
Het wonder geschiedt,
een mens wordt opnieuw geboren.

na anderhalf uur
Totdat het water,
wie weet waarom,
wie weet wanneer,
spoorloos verdwijnt,
als was het er nooit geweest,
en de roos wordt weer een dode roos,
een voorwerp van voorbij,
weggelegd, vergeten.
Maar in eindeloze herhaling,
stuwt en drijft het leven
tot zoeken en tot vinden,
tot geboorte, keer op keer,
want sterker is het leven dan de dood.
En elke woestijn moet het weten:
er is een bron,
er is een Bron,
een levenwekkende Bron,
voor elke voortrollende, dorre, levenloze roos,
een Bron in eigen woestijn,
zó nabij!
Ricky Rieter
Stiller dan stil…

Stiller dan stil moet het zijn
in mijn diepste wezen,
maar luider dan luid
is het geraas om mij heen.
Stilte zoek ik
als de grote schat
verborgen in de akker
van mijn eindig bestaan.
Soms als het lawaai
van buiten en binnen loeit
weet ik nauwelijks wie ik ben
en wie ik worden zal.
Als ik dan mijn ogen sluit
en inkeer op een uniek moment,
dan wordt het zacht in mij
en teer en goed en fijn,
dan raak ik even soms
aan dat geheim van
goddelijkheid, verborgen
in mijn eigen ziel.
Dan adem ik dat leven
in en uit, in en uit.
Dan is er enkel ZIJN
en ZIJN en ZIJN in mij.
Dan weet ik weer,
al is het even maar,
dat ik die stilte bén,
dat goddelijk geheim.
Ricky Rieter
Wonen, waar en hoe?
Waar hij woont
en hoe hij woont
in stal of paleis,
in hut of villa,
in krot of kasteel
bij armen of rijken
bij gebrokenen of geheelden,
bij zwarten of blanken,
bij geborgenen of ongeborgenen,
waar hij ook woont
en hoe hij ook woont,
altijd
zal hij aanwezig
willen zijn
in de binnenruimte
van elke mens,
die verborgen ruimte
van ons innerlijk,
door onszelf maar
ten dele gekend.
Ons hart is de deur
van stal of paleis,
de deur die onze ruimte
openstelt voor hem.
Nu zijt wellekome!
Ricky Rieter
Ziel, zoeken moet je jezelf in Mij
Ziel, zoeken moet je jezelf in Mij,
en Mij moet je zoeken in jezelf
Zo heeft, o ziel, de liefde
jouw beeld in Mij kunnen prenten
dat geen wijs schilder
met al zijn meesterschap
dat beeld zou kunnen maken
Jij werd uit liefde geschapen,
mooi, knap en zo diep
in mijn binnenste getekend.
Als jij jezelf verliest, mijn lief,
zoek jezelf dan in Mij.
Ik weet, als jij je ooit zou vinden
getekend in mijn hart
en zo naar het leven uitgebeeld
dat het je verheugen zou,
bij het zien van jezelf
je zo prachtig getekend te zien.
En mocht je soms niet weten
waar je Mij zult vinden
dwaal dan niet van hier naar ginds
maar als je mij vinden wilt
moet je Mij in jezelf zoeken,
want jij bent mijn onderdak,
jij bent mijn thuis en verblijf
en daarom klop Ik altijd bij je aan
wanneer Ik vind in jouw gedachten
de deur gesloten.
Buiten jezelf hoef je Mij niet te zoeken
want om Mij te vinden
zal het genoeg zijn Mij alleen maar te roepen.
Ik zal dan zonder talmen naar jou toegaan
en Mij moet je zoeken in jezelf.
Teresa van Avila




