Deze tekst is gebruikt in een retraite van 2009. Roeping is echter niet gebonden aan deze retraite alleen, maar aan elk leven op elke tijd. Probeer deze woorden te lezen als woorden die je nu, op dit moment in je leven, iets te zeggen hebben.
Motto in de retraite van 21-27 september 2009:
KIJK EENS NAAR JE ROEPING
(vergelijk Testament van Clara 4 en 1 Korintiërs 1,26)
In deze retraite worden we gevoed door teksten uit de Bijbel en door teksten van Franciscus en Clara van Assisi. Franciscus, een koopmanszoon die, na een periode waarin zijn leven een wending kreeg, op een radicale manier het Evangelie ging volgen. Clara, een adellijk meisje dat, als eerste vrouw, in de voetsporen van Franciscus liep. Beiden voelden zich tot een nieuwe vorm van leven geroepen.
Het motto van deze retraite, Kijk eens naar je roeping, is genomen uit het Testament van Clara 4, waar de Nederlandse vertaling leest Erken uw roeping. Clara was weer geïnspireerd door de tekst van Paulus aan de Korintiërs; in de Nieuwe Bijbelvertaling: Denk eens aan uw roeping, broeders en zusters (1 Korintiërs 1,26).
Het Testament van Clara is een heel persoonlijk en warm geschrift. In dit testament beschrijft Clara wat ze belangrijk vindt voor de zusters die achter blijven als zij gestorven is en voor de zusters die in de toekomst op dezelfde manier willen gaan leven. De kern van wat ze zeggen wil is samengevat in de woorden van het motto. Ook de lezing van de eerste retraitedag (maandag 21 september, feest van de H. Matteüs), uit de brief aan de Efeziërs (hoofdstuk 4,1-7 + 11-13), sluit hierbij aan.
Roeping wordt vaak geassocieerd met de roeping tot priester of kloosterling, maar het begrip roeping is veel breder. We zijn allemaal in het leven geroepen en we hebben allemaal een taak gekregen, al is het niet altijd even duidelijk wat die taak dan wel is.
Martin Buber vertelt in De weg van de mens* hoe iemand een prediker vraagt:
Er staat:‘Ieder in Israël is verplicht te zeggen: Wanneer zal mijn werk tot aan de werken mijner vaderen, Abraham, Isaak of Jakob, reiken?’ Hoe moet dat opgevat worden? Hoe zouden wij ons vermeten te denken dat wij onze vaderen zouden kunnen evenaren?
De prediker verklaart dan:
Zoals de vaderen nieuwe wijzen van dienen in het leven riepen, ieder een nieuwe dienst volgens zijn eigen aanleg, de een die der liefde, de ander die der kracht, de derde die der schoonheid, zo moet ieder van ons, elk op zijn eigen wijze, in het licht van de leer en van het dienen iets nieuws stichten en niet het reeds gedane, doch wat nog gedaan moet worden, doen.
Martin Buber vervolgt:
Met iedere mens is er iets nieuws ter wereld gebracht, dat er nog niet was, een eerste en enig iets.
Hij laat vervolgens de prediker weer aan het woord:
Het is ieders plicht in Israël te weten en te bedenken, dat hij in zijn hoedanigheid enig is ter wereld en dat zijns gelijke nog niet op aarde is geweest, want ware zijns gelijke reeds hier geweest, hij zou er niet behoeven te zijn.
Iets verderop zegt Buber:
Dit enige en uitzonderlijke is het, dat ieder vóór alles is opgedragen te ontwikkelen en vorm te geven, niet echter, nog eens te doen wat een ander, al is het de grootste, reeds heeft verwezenlijkt.
Waartoe zijn wij geroepen? Een retraite is een bezinning op ons leven, op onze roeping. Hoe kunnen we die roep steeds beter leren verstaan? En hoe kunnen we vorm geven aan onze roeping? Hoe kunnen we de hindernissen overwinnen die we op onze weg tegenkomen?
Een retraitetijd is een tijd van verstilling om, al luisterend, contact te maken met onze diepste bestemming. De bezinning zal ons de weg wijzen naar de invulling in de praktijk van ons leven. Het betreft niet de roeping in het algemeen, de roeping die ieder mens heeft, maar het gaat over onze meest persoonlijke roeping. In het boven vermelde boekje vertelt Buber ons hoe rabbi Susja kort voor zijn sterven de opmerking maakte:
In het toekomende Rijk zal mij niet gevraagd worden: ‘Waarom zijt gij niet Mozes geweest?’ Mij zal gevraagd worden: ‘Waarom zijt gij niet Susja geweest?’
Op de plaats van Susja zou ieder de eigen naam in kunnen vullen.
Het kijken naar onze roeping begint misschien aan de oppervlakte met waarnemen. Een volgende stap is mogelijk erover nadenken. Door het steeds intensiever kijken naar onze roeping en door alles wat zich daardoor in ons binnenste ontwikkelt, kunnen er snaren aangeraakt worden die met onze diepste bestemming te maken hebben. Zoals we bij het intensief kijken naar een bloem, die bloem steeds beter in ons opnemen, misschien zelf een beetje die bloem wórden, zo zullen we ons ook steeds meer vereenzelvigen met onze roeping in de mate waarin we deze innerlijk mogen waarnemen.
Bij de teksten van de vieringen is de tekst van Clara over het erkennen van de roeping opgenomen. Zie in de rechterkolom de subpagina ‘Franciscaanse teksten, september 2009’ onder de hoofdpagina: ‘Retraite-informatie’.
* Martin Buber, De weg van de mens, vert. L.J.C. Boucher, Servire Uitgevers, Utrecht, 1996. De citaten staan op blz. 23-25.
Bij de reproductie van Hendrick Terbrugghen
De roeping van Matteüs

Roeping van Matteüs, Hendrick Terbrugghen
Op maandag, 21 september, onze eerste retraitedag, wordt het feest gevierd van de apostel en evangelist Matteüs. De retraiteteksten bij die dag kunnen we vinden op deze site bij de Retraite-informatie onder het kopje ‘Franciscaanste teksten, retraite september 2009’. Kijken naar onze roeping is ook het thema van de week. We willen stilstaan bij de reproductie van het schilderij van Hendrick Terbrugghen (1621), die dit roepingenverhaal op indringende wijze in beeld heeft gebracht.
De evangelietekst over deze roeping (Matteüs 9,9-13) moet veel indruk op de schilder hebben gemaakt. Met grote vaardigheid geeft hij er zijn eigen versie van.
De apostel Matteüs vertelt op een zeer sobere manier een stukje levensgeschiedenis en de schilder heeft geprobeerd om achter de schermen te kijken. Hij heeft zich ingeleefd in de gedachten en gevoelens die binnen dat ene ogenblik misschien wel door de tollenaar Matteüs zijn heengegaan. Heel kort, maar ook heel intensief.
Hendrick Terbrugghen zet Matteüs met een andere tollenaar en twee leerlingen in zijn eigen tolhuis neer. Dan staat ineens Jezus in de deuropening. Hij roept hem. Wat gaat er in Matteüs om? Ongeloof, schaamte om het leven dat hij leidde, een besef van zondigheid.
Op de voorgrond een oude vrek met een tronie die boekdelen spreekt, in het centrum Matteüs, die met zijn vinger naar zichzelf wijst, zijn hoofd vol rimpels, ongelovig kijkend, met een gezicht alsof hij zich afvraagt of Jezus hem in de maling neemt. Matteüs maakt op het schilderij nog absoluut geen aanstalten om op te staan en Jezus te volgen. Achter de twee hoofdfiguren bevinden zich twee jongemannen in prachtige kledij die hier misschien wel het klappen van de zweep aan het leren zijn. Links in het tafereel staan twee figuren: Jezus in de schaduw, donker en onopvallend – hij staat er maar heel gedeeltelijk op – en een leerling van Jezus die misschien wel even verwonderd is om de keuze van Jezus. Op de tafel liggen muntstukken en de rekeningen, een pen met inktpot (?) ernaast. Bijzonder aan het doek zijn de handen die wijzen naar het geld. Daar draait hun leven immers om. Twee handen vormen daarop een uitzondering: de hand van Jezus die op Matteüs gericht is en de rechterhand van Matteüs, die naar zichzelf wijst, met de vraag: ‘Ik???’. Matteüs en Jezus kijken elkaar aan. In dat ene ogenblik moet het gebeurd zijn. ‘Volg mij’. Hij stond op en volgde hem (Matteüs 9,9).
Matteüs voelde zich zondaar, maar is in die zondigheid gezien en aanvaard. Hij heeft zich diep laten raken door Jezus, toen deze hem uitnodigde om hem te volgen. Zodanig geraakt was hij, dat hij opstond en zijn oude leven de rug toekeerde om op radicale manier Jezus te volgen. Alsof het niets te maken zou hebben met een totale ommekeer van zijn levenspraktijk tot dan toe. Als je er dieper over nadenkt is dit nauwelijks te vatten.
Roeping
Wat is roeping? Hoe werkt roeping in de ziel van een mens? Er voltrekt zich een mysterie, dat niet meer te vatten is met ons menselijk verstand. Op ikonen wordt altijd de bekeerde Matteüs afgebeeld, een Matteüs met een ernstige en zuivere blik, met niets meer daarin dat herinnert aan zijn oude leven. Matteüs, publiekelijk bekend als tollenaar en zondaar, mocht ondervinden dat de woorden van Jezus ‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars’, in hem concreet gestalte kregen.
Bemoediging voor onze tijd
Is het geen bemoediging voor onze tijd dat de roepstem klinkt, onafhankelijk van menselijke tekorten, van zondigheid, van zwakheid, van falen? Die roepstem is universeel, tot ieder mens gericht, met een vraag, waar een hoogst persoonlijk antwoord op gegeven kan worden. Twijfelen aan onze eigen roeping betekent misschien wel dat we niet voldoende geloven in degene die roept. Ook dat onze eigen zwakheid de drempel is waar we niet overheen kunnen. Om toch over die drempel te gaan is het alleen nodig dat we onze blik niet afwenden, maar juist richten op degene die ons roept. ‘Volg mij’. Hij stond op en volgde hem.
*Naar een artikel van Ricky Rieter in Eikonikon, het ikonenbulletin van september 2009
Klik hier om de retraiteteksten te lezen
Lees ook het gedicht Roeping van Christa Peikert-Flaspöhler (in de vertaling van Paul Begheyn SJ).
